Terug
Gepubliceerd op 03/04/2026

2026_CBS_02885 - OMV_2026000552 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het creëren van een hospitawoning - zonder openbaar onderzoek - Oude Gentweg, 9031 Gent - Weigering

college van burgemeester en schepenen
do 02/04/2026 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 02/04/2026 - 08:55
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Sofie Bracke, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Verontschuldigd

Astrid De Bruycker, schepen; Evita Willaert, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2026_CBS_02885 - OMV_2026000552 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het creëren van een hospitawoning - zonder openbaar onderzoek - Oude Gentweg, 9031 Gent - Weigering 2026_CBS_02885 - OMV_2026000552 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het creëren van een hospitawoning - zonder openbaar onderzoek - Oude Gentweg, 9031 Gent - Weigering

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Jannes De Wulf met als contactadres Oude Gentweg 12, 9031 Gent heeft een aanvraag (OMV_2026000552) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 11 januari 2026.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het creëren van een hospitawoning

• Adres: Oude Gentweg 12, 9031 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie B nr. 402Y

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 16 februari 2026.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 26 maart 2026.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag betreft een pand gelegen langs de Oude Gentweg in Drongen. De omgeving heeft een uitgesproken residentieel karakter en wordt voornamelijk gekenmerkt door rijwoningen van één tot twee bouwlagen met een hellend dak. Ook het betrokken pand sluit hierbij aan: het hoofdvolume telt twee bouwlagen onder een hellend dak, aangevuld met een aanbouwvolume langs de rechter perceelsgrens van twee bouwlagen onder een plat dak. Naast dit aanbouwvolume is er een verharde buitenruimte aanwezig met een oppervlakte van ca.30m2, waarvan zo’n 7,5m2 overdekt is.

 

In de voorgevel bevinden zich twee afzonderlijke toegangsdeuren: één aan de linkerzijde en één aan de rechterzijde.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag heeft tot doel een situatie van hospitawonen te regulariseren. De eigenaar verhuurt een kamer aan een student. Deze kamer bevindt zich op de tweede bouwlaag van het aanbouwvolume en bestaat uit een gecombineerde slaap- en leefruimte met een netto vloeroppervlakte van ongeveer 15m². Aansluitend bevindt zich een kleinere ruimte van circa 5m² die dienstdoet als berging en waar onder meer een koelkast, waterkoker en koffiemachine staan. Deze bergruimte ligt onder een hellend dak, waardoor de vrije hoogte varieert tussen 2,4m en 1,8m.

 

Op de gelijkvloerse verdieping van het aanbouwvolume beschikt de huurder over een private sanitaire cel, uitgerust met toilet en douche. Op dezelfde verdieping bevindt zich ook een keuken van ongeveer 16,2m², die gedeeld wordt tussen eigenaar en huurder. Alle overige woonruimtes van de eigenaar blijven volledig privé.

 

De student bereikt zijn kamer via de linker voordeur. Van daaruit leidt een gang naar het terras aan de achterzijde van de woning. Op dit terras bevindt zich een afzonderlijke trap die toegang geeft tot de kamer op de eerste verdieping van het aanbouwvolume.

2.       HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 06/03/1963 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een woning. (1963 DR 017)

 

Stedenbouwkundig misdrijf

Er werd op 4/11/2025 het volgende vastgesteld:

- In de te beschermen eengezinswoning is het aantal woongelegenheden gewijzigd door inrichting en verhuur van een kamer aan een student op de verdieping van de achterliggende aanbouw.

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgend extern advies is gegeven:  

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 25 februari 2026 onder ref. 076997-001/PV/2026: Zie bijlage op het Omgevingsloket.
Besluit: GUNSTIG, mits navolging van opgenomen voorwaarden.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebieden met cultureel, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.

 

Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg GUIDO GEZELLESTRAAT, goedgekeurd op 19 februari 1990, en is bestemd als zone voor gesloten bebouwing en zone voor koeren en tuinen.


Het aangevraagde is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op volgende punten:

 

Artikel 4.1 Definities

Definitie hospitawoning: een zelfstandige woning waarbij de eigenaar (of houder van een zakelijk recht) zijn hoofdverblijfplaats behoudt in die zelfstandige woning maar tegelijk één kamer in die zelfstandige woning verhuurt aan een persoon die geen deel uitmaakt van het gezin van de eigenaar (of zakelijk rechthouder).

 

Definitie kamer: niet-zelfstandige woning, die door de eigenaar (of houder van een zakelijk recht op het woongebouw) bestemd is om verhuurd of ter beschikking gesteld te worden (of die reeds ter beschikking gesteld of verhuurd is), én waarin één of meer van de volgende voorzieningen ontbreken:

-      wc,

-      bad/douche,

-      kookgelegenheid,

én waarbij de kamerbewoner voor de ontbrekende voorzieningen afhankelijk is van de gemeenschappelijke ruimtes in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt.

 

Toetsing:

Uit de feitelijke inrichting blijkt dat de verhuurde ruimte in het aanbouwvolume quasi volledig onafhankelijk kan functioneren van de hoofdwoning. De combinatie van een afzonderlijke toegang en de interne verbinding van de verhuurde ruimtes via een trap leidt tot een gebruikspatroon dat in de praktijk grotendeels losstaat van de woning van de eigenaar. Enkel de keuken wordt gedeeld, maar deze fungeert daarbij eerder als doorgangsruimte tussen twee gescheiden wooneenheden dan als een gemeenschappelijke leefruimte. Door deze organisatie zijn de voorzieningen en circulatie onvoldoende verweven met de hoofdwoning om te kunnen spreken van een kamer die werkelijk deel uitmaakt van een eengezinswoning. Hierdoor voldoet de inrichting niet aan de doelstellingen van een hospitawoning, waarbij één kamer binnen de woning wordt verhuurd en de huurder in belangrijke mate gebruikmaakt van de gemeenschappelijke ruimtes van het hoofdgebouw.

 

In dit dossier is de verhuurde ruimte te verzelfstandigd en vormt zij geen geïntegreerd onderdeel meer van de eengezinswoning. Omdat deze ruimtes volledig in het aanbouwvolume liggen en bovendien eenvoudig fysiek kunnen worden afgescheiden van het hoofdvolume, ontstaat in de praktijk een verdoken opdeling van het pand in twee afzonderlijk functionerende woonentiteiten. Dit staat haaks op het sociale en gedeelde karakter dat eigen is aan hospitawonen en kan daarom niet worden aanvaard.

 

Artikel 4.16 §1  - Kamer in kamerwoning of hospitawoning: normen waaraan elke kamer moet voldoen

 

Voorschrift: (…) De minimumnetto vloeroppervlakte van een kamer bedraagt 12m². Per voorziening (een kookgelegenheid of een badkamer) die toegevoegd wordt aan de kamer bedraagt de minimumnetto vloeroppervlakte 3m² meer. De vrije hoogte tussen de vloer en het plafond van een kamer mag bij nieuwbouw niet lager zijn dan 2,5m en bij verbouwing van bestaande gebouwen niet lager zijn dan 2,20m, behoudens voor dat deel van de kamer dat de opgelegde minimumnetto vloeroppervlakte overtreft.

 

Toetsing: De kamer heeft een oppervlakte van ca. 20m2, maar de helft van deze ruimte bevindt zich onder een vrije hoogte die lager is dan 2,2m, waardoor de aanvraag niet voldoet aan de normen voor een hospitawoning. De netto vloeroppervlakte van de kamer is kleiner dan 12m² voor de delen met een vrije hoogte van > 2,20m. Dit vormt een bijkomend weigeringsargument bovenop de strijdigheid met de definitie van hospitawonen. 

 

Artikel 4.18 - Appartement, eengezinswoning, schakelwoning en hospitawoning

 

Voorschrift: Artikel 4.18 bepaalt dat elke hospitawoning minstens moet beschikken over een woonkamer, een keuken, een slaapkamer, een sanitaire ruimte en een bergruimte. Daarnaast moet de woonkamer een minimale vloeroppervlakte hebben van 24m².

Toetsing: In het voorliggende dossier beschikt de student niet over een afzonderlijke leefruimte, dit is op zich wel eigen aan een hospitakamer. De verhuurde kamer fungeert nochtans tegelijk als leef- en slaapruimte en heeft met circa 15m² bovendien een oppervlakte die aanzienlijk lager ligt dan de minimaal vereiste 24m² voor een woonkamer. Daarbovenop kan de huurder geen gebruikmaken van de leefruimte van de eigenaar. Dit wordt letterlijk vermeld in de beschrijvende nota. Hierdoor beschikt de hospitant over geen enkele volwaardige beschikbare leefruimte zoals vereist volgens artikel 4.18 van het Algemeen Bouwreglement. De aanvraag voldoet daarmee niet aan de minimumnormen inzake woonkwaliteit, wat een bijkomende strijdigheid met het Algemeen Bouwreglement en bijkomende weigeringsgrond vormt.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

5.1.  Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

5.2.  Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd worden. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3.  Conclusie

Er kan besloten worden dat de voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er is geen waardevol groen of boom verwijderd.

De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.

Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan de natuur in VEN.

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

De aanvraag beoogt de regularisatie van de omvorming van een eengezinswoning naar een hospitawoning. In de voorgestelde situatie wordt het volledige aanbouwvolume echter ingericht als een vrijwel zelfstandig functionerende woonentiteit. Enkel de keuken, die eveneens in dit volume is gelegen, en het naastgelegen terras worden gedeeld met de eigenaar. De circulatie is volledig autonoom: de huurder betreedt de kamer via een aparte voordeur, gevolgd door een doorgang langs de woning, het terras en een afzonderlijke trap naar de tweede bouwlaag. Deze organisatie staat haaks op het principe van hospitawonen, waarbij de verhuurde kamer daadwerkelijk deel uitmaakt van de eengezinswoning en gedeeld gebruik van ruimtes en sociale interactie centraal staan.

 

Door de structurele verzelfstandiging van het aanbouwvolume ontstaat er feitelijk een opdeling van het pand in twee losstaande woonentiteiten. Hoofdvolume en aanbouw kunnen door de planologische opzet zonder ingrijpende aanpassingen afzonderlijk gaan functioneren, wat neerkomt op een verdoken meergezinswoning. De omvorming naar een meergezinswoning is op deze locatie niet wenselijk. Om te bepalen op welke locaties meergezinswoningen gewenst zijn en waar niet, heeft Stad Gent de woningtypetoets ontwikkeld. De woningtypetoets Gent biedt hier onvoldoende basis om een meergezinswoning op deze locatie te verantwoorden. De toets resulteert in een score van 8, wat betekent dat op deze locatie de voorkeur uitgaat naar het behoud van een eengezinswoning. Een opsplitsing in twee woonentiteiten is stedenbouwkundig niet wenselijk.

 

Daarnaast voldoet het voorgestelde aanbod voor de huurder niet aan de minimumnormen van het Algemeen Bouwreglement. De kamer van ca. 15m² combineert de functies leefruimte en slaapruimte en is te klein om beide functies kwalitatief op te nemen. Bovendien heeft ongeveer de helft van deze ruimte een vrije hoogte van minder dan 2,2m, waardoor de functionele ruimte nog verder wordt ingeperkt. Naast deze kamer heeft de huurder geen toegang tot een leefruimte. De huurder heeft geen toegang tot de woonkamer van de eigenaar, waardoor de vereiste minimale leefruimte van 24m² (artikel 4.18 ABR) niet wordt gehaald.

 

De bijkomende bergruimte van ca. 5m² bij de hospitakamer heeft eveneens voor de helft onvoldoende vrije hoogte en kan daardoor niet dienen als aanvullende verblijfsruimte. Ze compenseert de tekortkomingen in oppervlakte en woonkwaliteit dan ook niet.

 

Op basis van de beperkte oppervlakte, de onvoldoende vrije hoogte, het ontbreken van een volwaardige leefruimte en de planopdeling die gedeeld gebruik met de hoofdwoning niet ondersteunt, voldoet de aanvraag niet aan de minimale kwaliteitsvereisten voor hospitawonen. De voorgestelde inrichting functioneert eerder als een tweede, afzonderlijke woonentiteit en niet als een hospitakamer binnen een eengezinswoning.

 

De aanvraag kan daarom niet vergund worden. Alleen wanneer de aanvrager zou voorzien in een aangepaste planopdeling die het sociale principe van hospitawonen ondersteunt en voldoende tegemoetkomt aan de bezwaren met betrekking tot woonkwaliteit, kan een nieuwe aanvraag in overweging worden genomen.


CONCLUSIE

Ongunstig, de aanvraag voldoet noch aan de definitie van een hospitawoning, noch aan de minimale woonkwaliteitseisen die bepaald zijn in het Algemeen Bouwreglement.
 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het creëren van een hospitawoning aan Jannes De Wulf gelegen te Oude Gentweg 12, 9031 Gent.