Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft geen advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Veolia Environmental Services BE NV met als contactadres Lilsedijk 53, 2340 Beerse heeft een aanvraag (OMV_2026008834) ingediend bij de deputatie op 22 januari 2026.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het verder exploiteren van een afvalverwerkend bedrijf (IIOA) + bijstelling
• Adres: Hulsdonk 1, 9042 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 13 sectie A nr. 245K
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 11 februari 2026.
De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 11 februari 2026.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 25 maart 2026.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het verder exploiteren van een afvalverwerkend bedrijf (IIOA) + bijstelling.
Veolia Environmental Services BE exploiteert een afvalverwerkend bedrijf gelegen aan Hulsdonk 1 te 9042 Gent. Het terrein heeft een oppervlakte van ongeveer 28.500 m² en omvat een loods met drie compartimenten evenals een buitenterrein. De inrichting betreft een GPBV-installatie.
De basismilieuvergunning werd op 25 januari 2007 verleend door de Deputatie van de Provincie Oost-Vlaanderen voor een termijn van twintig jaar en vervalt op 25 januari 2027.
Met voorliggend dossier vraagt de exploitant de hernieuwing van de bestaande vergunning aan. Er worden geen wijzigingen aangevraagd aan de reeds vergunde rubrieken. Wel wordt een actualisatie van de bijzondere voorwaarden aangevraagd, waarbij voornamelijk reeds uitgevoerde voorwaarden uit de vergunning worden geschrapt.
Het dossier heeft uitsluitend betrekking op de ingedeelde inrichting of activiteit en omvat geen stedenbouwkundige handelingen.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
2.1.2.d)2° |
opslag en overslag van afvalstoffen die niet aan verwerking verbonden zijn, met een opslagcapaciteit van (overslag van afvalstoffen is het bijeenvoegen van gelijksoortige afvalstoffen in grotere recipiënten of transportmiddelen met het oog op een rendabeler transport ervan): meer dan 1 ton andere afvalstoffen dan de afvalstoffen, vermeld in e) en f) meer dan 100 ton | klasse 1 | Hernieuwing |
21820 ton |
|
2.1.2.f) |
opslag en overslag van afvalstoffen die niet aan verwerking verbonden zijn, met een opslagcapaciteit van (overslag van afvalstoffen is het bijeenvoegen van gelijksoortige afvalstoffen in grotere recipiënten of transportmiddelen met het oog op een rendabeler transport ervan): meer dan 1 ton afvalstoffen, bestaande uit al dan niet een combinatie van gemengde afvalstoffen, zoals bepaald in rubriek 2.1.1.b), mengsels van afvalstoffen, zoals bepaald in rubriek 2.1.1.b), en gevaarlijke afvalstoffen | klasse 1 | Hernieuwing |
550 ton |
|
2.2.1.a) |
opslag en sortering van inerte afvalstoffen | klasse 2 | Hernieuwing |
800 ton |
|
2.2.1.c)2° |
opslag en sortering van niet gevaarlijke afvalstoffen (meer dan 100 ton) | klasse 1 | Hernieuwing |
200 ton |
|
2.2.2.b)2° |
opslag en mechanische behandeling van niet gevaarlijke afvalstoffen (meer dan 100 ton) | klasse 1 | Hernieuwing |
200 ton |
|
2.2.2.f)2° |
opslag en mechanische behandeling van andere niet gevaarlijke afvalstoffen (meer dan 100 ton) | klasse 1 | Hernieuwing |
16435 ton |
|
2.4.3.b)2° |
nuttige toepassing van niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 75 ton per dag, d.m.v. voorbehandeling van afval voor verbranding of meeverbranding | klasse 1 | Hernieuwing |
1000 ton/dag |
|
2.4.3.b)3° |
nuttige toepassing van niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 75 ton per dag, d.m.v. behandeling van slakken en as | klasse 1 | Hernieuwing |
50 ton/dag |
|
2.4.5. |
tijdelijke opslag van gevaarlijke afvalstoffe, in afwachting van behandeling, met een totale capaciteit van meer dan 50 ton | klasse 1 | Hernieuwing |
500 ton |
|
3.4.3° |
lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 100 m³/u) | klasse 1 | Hernieuwing |
114,48 m³/uur |
|
6.4.1° |
opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | klasse 3 | Hernieuwing |
6745 liter |
|
6.5.1° |
brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | klasse 3 | Hernieuwing |
1 verdeelslang |
|
12.1.2.1°a) |
inrichtingen die wisselspanning opwekken, met een geïnstalleerd totaal elektrisch schijnbaar vermogen van 150 kW tot en met 800 kW als de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied | klasse 3 | Hernieuwing |
400 kW |
|
12.2.2° |
transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | klasse 2 | Hernieuwing |
2500 kVA |
|
15.1.1° |
stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | klasse 3 | Hernieuwing |
13 voertuigen |
|
16.3.2°a) |
koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | klasse 3 | Hernieuwing |
11,5 kW |
|
17.3.2.1.1.1°b) |
ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | klasse 3 | Hernieuwing |
4,1 ton |
|
17.3.2.1.2.1° |
overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 10 ton | klasse 3 | Hernieuwing |
0,32 ton |
|
17.3.6.1°a) |
schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | klasse 3 | Hernieuwing |
0,32 ton |
|
17.3.7.1°a) |
op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | klasse 3 | Hernieuwing |
0,32 ton |
|
17.3.8.1° |
voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS09 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 2 ton | klasse 3 | Hernieuwing |
0,32 ton |
|
17.4. |
opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | klasse 3 | Hernieuwing |
119 kg |
|
29.5.2.1°a) |
smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | klasse 3 | Hernieuwing |
30 kW |
|
31.1.1°a) |
stationaire motoren en gasturbines met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 300 kW tot en met 2.000 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | klasse 3 | Hernieuwing |
400 kW |
Er wordt een bijstelling gevraagd van de volgende bijzondere voorwaarden:
a) Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen gebeurt in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer.
Gewenste toestand: uitgevoerd – mag verwijderd worden
b) De exploitant dient de explosieveiligheidsdocumenten (conform Codex voor het welzijn op het werk) op te stellen en bij te houden, gekoppeld aan een risicobeoordeling. Wanneer wijzigingen, uitbreidingen of verbouwingen van arbeidsplaatsen, -middelen of processen plaatsvinden, dient het explosieveiligheidsdocument herzien te worden. Dit document dient steeds ter inzage gehouden te worden op de exploitatie.
Gewenste toestand: uitgevoerd – voor de exploitant niet noodzakelijk als bijzondere voorwaarde aangezien standaard van toepassing cfr. Codex Welzijn op het Werk.
a) De constructie van de ruimten waar afvalstoffen tijdelijk zijn opgestapeld is zodanig dat accidenteel uit bepaalde recipiënten ontsnappende vloeistoffen, morsvloeistoffen en uitlogingen op een bevloering terechtkomen, die voorzien is van opvanggoten en vervolgens naar één of meerdere opvangputten kunnen geleid worden.
Gewenste toestand: uitgevoerd – mag verwijderd worden
b) Het is verboden afvalstoffen in brand te steken of te verwijderen door lozing.
Gewenste toestand: mag verwijderd worden – afvalstoffen worden steeds vervoerd naar vergunde verwerkers.
c) Het is verboden zich van afvalstoffen te ontdoen anders dan door afvoer naar erkende resp. vergunde ophalers en verwerkers van afvalstoffen.
Gewenste toestand: mag verwijderd worden – afvalstoffen worden steeds vervoerd naar vergunde verwerkers.
d) Voor de rechtstreekse afvoer van de uitgesorteerde inerte afvalstoffen naar een breker moet de exploitant over een KBS conform het eenheidsreglement beschikken of de fractie puin moet naar een andere sorteerinrichting met KBS afgevoerd worden.
Gewenste toestand: mag verwijderd worden – dit gebeurt conform het VLAREMA
e) Een sorteerinrichting zonder kwaliteitsborgingssysteem voor puin, mag geen uitgesorteerd puin afvoeren naar een breekinstallatie. Ook niet in het geval van puin met een hoog milieurisicoprofiel (HMRP).
Gewenste toestand: mag verwijderd worden – dit gebeurt conform het VLAREMA
Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, moeten de motoren van de bedrijfsvoertuigen tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen, e.d.
Gewenste toestand: uitgevoerd – mag verwijderd worden
De opstelling van de breek – en zeefinstallaties voor hout gebeurt volgens de opgave in de geluidstudie Akoestisch Onderzoek D2S International 03 juni 2024 ref. 4841/R02C).
De westelijke poort van hal B blijft bij de breekactiviteiten gesloten. Van de voorbreker wordt enkel de vultrechter buiten opgesteld. De zeefactiviteiten vinden plaats met beide gesloten poorten.
De opstelling van de breek – en zeefinstallaties voor hout (en karton) gebeurt voor de back up opstelling volgens de opgave in de geluidstudie Akoestisch Onderzoek D2S International 8 september 2022 ref. 4841/R01B).
Gewenste toestand: uitgevoerd – mag verwijderd worden
Binnen een periode van 6 maanden na de milieuvergunning met referentie M03/44021/1102/11/A/1/PW/EM d.d. 30/03/2017, worden controlemetingen uitgevoerd op de emissies van de luchtbehandelingsinstallatie waarbij de relevante parameters gecontroleerd worden op hun efficiënte verwijdering in de installatie en op de naleving van de emissiegrenswaarden.
Dit verslag wordt overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij, het college van burgemeester en schepenen, afdeling GOP Milieu en afdeling Handhaving Milieuinspectie.
Gewenste toestand: uitgevoerd – mag verwijderd worden
a) Er wordt onderzocht hoe niet-verontreinigd hemelwater (of behandeld afvalwater) kan worden opgevangen en gebruikt bij de activiteiten, zoals bv. verneveling voor stofbestrijding, toiletspoeling,...
Gewenste toestand: uitgevoerd – mag verwijderd worden
b) De studie dient een voorstel te omvatten van de termijn waarbinnen dit kan gerealiseerd worden.
Gewenste toestand: uitgevoerd – mag verwijderd worden
c) Binnen een termijn van 12 maanden na de milieuvergunning met referentie M03/44021/1102/11/A/1/PW/EM d.d. 30/03/2017 wordt deze studie ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Milieumaatschappij. Na goedkeuring wordt deze ter kennisgeving aan het college van burgemeester en schepenen, de afdeling GOP Milieu en afdeling Handhaving Afdeling Handhaving van het departement Omgeving overgemaakt. In samenspraak met de VMM wordt het voorstel binnen de door de VMM gestelde termijn gerealiseerd.
Gewenste toestand: uitgevoerd – mag verwijderd worden
b) De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in bijlage 2C van VLAREM II, worden beperkt tot concentraties opgenomen in de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van VLAREM II.
Gewenste toestand: standaard van toepassing dus dient niet expliciet opgenomen te worden voor de exploitant.
c) Het bedrijfsafvalwater afkomstig van de buitenzones (resp. houtopslag en niet-gevaarlijke afvalstoffen) dient via een aparte controleput en voldoende ruim gedimensioneerde KWS-afscheider met coalescentiefilter en slibvang geloosd te worden alvorens samen met het overige afvalwater geloosd te worden op de Moervaart. Deze controleputten worden zodanig geplaatst dat hier enkel het behandeld afvalwater van de respectievelijke opslag-zones kan worden bemonsterd, voordat deze met andere (afval)water-stromen van het terrein samenkomt.
Gewenste toestand: uitgevoerd – mag verwijderd worden
a) De KWS-afscheider dient regelmatig gereinigd te worden.
Gewenste toestand: wordt uitgevoerd – mag verwijderd worden
b) De afvalstoffen die hierbij vrijkomen dienen opgehaald door een daartoe erkende ophaler en afgevoerd naar een vergunde verwerker (de overeenstemmende attesten worden bijgehouden en ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid).
Gewenste toestand: wordt uitgevoerd – mag verwijderd worden
c) De KWS-afscheider dient voldoende gedimensioneerd en voorzien van een automatische afsluiter en coalescentiefilter (lozing in oppervlaktewater).
Gewenste toestand: uitgevoerd – mag verwijderd worden
d) De exploitant inspecteert om de drie maanden de afscheider; van de inspecties wordt een logboek bijgehouden. Ofwel voorziet de exploitant een alarmsysteem teneinde de goede werking van de KWS-afscheider continu op te volgen.
Gewenste toestand: wordt uitgevoerd – mag verwijderd worden
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Milieuvergunningen
* Op 25/01/2007 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het verder exploiteren van een inrichting gespecialiseerd enerzijds in de op- en overslag en bewerking van houtafval en anderzijds een puinbreekactiviteit.
* Op 12/06/2008 werd door de deputatie akte genomen van de melding voor overname van Hans en Kris Corvers nv, vroeger vergund op naam van Sita Wood nv.
* Op 02/10/2014 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door uitbreiding) van een afvalstoffenverwerkend bedrijf (naamswijziging Suez R&R Be North nv).
* Op 04/02/2016 werd door de deputatie akte genomen van de melding voor overname van Sita Waste Services nv, vroeger vergund op naam van Sita Recywood nv.
* Op 30/03/2017 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen door wijziging, uitbreiding en toevoeging van een inrichting voor opslag, overslag en mechanisch behandelen van afvalstoffen en inerten. (11228/E/7)
Omgevingsvergunningen
* Op 08/03/2018 werd een vergunning afgeleverd voor het veranderen door wijziging van een afvalstoffenverwerkend bedrijf. (OMV_2017010763)
* Op 09/01/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen door wijziging en uitbreiding van een afvalstoffenverwerkend bedrijf. (OMV_2019115478)
* Op 25/06/2020 werd een gedeeltelijke voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een afvalverwerkend bedrijf (iioa) + bijstelling. (OMV_2019107514)
* Op 21/01/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen door wijziging en uitbreiding van een afvalverwerkend bedrijf. (OMV_2020100553)
* Op 12/05/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor verzoek van niet-exploitant voor het bijstellen van de milieuvoorwaarden opgelegd aan een opslagplaats voor gronden en gelijkaardige afvalstoffen (iioa). (OMV_2021195954)
* Op 08/12/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een afvalverwerkend bedrijf (iioa). (OMV_2022029244)
* Op 01/08/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een afvalverwerkend bedrijf (iioa). (OMV_2023084883)
* Op 31/07/2025 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het verzoek van de exploitant tot bijstelling van de milieuvoorwaarden opgelegd aan een afvalverwerkend bedrijf (iioa). (OMV_2025030191)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Een regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter is bestemd voor de vestiging van bedrijven zoals bedoeld in artikelen 7 en 8, lid 2.1.1. en lid 2.1.2. van het koninklijk besluit van 28 december 1972. Het kan evenwel alleen worden gerealiseerd door de overheid. Bij de inrichting van het gebied zal rekening gehouden worden met de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van het terrein en de onmiddellijke omgeving. Hierbij wordt aandacht besteed aan het karakter van het terrein, de aard van de aktiviteiten, de omvang van de bebouwing, het architecturaal karakter, de breedte en de wijze van aanleg van de omringende bufferzone.
De Vlaamse regering kan bepalen dat een bijzonder plan van aanleg voorafgaand aan de ontwikkeling van dat gebied dient goedgekeurd te worden.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5. WATERPARAGRAAF
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf.
6. NATUURTOETS
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.
Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:
Er worden geen wijziging aan bouwvolumes/constructies en/of verharding voorzien. Het project heeft geen negatieve effecten op (mogelijks) aanwezige waardevol groen.
7. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 19 februari 2026 tot en met 20 maart 2026.
Gedurende dit openbaar onderzoek werd 1 bezwaarschrift ingediend. Het betreft echter geen bezwaarschrift maar een positief advies van Elia.
8. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.
CONCLUSIE
Er wordt geen advies gegeven.
De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen geeft geen advies over de omgevingsaanvraag voor het verder exploiteren van een afvalverwerkend bedrijf (IIOA) + bijstelling van Veolia Environmental Services BE nv, gelegen te Hulsdonk 1, 9042 Gent.
Er worden geen aandachtspunten meegegeven.