Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft gunstig advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
ROUSSELOT BV met als contactadres Meulestedekaai 81, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025119329) ingediend bij de deputatie op 16 december 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het verder exploiteren en veranderen van een productiebedrijf van gelatine, het bouwen van een nieuwe loods voor de voorbehandeling van proceswater, het heraanleggen van verhardingen en de inrichting tankenpark chemie en piping rack, de sloop van het oude osmosegebouw (IIOA + SH) + bijstelling milieuvoorwaarden
• Adres: Meulestedekaai 81, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 12 sectie N nrs. 1C2, 1Z, 1W en 1D2
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 11 februari 2026.
De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 11 februari 2026.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 26 maart 2026.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft een vernieuwingsproject op de industriële site van Rousselot in het havengebied van Gent, waar gelatine wordt geproduceerd in een omgeving met grote productiehallen, technische installaties en verhardingen langs het kanaal Gent–Terneuzen. De toegang verloopt momenteel via de Port Arthurlaan door de werken aan de Meulestedebrug.
Het project omvat vier zones waarin verschillende stedenbouwkundige handelingen plaatsvinden.
Zone 1 – Nieuwbouw UF‑RO‑gebouw
Hier wordt een nieuw industriegebouw opgericht waarin de nieuwe installatie voor ultrafiltratie en omgekeerde osmose wordt ondergebracht. Dit gebouw heeft een footprint van 646,24 m² en een hoogte van 6,95 m. Het terrein werd hiervoor eerder bouwrijp gemaakt na de sloop van vijf oude loodsen (OMV_2025087324). Het nieuwe gebouw vormt de kern van de vernieuwde waterbehandeling en vervangt de bestaande verouderde installaties. In deze zone wordt ook een bijgebouw voor een hoogspanningscabine opgetrokken. Dit gebouw heeft een footprint van 57,62 m² en een hoogte van 3,6 m. In deze zone worden verder ook nog betonverhardingen aangebracht, een aantal bovengrondse tanks en een grindverharding.
Zone 2 – Heraanleg verhardingen en aanleg tankenpark + pipingrack
De zone omvat nieuwe bovengrondse opslagtanks voor proceswater en chemicaliën, samen met een nieuwe leidingbrug. Dit is voornamelijk vervangingsinfrastructuur om de verspreide tanks in de fabriek te centraliseren.
Zone 3 – Sloop oude osmosegebouwen
Twee oude osmosegebouwen worden afgebroken na de indienststelling van de nieuwe installatie.
Zone 4 – Verwijderen tijdelijke containers
Twee gehuurde containers met een tijdelijke RO‑installatie worden weggenomen.
Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten
Het betreft het verder exploiteren en veranderen van een productiebedrijf van gelatine, het bouwen van een nieuwe loods voor de voorbehandeling van proceswater, het heraanleggen van verhardingen en de inrichting tankenpark chemie en piping rack, de sloop van het oude osmosegebouw (IIOA + SH) + bijstelling milieuvoorwaarden.
Inleiding
Rousselot BV (verder Rousselot) te Gent is gespecialiseerd in de productie van gelatine bestemd voor menselijke en niet-menselijke consumptie. Voor de productie van gelatine is collageen nodig. Hiervoor wordt vertrokken vanuit varkenshuiden (zwoerden). De inrichting is gelegen te Meulestedekaai 81 in Gent. De locatie van de ingedeelde inrichting of activiteit is gekend onder het inrichtingsnummer 20171025-0035 en heeft betrekking op een terrein kadastraal gekend als: GENT 12 AFD, sectie N, nrs. 1/C/2 en 1/W.
De lopende basismilieuvergunning dateert van 12 juni 2008 en werd verleend voor een termijn van 20 jaar.
Omschrijving van het voorwerp van de aanvraag
Proceswaterinstallatie
Met deze uitbreiding wordt een nieuwe proceswaterinstallatie geplaatst om enerzijds het gebruik van kanaal- en leidingwater te minimaliseren, en anderzijds het hergebruik van het effluent van de waterzuivering te maximaliseren.
De uitbestede proceswaterinstallatie voor de productie van gelatine/Peptan bevindt zich aan het einde van haar levensduur en heeft onvoldoende capaciteit om aan de benodigde vraag naar proceswater te voldoen.
Momenteel worden tijdelijke maatregelen genomen om de installatie nog enkele jaren operationeel te houden (tot juni 2027), en is er extra huurmateriaal geïnstalleerd om voldoende proceswater te kunnen produceren (wat leidt tot extra kosten). Doordat het zoutgehalte in het kanaalwater in de komende jaren zal toenemen (door een hogere zeespiegel), zal de capaciteit van de huidige installatie in de toekomst verder afnemen.
Om deze problemen op lange termijn op te lossen, is een project voorbereid om een nieuwe
proceswaterinstallatie op de site te voorzien, waarmee de huidige en toekomstige capaciteit verzekerd wordt.
De waterbron voor de nieuwe installatie zal een combinatie zijn van het eindeffluent van de
afvalwaterzuiveringsinstallatie (WZI), aangezien dit minder zouten bevat, en kanaalwater. Op deze manier draagt het project ook bij aan de EGS-doelstellingen van Gent en Rousselot wereldwijd.
Voor dit project wordt het bestaande proceswatergebouw afgebroken, en maakt het huidige oude magazijn plaats voor een nieuw gebouw voor deze nieuwe proceswaterinstallatie.
Nieuwe tankparken
Met deze aanvraag wordt de aanleg van twee nieuwe tankparken aangevraagd.
Tankpark 1 zal bestaan uit louter procestanks en heeft concreet als doel om de spoel- en waswaters afkomstig van de afdeling traitement tijdelijk op te slaan. Dit ter vervanging van bestaande procestanks. Dit tankpark zal geen gevaarlijke producten opslaan en niet leiden tot wijzigingen in het productieproces.
Tankpark 2 heeft als doel om verschillende tanks verspreid over het terrein te centraliseren. Dit enerzijds om enkele tanks te vervangen die hun end-of-life datum naderen, en anderzijds om de laad- en losactiviteiten efficiënter te laten verlopen door eenzelfde losplaats te gebruiken voor de opgeslagen producten.
Toevoeging perceel Bostik
Met deze aanvraag wenst Rousselot ook het perceel waarop het vroegere bedrijf Bostik gevestigd was, en intussen aangekocht werd door Rousselot, onder te brengen in de omgevingsvergunning van Rousselot. Dit perceel is kadastraal gekend als: GENT 12 AFD, sectie N, nr. 0001/Z/0.
Vervroegde hernieuwing omgevingsvergunning
Gezien de grootteorde van de investering en de impact op de globale afvalwaterhuishouding van Rousselot, wenst het bedrijf met deze aanvraag ook de lopende omgevingsvergunning, met einddatum 11 juni 2028, vervroegd te hernieuwen voor onbepaalde duur (zie ook bijlage C3).
Concrete wijzigingen
Het voorwerp van de aanvraag leidt concreet tot de volgende wijzigingen:
• De lozingsituatie voor zowel huishoudelijk afvalwater, koelwater als bedrijfsafvalwater wordt volledig herzien. (rubrieken 3.5.3, 3.6.1 en 3.6.3.3°)
• De opslag van producten van gevaarlijke eigenschappen en brandbare vloeistoffen wordt doorheen de volledige vestiging geactualiseerd. Daarnaast worden er vaste tanks geregulariseerd (Kochkleen,
Sopuroxid, Purexol & diatomeeënaarde), vervangen (H2O2, FeCl3, NaOCl, H2SO4, H3PO4), verwijderd (HNO3) en bijgeplaatst (Sodiumbisulfiet & Biodispersant) (rubrieken 6.4, 17.3 & 17.4).
• Het project BioMed uit 2022 werd uiteindelijk niet gerealiseerd. Bijgevolg is de productie van gelatine voor medische toepassingen, de opslag van o.a. perazijnzuur en tritonhoudend afvalwater, de opslagtank voor stikstof en het gebruik van diverse toestellen niet langer van toepassing (rubrieken 44.2.2°, 16.3.2°, 17.1.2.2.3°, 17.3 en 39.1).
• Door het in voege gaan van de Vlarem-trein 2019 zijn rubrieken 12.2.1, 12.3.1. en 12.3.2 niet langer van toepassing.
• De stoomturbine voor de productie van elektriciteit, gelinkt aan de stoomketel Denayer, is niet langer in gebruik (rubrieken 12.1.1.2° en 39.5.1°)
• Er wordt een transformator van 2.500 kVA bijgeplaatst in functie van de nieuwe UFRO-installatie. De overige aanwezige transformatoren worden geactualiseerd (rubriek 12.2.2°).
• De lijst aan aanwezige koelinstallaties, autoclaven en productie gerelateerde toestellen werd
geactualiseerd. Daarnaast wordt een nieuwe ammoniak gebaseerde warmtepomp geplaatst bij de
nieuwe UFRO-installatie (rubrieken 16.3.2° en 45.3.3°).
• Het thermisch ingangsvermogen van de WKK werd aangepast van het theoretisch ingeschatte vermogen naar het werkelijk gerealiseerde vermogen (rubrieken 31.1.2°, 43.3.2° en 43.4).
• De opslaghoeveelheden aan hout, kunststoffen, papier en karton werd geactualiseerd (rubrieken
19.6.1°, 23.3.1° en 33.4.1°).
• De rubriek 45.16 voor de bewerking en verwerking van uitsluitend dierlijke grondstoffen met een
productiecapaciteit van meer dan 75 ton per dag eindproducten wordt toegevoegd aan de vergunning.
Voor alle overige rubrieken wordt de hernieuwing aangevraagd.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
3.5.3° |
lozen van koelwater (meer dan 100 m³/u) | Lozingspunt 1 werd uit dienst gesteld en actualisatie van het dagdebiet van lozingspunt 2. Afname van het maximale lozingsdebiet met 100 m³/uur en 3000 m³/dag. | klasse 1 | Verandering |
-100 m³/uur |
|
3.6.3.3° |
afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat - andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 50 m³/u) | Afname van het lozingsdebiet met 122 m³/uur en 2.941 m³/dag naar aanleiding van het nieuw project. | klasse 1 | Verandering |
-122 m³/uur |
|
6.4.1° |
opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | Afname van 8.000 liter aan brandbare vloeistoffen. In verplaatsbare recipiënten | klasse 3 | Verandering |
-8000 liter |
|
6.5.1° |
brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | klasse 3 | Hernieuwing |
1 verdeelslang |
|
7.1.2° |
productie of behandeling van organische of anorganische chemicaliën (menging met een jaarcapaciteit van meer dan 1 000 ton tot en met 10 000 ton) | klasse 2 | Hernieuwing |
8000 ton/jaar |
|
12.1.1.2°a) |
wisselspanning opwekken met een geïnstalleerd totaal elektrisch vermogen van meer dan 800 kVA tot en met 10.000 kVA als de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied | Stoomturbine, met bijhorende alternator, in stokerij werd uit dienst gesteld. | klasse 2 | Verandering |
-3125 kVA |
|
12.2.2° |
transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | Actualisatie van de lijst met aanwezige transformatoren & plaatsing nieuwe transformator van 2.500 kVA in functie van de nieuwe proceswaterinstallatie. | klasse 2 | Verandering |
6050 kVA |
|
15.1.1° |
stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | klasse 3 | Hernieuwing |
8 voertuigen |
|
15.2. |
herstellen van motorvoertuigen (+ carrosseriewerkzaamheden) anders dan vermeld in rubriek 15.3 | klasse 3 | Hernieuwing |
1 werkplaats |
|
15.4.1° |
niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | klasse 3 | Hernieuwing |
1 wasplaats |
|
16.3.2°b) |
koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | Actualisatie van het aanwezige aantal koelinstallaties en compressoren. | klasse 2 | Verandering |
201,87 kW |
|
17.1.2.1.2° |
opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 1000 liter tot en met 10.000 liter | klasse 2 | Hernieuwing |
3940 liter |
|
17.3.2.1.1.1°b) |
ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | De opslag van 670 kg petroleum in een IBC is niet langer van toepassing. | klasse 3 | Verandering |
-670 ton |
|
17.3.2.1.2.1° |
overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 10 ton | de maximale opslag van 1.573 kg aan overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 (GH02), waarvan: - 1.573 ton Sopuroxid 15% in een vaste houder van 1.430 liter. | klasse 3 | Nieuw |
1,573 ton |
|
17.3.2.3.2°a) |
overige brandgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen niet vermeld in rubriek 17.3.2.1 en 17.3.2.2 met een gezamelijke opslagcapaciteit van meer dan 1 ton tot en met 50 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | klasse 2 | Hernieuwing |
5,6 ton |
|
17.3.3.1°a) |
oxiderende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS03 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Actualisatie van de opslaghoeveelheden in verplaatsbare recipiënten. De vaste houder voor perazijnzuur is niet langer van toepassing. | klasse 3 | Verandering |
5,455 ton |
|
17.3.4.3° |
bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton | Actualisatie van de opslaghoeveelheid in verplaatsbare recipiënten en enkele houders. Het vervangen van enkele vaste houders door deze op het nieuwe tankpark. De opslag van perazijnzuur en NaOH 50% in houders van 1.500 liter, de vaste houders voor ammoniak en HNO3, alsook de opslag van triton houdend afvalwater (40m³) zijn niet langer van toepassing. | klasse 1 | Verandering |
21,856 ton |
|
17.3.5.2°a) |
giftige vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 5 ton als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | De maximale opslag van 2,94 ton giftige stoffen (GHS06) in verplaatsbare recipiënten. | klasse 2 | Nieuw |
2,94 ton |
|
17.3.6.3° |
schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering met gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton | Actualisatie van de opslaghoeveelheden in verplaatsbare recipiënten. Het verplaatsen en vervangen van enkele vaste houderds. De opslag van perazijnzuur, tritonhoudend afvalwater en ionenuitwisselingshars is niet langer van toepassing. Administratieve rechtzetting m.b.t. indeling FeCl3. | klasse 1 | Verandering |
22,675 ton |
|
17.3.7.3° |
op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton | De opslag van diatomeeënaarde in zakken is vervangen door 3 silo's met een volume van respectievelijk 120m³ en 2x 95m³ Actualisatie van de overige opslaghoeveelheden in verplaatsbare recipiënten. | klasse 1 | Verandering |
49,503 ton |
|
17.3.8.2° |
voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS09 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton | Actualisatie opslaghoeveelheden in verplaatsbare recipiënten. Opslag van perazijnzuur en tritonhoudend afvalwater is niet langer van toepassing. Opslag van NaOCl wordt gecentraliseerd in het nieuwe tankpark. Administratieve rechtzetting m.b.t. indeling FeCl3. | klasse 2 | Verandering |
-45,714 ton |
|
17.4. |
opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Actualisatie van de opslaghoeveelheid aan gevaarlijke producten in kleine recipiënten. | klasse 3 | Verandering |
1778 kg |
|
19.6.1°c) |
opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 400 m3 in een lokaal) | Uitbreiding met 231 m³ aan opgeslagen houten paletten. | klasse 2 | Verandering |
231 m³ |
|
23.3.1°a) |
opslag van kunststoffen en van voorwerpen uit kunststoffen, volledig gelegen in een industriegebied (meer dan 10 ton tot en met 200 ton in een lokaal) | Uitbreiding met 36,282 ton aan opgeslagen kunststoffen | klasse 3 | Verandering |
36,282 ton |
|
24.2. |
geïntegreerde, kleine laboratoria gericht op de interne controle van de eigen productieprocessen of de eigen waterzuiveringsinstallatie, waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | klasse 3 | Hernieuwing |
2 labo's |
|
24.4. |
laboratoria waar geen afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | klasse 3 | Hernieuwing |
1 labo |
|
25.3. |
opslagplaatsen voor niet-gelooide huiden, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een capaciteit van meer dan 10 ton | klasse 2 | Hernieuwing |
250 ton |
|
29.5.2.1°a) |
smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | klasse 3 | Hernieuwing |
24,5 kW |
|
31.1.2°a) |
vast opgestelde motoren - andere dan rubriek 15.5 en rubriek 19.8 (van meer dan 2 000 kW tot en met 5 000 kW) indien volledig gelegen in een industriegebied | Actualisatie van het werkelijke vermogen van de WKK gasmotor na realisatie. | klasse 2 | Verandering |
-347 kW |
|
33.4.1°a) |
opslag voor papierdeeg, papier, karton en voor waren uit papier en karton - andere dan rubriek 48 (meer dan 20 ton tot en met 200 ton in een lokaal, volledig gelegen in industriegebied) | Maximale opslag van 129,65 ton aan papier en karton. | klasse 3 | Nieuw |
129,65 ton |
|
39.1.2° |
stoomgeneratoren, andere dan lagedruk stoomgeneratoren (waterinhoud van meer dan 500 l tot en met 5000 l) | De autoclaaf van 607 liter is niet langer van toepassing. | klasse 2 | Verandering |
-607 liter |
|
39.1.3° |
stoomgeneratoren, andere dan lagedruk stoomgeneratoren (waterinhoud van meer dan 5000 l) | klasse 2 | Hernieuwing |
67026 liter |
|
39.2.1° |
stoomvaten, met inbegrip van warmtewisselaars waarvan de primaire ruimte als stoomvat wordt beschouwd, met een individuele inhoud van 300 l tot en met 5000 l | Vier autoclaven met een waterinhoud van respectievelijk 150, 75, 45 en 65 liter. | klasse 3 | Nieuw |
335 liter |
|
39.4.1° |
andere warmtewisselaars dan de warmtewisselaars, vermeld in rubriek 39.2, en de warmtewisselaars voor op een stoomdistributienet aangesloten woningen, met een individuele inhoud van de secundaire ruimte van 25 l tot en met 5000 l | klasse 3 | Hernieuwing |
300 liter |
|
39.6.1° |
industriële installaties voor de productie van warm water met een totaal vermogen (het vermogen van de brander valt onder rubriek 43) van 1 tot en met 50 MW | klasse 2 | Hernieuwing |
3 MW |
|
43.1.3° |
stookinstallaties meer dan 5000 kW | klasse 1 | Hernieuwing |
45630 kW |
|
43.3.2° |
stoken in installaties, inclusief stationaire motoren en gasturbines 50 MW of meer | Actualisatie van het werkelijke vermogen van de WKK gasmotor na realisatie. | klasse 1 | Verandering |
-0,347 MW |
|
43.4. |
installaties voor het verbranden van brandstof met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW, met uitzondering van installaties voor het verbranden van gevaarlijke afvalstoffen of stedelijk afval
opmerking: Er kan overlapping zijn met rubriek 2.3.4, 31.1, 43.1, 43.2 en 43.3. | Actualisatie van het werkelijke vermogen van de WKK gasmotor na realisatie. | klasse 1 | Verandering |
-0,347 MW |
|
45.3.3°a) |
bereiden van voedingsvetten van plantaardige of dierlijke oorsprong: oliën, vetten, margarines, gelatine enzovoort, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 1000 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Actualisatie van de aanwezige toestellen en vermogens. | klasse 1 | Verandering |
-127,02 kW |
|
45.4.e)2° |
opslagplaatsen voor producten van dierlijke oorsprong, met uitzondering van de producten, vermeld in rubriek 48, van meer dan 50 ton | klasse 2 | Hernieuwing |
4632,4 ton |
|
45.16.1° |
bewerking en verwerking, behalve het uitsluitend verpakken, van de volgende grondstoffen, al dan niet eerder bewerkt of onbewerkt, voor de fabricage van levensmiddelen of voeder van uitsluitend dierlijke grondstoffen (andere dan uitsluitend melk) met een productiecapaciteit van meer dan 75 ton per dag eindproducten | De bewerking en verwerking van uitsluitend dierlijke grondstoffen voor de fabricage van levensmiddelen of voeder, met een maximale productiecapaciteit van 156 ton per dag, 57.000 ton per jaar. | klasse 1 | Nieuw |
156 ton/dag eindproducten |
|
51.2.1° |
activiteiten waarbij doelbewust pathogene organismen worden gekweekt, opgeslagen, getransporteerd, vernietigd, verwijderd of anderszins gebruikt (maximaal risiconiveau 2) - andere dan rubriek 51.1 | klasse 1 | Hernieuwing |
1 inrichting |
Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:
3.6.1. | de lozing van maximaal 750 m³/jaar huishoudelijk afvalwater via een IBA in een oppervlaktewater. | 750 m³/jaar
12.2.1. | negen transformatoren met een individueel nominaal vermogen van respectievelijk 400 kVA, 500 kVA, 5 x 630 kVA en 2 x 1.000 kVA. (6050 kVA). | 6050 kVA
12.3.1. | een vast opgestelde batterij met een capaciteit van 10 000 VAh. | 10000 Vah
12.3.2° | 7 batterijladers met een geïnstalleerd totaal vermogen van 29,88 kW. | 29,88 kW
17.1.2.2.3° | de maximale opslag van 50 m³ vloeibaar stikstof in een bovengrondse vaste houder. | 50000 liter
39.1.1° | twee autoclaven met een waterinhoud van respectievelijk 80 liter en 159 liter en een stoomgenerator met een waterinhoud van 38 liter. | 277 liter
39.5.1° | een stoomturbine met een totaal vermogen van 31 MW. | 31 MW
44.2.2°a) | diverse toestellen voor de productie van gelatine bestemd voor medische toepassingen met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 920 kW. | 920 kW
Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:
Artikel: 5.15.0.6. §1
Omschrijving: Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk 4.5. zijn rustverstorende werkzaamheden verboden op werkdagen tussen 19 uur en 7 uur alsmede op zon- en feestdagen, tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit.
Motivatie: Het bedrijf werkt volcontinu in een shiftregime om de continuïteit van de productie te garanderen. Deze continuïteit is vereist gezien het starten en stoppen van alle productieactiviteiten zou leiden tot een significant efficiëntieverlies gezien de specifieke procescondities (temperatuur, druk, pH,..) die vereist zijn voor de productie van gelatine, peptan en progel. Momenteel heeft Rousselot een afwijking in haar lopende vergunning om volcontinu te mogen exploiteren. Met deze aanvraag tot hernieuwing van de vergunning wenst Rousselot deze bijstelling opnieuw te verkrijgen.
De productie gebeurt binnen in gebouwen. De geluidstudie, bijgevoegd als bijlage Ebis bij deze aanvraag, toont aan dat de productieactiviteiten geen .
Er vinden doorheen de nacht ook vrachttransporten plaats. De directe routes van Rousselot tot aan zowel R4-oost als de R4-west begeven zich echter enkel doorheen industriegebied.
Er zijn ook nog geen klachten ontvangen n.a.v. de nachtelijke activiteiten van Rousselot of deze op zon- en feestdagen.
Voorstel: Rousselot wenst de bijstelling in de huidige vergunning om de inrichting volcontinu te mogen exploiteren te behouden:
In tegenstelling tot de beperking van de exploitatie-uren zoals bepaald in artikel 5.15.0.6. §1 van Vlarem II, mag de inrichting volcontinu worden geëxploiteerd
Artikel: 4.2.3.1
Omschrijving: Bijkomende lozingsnormen
3° Van de gevaarlijke stoffen als bedoeld in bijlage 2C, mogen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 [...], enkel die stoffen worden geloosd waarvoor in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit emissiegrenswaarden zijn vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in art. 2.3.6.1.
Motivatie: Er worden bijkomende lozingsnormen gevraagd voor het effluent dat na de realisatie van dit project een verschillend debiet en samenstelling zal hebben t.o.v. de actuele situatie.
Een uitgebreide impactbeoordeling van het gewenste normenkader werd uitgevoerd en is te vinden in bijlage R3B, en bijhorende subbijlages. Na de beoordeling kan gesteld worden dat de worst-case evaluatie van de uitgangsconcentraties van de waterzuivering, na realisatie van dit project, geen aanleiding zullen geven tot een onaanvaardbare impact op het watersysteem. Tot slot werden voor een aantal parameters de gewenste normen nog wat verlaagd, ook rekening houdende met de van toepassing zijnde Vlarem III normen.
Voorstel: In afwijking en/of ter aanvulling van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden mogen de volgende emissiegrenswaarden niet worden overschreden:
Gebruik makende van de volgende formule:
𝑌 = (𝑋 × (𝑄𝑙𝑜𝑧𝑖𝑛𝑔+𝑄𝑅𝑂− 𝑄𝑜𝑤) + 𝑄𝑜𝑤× 𝐴)/ 𝑄𝑙𝑜𝑧𝑖𝑛𝑔
Met:
Concentratie Y: Geldende norm rekening houdende met hergebruik en gebruik OW
Concentratie X: Geldende norm zonder hergebruik en gebruik OW
Concentratie A: Concentratie opgepompt kanaalwater
QRO: Debiet hergebruik, debiet permeaat RO
Qlozing: Lozingsdebiet
QOW: Debiet opgepompt kanaalwater, behandeld via eigen RO-installatie
2. HISTORIEK
De vergunningverlenende overheid staat in voor de historiek van de inrichting.
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Milieuvergunningen
* Op 10/04/2009 werd door het vlaamse regering de vergunning gedeeltelijk afgeleverd voor het verder exploiteren en het veranderen (door wijziging en uitbreiding) van een bedrijf voor de productie en verwerking van beenderen en varkenszwoerden en de bereiding van gelatine, osseine, dicalciumfosfaat, vet, vleesmeel en beendermeel. (756/E/7)
* Op 30/07/2009 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen door wijzing en uitbreiding van een bedrijf voor productie en verwerking van beenderen en varkenszwoerden en de bereiding van gelatine, osseine, dicalciumfosfaat, vet, vleesmeel en beendermeel. (756/E/10)
* Op 14/04/2011 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor een mededeling van een kleine verandering (door wijziging) van een bedrijf voor de productie van gelatine. (756/E/12)
* Op 08/11/2012 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor een mededeling van een kleine verandering van een bedrijf voor de productie van gelatine. (756/E/14)
* Op 13/12/2012 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door uitbreiding) van een inrichting voor de productie van gelatine. (756/E/13)
* Op 24/10/2013 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door uitbreiding) van een gelatineproductiebedrijf. (756/E/15)
* Op 04/02/2016 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door wijziging/uitbreiding) van een gelatineproductiebedrijf. (756/E/16)
Afwijkingen
* Op 20/11/2008 werd door de deputatie een goedkeuring verleend voor het wijzigen van een milieuvergunningsvoorwaarde met betrekking tot de maximum temperatuur van het geloosde afvalwater. (756/E/8)
* Op 09/02/2009 werd door het vlaams minister van leefmilieu de afwijking geweigerd voor afwijking van de artikelen 5.2.3bis.1.11, §5, 5.2.3bis.1.16, §3 en 5.2.3.bis.1.26, § 1, 2° van titel ii van het vlarem. (756/E/9)
* Op 14/01/2010 werd door de deputatie een goedkeuring verleend voor het verzoek tot wijzigen van de milieuvergunningsvoorwaarden voor wat betreft het "geuronderzoek"
(één jaar uitstel voor de opgelegde bijzondere milieuvoorwaarde). (756/E/11)
Omgevingsvergunningen
* Op 10/06/2021 werd door de deputatie een vergunning voorwaardelijk afgeleverd voor het veranderen van een bedrijf voor de productie van gelatine. (OMV_2020166315)
* Op 16/12/2021 werd door de deputatie een vergunning voorwaardelijk afgeleverd voor het veranderen van inrichting voor de productie van gelatine (iioa en sh). (OMV_2021121841)
* Op 22/12/2022 werd door de deputatie een vergunning voorwaardelijk afgeleverd voor het veranderen van een productiebedrijf van gelatine (iioa + sh). (OMV_2022106965)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 1: Afbakeningslijn zeehavengebied Gent.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening zeehavengebied Gent - fase 2' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op ). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
De aanvraag omvat een aangepast waterbeleid voor de aanmaak van proceswater. De aanmaak van proceswater zal gebeuren dmv Ultra Filtratie en omgekeerde Osmose (UF-RO). Het betreft een nieuwe installatie voor waterbehandeling.
Hiervoor wordt maximaal hemelwater hergebruikt:
- Alle hemelwater afkomstig van daken van zowel nieuwe als te verbouwen gebouwen zal worden gebufferd en voor 100% worden hergebruikt voor de aanmaak van proceswater.
- Alle verhardingen van chemie-tankenparken worden gebufferd, gecontroleerd en daarna voor 100% hergebruikt voor de aanmaak van proceswater – bij calamiteiten gaat dit naar het zuiveringsstation.
- Alle verhardingen van proces-tankenparken worden gebufferd en voor 100% hergebruikt voor de aanmaak van proceswater- bij calamiteiten gaat dit naar het zuiveringsstation.
Door de grote behoefte aan proceswater en maximaal hergebruik van hemelwater zal hier afgeweken worden op de bepalingen van de GSV. De aanmaak van proceswater heeft een debiet van 200 m³/u en kan minstens 10m³/u regenwater toevoegen aan de productie van proceswater.
Het regenwater wordt eerst gebufferd per deelgebied (vb gebouw tankenpark, verharding); ieder deelgebied heeft een buffertank van 50l/m².
Het water van deze deelgebieden wordt dan onmiddellijk overgepompt naar een bovengrondse tank van 300.000 liter. Vandaar wordt het regenwater overgepompt naar de RO-feedtank.
Volgende zones zijn niet geschikt voor hergebruik van regenwater:
- Loszones chemicaliën: afloop via afvalwater
- Bestaande wegverhardingen op de site wateren nu nog af naar het kanaal, bij vernieuwing later zullen deze geïnfiltreerd worden
- Nieuwe en/of vernieuwde wegverhardingen worden steeds geïnfiltreerd
- Nieuwe en of/vernieuwde parkings worden steeds geïnfiltreerd
- Sommige kleine verhardingen (sokkels) op de site zullen afwateren in zone grindzones
Voor deze zones zal de GSV gevolgd worden m.b.t. infiltratie en buffering.
Huidig project zone 1 en 2:
- Dak UF-RO: RW wordt gebufferd in 2 regenwaterputten van 20.000 liter en zal voor 100% hergebruikt worden. De putten worden binnen de 24u leeggepompt naar de RO-feedbuffertank.
- Directe omgeving UF-RO-Gebouw: de verhardingen onder de tanks wateren af in de grindzones.
- Zijweg langs het chemie-tankenpark: RW watert af in de grindbufferzones links en rechts van de weg.
- De verharding chemie-tankenpark 2: RW wordt gebufferd in 2 regenwaterputten van 7.500 liter. Het water wordt gecontroleerd en hergebruikt. Het regenwater wordt overgepompt naar de buffer van 300.000 liter.
- De 2 loszones voor tankenpark 2 sluiten aan op het afvalwater waarna deze gezuiverd worden. Het gezuiverd afvalwater wordt gepompt naar de feed-buffertank voor hergebruik.
- De aansluiting van de verharding rondom de 2 loszones van tankenpark 2 loopt af deels op de bestaande weg en dus nu samen met de spui naar het kanaal loopt en deels in het groen.
- De verharding van proces-tankenpark 1: RW wordt gebufferd in 1 regenwaterput van 10.000 liter. Na controle wordt het regenwatger opgepompt naar de buffer van 300.000 liter.
Er wordt aangetoond dat alle regenwater voor huidig project ofwel zijdelinks geïnfiltreerd wordt op het terrein ofwel hergebruikt voor de aanmaak voor proceswater. Er wordt een afwijking gevraagd op de algemene buffering- en infiltratieberekening van de GSV.
Bij een structureel en jaarrond volledig hergebruik van het hemelwater moet geen infiltratievoorziening meer voorzien worden.
Huidig project: zone 3
Water infiltreert in de grond na afbraak van de gebouwen.
Huidig project: zone 4
Verharding blijft behouden, geen wijzigingen.
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf.
6. NATUURTOETS
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.
Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:
Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd. In de zone 2 wordt verharding heraangelegd, waarbij een deel van het minder waardevol gazonzone wordt ingenomen. Gezien gelegen intern het bedrijventerrein is hiertegen geen bezwaar.
7. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 20 februari 2026 tot en met 21 maart 2026.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
8. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Door de ligging midden in een volledig uitgebouwde industriële context blijven de ruimtelijke effecten beperkt. Het bodemreliëf wijzigt niet, er verdwijnen geen waardevolle bomen en de ingrepen hebben geen impact op de omgeving. De nieuwe constructies zijn eigen aan de functies op het terrein en zijn inpasbaar in deze industriële omgeving.
Mobiliteit
Er wordt geen toename van het aantal personeelsleden of het aantal goederenverkeer verwacht i.k.v. de voorliggende aanvraag. Aangezien er door deze aanvraag geen toename aan goederen-of personenverkeer tijdens de exploitatie wordt verwacht en het project goed ontsloten is voor het gemotoriseerd verkeer (zeker na de realisatie van de nieuwe Meulestedebrug), verwachten we geen problemen qua verkeersgeneratie.
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag gunstig.
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.
De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen brengt gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het verder exploiteren en veranderen van een productiebedrijf van gelatine, het bouwen van een nieuwe loods voor de voorbehandeling van proceswater, het heraanleggen van verhardingen en de inrichting tankenpark chemie en piping rack, de sloop van het oude osmosegebouw (IIOA + SH) + bijstelling milieuvoorwaarden van ROUSSELOT bv, gelegen te Meulestedekaai 81, 9000 Gent.
Verzoekt de deputatie om volgende aandachtspunten op te leggen aan de aanvrager:
Mobiliteit
- Als we de modal split vergelijken met het gemiddelde voor de havenbedrijven van 29% (elektrische) fiets en speed pedelec en 66% wagen (meest recente Voka/Vegho bevraging uit 2024), dan stellen we vast dat er wellicht nog potentieel is voor meer duurzame verplaatsingen richting de site. In het kader van deze vergunningsaanvraag wordt daarom gewezen op het belang van een doordachte en duurzame mobiliteitsaanpak op maat dat het gebruik van duurzame vervoersmiddelen door de werknemers stimuleert. We adviseren de aanvrager daarom om – net zoals in ons advies op OMV 2022106965 - werk te maken van een bedrijfsvervoerplan. Het stappenplan is beschikbaar op de website van stad Gent, zie zie https://stad.gent/nl/mobiliteit-openbare-werken/mobiliteit/mobiliteit-voor-bedrijven/woon-werkverkeer-op-maat-van-je-bedrijf
- Aangezien de ruimte voor vrachtverkeer (parkeren, wachten, manoeuvreren) zich na de toegangspoort bevindt) vragen we dat de aanvragers ofwel de vrachtbewegingen (in eigen vloot of van externen in opdracht) zo organiseren dat deze tijdens de reguliere openingsuren dienen aan te melden, ofwel dat de ruimte voor vrachtverkeer achter de toegangspoort (inclusief sanitair) ook na de reguliere openingsuren bereikbaar blijft. Op die manier kan dit op eigen terrein gebeuren en wordt het openbaar domein hierdoor niet gehinderd (gelet op de minimale verplichtingen van o.a. rij-en rusttijden die vastgelegd zijn in de Europese Wetgeving).