Terug
Gepubliceerd op 27/03/2026

2026_CBS_02557 - 1403/B/3 - Aanvraag tot het uitvoeren van bodemsaneringswerken - Gunstig advies

college van burgemeester en schepenen
do 26/03/2026 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 26/03/2026 - 08:58
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Verontschuldigd

Evita Willaert, schepen; Christophe Peeters, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2026_CBS_02557 - 1403/B/3 - Aanvraag tot het uitvoeren van bodemsaneringswerken - Gunstig advies 2026_CBS_02557 - 1403/B/3 - Aanvraag tot het uitvoeren van bodemsaneringswerken - Gunstig advies

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

  • Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56
  • Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
  • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO), inzonderheid artikel 83, 1°.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

  • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO)

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen geeft gunstig advies voor het uitvoeren van bodemsaneringswerken.

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

Openbare Afvalstoffenmaatschappij Voor Het Vlaamse Gewest av heeft een aanvraag voor het uitvoeren van een bodemsaneringsproject ter hoogte van Wiedauwkaai 789000 Gent ingediend bij OVAM.

Het ingediende bodemsaneringsproject bevat activiteiten of inrichtingen die vergunningsplichtig zijn overeenkomstig het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. Daarom heeft OVAM het bodemsaneringsproject op   doorgestuurd aan het college van burgemeester en schepenen om overeenkomstig artikel 83 van het Vlarebo advies uit te brengen.

Het project handelt over:

• Onderwerp: Bodemsaneringsproject perceel 453P - Wiedauwkaai 76-77 te Gent -   opgesteld door Tauw België nv 

• Adres: Wiedauwkaai 78, 9000 Gent

• Kadastrale gegevensGent (afd. 7) sectie G 441 X, (afd. 7) sectie G 441 A2, (afd. 7) sectie G 441 Z, (afd. 7) sectie G 441 R en (afd. 7) sectie G 453 P 

• Aangevraagde rubrieken:

3.6.3.1°b) | afvalwaterzuiveringsinstallaties (+ lozen effluentwater en ontwateren bijhorende slibproductie) voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat een of meer gevaarlijke stoffen (bijlage 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan de geldende milieukwaliteitsnormen voor het uiteindelijk ontvangende oppervlaktewater - andere dan rubriek 3.6.5 (tot en met 5 m³/u) | lozen van grondwater op het oppervlaktewater aan een geraamd gem. debiet van 2,25 m³/h | klasse 2

3.8.1°b) | Het lozen van bemalingswater, afkomstig van een bemaling, met een geloosd debiet van max. 2500 m³ per dag, afkomstig van andere bemaling dan vermeld in 1° a) | lozen van grondwater op de riolering aan een geraamd gem. debiet van 1 m³/h | klasse 2

53.2.1° | Bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen met een netto opgepompt volume per IIOA van maximaal 30.000 m³ | oppompen en bemalen van grondwater aan een vermoedelijk max. debiet van 1 m³/h | klasse 3

53.8.2° | andere boringen van grondwaterwinningsputten en grondwaterwinning dan de boringen, vermeld in rubriek 53.1 tot en met 53.7 en 53.12, waarvan het totaal opgepompte debiet groter is dan 5000 m³ per jaar en kleiner is dan of gelijk is aan 30.000 m³ per jaar | grondwateronttrekking door hoogvacduüm met een vermoedelijk max. debiet van 2,25 m³/u | klasse 2

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 17 maart 2026.

OMSCHRIJVING PROJECT

Het bodemsaneringsproject is opgesteld om de historische complexe verontreiniging van een terrein gelegen aan de Wiedauwkaai 76-77 te saneren. De verontreiniging werd eerst volledig in kaart gebracht tijdens een site-onderzoek uitgevoerd door OVAM. In dit onderzoek werden verschillende verontreiniging afgeperkt en onderzocht. Op verschillende zones (zone B: Comadis, zone C: North Sea Group en perceel 453R) zijn de nodige acties ondernomen om de verontreinigingen aan te pakken. Dit bodemsaneringsproject focust op de resterende delen van de site.

Op de te saneren site was een op- en overslag van brandstoffen en zijn er een loods en droogdokken langs het kanaal. De verontreiniging bestaat uit

- minerale olie & BTEXN in het vaste deel van de aarde en

- minerale olie, BTEXN & MTBE in het grondwater (zoals beschreven onder OVAM-dossiernr. 1054) alsook

- minerale olie en BTEX in het vaste deel van de aarde en in het grondwater ter hoogte van de voormalige bovengrondse pompen (zoals beschreven onder OVAM-dossiernr. 1054).

Van de verontreinigingen gaat een potentieel humaan risico en verspreidingsrisico uit. Bijgevolg is er een saneringsnoodzaak, die in bepaalde zones als zeer urgent wordt omschreven.


Perceel “Verbiest” 453P (bronperceel)

Dit perceel werd gebruikt voor opslag en overslag van brandstoffen. De verontreiniging met minerale olie en BTEX zal worden verwijderd door een ontgraving tot 2,5 m-mv (top van de KDL-laag), ondersteund door een bemaling. Er wordt verwacht dat ongeveer 2680 ton verontreinigde grond zal worden ontgraven. De verontreinigde grond wordt afgevoerd naar een grondverwerkingscentrum. De niet-verontreinigde grond (ca. 1320 ton) wordt opgeslagen in een tijdelijk depot op de site en kan, na analyses die aantonen dat de grond niet verontreinigd is, terug als aanvulgrond gebruikt worden.

Voor de uitvoering van de ontgraving wordt uitgegaan van een openbouwput bemaling aan de hand van voldoende dompelpompen. Het grondwater wordt verpompt naar een tijdelijke zuiveringsinstallatie. Er wordt verwacht dat er in deze zone bemaald zal worden aan een stationair debiet van 17 m³/dag. Het grondwater wordt 1 m verlaagd; van 1,5 m-mv tot 2,5 m-mv.

Er wordt geraamd dat de saneringswerken 6 weken in beslag zullen nemen.

De saneringsdoelstelling in grond is de bodemsaneringsnorm. De grondwaterkwaliteit wordt verbeterd in de A-laag tot bodemsaneringsnorm door de gecombineerde ontgraving en bemaling.

 

Zone openbaar domein ter hoogte van percelen 453P en 453R

Hier werd recent een oude riolering met uitloop naar het Kanaal Gent-Terneuzen vastgesteld. In de zone openbaar domein wordt enkel de aanvulling (A-laag) gesaneerd.

Subzone zonder nutsleidingen:

Voor de uitvoering van een ontgraving tot 2,5 m-mv wordt uitgegaan van een openbouwput bemaling aan de hand van voldoende dompelpompen. Het grondwater wordt verpompt naar een tijdelijke zuiveringsinstallatie. Er wordt verwacht dat er in deze zone bemaald zal worden aan een stationair debiet van 10 m³/dag. Het grondwater wordt 1 m verlaagd, van 1,5 m-mv tot 2,5 m-mv.

Er wordt geraamd dat de saneringswerken 1 week in beslag zullen nemen.

De saneringsdoelstelling in deze subzone is het behalen van de bodemsaneringsnormen in grond en grondwater.

Subzone met nutsleidingen:

Er worden 22 standalone filters aangelegd voor het wegzuigen van drijflaag met zuigwagen en nabehandeling met absorptiesokken. Een cubicontainer kan geplaatst worden op het perceel 453P “Verbiest” voor de opvang van het puur product, gerecupereerd door de absorptiesokken.

Deze sanering wordt gepland gedurende 2 jaar.   

De saneringsdoelstelling is de verwijdering van de mobiele drijflaag in de A-laag.

 

Diepe drijflaag op de percelen 441X en 441Z (niet onder de Wiedauwkaai)

Hier zijn twee droogdokken, een atelier, een werkplaats voor scheepsbouw, een grote opslagloods en een restant van een voormalige brandstofleiding.

De verontreiniging zal worden verwijderd door de aanleg van een hoogvacuümextractiesysteem waarbij ca. 700 m sleuven getrokken worden voor de plaatsing van de filters. Er wordt aangenomen dat de ontgraven gronden tijdelijk naast de sleuven gestockeerd kunnen worden en nadien worden herbruikt voor de heraanvulling van de sleuven. Het beton of puin dat vrijkomt tijdens het trekken van de sleuven wordt afgevoerd naar een externe breekinstallatie.

Er worden worst-case 165 hoogvacuümextractiefilters voorzien met injectie van surfactans. De hoogvacuümextractiefilters worden aangesloten op 3 hoogvacuümpompen. Er wordt intermitterend gepompt op de hoogvacuümextractiefilters en er wordt een grondwaterzuivering gemobiliseerd die een debiet aankan van 10 m³/u. De verwachte grondwaterstandverlaging bedraagt 1 m, waarbij de invloedstraal rondom de zone van de hoogvacuümonttrekking is berekend op 2 m rondom elke hoogvacuümextractiefilter.

De duur van de installatiewerken wordt geschat op 8 weken en het extractiesysteem wordt 2 jaar in stand gehouden.

De doelstelling is de verwijdering van de diepe drijflaag onder de A-laag op de percelen 441X en 441Z.

 

Pluimzone langsheen de kaaimuur van het Kanaal Gent-Terneuzen

Deze zone heeft een lage vuilvracht. Om de verspreiding van de opgeloste grondwaterverontreinigingen op te volgen wordt in de pluim van de verontreiniging een grondwatermonitoring uitgevoerd over een lengte van 300 m gedurende 5 jaar. De natuurlijke afbraak (MNA) wordt gemonitord. In geval er een verspreidingsrisico naar het kanaal Gent-Terneuzen wordt waargenomen wordt een beheersscherm op basis van biosparging opgestart.

Na de actieve sanering zal in de deelzone Verbiest, deelzone openbaar domein - subzone 1 en diepe drijflaagzone gedurende 2 jaar de verontreinigingstoestand opgevolgd worden.

Er zal een restverontreiniging achterblijven die aanleiding geeft tot gebruiksadviezen met betrekking tot grondverzet (GA1), bij onttrekken en/of gebruik van grondwater (GA2a en GA2d), bij het uitvoeren van boringen of geotechnische werken (GA3e) en bij het (her)aanleggen van ondergrondse leidingen (GA3f).


OPENBAAR ONDERZOEK

De vergunningsaanvraag kreeg zoals bepaald in artikel 86 van het Vlarebo de vereiste publiciteit. Het dossier ligt van 2 maart 2026 tot 1 april 2026 ter inzage van het publiek in het Stadskantoor te Gent.

Bij de opmaak van dit verslag waren er nog geen bezwaarschriften ingediend.

 

MILIEUHYGIENISCHE EN VEILIGHEIDSASPECTEN

Aspect bodem en grondwater

Rubrieken 53.2.1° en 53.8.2° worden aangevraagd voor de bemaling en grondwaterwinning (resp. klasse 3 en 2). Het dieptecriterium op de locatie bedraagt 32 m.

De saneringsinstallatie, inclusief alle leidingen en ondergrondse infrastructuur, moet op een dusdanige wijze uitgerust en gebruikt worden dat ze geen aanleiding kunnen geven tot bodem- en grondwaterverontreiniging. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

Voor de beoordeling van rubriek 53.8.2° wordt er ook verwezen naar het advies van de VMM.

Aspect afvalwater 

Voor de lozing worden rubrieken 3.8.1°b) en 3.6.3.1°b) aangevraagd (beide klasse 2).

Er wordt gebruik gemaakt van een tijdelijke grondwaterzuiveringsinstallatie bij de bemaling van perceel Verbiest en de zone openbaar domein. Het stationair debiet bij de zone perceel Verbiest wordt geschat op 17 m³/dag, dat van de zone openbaar domein op 10 m³/dag gedurende resp. 6 weken en 1 week. Het afvalwater van deze bemaling wordt via een zuivering geloosd in de riolering van de Wiedauwkaai. Bij opstart en vervolgens wekelijks zal er een staal genomen worden van het in- en effluent + tussenstap van de bemaling.

Het afvalwater van de zuiveringsinstallatie van de hoogvacuümonttrekking voor de diepe drijflaagzone wordt geloosd op het kanaal Gent-Terneuzen. Er wordt een debiet verwacht van 2,25m³/u, gedurende 2 jaar. De installatie wordt maandelijks gecontroleerd via in- en effluentmetingen en op 1 tussenstap van de grondwaterzuivering.

De lozingen van het onttrokken grondwater dienen 14 dagen voorafgaand aan de lozing te worden gemeld aan de exploitant van de openbare riolering, zijnde Farys, via netexploitatie.gent@farys.be. Met het oog op een goede werking van de openbare riolering wordt dit als bijzondere voorwaarde opgenomen.

Voor de beoordeling van deze rubrieken (lozingsnormen, debiet, …) wordt tevens verwezen naar het advies van de VMM.

 

Aspect stof

Tijdens de graafwerken, althans bij droog weer, kan stofhinder ontstaan. In de mate dat dit stof de omgeving kan storen dient stofvorming beperkt te worden door bijvoorbeeld te besproeien. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

Er dienen maatregelen genomen te worden om verspreiding van de verontreinigde grond op de openbare weg te vermijden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

Er dient te allen tijde een folie voorzien te worden indien de grond tijdelijk gestockeerd wordt. De uitgegraven grond moet worden afgedekt indien deze ’s avonds niet afgevoerd wordt. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

De verontreinigde grond en materialen moeten afgevoerd worden in transportmiddelen met een lekdichte laadbak en voorzien zijn van een waterdicht dekzeil. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

Aspect geluid

Tijdens de werken (afgravingen, werking zuiveringsinstallaties,…) is er een zekere geluidshinder te verwachten evenals bij het aan- en afvoer van materieel, grond,…

Om minimale geluidshinder te veroorzaken worden de pompen voor de hoogvacuümextractie in een geluidsarme omkasting en de onderdelen van de grondwaterzuivering in een supergeïsoleerde container ondergebracht.

Er dient steeds voldaan te worden aan de Vlarem II-geluidsnormen. Dit wordt als opmerking opgenomen.

Aspect verkeershinder

Tijdens de aan- en afvoer van materieel, grond,… zal er een verhoogd transport zijn van vrachtwagens. Uitgaande van een vracht van 30 ton per vrachtwagen maakt dit een 100-tal transporten. Hierdoor kan er verkeershinder ontstaan.

De mobiliteit in de buurt moet verzekerd blijven. Verkeershinder dient te allen tijde voorkomen te worden. Er dient de nodige aandacht besteed te worden aan de zwakke weggebruikers. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

Aspect afval

De verontreinigde grond en de afvalproducten van de waterzuivering dienen te worden afgevoerd naar een erkende verwerkingseenheid. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

Aspect geur

Alle nodige voorzieningen moeten getroffen worden zodat de werknemers of omwonende geen geurhinder kunnen ervaren. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

Aspect veiligheid

Voorafgaand aan de werken moet de plaatselijke brandweer (Brandweerzone Centrum) op de hoogte gebracht worden van de geplande werken. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

Aspect fauna en flora

Het droogtrekken van de ruimere omgeving kan levensbedreigend zijn voor aanwezige bomen.

Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober geldt dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be), bevloeiing/infiltratie dient voorzien te worden waar nodig. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gent of European Tree Worker/boomexpert. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.


RUIMTELIJKE SITUERING

De inrichting ligt in industriegebied volgens het gewestplan ‘Gentse en Kanaalzone’ (goedgekeurd op 14 september 1977) en latere wijzigingen.

De inrichting ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'WONDELGEMSEMEERSEN' (Besluit tot goedkeuring door de Deputatie op 18 oktober 2012). De locatie is volgens dit RUP gelegen in oeverstrook en zone voor groenas. 

De inrichting ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald. 

MER-SCREENING en WATERTOETS

MER-screening

De aanvraag heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025 (MER-besluit). Er werd een project-MER-screening opgemaakt met als conclusie:

Op basis van fysieke kenmerken van het project, de omgeving en de analyse van de mogelijke milieueffecten zijn er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten. Er wordt bijgevolg voor de voorziene werken geen milieueffectrapportage (project-MER) voorzien. Dit kan aanvaard worden.

 

Watertoets

Ligging project

De inrichting situeert zich deels in het afstroomgebied en de nabijheid van het kanaal Gent-Terneuzen (beheer: De Vlaamse Waterweg nv – Afdeling Regio West). Het project ligt ook deels in het afstroomgebied van de Oude Lieve (beheer: Stad Gent).

Volgens de overstromingskaarten is het:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelige gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

Voor de watertoets wordt tevens verwezen naar het advies van De Vlaamse Waterweg.

Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

De grondwaterwinning en bemaling betreft een ingedeelde activiteit. De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. Er moet voldaan worden aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verdroging zal voorkomen worden.

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

Overstromingen

Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

Waterkwaliteit

De lozing van het bemalingswater en de grondwaterwinning is een ingedeelde activiteit. De impact van de lozing en de grondwaterwinning wordt besproken onder het aspect afvalwater. Er moet voldaan worden aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van voorwaarden de watertoets doorstaat.


CONCLUSIE

Dit advies heeft als bedoeling om de OVAM zo correct mogelijk te adviseren met betrekking tot de milieuvergunningsaspecten van het bodemsaneringsproject. Het advies heeft betrekking op de mogelijke impact naar bodem-, water- en luchtverontreiniging alsook de potentiële hinder door lawaai, geur, stof en andere mogelijk hinderlijke effecten van de bodemsaneringswerken op mens en milieu.

Dit advies doet geen uitspraak met betrekking tot het bodemsaneringsaspect zelf, bijvoorbeeld de keuze van de saneringstechniek, nazorgverplichtingen of de te behalen terugsaneerwaarden.

Het behoort OVAM toe om erover te waken dat eigenaars en gebruikers van omliggende gronden die al of niet rechtstreeks betrokken zijn bij de vervuiling/sanering tijdig en duidelijk te informeren over de juridische toestand en mogelijk negatieve praktische of financiële impact ten gevolge van de aanwezige verontreiniging en/of geplande saneringswerken. Dit advies behandelt deze aspecten niet.

De risico's voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting, kunnen tot een aanvaardbaar niveau beperkt worden, mits het naleven van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden en van de in dit besluit opgenomen bijzondere vergunningsvoorwaarden.

De aanvraag wordt gunstig geadviseerd.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij OVAM over de activiteiten of inrichtingen die vergunningsplichtig zijn binnen het ingediende bodemsaneringsproject.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

Activiteit

AC34245 Adviseren en afleveren van omgevingsvergunningen en project MER's (Milieu Effecten Rapportering), afwijkingsaanvragen elektronische muziek en beheren van inventaris risicogronden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

De aanvraag tot het uitvoeren van bodemsaneringswerken betreffende het bodemsaneringsproject perceel 453p - wiedauwkaai 76-77 te gent -   opgesteld door tauw belgië nv wordt gunstig geadviseerd voor volgende rubrieken:

3.6.3.1°b) | afvalwaterzuiveringsinstallaties (+ lozen effluentwater en ontwateren bijhorende slibproductie) voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat een of meer gevaarlijke stoffen (bijlage 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan de geldende milieukwaliteitsnormen voor het uiteindelijk ontvangende oppervlaktewater - andere dan rubriek 3.6.5 (tot en met 5 m³/u) | lozen van grondwater op het oppervlaktewater aan een geraamd gem. debiet van 2,25 m³/h | klasse 2

3.8.1°b) | Het lozen van bemalingswater, afkomstig van een bemaling, met een geloosd debiet van max. 2500 m³ per dag, afkomstig van andere bemaling dan vermeld in 1° a) | lozen van grondwater op de riolering aan een geraamd gem. debiet van 1 m³/h | klasse 2

53.2.1° | Bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen met een netto opgepompt volume per IIOA van maximaal 30.000 m³ | oppompen en bemalen van grondwater aan een vermoedelijk max. debiet van 1 m³/h | klasse 3

53.8.2° | andere boringen van grondwaterwinningsputten en grondwaterwinning dan de boringen, vermeld in rubriek 53.1 tot en met 53.7 en 53.12, waarvan het totaal opgepompte debiet groter is dan 5000 m³ per jaar en kleiner is dan of gelijk is aan 30.000 m³ per jaar | grondwateronttrekking door hoogvacduüm met een vermoedelijk max. debiet van 2,25 m³/u | klasse 2

 

Artikel 2

De maatregelen, lozingsnormen, monitorplan, nazorg plan en volgende bijzondere voorwaarden dienen te worden nageleefd:

1. De saneringsinstallatie, inclusief alle leidingen en ondergrondse infrastructuur, moet op een dusdanige wijze uitgerust en gebruikt worden dat ze geen aanleiding kunnen geven tot bodem- en grondwaterverontreiniging.

2. De lozingen van het onttrokken grondwater dienen 14 dagen voorafgaand aan de lozing te worden gemeld aan de exploitant van de openbare riolering, zijnde Farys, via netexploitatie.gent@farys.be.

3. In de mate dat dit stof de omgeving kan storen dient stofvorming beperkt te worden door bijvoorbeeld te besproeien.

4. Er dienen maatregelen genomen te worden om verspreiding van de verontreinigde grond op de openbare weg te vermijden.

5. Er dient te allen tijde een folie voorzien te worden indien de grond tijdelijk gestockeerd wordt. De uitgegraven grond moet worden afgedekt indien deze ’s avonds niet afgevoerd wordt.

6. De verontreinigde grond en materialen moeten afgevoerd worden in transportmiddelen met een lekdichte laadbak en voorzien zijn van een waterdicht dekzeil. 

7. De mobiliteit in de buurt moet verzekerd blijven. Verkeershinder dient te allen tijde voorkomen te worden. Er dient de nodige aandacht besteed te worden aan de zwakke weggebruikers.

8. De verontreinigde grond en de afvalproducten van de waterzuivering dienen te worden afgevoerd naar een erkende verwerkingseenheid.

9. Alle nodige voorzieningen moeten getroffen worden zodat de werknemers of omwonende geen geurhinder kunnen ervaren.

10. Voorafgaand aan de werken moet de plaatselijke brandweer (Brandweerzone Centrum) op de hoogte gebracht worden van de geplande werken.

11. Het droogtrekken van de ruimere omgeving kan levensbedreigend zijn voor aanwezige bomen. Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober geldt dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be), bevloeiing/infiltratie dient voorzien te worden waar nodig. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gent of European Tree Worker/boomexpert.

Artikel 3

Opmerking

Er dient steeds voldaan te worden aan de Vlarem II-geluidsnormen.