Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
KUWAIT PETROLEUM (Belgium) NV met als contactadres Brusselstraat 59 bus 1, 2018 Antwerpen heeft een aanvraag (OMV_2025110307) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 20 september 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het hernieuwen van de exploitatie van een tankstation
• Adres: Adolphe della Faillelaan 53, 9052 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 24 sectie B nr. 251Z
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 13 november 2025.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 6 februari 2026.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het hernieuwen van de exploitatie van een tankstation.
Deze aanvraag beoogt de hernieuwing van een milieuvergunning die bijna op 12 maanden van het einde van haar looptijd is gekomen. De betrokken inrichting is een zelfbedieningstankstation dat 24/7 geopend is.
Er zijn geen fysieke wijzigingen aan het station. Het lozingsdebiet werd geactualiseerd aan de hand van actueel gehanteerde neerslagnormen.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.1°a) | lozen (zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie) van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan de geldende indelingscriteria (tot en met 2 m³/u) | Waar de vergunde toestand nog in m³/jaar wordt uitgedrukt dient dit heden in m³/u te gebeuren. Om deze reden wordt er hier 1,33 m³/uur aangevraagd waardoor gevraagde en gecoördineerde toestand gelijk zijn. | klasse 3 | Verandering | 1,33 m³/uur |
6.5.2° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen: overige inrichtingen | klasse 2 | Hernieuwing | 12 verdeelslangen |
17.3.2.1.1.2° | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | klasse 2 | Hernieuwing | 24,99 ton |
17.3.2.2.2°a) | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 90 ton voor de opslag in uitsluitend ondergrondse houders | klasse 2 | Hernieuwing | 38,75 ton |
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 31/08/2006 werd een vergunning afgeleverd voor slopen van een tankstation en bouwen van een nieuw tankstation. (2006/70088)
Milieuvergunningen
* Op 12/10/2006 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een nieuw tankstation. (11186/E/1)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgend extern advies is gegeven:
Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 17 november 2025:
BESLUIT: gunstig advies, mits naleving van de vermelde maatregelen.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebieden volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5. WATERPARAGRAAF
1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Provincie Oost-Vlaanderen. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Zie verder aspect hemelwater.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Er worden geen wijzigingen aangebracht aan gebouwen, verhardingen, waterlopen of het reliëf. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
De lozing van het afvalwater is een ingedeelde activiteit. De impact van de lozing wordt besproken onder het aspect afvalwater. De lozing moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagen/gestort (indelingsplichtig volgens Vlarem II, bijlage 1). De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Er worden geen wijzigingen aan bouwvolumesc, onstructies en/of verhardingen voorzien. Het project heeft geen negatieve effecten op aanwezige waardevol groen.
Volgens de impactscore analyse toegevoegd in het dossier is de emissie van stikstof kleiner dan 1%.
Het bedrijfsafvalwater wordt geloosd in de riolering.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 21 november 2025 tot en met 20 december 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden 3 bezwaarschriften ingediend.
De bezwaren worden als volgt samengevat en besproken:
- Er werden gasleidingen gelegd in opdracht van de buur / uitbater tankshop van de straat naar zijn privé woning, die lopen over de bezinetanks van het Q8 station.
De beoordeling van een omgevingsvergunningsaanvraag beperkt zicht tot de scope van het VLAREM. De exploitant is daarnaast ook gehouden aan alle wettelijke en veiligheidsbepalingen die van toepassing zijn op de bedrijfssite, deze maken echter geen deel uit van de beoordeling in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning.
- Geluidsoverlast veroorzaakt door klanten.
Dit aspect werd besproken onder de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten. De algemene, sectorale en bijzonder voorwaarden opgelegd in de vergunning hebben tot doel de geluidsvoerlast tot een minimum te beperken. Deze voorwaarden komen tegemoet aan de aangehaalde bezwaren/bezorgdheden.
- Vrees voor lucht- en bodem/grondwaterverontreiniging.
Deze elementen werden besproken onder de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten. De algemene, sectorale en bijzonder voorwaarden opgelegd in de vergunning hebben tot doel overlast door lucht- en/of bodemverontreiniging tot een minimum te beperken. Deze voorwaarden komen tegemoet aan de aangehaalde bezwaren/bezorgdheden.
- De achterliggende gevaarlijke en ongezonde inrichting gelegen achter het benzinestation en de aangevraagde constructies in de lopende omgevingsvergunning OMV_2023114392 Het niet respecteren van de veiligheidsnormen en de bouwvoorschriften.
De beoordeling van deze omgevingsvergunningsaanvraag beperkt zich tot voorwerp van de aanvraag. Het bezwaar betreft een naburige exploitatie die geen voorwerp is van onderhavige aanvraag.
- Milieu- en hindereffect voortvloeiend uit de aangevraagde rubrieken, uitpuilen van vuilnisbakken, stikstoftoets.
Deze milieueffecten worden besproken onder de milieuhygiënische aspecten van de beoordeling van onderhavige aanvraag. De stikstoftoets maakt deel uit van de natuurtoets die werd uitgevoerd in het kader van voorliggende aanvraag. Mits toepassing van de algemene, sectorale en bijzondere milieuvoorwaarden worden de effecten tot een minimum herleid. Deze voorwaarden komen tegemoet aan de aangehaalde bezwaren/bezorgdheden.
- Mobiliteitsproblemen voortvloeiend uit de exploitatie
Het betreft de aanvraag tot hernieuwing die geen nieuwe mobiliteitseffecten genereert. De effecten werden door de exploitant in kaart gebracht (zie aspect mobiliteit onder de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten).
- Strijdigheid met bestemmingsvoorschriften en de stedenbouwkundige voorschriften
Het betreft de hernieuwing van een omgevingsvergunning met IIOA. Er worden geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd. De inrichting beschikt over een omgevingsvergunning voor SH.
- De milieu- en hindereffecten van een naburige exploitatie. Noodzaak om beide inrichtingen te behandelen als milieutechnische eenheid.
De beoordeling van deze omgevingsvergunningsaanvraag beperkt zich tot voorwerp van de aanvraag. De aanvraag betreft een op zichzelf bestaande milieutechnische eenheid. Het bezwaar betreft een naburige exploitatie die geen voorwerp is van onderhavige aanvraag.
- (Controle op) het naleven van de (sectorale) milieuvoorwaarden.
De exploitant is ertoe gehouden de algemene, sectorale en bijzondere milieuvoorwaarden die voortvloeien uit de omgevingsvergunning na te leven. Controle op het naleven van de voorwaarden gebeurt door de toezicht houdende overheid zoals bepaald in het Omgevingsvergunningsdecreet.
9. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
aspect afval
De voortgebrachte afvalstoffen (ledigen vuilnisbakken aan het tankstation) worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt opgenomen als opmerking.
De KWS-afscheider wordt volgens het aanvraagdossier op regelmatige basis gereinigd. Het slib wordt opgehaald door een erkende verwerker. Attesten hiervan worden ter beschikking gehouden van de toezichthouder.
De exploitant zorgt er voor dat de inrichting er netjes bijligt, dat de vuilnisbakken op geregelde tijdstippen gelegd worden. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarden.
aspect afvalwater
De inrichting ligt in centraal gebied volgens het zoneringsplan van Stad Gent.
Het bedrijsafvalwater (max. 1,33 m³/u) wordt geloosd in de openbare riolering.
De tankpiste wordt overdekt door afdoende gedimensioneerde luifel. Hierdoor wordt de hoeveelheid hemelwater dat mogelijk vervuild kan worden wanneer het op de vloeistofdichte piste valt maximaal beperkt. Het hemelwater dat alsnog op deze vloeistofdichte pist valt wordt afgevoerd via een koolwaterstofafscheider met coalescentiefilter. Voor het lozingspunt is er een controle/monsternameput voorzien teneinde geloosd water indien nodig te controleren.
Verder ontstaat er een beperkte hoeveelheid bedrijfsafvalwater door het handmatig reinigen van de installaties (emmer + spons).
De tankpiste/luifel is ca 135 m² groot, rekening houdend met de neerslaghoeveelheid van een composietbui met een terugkeerperiode van 2 jaar van 0,0159 m³/m² , en het in rekening brengen van de luifel voor 40%, kan het opgegeven maximale uurdebiet aanvaard worden.
M.b.t. het gebruik van de KWS-afscheider worden volgende bijzondere voorwaarden opgelegd:
- De KWS-afscheider dient regelmatig gereinigd te worden. De afvalstoffen die hierbij vrijkomen dienen opgehaald te worden door daartoe erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar en/of verwerkers.
- De KWS-afscheider dient voldoende gedimensioneerd en voorzien te zijn van een automatische afsluiter.
aspect hemelwater
Het hemelwater van de luifel en overige verhardingen wordt apart opgevangen in een hemelwaterput van 3000 liter met aansluiting op de openbare riolering. Dit hemelwater moet aangewend worden voor laagwaardige toepassingen (reiniging). Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
aspect bodem
Volgende brandstoffen zijn aanwezig op de site:
- de opslag van diesel in een compartiment van 30.000 liter van een ondergrondse dubbelwandige gecompartimenteerde houder van 80.000 liter;
- de opslag van benzine in 2 compartimenten van respectievelijk 20.000 liter en 30.000 liter van een ondergrondse dubbelwandige gecompartimenteerde houder van 80.000 liter.
Deze houders dienen cfr. Vlarem 2 onderworpen te worden aan een beperkt/algemeen onderzoek.
Ter controle van de naleving wordt als bijzondere voorwaarde opgelegd dat recente geldige attesten van onderzoek cfr. Vlarem 2 binnen een termijn van 3 maanden na dit besluit moeten bezorgd worden aan de dienst toezicht van de stad Gent, met vermelding van het dossiernummer.
Alle brandstofreservoirs zijn dubbelwandig en voorzien van permanente lekdetectie en kathodische bescherming.
Alle brandstofreservoirs zijn uitgerust met een elektronische en mechanische overvulbeveiliging type FAFNIR.
Er is een vloeistofdichte piste voorzien van opvanggoot met verbinding naar een KWS-afscheider.
De leverende vrachtwagens bevindt zich volledig op de vloeistofdichte piste.
Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 10 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Volgens het attest van BOFAS, toegevoegd aan het dossier, is er geen verbod tot aflevering van een milieuvergunning voor de uitbating van het tankstation. Er is geen aanvraag ingediend bij de vzw BOFAS voor tussenkomst in het kader van een sluiting van een tankstation.
aspect geluid
Rekening houdend met de bewoning in de onmiddellijke omgeving is het aangewezen de bevoorrading te beperken tussen 7u en 22u. De exploitant neemt de nodige maatregelen om geluidshinder door klanten te voorkomen (door te wijzen op het uitschakelen van de autoradio tijdens het tanken, vermijden van dichtslaande portieren, beperken van stemvolume).
Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, moeten de motoren van de tankwagens en andere bedrijfsvoertuigen tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen, e.d.
Deze voorwaarden worden opgenomen als bijzondere voorwaarden.
Te allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II. Dit wordt opgenomen als opmerking.
aspect lucht/geur
Om de kans op geurhinder en luchtverontreiniging te beperken is het station uitgerust met een damprecuperatiesysteem fase 1 en fase 2 bij de benzineopslag.
aspect mobiliteit
De inrichting betreft een onbemand self-service tankstation dat 24/7 geopend is. Het station wordt dagelijks bezocht door een watchman per auto. Personenverkeer beperkt zich tot 1 verkeersbeweging per dag.
Op basis van de brandstofdoorzetten kan het aantal verkeersbewegingen worden berekend van zowel de bezoekende klanten als van de leverende vrachtwagen. Deze berekeningsnota werd toegevoegd.
Het gemiddeld aantal bezoekende voertuigen bedraagt 8 per uur, 193 per dag en 1350 per week.
Het station wordt gemiddeld 2 à 3 maal per week bevoorraad met brandstoffen. De leverende vrachtwagen staat hierbij integraal op het eigen terrein.
Het betreft de hernieuwing van een tankstation. De aanvraag geeft geen aanleiding tot bijkomende mobiliteit.
aspect licht
De stationsverlichting wordt 's slechts avonds geactiveerd en betreft uitsluitend functionele verlichting. Deze energievriendelijke LED-armaturen bevinden zich aan de onderzijde van de luifel, zijn neerwaarts gericht en verlichten slechts de tankplaatsen. Bij vervanging van de bestaande armaturen wordt consequent gekozen voor een actieve verlichting. Deze dimmen gedeeltelijk 's nachts en worden door beweging geactiveerd.
aspect brandveiligheid
Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 025362-016/LA/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.1°a) | lozen (zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie) van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan de geldende indelingscriteria (tot en met 2 m³/u) | Waar de vergunde toestand nog in m³/jaar wordt uitgedrukt dient dit heden in m³/u te gebeuren. Om deze reden wordt er hier 1,33 m³/uur aangevraagd waardoor gevraagde en gecoördineerde toestand gelijk zijn. | Verandering | 1,33 m³/uur |
6.5.2° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen: overige inrichtingen | Hernieuwing | 12 verdeelslangen |
17.3.2.1.1.2° | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | Hernieuwing | 24,99 ton |
17.3.2.2.2°a) | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 90 ton voor de opslag in uitsluitend ondergrondse houders | Hernieuwing | 38,75 ton |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20250915-0029) is:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.1°a) | lozen (zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie) van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan de geldende indelingscriteria (tot en met 2 m³/u) | het lozen van maximaal 1,33 m³/uur bedrijfsafvalwater via een kws-afscheider met coalescentiefilter in de openbare riolering | klasse 3 | 1,33 m³/uur |
6.5.2° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen: overige inrichtingen | Brandstofverdeelinstallatie met 12 verdeelslangen | vlarebo : B | klasse 2 | 12 verdeelslangen |
17.3.2.1.1.2° | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | de opslag van maximaal 24.990 kg diesel in een compartiment van 30.000 liter van een ondergrondse dubbelwandige gecompartimenteerde houder van 80.000 liter | vlarebo : A* | klasse 2 | 24,99 ton |
17.3.2.2.2°a) | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 90 ton voor de opslag in uitsluitend ondergrondse houders | de opslag van maximaal 38.750 kg benzine in 2 compartimenten van respectievelijk 20.000 liter en 30.000 liter van een ondergrondse dubbelwandige gecompartimenteerde houder van 80.000 liter | vlarebo : A | klasse 2 | 38,75 ton |
De lopende vergunningen worden opgeheven.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het hernieuwen van de exploitatie van een tankstation aan KUWAIT PETROLEUM (Belgium) nv (O.N.:0404584525) gelegen te Adolphe della Faillelaan 53, 9052 Gent.
De rubrieken voor de inrichting/activiteit Q8 Zwijnaarde met inrichtingsnummer 20250915-0029 beslist het college als volgt:
Vergunde rubrieken:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.1°a) | lozen (zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie) van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan de geldende indelingscriteria (tot en met 2 m³/u) | Waar de vergunde toestand nog in m³/jaar wordt uitgedrukt dient dit heden in m³/u te gebeuren. Om deze reden wordt er hier 1,33 m³/uur aangevraagd waardoor gevraagde en gecoördineerde toestand gelijk zijn. | Verandering | 1,33 m³/uur |
6.5.2° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen: overige inrichtingen | Hernieuwing | 12 verdeelslangen |
17.3.2.1.1.2° | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | Hernieuwing | 24,99 ton |
17.3.2.2.2°a) | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 90 ton voor de opslag in uitsluitend ondergrondse houders | Hernieuwing | 38,75 ton |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20250915-0029) is:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.1°a) | lozen (zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie) van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan de geldende indelingscriteria (tot en met 2 m³/u) | het lozen van maximaal 1,33 m³/uur bedrijfsafvalwater via een kws-afscheider met coalescentiefilter in de openbare riolering | klasse 3 | 1,33 m³/uur |
6.5.2° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen: overige inrichtingen | Brandstofverdeelinstallatie met 12 verdeelslangen | vlarebo : B | klasse 2 | 12 verdeelslangen |
17.3.2.1.1.2° | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | de opslag van maximaal 24.990 kg diesel in een compartiment van 30.000 liter van een ondergrondse dubbelwandige gecompartimenteerde houder van 80.000 liter | vlarebo : A* | klasse 2 | 24,99 ton |
17.3.2.2.2°a) | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 90 ton voor de opslag in uitsluitend ondergrondse houders | de opslag van maximaal 38.750 kg benzine in 2 compartimenten van respectievelijk 20.000 liter en 30.000 liter van een ondergrondse dubbelwandige gecompartimenteerde houder van 80.000 liter | vlarebo : A | klasse 2 | 38,75 ton |
De lopende vergunningen worden opgeheven.
Verleent de vergunning voor onbepaalde duur.
Legt volgende voorwaarden op:
Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:
1. De exploitant zorgt er voor dat de inrichting er netjes bijligt en dat in het bijzonder de vuilnisbakken op geregelde tijdstippen gelegd worden.
2. M.b.t. het gebruik van de KWS-afscheider:
- De KWS-afscheider dient regelmatig gereinigd te worden. De afvalstoffen die hierbij vrijkomen dienen opgehaald te worden door daartoe erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar en/of verwerkers.
- De KWS-afscheider dient voldoende gedimensioneerd en voorzien te zijn van een automatische afsluiter.
3. Voor laagwaardige toepassingen (i.c. reiniging) moet hemelwater gebruikt worden.
4. Binnen een termijn van 3 maanden vanaf de datum van dit belsuit moeten recente attesten van (beperkt) onderzoek cfr. Vlarem 2 binnen een bezorgd worden aan de dienst toezicht van de stad Gent, met vermelding van het dossiernummer.
5. Geluid:
- Bevoorrading is enkel toegelaten tussen 7u en 22u.
- De exploitant neemt de nodige maatregelen om geluidshinder door klanten te voorkomen (door te wijzen op het uitschakelen van de autoradio tijdens het tanken, vermijden van dichtslaande portieren, beperken van stemvolume).
- Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, moeten de motoren van de tankwagens en andere bedrijfsvoertuigen tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen, e.d.
6. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 025362-016/LA/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Afval
De voortgebrachte afvalstoffen (ledigen vuilnisbakken aan het tankstation) worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden.
Bodem
Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 10 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement.