Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Eline Lanckriet met als contactadres Hélène Maréchalhof 3, 9000 Gent en Monique Den Haese met als contactadres Sint-Eligiusstraat 9, 9050 Gent hebben een aanvraag (OMV_2025156927) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 31 december 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het samenvoegen van twee eengezinswoningen en het ontharden van de binnenkoeren
• Adres: Sint-Eligiusstraat 9-9A en 13, 9050 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 22 sectie B nrs. 200K11, 200L11 en 200T6
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 12 februari 2026.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 19 maart 2026.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De percelen van de aanvraag zijn gelegen in Sint-Eligiusstraat in Gentbrugge. De woning met huisnummer 9 bestaat uit 2 bouwlagen met een hellend dak met achterliggend nog enkele grote magazijnen die via een onderdoorgang bereikbaar zijn. De woning met huisnummer 13 is opgebouwd uit 2,5 bouwlagen met een hellend dak en ook enkele gelijkvloerse aanbouwen. De omgeving wordt gekenmerkt door gesloten residentiële bebouwing. Aan de ene zijde van het project bevindt zich de Brusselsesteenweg, met meer variatie aan functies. Aan de andere zijde van de Sint-Eligiusstraat bevindt zich de Sint-Eligiuskerk.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Voorliggende aanvraag gaat over het regulariseren van het samenvoegen van twee eengezinswoningen en het ontharden van de binnenkoeren.
De woning Sint-Eligiusstraat 9/9A werd samengevoegd met de woning Sint-Eligiusstraat 13. Deze percelen functioneren samen. Intussen werden deze woningen met elkaar verbonden door 2 binnendeuren te plaatsen zowel een deur op het gelijkvloers als op de eerste verdieping.
Hierdoor is de bewoonbare oppervlakte van de woning in totaal 456m². De nuttige vloeroppervlakte van Sint-Eligiusstraat nr.9 bedraagt 313m². De nuttige vloeroppervlakte van Sint-Eligiusstraat 13 is 143m². Dit is een te beschermen eengezinswoning.
Verder worden geen andere verbouwingswerken uitgevoerd of aangevraagd.
De bestaande achterbouwen en magazijnen blijven behouden en blijven op dezelfde manier bereikbaar. De bestaande binnenkoer aan woning met huisnummer 9 wordt volledig onthard alsook de bestaande binnenkoer bij woning nr. 13. Beide worden groen en onverhard aangelegd.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 27/01/1964 werd een vergunning afgeleverd voor het afkappen en herbezetten van de voorgevel. (1964 GB 010 (kw))
* Op 24/02/1964 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een voorgevel. (1964 GB 590/1)
* Op 10/05/1965 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een woning. (1965 GB 85/63)
* Op 11/08/1969 werd een vergunning afgeleverd voor de verbouwing van de woning. (1969 GB 85/91)
* Op 07/10/1969 werd een vergunning afgeleverd voor het afkappen en herbezetten van de voorgevel. (1969 GB 009 (KW))
* Op 23/01/1970 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van de voorgevel. (1969 GB 590/6)
* Op 08/02/1971 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van de voorgevel en de badkamer. (1970 GB 85/100)
* Op 06/02/1978 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van appartementen met op het gelijkvloers een agentschap van het gemeentekrediet na het slopen van 4 woningen. (Litt. B-55-77 (1977 GB 85/148))
* Op 16/02/1981 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een woning. (KW B-36-80 (1980 GB 85/161))
* Op 01/10/1987 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van de woning. (1987/915 (BB 100/43 GB))
* Op 02/10/1990 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een woning. (1990/20086)
* Op 26/08/1994 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van het bankagentschap. (1994/20062)
* Op 19/02/1998 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van 3 eengezinswoningen tot een handelsgebouw met een woongelegenheid. (1997/20213)
* Op 15/04/1999 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een eengezinswoning tot een Chinees afhaalrestaurant en 1 woongelegenheid. (1998/20211)
* Op 23/11/2000 werd een vergunning afgeleverd voor het vervangen van bestaande uithangborden door twee nieuwe enkelzijdige verlichte uithangborden. (2000/20226)
* Op 14/12/2006 werd een weigering afgeleverd voor het verbouwen van de voorgevel van een winkelruimte. (2006/20235)
* Op 11/01/2007 werd een vergunning afgeleverd voor de verbouwing van een handelspand (restaurant) met woongelegenheid. (2006/20228)
* Op 26/04/2007 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van de voorgevel van een winkelruimte. (2007/20060)
* Op 19/06/2009 werd een vergunning afgeleverd voor de verbouwing van 2 handelspanden (winkel) met woongelegenheid. (2009/20134)
* Op 08/11/2012 werd een vergunning afgeleverd voor het vervangen van verlichte uithangborden. (2012/20208)
* Op 17/04/2013 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een woning. (2013/20021)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebieden volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
De aanvraag is strijdig met artikel 4.3 – samenvoegen van te beschermen eengezinswoningen.
De definitie van het algemeen bouwreglement van een te beschermen eengezinswoning (art. 4.1) luidt als volgt: “een eengezinswoning wordt beschouwd als een te beschermen eengezinswoning als de netto vloeroppervlakte van de eengezinswoning maximum 220 m² bedraagt.”
De panden waarop de aanvraag betrekking heeft, zijn vergund als twee aparte woningen met aparte huisnummers en perceelnummers. De woning met huisnummer 13 heeft een nuttige vloeroppervlakte van ca. 143 m². Dit pand is aldus een te beschermen eengezinswoningen volgens de definitie van het algemeen bouwreglement. De woning met huisnummer 9-9A is geen te beschermen eengezinswoning (nvo is 313m²).
De visie achter het algemeen bouwreglement is duidelijk: het beschermen van eengezinswoningen. Het samenvoegen van een te beschermen eengezinswoning met een ander gebouw tot een eengezinswoning kan slechts met het oog op het verhogen van de leefkwaliteit cfr. 4.3. In dit geval wordt een te beschermen eengezinswoning, met een voldoende ruime gevelbreedte, voldoende perceelsdiepte en een mooie tuin, samengevoegd met een bestaande woning.
Na het samenvoegen van deze te beschermen eengezinswoning zal de eengezinswoning een gevelbreedte van 20m met een netto vloeroppervlakte van 456 m² hebben. Hierdoor overschrijdt de nieuwe woning ook de maximale netto vloeroppervlakte (max. 220 m²) om gedefinieerd te worden als een te beschermen eengezinswoning. Op deze manier betekent het samenvoegen ook een verlies aan 1 te beschermen eengezinswoning. Dit gaat lijnrecht in tegen het stedelijk beleid om kwalitatieve eengezinswoningen te beschermen en zo de druk op de woningmarkt te verminderen (zie hierover ook het punt 9. Omgevingstoets).
Het samenvoegen is hier niet met het oog op het verhogen van de leefkwaliteit aangezien beide woningen op zichzelf voldoende leefkwaliteit (kunnen) hebben. De linkse woning met huisnummer 9 heeft een voldoende grote leefruimte met keuken en berging. Ook de slaapkamers op de eerste verdieping zijn voldoende groot. Er is een private buitenruimte aansluitend op de woning van 55m² groot. Dit is eerder klein in verhouding tot die woning met een nvo van 313m².
De woning met huisnummer 13 heeft voldoende potentieel om kwalitatief te worden ingericht. Indien de bestaande gelijkvloerse aanbouwen worden gesloopt zou de bouwdiepte 14m blijven en ontstaat er een tuinzone die groen en onverhard kan ingericht worden van 40m². Dit zijn afmetingen van een gemiddelde, gezinsvriendelijke eengezinswoning in de Gentse stedelijke context. Het feit dat het samenvoegen van de woningen geen verhoging van de leefkwaliteit vooropstelt, wordt ook bevestigd vanwege het feit dat er weinig wordt ingezet op ontharding en kwalitatieve buitenruimte. De bestaande magazijnen (194m²) worden behouden en blijven de functie hebben van bergruimte. Bij de samengevoegde eengezinswoning zouden dan 3 versnipperde buitenruimtes horen. Deze worden weliswaar onthard en groen aangelegd maar blijven wel beperkt in oppervlakte. Een eerste buitenruimte van 55m², een tweede van 9m² enkel bereikbaar via een waskamer of tuinberging. De laatste tuinzone ligt achteraan op het perceel en is enkel bereikbaar via het magazijn. Op een perceel van 615m² worden in totaal 3, versnipperde tuinzones voorzien van in totaal ca. 94m². Dit is ondermaats en weinig kwalitatief. Er wordt geconcludeerd dat het samenvoegen van de woningen niet met het oog op het verhogen van de leefkwaliteit is. De aanvraag is strijdig met artikel 4.3 het Algemeen Bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel wordt niet ingrijpend aangepast. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het Algemeen Bouwreglement van de Stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan worden besloten dat de voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Er is geen waardevol groen of boom verwijderd.
De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.
Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan de natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Voorliggende aanvraag betreft het regulariseren van het samenvoegen van een eengezinswoning met aanhorigheden en een te beschermen eengezinswoning. Na de samenvoeging is de bewoonbare oppervlakte 450m². Dit wordt ongunstig geadviseerd.
Een woning kleiner dan 220m², zoals hier het geval (143m²), is een comfortabele, voldoende ruime stadswoning voor gezinnen met kinderen. Het bestaande patrimonium aan eengezinswoningen wil de Stad Gent maximaal behouden.
Na het samenvoegen van de twee eengezinswoningen zal de eengezinswoning een gevelbreedte van 20m met een netto vloeroppervlakte van 456 m² hebben. Hierdoor overschrijdt de nieuwe woning de maximale netto vloeroppervlakte (max. 220 m²) om gedefinieerd te worden als een te beschermen eengezinswoning. Op deze manier betekent het samenvoegen ook een verlies aan een te beschermen eengezinswoning. Daarnaast bieden beide eengezinswoningen (potentieel) voldoende leefkwaliteit. Mits aanpassingen aan de rechterwoning kunnen er ruimtes ontstaan met voldoende daglicht en een voldoende grote, onverharde tuin (10m). Bij de rechtse woning is er geen trap getekend op de plannen. Dit lijkt weinig waarschijnlijk dat in de vergunde toestand geen trap aanwezig was om de bovenliggende verdieping van de woning te bereiken. Beide woningen en bijhorende buitenruimte op het perceel zijn bovendien van die aard dat zij elk op zich vandaag bestaan of voldoende potentieel bevatten om individueel als kwalitatieve eengezinswoning verder te functioneren.
Het samenvoegen van beide panden tot één eengezinswoning is niet in overeenstemming met de visie van de Stad Gent om het verlies aan eengezinswoningen een halt toe te roepen. Echter heeft de Stad Gent ook beleidsdoelstellingen inzake het behouden van gezinsvriendelijke woningen.
De resterende bebouwbare ruimte wordt schaars. Stad Gent wil de bestaande open ruimte zoveel mogelijk behouden en tegelijk de bevolkingsgroei opvangen binnen het stedelijk gebied. De aanvraag situeert zich binnen de grenzen van het grootstedelijk gebied Gent, zoals afgebakend door de Vlaamse overheid in haar ruimtelijk uitvoeringsplan van 16 december 2005. De aanvraag zal leiden tot een vermindering van het woonaanbod. Dit gaat lijnrecht in tegen het stedelijk beleid om kwalitatieve eengezinswoningen te beschermen en zo de druk op de woningmarkt te verminderen. Bovendien is dit strijdig met artikel 4.3 van het algemeen bouwreglement (zie hoger).
De visienota 'Ruimtelijk rendement in relatie tot Ruimte voor Gent' stelt een zachte verdichting voorop, door onder meer compact te bouwen. In de ‘groeistad’ - waar deze woningen deel van uitmaken - streven we naar bescheiden kavels in functie van een kwalitatieve verdichting. Het is daarom niet wenselijk om woningen van deze omvang samen te voegen aan een naastliggende woning zodat deze finaal een erg ruime oppervlakte krijgen. Woningen van dergelijke omvang stroken op deze plaats niet met de stedelijke beleidsvisie, zoals verankerd in het beleidsplan ‘Ruimte voor Gent’. Bovendien resulteert dit in het verlies van één woning. Er zijn te weinig argumenten om het samenvoegen te verantwoorden.
Ten slotte zijn de verhardingsgraad en bebouwingsgraad op het perceel bovenmaats door het behoud van de magazijnen (zonder functie) en gelijkvloerse aanbouwen.
De aanvraag is niet in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening.
Ongunstig stedenbouwkundig advies voor het regulariseren van het samenvoegen van twee woningen omdat beide woningen individueel voldoende woonkwaliteit bieden. De aanvraag is strijdig met artikel 4.3 en druist in tegen het stedelijk beleid om kwalitatieve eengezinswoningen te beschermen.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het samenvoegen van twee eengezinswoningen en het ontharden van de binnenkoeren aan Eline Lanckriet en Monique Den Haese gelegen te Sint-Eligiusstraat 9-9A en 13, 9050 Gent.