Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Loïc Vercammen met als contactadres Jos Verdegemstraat 29, 9040 Gent en Racketpower BV met als contactadres Jos Verdegemstraat 29, 9040 Gent hebben een aanvraag (OMV_2025104855) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 15 december 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het tijdelijk inrichten van sportvelden in een leegstaande loods
• Adres: Fohrstraat 45, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 7 sectie G nr. 731P
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 6 februari 2026.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 19 maart 2026.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag situeert zich op de site Triferto langsheen de Afrikalaan. Het gaat om de voormalige terreinen van meststoffenbedrijf Triferto, met een totale oppervlakte van bijna 5 ha.
Ten noorden van de site bevindt zich de Oceaniëstraat, ten oosten de Afrikalaan, ten zuiden de Verapazbrug, en ten westen de Fohrstraat.
De omgeving typeert zich door industriële gebouwen, met als uitzondering de Scandinaviëblokken aan de overkant van de Afrikalaan, waar wonen de hoofdfunctie is.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het tijdelijk inrichten van sportvelden voor padel in een leegstaande loods.
De loods in kwestie bevindt zich langs de Afrikalaan, maar de toegang gebeurt via de Oceaniëstraat.
Er zijn geen structurele werken voorzien.
Er worden binnenin kleine aanpassingen gedaan om de functie mogelijk te maken, zo worden enkele betonpanelen verwijderd.
Van de hal wordt ca. 2.300 m² ingezet voor de nieuwe functie.
Om het deel dat in gebruik genomen wordt af te scheiden van de andere delen van de hal, worden Heras-hekkens geplaatst. Er worden 5 tijdelijke sportvelden aangelegd.
Palend aan de ruimte voor sportvelden worden in de loods 3 containers geplaatst voor sanitair, kleedkamer en horeca.
De 3 toegangen tot de sportvelden worden voorzien in bestaande gevelopeningen waar nieuw schrijnwerk wordt geplaatst. De hoofdtoegang wordt vergroot. Er worden verder geen nieuwe openingen gemaakt in het gebouw.
Op het binnenplein worden 14 parkeerplaatsen voor voertuigen voorzien, en 20 plaatsen voor fietsen en 5 plaatsen voor deelfietsen.
De tijdelijke inrichting wordt aangevraagd voor een duurtijd van 36 maand.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Stedenbouwkundige vergunningen:
- Op 01/10/1962 werd een vergunning afgeleverd voor het gedeeltelijk heropbouwen van een opslagplaats. (Litt. K-39-62)
- Op 15/06/1964 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een opslagplaats. (Litt. K-28-64)
- Op 12/07/1965 werd een vergunning afgeleverd voor het steken van een inrijpoort. (Litt. K-24-65)
- Op 22/11/1965 werd een vergunning afgeleverd voor het herbouwen van een gevelmuur. (KW K-49-65)
- Op 04/12/1967 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een opslagplaats. (Litt. A-14-67)
- Op 08/04/1969 werd een vergunning afgeleverd voor vernieuwen van het dak van de magazijnen 3 en 9. (Litt. K-5-69)
- Op 14/04/1975 werd een vergunning afgeleverd voor slopen van een complex voor de behandeling en het vervoer van goederen. (KW K-16-75)
- Op 03/05/1976 werd een vergunning afgeleverd voor verbouwen van een gedeelte van een magazijn voor het inrichten van een eetzaal met nieuwe sanitaires en kleedruimte binnen het complex. (Litt. A-4-75)
- Op 14/06/1976 werd een vergunning afgeleverd voor het afsluiten van een industrieel complex met hekwerk. (KW K-34-76)
- Op 30/08/1976 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een opslagloods. (Litt. K-20-76)
- Op 27/12/1976 werd een vergunning afgeleverd voor het uitvoeren van sanerings- en aanpassingswerken aan een fabriekscomplex en het oprichten van een lostoren met transportband. (Litt. K-30-76)
- Op 27/06/1977 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een gebouw voor verzending, als uitbreiding en sanering van de bestaande fabriek. (KW K-65-77)
- Op 27/02/1986 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van gebouwen en het asfalteren van het perceel. (1985/1740)
- Op 05/05/1988 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een kantoorgebouw. (1988/197)
- Op 26/09/2002 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van 2 silo's. (2002/540)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
Ongunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 27 februari 2026 onder ref. 076584-002/EM/2026:
Besluit: NEGATIEF ADVIES, het project voldoet niet aan de minimale eisen inzake brandveiligheid.
Het betreffende bouwproject wordt negatief geadviseerd om de volgende redenen:
‘De publiek toegankelijke inrichting moet brandwerend gecompartimenteerd te zijn van de rest van het gebouw, met wanden die ten minste de brandwerendheid van de structurele elementen bezitten en zelfsluitende of bij brand zelfsluitende deuren met een brandwerendheid EI1 30.’
> De padelvelden worden fysiek afgebakend van de rest van de loodsen door middel van Heras hekken en zijn dus niet brandwerend gecompartimenteerd van de rest van het gebouw.
Er is een afwijkingsaanvraag op dit artikel toegevoegd aan deze
omgevingsvergunningsaanvraag. In deze afwijkingsaanvraag staat dat ‘het niet mogelijk is om aan compartimentering te doen’. Er kan dus niet voldaan worden aan bovenstaand artikel.
‘…De af te leggen afstand vanaf elk punt van de publiek toegankelijke bedraagt:
- 30 m tot de dichtstbijzijnde uitgang;
- 60 m tot een tweede uitgang…’
> De toegestane loopafstanden zijn overschreden.
De structurele elementen beschikken, in functie van hun situatie, over een brandweerstand zoals weergegeven in onderstaande tabel, waarin Ei het laagst gelegen evacuatieniveau voorstelt.
|
|
Structurele elementen van het dak |
Overige structurele elementen |
|
Boven Ei Eén bouwlaag Meerdere bouwlagen |
R 30 (*) R 30 (*) |
R 30 R 60 |
|
Onder Ei met inbegrip van de vloer van Ei
|
Niet van toepassing |
R 60 |
(*) Geen eisen voor de structurele elementen van het dak indien het aan de binnenkant beschermd is door middel van een bouwelement EI 30.
> De structurele eigenschappen van dit gebouw zijn niet gekend. Er is een afwijkingsaanvraag op dit artikel toegevoegd aan deze omgevingsvergunningsaanvraag. In deze afwijkingsaanvraag staat dat ‘het niet mogelijk is om structurele veranderingen aan het gebouw te doen’. Er kan dus niet voldaan worden aan bovenstaand artikel.
Voorwaardelijk gunstig advies van AWV - District Gent Gewestwegen afgeleverd op 13 februari 2026 onder ref. AV/411/2026/00258:
Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert Gunstig over de voorliggende aanvraag.
Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de omschreven aandachtspunten.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afrikalaan' (Definitieve aanduiding door de Gemeenteraad op 26 mei 2025). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone Z3b ‘Zone voor gemengd stedelijke functies’ met binnen de grens van resp. 50 m en 100 m ten opzichte van zone voor bedrijven_type Seveso.
In de zone voor gemengd stedelijke functies (Z3) zijn tijdelijke inrichtingen onder de vorm van recreatie mogelijk, voor zover de draagkracht van de omgeving niet wordt overschreden.
Deze tijdelijke inrichtingen zijn mogelijk op vrijgekomen terreinen en in leegstaande gebouwen en verplaatsbare of demonteerbare constructies.
Voor tijdelijke inrichtingen gelden de voorschriften van de zone voor gemend stedelijke functies (Z3) niet.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
De aanvraag moet voldoen aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
De initiatiefnemer engageert zich om toegankelijkheid actief te integreren in de verdere inrichting en exploitatie van de site en, indien nodig, bijkomend advies in te winnen bij een toegankelijkheidsexpert of beweegcoach.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt in de nabijheid van een waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv -Afdeling Regio West.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het terrein is momenteel bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel wordt niet ingrijpend aangepast. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het Algemeen Bouwreglement van de Stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
Volgens de pluviale overstromingskaart bestaat er een middelgrote overstromingskans ter hoogte van het project. Om de impact op het overstromingsregime te vermijden dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden. Ruimten met kwetsbare functies worden best beschermd tegen wateroverlast door het volgen van de richtlijnen omtrent overstromingsveilig bouwen https://vmm.vlaanderen.be/beleid/waterbeleid/overstromingen
Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Groen
Er is geen waardevol groen of boom verwijderd.
Stikstof
Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar. Daarnaast zijn er nog mogelijke stikstofemissies afkomstig van niet-ingedeelde stationaire bronnen van het project en tijdens de aanlegfase door vervoer of niet-ingedeelde stationaire bronnen. Deze zijn echter beperkt.
De NOx uitstoot van het totale project is minder dan de emissies waarbij een overschrijding optreedt van de 1 % minimisdrempel.
Lozing:
Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.
Conclusie
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Tijdelijke inrichting bestaande loods
Tijdelijke inrichtingen zijn interessant om leegstand te vermijden en de periode tot de nieuwe invulling te overbruggen. Dit soort inrichtingen biedt ook ruimte voor experiment in een stad en laat de ruime buurt kennis maken met het gebied en zijn toekomstige mogelijkheden.
De voorziene functies overschrijden de draagkracht van de omgeving niet, en de ruimtelijk impact op de aanpalenden en de omgeving is verwaarloosbaar.
Het project voldoet echter niet aan de minimale eisen inzake brandveiligheid, waardoor deze publiek toegankelijke inrichting niet voor vergunning in aanmerking komt.
Mobiliteit
Het project heeft een beperkte mobiliteitsimpact, zeker omdat het sterk inzet op fietsmobiliteit. Het voorziene aantal fiets- en autoparkeerplaatsen voldoet aan de parkeerrichtlijnen van minimaal 25 fietsen (incl. 3 plaatsen voor buitenmaatse fietsen en max. 2 inpandige plaatsen voor personeel, excl. plaatsen voor deelfietsen) resp. maximaal 14 autoparkeerplaatsen (waarvan 1 aangepaste voorbehouden parkeerplaats) en valt te motiveren volgens het bereikbaarheidsprofiel en de kencijfers. Er zijn nog knelpunten met betrekking tot laden en lossen, de afmetingen van de parkeerplaatsen, inrichting van de fietsparkeerplaatsen,… Het projectgebied heeft voldoende speelruimte om de mobiliteitsnoden op te vangen op het eigen terrein indien de brandveiligheid kan gegarandeerd worden.
CONCLUSIE
Ongunstig, de aanvraag is verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg, maar voldoet niet aan de minimale eisen inzake brandveiligheid en komt hierdoor niet voor vergunning in aanmerking.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het tijdelijk inrichten van sportvelden in een leegstaande loods aan Loïc Vercammen en Racketpower bv (O.N.:1004090550) gelegen te Fohrstraat 45, 9000 Gent.