Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 107.
Het Decreet over de programmatische aanpak stikstof van 24 januari 2024, artikel 8.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het Decreet over de programmatische aanpak stikstof van 24 januari 2024, artikel 8.
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Antoon Coppens met als contactadres Moerstraat 53, 9031 Gent heeft een aanvraag (OMV_2026007379) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 5 februari 2026.
De melding handelt over:
• Onderwerp: een melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen
• Adres: Moerstraat 53, 9031 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie D nr. 1227E
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 06/02/2026.
OMSCHRIJVING MELDING
1. BESCHRIJVING VAN DE GEMELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT
De melding heeft betrekking op een melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen.
De inrichting (internnummer: 4743/ inrichtingsnummer: 20180119-0030) is vergund voor onbepaalde duur, behalve voor de grondwaterwinning.
Volgende rubriek wordt gemeld:
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 11/03/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een veeteeltbedrijf. (OMV_2018067899)
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 13/09/1967 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een varkensstal. (1967 DR 106)
* Op 17/04/1969 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis. (1969 DR 10064)
* Op 02/05/1973 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een mestvarkenstal. (1973 DR 10072)
* Op 19/11/1976 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van ligboxenstal en machinebergplaats. (1976 DR 10165)
* Op 11/10/1982 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van 2 sleufsilo's. (1982/935 (1982/10097))
Milieuvergunningen
* Op 11/01/1996 werd door de deputatie akte genomen voor van de melding opslag mazout. (4743/E/1)
* Op 15/02/2007 werd door de deputatie de vergunning gedeeltelijk afgeleverd voor het verder exploiteren en veranderen (door wijziging en uitbreiding) van een veeteeltbedrijf met omvorming van varkens naar runderen (voortijdige hernieuwing conform artikel 18 §3 milieuvergunningsdecreet). (4743/E/2)
BEOORDELING MELDING
3. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
TOEPASSINGSGROND
Conform artikel 8 van het decreet over de programmatische aanpak stikstof (stikstofdecreet) dient de aanvraag behandeld te worden volgens de meldingsprocedure vermeld in hoofdstuk 10 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
BEVOEGDHEID
De melding maakt geen deel uit van een vergunningsaanvraag waarvoor de Vlaamse overheid of de deputatie bevoegd is.
ONDERZOEK VOORWAARDEN ARTIKEL 8 STIKSTOFDECREET
Bestaande rundveehouderijen dienen tegen de uiterste indiendatum van de mestbankaangifte (van productiejaar 2025) een tussentijdse reductie van 5% ten opzichte van de huidige vergunde situatie te realiseren.
Rundveehouderijen waarvoor een ingreep al vervat zit in de geldende omgevingsvergunning, worden geacht te hebben voldaan aan deze verplichting.
De aanvrager meldt een tussentijdse reductie van 15 %.
ONDERZOEK MELDINGSPLICHT, NIET-VERBODEN KARAKTER EN STEDENBOUWKUNDIGE INPLANTING
De gemelde exploitatie is louter en alleen in de derde klasse ingedeeld, de exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.
Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandsregels.
De gemelde exploitatie is niet verboden.
Het project ligt in agrarische gebieden volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
De melding is in overeenstemming met de voorschriften.
CONCLUSIE
Het college van burgemeester en schepenen van Stad Gent is bevoegd voor de aktename.
De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden en de inplanting van de inrichting is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften conform artikel 4.1.1.1 van Vlarem II.
5. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Bestaande rundveehouderijen dienen tegen de uiterste indiendatum van de mestbankaangifte (van productiejaar 2025) een tussentijdse reductie van 5% ten opzichte van de huidige vergunde situatie te realiseren.
De tussentijdse reductie voor rundveehouderijen kan worden gerealiseerd door de volgende ingrepen in de vergunning op te nemen:
*een ammoniakemissiereducerende maatregel;
*een vermindering van het aantal dierplaatsen;
*een combinatie van beide.
De aanvrager geeft aan volgende ammoniakemissiereducerende maatregel toe te passen:
*PAS R-1.1: 27 melkkoeien: Beweiden in groep.
Deze maatregel wordt opgenomen in de bijzondere voorwaarden.
Na het toepassen van deze maatregel wordt een reductie van 15 % gehaald.
Als opmerking wordt meegegeven dat de exploitant de maatregelen ook op in de Mestbankaangifte dient aan te geven.
De actualisatie van de bijzondere milieuvoorwaarden zal pas gebeuren bij een volgende omgevingsaanvraag. De in de lopende vergunningen opgelegde bijzondere
milieuvoorwaarden blijven onverminderd van toepassing:
14. IBA
Binnen een termijn van 3 maanden na het plaatsen van de IBA dient een bewijs van plaatsing van de IBA (factuur en foto) overgemaakt te worden aan de Dienst Toezicht (Toezicht@stad.gent) van de Stad Gent met vermelding van het dossiernummer (2019_CVB_06103
OMV_2018067899).
15. Tankbeurten
a) Het tanken gebeurt binnen op een vloeistofdichte vloerplaat.
b) Tijdens het tanken worden de nodige voorzieningen getroffen om morsen te voorkomen waarbij de nodige absorptiemiddelen voorradig zijn om gemorste vloeistoffen te neutraliseren zodat bodem- en grondwaterverontreiniging wordt vermeden
16. Stallen van kalfjes/kalverhutten
a) In afwachting van de bouw van een nieuwe stal of het aanpassen van een bestaande stal, kunnen de pasgeboren kalfjes (maximaal 6) tijdelijk in het voorste deel van stal 1 langs de melkinstallatie (= het deel dat niet bestaat uit een bakstenen vloer) gehouden worden. Deze voorwaarde is in tijd beperkt tot maximaal 2 jaar na het verlenen van de vergunning.
b) Om bodem- en grondwaterverontreiniging te voorkomen, worden de kalverhutten voldoende dik ingestrooid én geplaatst op betonverharde ondergrond.
17. Opvang van hemelwater
c) Het hemelwater afkomstig van het dak van de bedrijfsgebouwen dient opgevangen te worden in een of meerdere regentanks met een gezamenlijke inhoud van 5 m3.
d) De opvangvoorziening dient te worden uitgerust met de nodige voorzieningen om hergebruik makkelijk mogelijk te maken. Hieronder worden onder andere verstaan: een aftapkraantje, de mogelijkheid tot aansluiting van een tuinslang e.d.
e) Binnen een termijn van 24 maanden na verlenen van de vergunning dient een bewijs (foto, factuur) van de opvang en mogelijkheid van hergebruik van hemelwater ter hoogte van stal 2 bezorgd te worden aan de dienst Toezicht (Toezicht@stad.gent) van de Stad Gent met vermelding van het dossiernummer (2019_CVB_06103 OMV_2018067899).
f) Het opgevangen hemelwater wordt maximaal en prioritair aangewend en minstens gebruikt voor de toiletspoeling en/of andere laagwaardige toepassingen (reinigen lokalen, reinigen voertuigen,...).
18. Erfbeplanting - Landschapsintegratie
g) Enkele kleine landschapselementen bestaande uit streekeigen hoogstammige bomen, struiken en heesters dienen te worden aangeplant aan de zuid-oostzijde van de inrichting.
h) Waar de aanleg wordt belemmerd door geplande bouwwerken, wordt gestart met het aanplanten zodra de bouwwerken dat toelaten en het plantseizoen is aangebroken. Waar de geplande bouwwerken de aanleg niet belemmeren, gebeurt het aanplanten in het eerstvolgend plantseizoen na het verlenen van de vergunning.
i) De bewijsstukken van de aanplant worden binnen een termijn van 12 maanden na verlenen van de vergunning aan de Dienst Toezicht (Toezicht@stad.gent) van de Stad Gent met vermelding van het dossiernummer (2019_CVB_06103 OMV_2018067899), aangeleverd.
j) De beplanting wordt doorlopend en op een vakkundige wijze onderhouden (o.a. het vervangen van afgestorven planten) teneinde de inkleding in het landschap optimaal te behouden.
19. Opslag van afvalstoffen
k) De constructie van de ruimten waar afvalstoffen tijdelijk zijn opgestapeld is zodanig dat accidenteel uit bepaalde recipiënten ontsnappende
vloeistoffen, morsvloeistoffen en uitlogingen op een adequate wijze kunnen verwijderd worden.
l) Het is verboden afvalstoffen in brand te steken of te verwijderen door lozing.
m) Het is verboden zich van afvalstoffen te ontdoen anders dan door afvoer naar erkende resp. vergunde ophalers en verwerkers van afvalstoffen
20. Stationair draaien van motoren
Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, moeten de motoren van de tankwagens en bedrijfsvoertuigen tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen, e.d.
21. Grondwaterwinning
n) De exacte locatie van de boorput van de grondwaterwinning dient binnen de 6 maanden na verlenen van de vergunning te worden nagegaan zodat kan worden nagegaan of de grondwaterwinning conform VLAREM II is uitgerust en wordt geëxploiteerd.
o) In afwijking van de artikels 5.53.3.1 en 5.53.3.3 van VLAREM II dient elke winningsput te worden uitgerust met een debietmeter, geplaatst voor het 1ste aftappunt van het gewonnen grondwater. Voor winningsputten voorzien van een dompelpomp wordt de debietmeter geplaatst in de toezichtskamer van de pompput, voor winningsputten met een bovengrondse pomp onmiddellijk na de pomp. Maandelijks dient de tellerstand van elke debietmeter genoteerd te worden in een register.
p) Indien wordt gewerkt met een bovengrondse pomp dient overeenkomstig artikel 5.53.2.3. van VLAREM II geen peilbuis te worden voorzien.
q) Om verontreiniging van de watervoerende laag te vermijden, dienen de winningsputten bovenaan steeds goed te worden afgesloten. In het bijzonder dient vermeden te worden dat verontreiniging, insijpelend regenwater, oppervlaktewater of ondiep grondwater van bovenaf in de winningsputten terechtkomt.
22. Hygiëne
De inrichting dient binnen een termijn van 6 maanden na verlenen van de vergunning te worden opgekuist met het verwijderen van de aanwezige afvalstoffen (zoals lege bidons, lege recipiënten van gevaarlijke producten en asbesthoudend afval in stal 3) conform de geldende regelgeving.
23. Laagspanningsinstallatie
Binnen een termijn van 12 maanden na verlenen van de vergunning dient een conform keuringsattest van de elektrische laagspanningsinstallatie te worden bezorgd aan de Dienst Toezicht (Toezicht@stad.gent) van de Stad Gent met vermelding van het dossiernummer (2019_CVB_06103 OMV_2018067899).
CONCLUSIE
Er wordt akte genomen van de melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties, voor de rundveehouderij.
De bestaande vergunning voor de ingedeelde inrichting of activiteit is vergund voor onbepaalde duur, behalve voor de grondwaterwinning.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen dient akte te nemen van de ingediende melding. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren vanaf de aanplakking van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.
De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : 'BEKENDMAKING MELDINGSAKTE'.
Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.
De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel
U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.
Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).
U bent een rolrecht verschuldigd van:
- 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
- 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
- het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
- het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
- het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door Antoon Coppens voor een melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen, gelegen Moerstraat 53, 9031 Gent.
De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:
Bijzondere voorwaarden voor de ingedeelde inrichting of activiteit:
Volgende ammoniakemissiereducerende maatregelen dient toegepast:
*PAS R-1.1: 27 melkkoeien: Beweiden in groep.
Volgende milieuvoorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:
De actualisatie van de bijzondere milieuvoorwaarden zal pas gebeuren bij een volgende omgevingsaanvraag. Volgende bijzondere voorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:
14. IBA
Binnen een termijn van 3 maanden na het plaatsen van de IBA dient een bewijs van plaatsing van de IBA (factuur en foto) overgemaakt te worden aan de Dienst Toezicht (Toezicht@stad.gent) van de Stad Gent met vermelding van het dossiernummer (2019_CVB_06103
OMV_2018067899).
15. Tankbeurten
a) Het tanken gebeurt binnen op een vloeistofdichte vloerplaat.
b) Tijdens het tanken worden de nodige voorzieningen getroffen om morsen te voorkomen waarbij de nodige absorptiemiddelen voorradig zijn om gemorste vloeistoffen te neutraliseren zodat bodem- en grondwaterverontreiniging wordt vermeden
16. Stallen van kalfjes/kalverhutten
a) In afwachting van de bouw van een nieuwe stal of het aanpassen van een bestaande stal, kunnen de pasgeboren kalfjes (maximaal 6) tijdelijk in het voorste deel van stal 1 langs de melkinstallatie (= het deel dat niet bestaat uit een bakstenen vloer) gehouden worden. Deze voorwaarde is in tijd beperkt tot maximaal 2 jaar na het verlenen van de vergunning.
b) Om bodem- en grondwaterverontreiniging te voorkomen, worden de kalverhutten voldoende dik ingestrooid én geplaatst op betonverharde ondergrond.
17. Opvang van hemelwater
c) Het hemelwater afkomstig van het dak van de bedrijfsgebouwen dient opgevangen te worden in een of meerdere regentanks met een gezamenlijke inhoud van 5 m3.
d) De opvangvoorziening dient te worden uitgerust met de nodige voorzieningen om hergebruik makkelijk mogelijk te maken. Hieronder worden onder andere verstaan: een aftapkraantje, de mogelijkheid tot aansluiting van een tuinslang e.d.
e) Binnen een termijn van 24 maanden na verlenen van de vergunning dient een bewijs (foto, factuur) van de opvang en mogelijkheid van hergebruik van hemelwater ter hoogte van stal 2 bezorgd te worden aan de dienst Toezicht (Toezicht@stad.gent) van de Stad Gent met vermelding van het dossiernummer (2019_CVB_06103 OMV_2018067899).
f) Het opgevangen hemelwater wordt maximaal en prioritair aangewend en minstens gebruikt voor de toiletspoeling en/of andere laagwaardige toepassingen (reinigen lokalen, reinigen voertuigen,...).
18. Erfbeplanting - Landschapsintegratie
g) Enkele kleine landschapselementen bestaande uit streekeigen hoogstammige bomen, struiken en heesters dienen te worden aangeplant aan de zuid-oostzijde van de inrichting.
h) Waar de aanleg wordt belemmerd door geplande bouwwerken, wordt gestart met het aanplanten zodra de bouwwerken dat toelaten en het plantseizoen is aangebroken. Waar de geplande bouwwerken de aanleg niet belemmeren, gebeurt het aanplanten in het eerstvolgend plantseizoen na het verlenen van de vergunning.
i) De bewijsstukken van de aanplant worden binnen een termijn van 12 maanden na verlenen van de vergunning aan de Dienst Toezicht (Toezicht@stad.gent) van de Stad Gent met vermelding van het dossiernummer (2019_CVB_06103 OMV_2018067899), aangeleverd.
j) De beplanting wordt doorlopend en op een vakkundige wijze onderhouden (o.a. het vervangen van afgestorven planten) teneinde de inkleding in het landschap optimaal te behouden.
19. Opslag van afvalstoffen
k) De constructie van de ruimten waar afvalstoffen tijdelijk zijn opgestapeld is zodanig dat accidenteel uit bepaalde recipiënten ontsnappende
vloeistoffen, morsvloeistoffen en uitlogingen op een adequate wijze kunnen verwijderd worden.
l) Het is verboden afvalstoffen in brand te steken of te verwijderen door lozing.
m) Het is verboden zich van afvalstoffen te ontdoen anders dan door afvoer naar erkende resp. vergunde ophalers en verwerkers van afvalstoffen
20. Stationair draaien van motoren
Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, moeten de motoren van de tankwagens en bedrijfsvoertuigen tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen, e.d.
21. Grondwaterwinning
n) De exacte locatie van de boorput van de grondwaterwinning dient binnen de 6 maanden na verlenen van de vergunning te worden nagegaan zodat kan worden nagegaan of de grondwaterwinning conform VLAREM II is uitgerust en wordt geëxploiteerd.
o) In afwijking van de artikels 5.53.3.1 en 5.53.3.3 van VLAREM II dient elke winningsput te worden uitgerust met een debietmeter, geplaatst voor het 1ste aftappunt van het gewonnen grondwater. Voor winningsputten voorzien van een dompelpomp wordt de debietmeter geplaatst in de toezichtskamer van de pompput, voor winningsputten met een bovengrondse pomp onmiddellijk na de pomp. Maandelijks dient de tellerstand van elke debietmeter genoteerd te worden in een register.
p) Indien wordt gewerkt met een bovengrondse pomp dient overeenkomstig artikel 5.53.2.3. van VLAREM II geen peilbuis te worden voorzien.
q) Om verontreiniging van de watervoerende laag te vermijden, dienen de winningsputten bovenaan steeds goed te worden afgesloten. In het bijzonder dient vermeden te worden dat verontreiniging, insijpelend regenwater, oppervlaktewater of ondiep grondwater van bovenaf in de winningsputten terechtkomt.
22. Hygiëne
De inrichting dient binnen een termijn van 6 maanden na verlenen van de vergunning te worden opgekuist met het verwijderen van de aanwezige afvalstoffen (zoals lege bidons, lege recipiënten van gevaarlijke producten en asbesthoudend afval in stal 3) conform de geldende regelgeving.
23. Laagspanningsinstallatie
Binnen een termijn van 12 maanden na verlenen van de vergunning dient een conform keuringsattest van de elektrische laagspanningsinstallatie te worden bezorgd aan de Dienst Toezicht (Toezicht@stad.gent) van de Stad Gent met vermelding van het dossiernummer (2019_CVB_06103 OMV_2018067899).
24. PAS
Volgende ammoniakemissiereducerende maatregelen dient toegepast:
*PAS R-1.1: 27 melkkoeien: Beweiden in groep.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
De exploitant dient de PAS maatregelen ook op in de Mestbankaangifte aan te geven.