Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
EG Retail (Belgium) BV met als contactadres Kapelsesteenweg 71, 2180 Antwerpen heeft een aanvraag (OMV_2025148733) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 13 januari 2026.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het veranderen van de exploitatie van een tankstation met de uitbreiding van een carwash
• Adres: Antwerpsesteenweg 729, 9040 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 18 sectie B nr. 70K
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 20 januari 2026.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 14 april 2026.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het veranderen van de exploitatie van een tankstation met de uitbreiding van een carwash (handcarwash voor het wassen van 10 en meer voertuigen per dag in het
bestaand gebouw).
Derhalve wordt een verandering van rubriek 3.4.2 aangevraagd (+1,39 m³/uur) en wordt gevraagd om rubriek 15.4.2.b op te nemen in de bestaande vergunning voor het exploiteren van een handcarwash. De handcarwash zal dagelijks open zijn van 8u30 tot 19 uur en gesloten op zon- en feestdagen.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
3.4.2° |
lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Herberekening volgens VMM + toevoegen handcarwash. Het lozen van bedrijfsafvalwater via een koolwaterstofafscheider met coalescentiefilter met een maximaal debiet van max. 2,36 m³/uur; 7,33 m³/dag en 514,30 m³/jaar. | klasse 2 | Verandering |
+1,39 m³/uur |
|
15.4.2°b) |
niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan het industriegebied waar 10 en meer motorvoertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassen | Een handcarwash voor het wassen van 10 en meer voertuigen per dag. | klasse 2 | Nieuw |
30 motorvoertuigen en hun aanhangwagens/dag |
Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:
6.5.2° | Totaal: 15 verdeelslangen | 15 verdeelslangen
16.3.2°a) | Een luchtcompressor met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 2,2 kW en diverse airco’s en koelinstallaties met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 28 kW.
Totaal geïnstalleerd vermogen 30,2 kW. | 30,2 kW
17.1.2.1.1° | De maximale opslag van 1.000 liter LPG in verplaatsbare recipiënten opgeslagen in een rek | 1000 liter
17.3.2.1.1.2° | Totaal 29,155 ton of 35.000 liter diesel/stookolie.
De maximale opslag van 30.000 liter diesel in een ondergrondse gecompartimenteerde dubbelwandige houder en van 5.000 liter stookolie in een dubbelwandige ondergrondse houder. | 29,155 ton
17.3.2.2.2°a) | Totaal 38,75 ton of 50.000 liter benzine.
De maximale opslag van 50.000 L benzine, waarvan 20.000 L in een dubbelwandige ondergrondse houder en 30.000 liter in een ondergrondse gecompartimenteerde dubbelwandige houder. | 38,75 ton
17.4. | De maximale opslag van 2.250 L diverse gevaarlijke stoffen in kleine verpakkingen in kleine verpakkingen in de stock en de carwash. | 2250 liter
Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd: artikel 4.2.5.1.1.§1
Omschrijving
De exploitant wenst een afwijking aan te vragen van artikel 4.2.5.1.1.§1 betreffende de plaatsing van een meetgoot bij het overschrijden van een debiet van 2 m³/u door het bedrijfsafvalwater.
Motivatie
Gezien bij de gebruikte debieten rekening gehouden is met hevige neerslagbuien die maar met een beperkte frequentie voorkomen, gaat men ervan uit dat het uur- en dagdebiet een overschatting betreft die slechts zeer uitzonderlijk zal voorkomen. (volgens de nieuwe berekeningsmethode van VMM).
Voorstel
De lozing van het bedrijfsafvalwater afkomstig van het tankstation en de handcarwash zal via een koolwaterstofafscheider met controle-inrichting gebeuren en zal het mogelijk maken om het afvalwater op een eenvoudige manier te controleren.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 07/03/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor aanbrengen publiciteit aan bestaand benzinestation. (OMV_2018125810)
* Op 01/08/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het aanpassen van de publiciteitsconstructie bij een benzinestation. (OMV_2019061952)
* Op 25/08/2023 werd een vergunning afgeleverd voor de werken aan de n70 kruispunt schuurstraat - oude bareelstraat : aanpassen infrastructuur en plaatsen vri. (OMV_2023059447)
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 12/10/1967 werd een weigering afgeleverd voor het oprichten van een servicestation, maken van op- en afritten en plaatsen van verdelingspompen. (1967 SA 162)
* Op 22/10/1970 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een dienststation met woning. (1969 SA 187)
* Op 30/06/1971 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van lichtreclames. (1971 SA 069)
* Op 14/05/1975 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een tuinhuisje. (1975 SA 070)
* Op 12/06/1978 werd een weigering afgeleverd voor het herbouwen van een pompenheuvel en luifel. (1977 SA 204 KW A-66-77)
* Op 22/01/1979 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een nieuwe luifel. ((1978/163 SA) KW A-40-78)
* Op 15/05/1985 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een car-wash en het plaatsen van 2 palen voor bevestiging van reclame. ((1985/036 SA) 1985/309)
* Op 12/08/1985 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van zes dubbelzijdige lichtreclames. ((1985/116 SA) 1985/187)
* Op 30/07/1991 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen en uitbreiden van een tankservicestation. (1990/60194)
* Op 17/08/1995 werd een weigering afgeleverd voor het slopen en heroprichten van tankservicestation. (1994/60179)
* Op 18/04/1996 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een tankservicestation met bijbehorende woongelegenheid. (1995/60229)
Milieuvergunningen
* Op 18/03/1993 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor Uitbreiding van een bestaand tankstation met vergaarbak. (1170/E/1)
* Op 02/05/1995 werd door het vlaamse regering een vergunning afgeleverd voor tankstation. (1170/E/2)
* Op 26/10/2006 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor akte mededeling van een kleine verandering veranderen van een tankstation. (1170/E/4)
* Op 05/06/2014 werd door de deputatie de vergunning gedeeltelijk afgeleverd voor het verder exploiteren en het veranderen (door wijziging en uitbreiding) van een tankstation met carwash. (1170/E/5)
* Op 12/01/2017 werd door de deputatie de vergunning geweigerd voor het veranderen (door wijziging/uitbreiding) van een tankstation met shop. (1170/E/6)
Afwijkingen
* Op 20/04/1998 werd door het vlaams minister van leefmilieu de afwijking geweigerd voor wijzigen bijzondere milieuvoorwaarde: gezuiverde afvalwater voor 50% hergebruiken. (1170/E/3)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 3 maart 2026.
Voorwaardelijk gunstig advies van VMM (M) Advies Vergunning Afvalwater en Lucht (milieu) afgeleverd op 2 februari 2026.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'ANTWERPSESTEENWEG - ORCHIDEESTRAAT' (Definitieve vaststelling door de Gemeenteraad op 26 juni 2018). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone voor wonen: stedelijke functie.
Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg OUDE BAREEL, goedgekeurd op 22 mei 1997, en is bestemd als zone voor koeren en tuinen en zone voor wegen.
De voorgestelde inrichting of activiteiten zijn in overeenstemming met de voorgeschreven planologische bestemming en de stedenbouwkundige voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Algemeen bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en latere wijzigingen.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
5. WATERPARAGRAAF
1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Vlaamse Milieumaatschappij - Afdeling Operationeel Waterbeheer - Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Er worden geen wijzigingen aangebracht aan gebouwen, verhardingen, waterlopen of het reliëf. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
De lozing van het afvalwater is een ingedeelde activiteit. De impact van de lozing wordt besproken onder het aspect afvalwater. De lozing moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagen (indelingsplichtig volgens Vlarem II, bijlage 1). De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Er worden geen wijziging aan bouwvolumes/constructies en/of verharding voorzien. Het project heeft geen negatieve effecten op (mogelijks) aanwezige waardevol groen.
De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.
Het bedrijfsafvalwater wordt geloosd in de openbare riolering.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 28 januari 2026 tot en met 26 februari 2026.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden 2 bezwaarschriften ingediend.
De bezwaren worden als volgt samengevat:
* Men vreest dat de rust en veiligheid door de komst van een carwash ernstig verstoord zal worden. In het verleden was er bij dit tankstation reeds een carwash actief. Dit heeft toen veel stress, onrust en een duidelijke vermindering van levenskwaliteit met zich meegebracht.
* De geluiden van hogedrukreinigers, eventuele wasborstels, stofzuigers en in- en uitrijdend verkeer zullen (zeker in de vroege ochtend of avond) zorgen voor een onaanvaardbare geluidsbelasting.
* De toename van het aantal verkeersbewegingen (inrijdende/uitrijdende auto’s) zal leiden tot gevaarlijke situaties voor fietsers en voetgangers en onaanvaardbare filevorming, alsook extra uitlaatgassen die ervoor kunnen zorgen dat de gezondheid geschaad zal worden.
* Op de plaats van de carwash ontstaat er direct zicht op een tuin en woonkamer, wat de privacy aantast.
* Daling in waarde van onroerend goed.
Naar aanleiding van het onderzoek van deze aanvraag worden de bezwaren als volgt besproken:
Aangezien de nieuwe activiteit een handcarwash binnenin een gebouw betreft is de verspreiding van het geluid afkomstig van het wasproces beperkt. Om eventuele hinder voor de omgeving maximaal te beperken worden twee bijzondere voorwaarden opgenomen:
- Het wassen van de voertuigen moet gebeuren met gesloten ramen/deuren/poorten;
- De exploitant moet de klanten actief sensibiliseren d.m.v. waarschuwingsborden (niet claxoneren, radio uit, motor stilleggen,...).
Het aspect mobiliteit werd gunstig geadviseerd door IVA Mobiliteitsbedrijf in haar advies d.d. 05.02.2026. Gezien de hoofdzakelijk verderzetting van de bestaande situatie, de relatief lange openingsuren, het beperkt aantal (extra) klanten per dag voor de handcarwash en de ligging langs de goed uitgeruste Antwerpsesteenweg, verwacht men hierdoor geen noemenswaardige veranderende impact. Bovendien is het kruispunt van de Antwerpsesteenweg met de Oudebareelstraat ook relatief recent heraangelegd met lichtenregeling waardoor de verkeersafwikkeling goed kan gestuurd worden.
De handcarwash bevindt zich binnenin een gebouw, waardoor deze activiteit geen impact heeft op de privacy van de omgeving.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
In de aanvraag worden geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd. Er wordt dus aangenomen dat de aanvraag zich situeert binnen de afgeleverde omgevingsvergunningen en stedenbouwkundige vergunningen.
De functie van de carwash werd vergund in de vergunning van 1995 (1995/60229). Er werd een sloop vergund alsook een nieuwbouw.
Er mogen geen stedenbouwkundige handelingen gebeuren zonder vergunning.
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Aspect afval
De voortgebrachte afvalstoffen worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Aspect afvalwater
De inrichting ligt in centraal gebied volgens het zoneringsplan van Stad Gent.
De uitbater zal per dag tussen de 5 en 30 wagens wassen. De wascapaciteit is sterk afhankelijk van de programmakeuze van de klant (twee à vier auto’s per uur wordt als een maximum aanzien).
Het waterverbruik is afhankelijk van vervuilingsgraad en varieert van 50 tot 80 liter per gewassen voertuig. Op jaarbasis worden er ongeveer 5000 voertuigen gewassen. Het totale jaarlijks waterverbruik voor de handcarwashinstallatie samen is ongeveer 400 m³. De exploitant gebruikt leidingwater.
Het afvalwater wordt geloosd in de openbare riolering van de Antwerpsesteenweg, aangesloten op de RWZI van Destelbergen. Er zijn twee lozingspunten:
* BAW-1 (vergund zonder verandering);
* BAW-2 (verandering).
Het debiet van het bedrijfsafvalwater verhoogt naar 2,36 m³/uur - 7,33 m³/dag - 514,30 m³/jaar en bestaat uit het waswater van de handcarwash, het reinigingswater van de tankinstallaties en het mogelijk verontreinigd hemelwater dat op de tankpiste valt. Het wordt via 2 KWS-afscheiders met coalescentiefilters geloosd op de openbare riolering.
De KWS-afscheiders moeten voorzien zijn van een automatisch sluitende vlotter, een akoestisch en optisch alarm als de laagdikte van de bovendrijvende olielaag de normale werking van de afscheider verhindert. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
De KWS-afscheiders dienen conform Vlarem II afdeling 4.2.3.bis onderhouden en geëxploiteerd te worden. Dit wordt opgenomen als opmerking.
De VMM-Advisering Afvalwater adviseert gunstig, mits het naleven van de algemene voorwaarden voor lozing van bedrijfsafvalwater op riool.
Voor de lozing van de tankpiste zijn bijkomend de sectorale voorwaarden 52 b & c van toepassing. Dit wordt opgenomen als opmerking.
De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van VLAREM II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van art. 3 van bijlage 2.3.1 van VLAREM II. Bij ontstentenis van een indelingscriterium zijn de concentraties beperkt tot de rapportagegrens of tot de bepalingsgrens. Dit wordt opgenomen als opmerking.
De detergenten die het bedrijf gebruikt, moeten voldoen aan de Verordening van het Europees
Parlement en de Raad (nr. 648/2004) betreffende detergenten. Het bedrijf houdt de
overeenstemmende MSDS fiches beschikbaar voor de toezichthoudende overheid. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Het bedrijf dient te beschikken over een controle inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit en kwantiteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters te nemen van het geloosde water, overeenkomstig art. 4.2.5.1.1. van Vlarem II.
In afwijking van art 4.2.5.1.1.§1 van Vlarem II dient het bedrijf geen meetgoot te plaatsen, gezien de hoge debieten slechts in mindere mate voorkomen. Een controle-inrichting bestaande uit een controleput wordt voldoende geacht. De gevraagde bijstelling wordt gunstig beoordeeld door VMM, het advies wordt gevolgd.
Aspect bodem
Het wassen van de voertuigen zal gebeuren ter hoogte van een afgebakende waszone binnenin het gebouw. Deze zone is voorzien van een vloeistofdichte vloer met afwatering naar een koolwaterstofafscheider met slibvang en met overloop naar de openbare riolering.
De auto’s worden manueel gereinigd middels emmer en spons en eventueel tuinslang of hogedrukspuit.
Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 10 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Aspect geluid
Het wassen van de voertuigen moet gebeuren met gesloten ramen/deuren/poorten, zodat verspreiding van het lawaai voortgebracht door de stofzuiger, de compressor, de spuitlans,... beperkt blijft. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
De exploitant moet de klanten actief sensibiliseren d.m.v. waarschuwingsborden (niet claxoneren, radio uit, motor stilleggen,...). Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Aspect mobiliteit
Voor het personeel raden we aan om 1 à 2 fietsparkeerplaatsen te voorzien, bvb via een fietsrek die wat afgesloten is van de publieke functies. Op die manier kan de fiets als woon-werkvervoersmiddel worden aangemoedigd. Het is geen verplichting gezien de bestaande toestand, het slechts beperkt uitbreiden qua exploitatie (geen stedenbouwkundige handeling) met de handcarwash en het zeer beperkt aantal personeelsleden. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Aspect brandveiligheid
Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 032958-008/KH/2026) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Aspect gecoördineerde bijzondere voorwaarden
Het besluit van de Deputatie d.d. 05.06.2014 omvat volgende bijzondere voorwaarden:
* Lozen van bedrijfsafvalwater afkomstig van de tankpiste
Deze voorwaarde wordt geactualiseerd (cfr. aspect afvalwater):
De KWS-afscheiders moeten voorzien zijn van een automatisch sluitende vlotter, een akoestisch en optisch alarm als de laagdikte van de bovendrijvende olielaag de normale werking van de afscheider verhindert.
* Gebruik van een KWS-afscheider
Deze voorwaarde wordt geschrapt en vervangen door een opmerking (cfr. aspect afvalwater):
De KWS-afscheiders dienen conform Vlarem II afdeling 4.2.3.bis onderhouden en geëxploiteerd te worden.
* Werktijden
Deze voorwaarde heeft enkel betrekking op het tankstation en kan integraal hernomen worden:
In tegenstelling tot de mogelijke beperking van de exploitatie-uren in de sectorale voorwaarden mag de inrichting continu worden geëxploiteerd; evenwel zijn geen brandstofleveringen (vullen ondergrondse houder) toegelaten tussen 19.00 uur en 7.00 uur.
* Opslag en verwerking van bedrijfseigen afvalstoffen
Deze voorwaarde wordt hernomen.
* Brandveiligheid
Deze voorwaarde wordt geactualiseerd (cfr. aspect brandveiligheid):
Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 032958-008/KH/2026) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
3.4.2° |
lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Herberekening volgens VMM + toevoegen handcarwash. Het lozen van bedrijfsafvalwater via een koolwaterstofafscheider met coalescentiefilter met een maximaal debiet van max. 2,36 m³/uur; 7,33 m³/dag en 514,30 m³/jaar. | Verandering |
1,39 m³/uur |
|
15.4.2°b) |
niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan het industriegebied waar 10 en meer motorvoertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassen | Een handcarwash voor het wassen van 10 en meer voertuigen per dag. | Nieuw |
30 motorvoertuigen en hun aanhangwagens/dag |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20251205-0006) is:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
3.4.2° |
lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Het lozen van bedrijfsafvalwater via een koolwaterstofafscheider met coalescentiefilter met een maximaal debiet van max. 2,36 m³/uur; 7,33 m³/dag en 514,30 m³/jaar. | klasse 2 |
2,36 m³/uur |
|
6.5.2° |
brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen: overige inrichtingen | Totaal: 15 verdeelslangen | vlarebo : B | klasse 2 |
15 verdeelslangen |
|
15.4.2°b) |
niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan het industriegebied waar 10 en meer motorvoertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassen | Een handcarwash voor het wassen van 10 en meer voertuigen per dag. | klasse 2 |
30 motorvoertuigen en hun aanhangwagens/dag |
|
16.3.2°a) |
koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Een luchtcompressor met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 2,2 kW en diverse airco’s en koelinstallaties met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 28 kW. Totaal geïnstalleerd vermogen 30,2 kW. | klasse 3 |
30,2 kW |
|
17.1.2.1.1° |
opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1000 liter | De maximale opslag van 1.000 liter LPG in verplaatsbare recipiënten opgeslagen in een rek | klasse 3 |
1000 liter |
|
17.3.2.1.1.2° |
ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | Totaal 29,155 ton of 35.000 liter diesel/stookolie. De maximale opslag van 30.000 liter diesel in een ondergrondse gecompartimenteerde dubbelwandige houder en van 5.000 liter stookolie in een dubbelwandige ondergrondse houder. | vlarebo : A* | klasse 2 |
29,155 ton |
|
17.3.2.2.2°a) |
ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 90 ton voor de opslag in uitsluitend ondergrondse houders | Totaal 38,75 ton of 50.000 liter benzine. De maximale opslag van 50.000 L benzine, waarvan 20.000 L in een dubbelwandige ondergrondse houder en 30.000 liter in een ondergrondse gecompartimenteerde dubbelwandige houder. | vlarebo : A | klasse 2 |
38,75 ton |
|
17.4. |
opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | De maximale opslag van 2.250 L diverse gevaarlijke stoffen in kleine verpakkingen in kleine verpakkingen in de stock en de carwash. | klasse 3 |
2250 liter |
TERMIJN
De gevraagde vergunning kan verleend worden voor bepaalde duur voor een termijn tot en met 4 november 2034, analoog aan de basisvergunning.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het veranderen van de exploitatie van een tankstation met de uitbreiding van een carwash aan EG Retail (Belgium) bv (O.N.:0406843239) gelegen te Antwerpsesteenweg 729, 9040 Gent.
De rubrieken voor de inrichting/activiteit EG Sint-Amandsberg met inrichtingsnummer 20251205-0006 beslist het college als volgt:
Vergunde rubrieken:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
3.4.2° |
lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Herberekening volgens VMM + toevoegen handcarwash. Het lozen van bedrijfsafvalwater via een koolwaterstofafscheider met coalescentiefilter met een maximaal debiet van max. 2,36 m³/uur; 7,33 m³/dag en 514,30 m³/jaar. | Verandering |
1,39 m³/uur |
|
15.4.2°b) |
niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan het industriegebied waar 10 en meer motorvoertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassen | Een handcarwash voor het wassen van 10 en meer voertuigen per dag. | Nieuw |
30 motorvoertuigen en hun aanhangwagens/dag |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20251205-0006) is:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
3.4.2° |
lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Het lozen van bedrijfsafvalwater via een koolwaterstofafscheider met coalescentiefilter met een maximaal debiet van max. 2,36 m³/uur; 7,33 m³/dag en 514,30 m³/jaar. | klasse 2 |
2,36 m³/uur |
|
6.5.2° |
brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen: overige inrichtingen | Totaal: 15 verdeelslangen | vlarebo : B | klasse 2 |
15 verdeelslangen |
|
15.4.2°b) |
niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan het industriegebied waar 10 en meer motorvoertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassen | Een handcarwash voor het wassen van 10 en meer voertuigen per dag. | klasse 2 |
30 motorvoertuigen en hun aanhangwagens/dag |
|
16.3.2°a) |
koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Een luchtcompressor met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 2,2 kW en diverse airco’s en koelinstallaties met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 28 kW. Totaal geïnstalleerd vermogen 30,2 kW. | klasse 3 |
30,2 kW |
|
17.1.2.1.1° |
opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1000 liter | De maximale opslag van 1.000 liter LPG in verplaatsbare recipiënten opgeslagen in een rek | klasse 3 |
1000 liter |
|
17.3.2.1.1.2° |
ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | Totaal 29,155 ton of 35.000 liter diesel/stookolie. De maximale opslag van 30.000 liter diesel in een ondergrondse gecompartimenteerde dubbelwandige houder en van 5.000 liter stookolie in een dubbelwandige ondergrondse houder. | vlarebo : A* | klasse 2 |
29,155 ton |
|
17.3.2.2.2°a) |
ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 90 ton voor de opslag in uitsluitend ondergrondse houders | Totaal 38,75 ton of 50.000 liter benzine. De maximale opslag van 50.000 L benzine, waarvan 20.000 L in een dubbelwandige ondergrondse houder en 30.000 liter in een ondergrondse gecompartimenteerde dubbelwandige houder. | vlarebo : A | klasse 2 |
38,75 ton |
|
17.4. |
opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | De maximale opslag van 2.250 L diverse gevaarlijke stoffen in kleine verpakkingen in kleine verpakkingen in de stock en de carwash. | klasse 3 |
2250 liter |
Verleent de ingedeelde inrichting of activiteit voor bepaalde duur voor een termijn tot en met 4 november 2034, analoog aan de basisvergunning.
Legt volgende voorwaarden op:
Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:
1. De KWS-afscheiders moeten voorzien zijn van een automatisch sluitende vlotter, een akoestisch en optisch alarm als de laagdikte van de bovendrijvende olielaag de normale werking van de afscheider verhindert.
2. Geluid
a. Het wassen van de voertuigen moet gebeuren met gesloten ramen/deuren/poorten, zodat verspreiding van het lawaai voortgebracht door de stofzuiger, de compressor, de spuitlans,... beperkt blijft.
b. De exploitant moet de klanten actief sensibiliseren d.m.v. waarschuwingsborden (niet claxoneren, radio uit, motor stilleggen,...).
3. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 032958-008/KH/2026) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.
Volgende sectorale voorwaarden wordt bijgesteld:
Artikel: 4.2.5.1.1.§1: In afwijking van art 4.2.5.1.1.§1 van Vlarem II dient het bedrijf geen meetgoot te plaatsen, gezien de hoge debieten slechts in mindere mate voorkomen. Een controle-inrichting bestaande uit een
controleput wordt voldoende geacht.
Volgende geactualiseerde milieuvoorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:
1. De KWS-afscheiders moeten voorzien zijn van een automatisch sluitende vlotter, een akoestisch en optisch alarm als de laagdikte van de bovendrijvende olielaag de normale werking van de afscheider verhindert.
2. Geluid
a. Het wassen van de voertuigen moet gebeuren met gesloten ramen/deuren/poorten, zodat verspreiding van het lawaai voortgebracht door de stofzuiger, de compressor, de spuitlans,... beperkt blijft.
b. De exploitant moet de klanten actief sensibiliseren d.m.v. waarschuwingsborden (niet claxoneren, radio uit, motor stilleggen,...).
3. Werktijden
In tegenstelling tot de mogelijke beperking van de exploitatie-uren in de sectorale voorwaarden mag de inrichting continu worden geëxploiteerd; evenwel zijn geen brandstofleveringen (vullen ondergrondse houder) toegelaten tussen 19.00 uur en 7.00 uur.
4. Opslag en verwerking van bedrijfseigen afvalstoffen
a) De constructie van de ruimten waar afvalstoffen tijdelijk zijn opgestapeld is zodanig dat accidenteel uit bepaalde recipiënten ontsnappende vloeistoffen, morsvloeistoffen en uitlogingen op een bevloering terechtkomen, die voorzien is van opvanggoten en vervolgens naar één of meerdere opvangputten kunnen geleid worden.
b) Het is verboden afvalstoffen in brand te steken of te verwijderen door lozing.
c) Het is verboden zich van afvalstoffen te ontdoen anders dan door afvoer naar erkende resp. vergunde overbrengers en verwerkers van afvalstoffen.
5. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 032958-008/KH/2026) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Afval
* De voortgebrachte afvalstoffen worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden.
Afvalwater
* De KWS-afscheiders dienen conform Vlarem II afdeling 4.2.3.bis onderhouden en geëxploiteerd te worden.
* Voor de lozing van de tankpiste zijn bijkomend de sectorale voorwaarden 52 b & c van toepassing.
* De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van VLAREM II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van art. 3 van bijlage 2.3.1 van VLAREM II. Bij ontstentenis van een indelingscriterium zijn de concentraties beperkt tot de rapportagegrens of tot de bepalingsgrens.
* De detergenten die het bedrijf gebruikt, moeten voldoen aan de Verordening van het Europees
Parlement en de Raad (nr. 648/2004) betreffende detergenten. Het bedrijf houdt de
overeenstemmende MSDS fiches beschikbaar voor de toezichthoudende overheid.
Bodem
* Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 10 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement.
Mobiliteit
* Voor het personeel raden we aan om 1 à 2 fietsparkeerplaatsen te voorzien, bvb via een fietsrek die wat afgesloten is van de publieke functies. Op die manier kan de fiets als woon-werkvervoersmiddel worden aangemoedigd. Het is geen verplichting gezien de bestaande toestand, het slechts beperkt uitbreiden qua exploitatie (geen stedenbouwkundige handeling) met de handcarwash en het zeer beperkt aantal personeelsleden.