Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 107.
Het Decreet over de programmatische aanpak stikstof van 24 januari 2024, artikel 8.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het Decreet over de programmatische aanpak stikstof van 24 januari 2024, artikel 8.
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Patrick Verhoeven met als contactadres Droogveldeweg 71, 9031 Gent heeft een aanvraag (OMV_2026030795) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 7 maart 2026.
De melding handelt over:
• Onderwerp: melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties
• Adres: Droogveldeweg 71, 9031 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie C nrs. 178P, 178V, 190R, 190P, 190H, 191H, 191G, 192_, 197B en 197E
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 13/03/2026.
OMSCHRIJVING MELDING
1. BESCHRIJVING VAN DE GEMELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT
De melding heeft betrekking op een melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen.
De inrichting (internnummer: 2539/ inrichtingsnummer: 20241210-0023) is vergund tot 20/11/2028.
Volgende rubriek wordt gemeld:
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 17/07/2025 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het ombouwen van een bedrijfswoning tot educatief centrum en het bouwen van een nieuwe bedrijfswoning met loods alsook het veranderen van de exploitatie van een rundveebedrijf. (OMV_2024156043)
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 24/01/1962 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woning. (1962 DR 010)
* Op 12/06/1969 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een mestvarkensstal. (1969 DR 10117)
* Op 06/09/1972 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een koestal. (1972 DR 10126)
* Op 17/07/1974 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen koestal. (1974 DR 10113)
* Op 20/02/1978 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van een voederkot-magazijn. (Litt. D-43-77)
* Op 03/11/1981 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een kweek- en meststal voor varkens. (1981/692)
* Op 08/11/1981 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van een kweek- en meststal voor varkens. (1981/692(1981/10070))
* Op 24/11/1983 werd een vergunning afgeleverd voor verbouwen van een woning. (1983/1151(1983/10115))
* Op 28/07/1992 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een mestvarkensstal en een schuur. (1992/10040)
* Op 19/10/1993 werd een vergunning afgeleverd voor verbouwing van de bestaande voorgevel (raam+balkon). (1993/10128)
* Op 31/10/1994 werd een weigering afgeleverd voor het oprichten van een berging en het uitbreiden van een koestal. (1987/1650 (1987/10156))
* Op 18/05/1995 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een woning in een bestaande loods bij een landbouwbedrijf. (1993/10176)
* Op 06/04/2000 werd een vergunning afgeleverd voor rooien van 7 bomen : berk en abeel. (2000/10038)
* Op 26/04/2001 werd een vergunning afgeleverd voor uitbreiding van een opslagloods. (2001/10045)
* Op 30/06/2005 werd een weigering afgeleverd voor het bouwen van een carport van 29,70 m². (2005/10061)
* Op 14/08/2008 werd een vergunning afgeleverd voor de verbouwing van een eengezinswoning. (2008/10119)
* Op 17/09/2008 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een varkensstal, het bouwen van een melkveestal en het uitbreiden van een rundveestal. (2008/10122)
* Op 01/04/2010 werd een vergunning afgeleverd voor het verhogen van een bestaande rundveestal - wijzigingen van een vergunde melkveestal. (2010/10023)
Milieuvergunningen
* Op 20/11/2008 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het vroegtijdig verder exploiteren en het veranderen (door uitbreiding) van een rundveehouderij. (2539/E/6)
* Op 06/04/2017 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor een mededeling van een kleine verandering (door wijziging/uitbreiding) van een rundveehouderij. (2539/E/7)
BEOORDELING MELDING
3. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
TOEPASSINGSGROND
Conform artikel 8 van het decreet over de programmatische aanpak stikstof (stikstofdecreet) dient de aanvraag behandeld te worden volgens de meldingsprocedure vermeld in hoofdstuk 10 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
BEVOEGDHEID
De melding maakt geen deel uit van een vergunningsaanvraag waarvoor de Vlaamse overheid of de deputatie bevoegd is.
ONDERZOEK VOORWAARDEN ARTIKEL 8 STIKSTOFDECREET
Bestaande rundveehouderijen dienen tegen de uiterste indiendatum van de mestbankaangifte (van productiejaar 2025) een tussentijdse reductie van 5% ten opzichte van de huidige vergunde situatie te realiseren.
Rundveehouderijen waarvoor een ingreep al vervat zit in de geldende omgevingsvergunning, worden geacht te hebben voldaan aan deze verplichting.
De aanvrager meldt een tussentijdse reductie van 13 %.
ONDERZOEK MELDINGSPLICHT, NIET-VERBODEN KARAKTER EN STEDENBOUWKUNDIGE INPLANTING
De gemelde exploitatie is louter en alleen in de derde klasse ingedeeld, de exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.
Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandsregels.
De gemelde exploitatie is niet verboden.
Het project ligt in landelijk karakter en agrarische gebieden volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
De melding is in overeenstemming met de voorschriften.
CONCLUSIE
Het college van burgemeester en schepenen van Stad Gent is bevoegd voor de aktename.
De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden en de inplanting van de inrichting is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften conform artikel 4.1.1.1 van Vlarem II.
5. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Bestaande rundveehouderijen dienen tegen de uiterste indiendatum van de mestbankaangifte (van productiejaar 2025) een tussentijdse reductie van 5% ten opzichte van de huidige vergunde situatie te realiseren.
De tussentijdse reductie voor rundveehouderijen kan worden gerealiseerd door de volgende ingrepen in de vergunning op te nemen:
*een ammoniakemissiereducerende maatregel;
*een vermindering van het aantal dierplaatsen;
*een combinatie van beide.
De aanvrager geeft aan volgende ammoniakemissiereducerende maatregelen toe te passen:
*PAS R-1.2 mestrobot 6x rijden, 63 dierplaatsen (melkkoeien)
*PAS R-3.1d jongvee <2 jaar weidegang 200 dagen met leegstand, 13 dierplaatsen
Deze maatregel wordt opgenomen in de bijzondere voorwaarden.
De emissie van ammoniak van de runderen wordt beperkt van 1312,8 kg NH3/jaar naar 1205,16 NH3/jaar, dit komt overeen met 13 %.
Als opmerking wordt meegegeven dat de exploitant de maatregelen ook op in de Mestbankaangifte dient aan te geven.
De actualisatie van de bijzondere milieuvoorwaarden zal pas gebeuren bij een volgende omgevingsaanvraag. De in de lopende vergunningen opgelegde bijzondere milieuvoorwaarden blijven onverminderd van toepassing:
1. Regenwater of recupwater dient proiritair gebruikt te worden voor laagwaardige toepassingen.
2. De boorput voorzien zijn van een afzonderlijke rechte onvervormbare PVC-buis die toelaat steeds peilmetingen uit te voeren. De buitendiameter van deze peilbuis dient minimaal 25 millimeter te bedragen. Voor bestaande peilbuizen kan een binnendiameter van minimum 18 millimeter nog worden aanvaard tot aan de vervanging van de betreffende peilbuis.
3. Wanneer de exploitant een grondwaterwinning buiten dienst stelt moet hij deze opvullen om het gevaar voor verontreiniging van het grondwater te beperken. De richtlijnen van de afdeling Water voor het opvullen van grondwaterwinningen zijn vervat in de brochure "Verlaten grondwaterwinningen".
4. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 026724-003/LA/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.
CONCLUSIE
Er wordt akte genomen van de melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties, voor de rundveehouderij.
De bestaande vergunning voor de ingedeelde inrichting of activiteit loopt tot 20 november 2028, zoals opgenomen in de basisvergunning.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen dient akte te nemen van de ingediende melding. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren vanaf de aanplakking van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.
De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : 'BEKENDMAKING MELDINGSAKTE'.
Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.
De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel
U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.
Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).
U bent een rolrecht verschuldigd van:
- 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
- 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
- het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
- het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
- het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door Patrick Verhoeven voor melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties, gelegen Droogveldeweg 71, 9031 Gent.
De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:
Bijzondere voorwaarden voor de ingedeelde inrichting of activiteit:
Volgende ammoniakemissiereducerende maatregel dient toegepast:
*PAS R-1.2 mestrobot 6x rijden, 63 dierplaatsen (melkkoeien)
*PAS R-3.1d jongvee <2 jaar weidegang 200 dagen met leegstand, 13 dierplaatsen
Volgende milieuvoorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:
De actualisatie van de bijzondere milieuvoorwaarden zal pas gebeuren bij een volgende omgevingsaanvraag. Volgende bijzondere voorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:
1. Regenwater of recupwater dient proiritair gebruikt te worden voor laagwaardige toepassingen.
2. De boorput voorzien zijn van een afzonderlijke rechte onvervormbare PVC-buis die toelaat steeds peilmetingen uit te voeren. De buitendiameter van deze peilbuis dient minimaal 25 millimeter te bedragen. Voor bestaande peilbuizen kan een binnendiameter van minimum 18 millimeter nog worden aanvaard tot aan de vervanging van de betreffende peilbuis.
3. Wanneer de exploitant een grondwaterwinning buiten dienst stelt moet hij deze opvullen om het gevaar voor verontreiniging van het grondwater te beperken. De richtlijnen van de afdeling Water voor het opvullen van grondwaterwinningen zijn vervat in de brochure "Verlaten grondwaterwinningen".
4. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 026724-003/LA/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.
5. Volgende ammoniakemissiereducerende maatregel dient toegepast:
*PAS R-1.2 mestrobot 6x rijden, 63 dierplaatsen (melkkoeien)
*PAS R-3.1d jongvee <2 jaar weidegang 200 dagen met leegstand, 13 dierplaatsen
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
De exploitant dient de PAS maatregelen ook op in de Mestbankaangifte aan te geven.