Terug
Gepubliceerd op 24/04/2026

2026_CBS_03438 - OMV_2025123644 - aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuwe bulkloods + het veranderen van een bestaande doorvoeropslagplaats in zeehavengebied voor andere dan IMDG-goederen en de opslag en overslag van kunstmeststoffen - met openbaar onderzoek - Port Arthurlaan, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 23/04/2026 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 23/04/2026 - 09:08
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Verontschuldigd

Evita Willaert, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2026_CBS_03438 - OMV_2025123644 - aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuwe bulkloods + het veranderen van een bestaande doorvoeropslagplaats in zeehavengebied voor andere dan IMDG-goederen en de opslag en overslag van kunstmeststoffen - met openbaar onderzoek - Port Arthurlaan, 9000 Gent - Vergunning 2026_CBS_03438 - OMV_2025123644 - aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuwe bulkloods + het veranderen van een bestaande doorvoeropslagplaats in zeehavengebied voor andere dan IMDG-goederen en de opslag en overslag van kunstmeststoffen - met openbaar onderzoek - Port Arthurlaan, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Stukwerkers-Havenbedrijf NV met als contactadres Port Arthurlaan 40, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025123644) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 3 november 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen  en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het bouwen van een nieuwe bulkloods + het veranderen van een bestaande doorvoeropslagplaats in zeehavengebied voor andere dan IMDG-goederen en de opslag en overslag van kunstmeststoffen

• Adres: Port Arthurlaan z/n, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 7 sectie G nrs. 637/2 G, 637/7 L, 637/6 B, 637/4 B, 637/7 M, 637/2 H, afdeling 12 sectie P nrs. 405/7 C, 405/3 N, 405/4 E, 405/4 D en 405/3 W

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 9 januari 2026.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 2 april 2026.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit.

Het bouwen van een nieuwe bulkloods + het veranderen van een bestaande doorvoeropslagplaats in zeehavengebied voor andere dan IMDG-goederen en de opslag en overslag van kunstmeststoffen.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De bouwheer wenst met deze aanvraag een nieuwe bulkloods te bouwen, naar analogie met twee eerder gerealiseerde gelijkaardige loodsen op dezelfde kaai. Deze loodsen zullen gebruikt worden voor opslag van voornamelijk kunstmest.

Het perceel is heden onbebouwd, maar grotendeels verhard en aangelegd, met inbegrip van treinsporen. Links en rechts van het perceel zijn oudere loodsen. De nieuwe loods wordt hiertussen ingepland met een veilige afstand tot de aanpalende panden. Tussen het perceel en het water is er een kaaistrook, welke ongewijzigd blijft.

Deze loods is opgebouwd uit betonnen keerwanden, hierboven beton prefab betonpanelen. De betonkolommen dragen houten dakliggers die op hun beurt houten spanten en dakdichting dragen.

De betonstrook onder de luifel wordt opnieuw aangelegd tot tegen het gebouw. Dit is in getalocheerd beton, aflopend naar de bestaande verharding.  Hier loopt geen regenwater af, dit wordt opgevangen via de overhangende luifel.

 

Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

Het betreft het veranderen van een bestaande doorvoeropslagplaats in zeehavengebied voor andere dan IMDG-goederen en de opslag en overslag van kunstmeststoffen.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.2°

al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | Schrappen van de op- en overslag van 250 (elektrische) voertuigen op de locatie van de nieuwe loods. Verplaatsen van 5 bedrijfsvoertuigen. | klasse 2 | Verandering

-250 voertuigen

28.1.e)

behandelen en verpakken van kunstmest met een geïnstalleerde drijfkracht van meer dan 5 kW | Verplaatsing, exploitatie verspreid overheen de loodsen. | klasse 2 | Verandering

0 kW

48.1.1.2°

overige opslagplaatsen voor IMDG-goederen | Verplaatsing, exploitatie verspreid overheen de loodsen. | klasse 2 | Verandering

0 stuk

48.1.2.

opslagplaatsen voor andere goederen dan IMDG-goederen | Uitbreiden tot loods 7. | klasse 3 | Verandering

1 stuk

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

3.2.2°a) | Het lozen van 1405 m3/jaar huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie via 3 lozingspunten en 3 IBA’s op de RWA-riolering. | 1405 m³/jaar

3.4.2° | Het lozen van 14,8 m³/uur – 37,4 m³/dag – 1296 m³/jaar bedrijfsafvalwater via 2 lozingspunten en 2 KWS-afscheiders op de RWA riolering. | 14,8 m³/uur

6.5.1° | Een verdeelslang. | 1 verdeelslang

15.4.1° | niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied. Maximaal 2 per dag. | 1 wasplaats

16.3.2°b) | Twee koelinstallaties en een compressor met een totaal vermogen van 489,5 kW. | 489,5 kW

17.1.2.2.1° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs,

een gastank met een inhoudsvermogen van 1.000 liter. | 1000 liter

17.3.2.1.1.1°b) | De opslag van 16,6 ton (19.900 liter) diesel. | 16,6 ton

2.       HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Omgevingsvergunningen

- Op 06/09/2018 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen (door uitbreiding) van een doorvoeropslagplaats in zeehavengebied voor imdg-goederen. (OMV_2018002804)

- Op 14/04/2022 werd een weigering afgeleverd voor de bouw en exploitatie van een hoogspanningscabine (met 2 oliegekoelde tranformatoren). (OMV_2021136987)

- Op 30/06/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het slopen van een afgebrand gebouw en het bouwrijp maken van het terrein. (OMV_2022042245)

- Op 30/06/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het oprichten van een hoogspanningscabine met 2 transformatoren met nutsleidingen en walstroomkasten op de kade. (OMV_2022060277)

- Op 28/03/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het heropbouwen van een opslagplaats, het bouwen van een hoogspanningscabine en de aanleg van wegenis en het hernieuwen en veranderen (door uitbreiding) van de exploitatie van een doorvoeropslagplaats. (OMV_2023118004)

- Op 13/02/2025 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het slopen van de loods met bijbehorende bureauruimte. (OMV_2024132100)

- Op 04/04/2025 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de demontage van een bestaande lichtmast en de vervanging door een radartoren (gnt l03). (OMV_2024084636)

 

Stedenbouwkundige vergunningen

- Op 14/12/1964 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een loods. (Litt. P-25-64)

- Op 08/08/1966 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een bureau, naast loods 34a. (KW P-16-66)

- Op 07/10/1975 werd een vergunning afgeleverd voor oprichten 3 sociale gebouwen en dienstgebouw - wijziging inplanting. (Litt. F-8-75)

- Op 07/08/1978 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een loods. (Litt. P-18-78)

- Op 25/03/1982 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van twee koelloodsen. (Litt. P-12-79)

- Op 05/10/1982 werd een vergunning afgeleverd voor het uitvoeren van grond- wegenis, kollektor- en kunstwerken te gent, - aftakking ringlaan - kennedylaan, vak afrikalaan - kennedylaan. (1982/799)

- Op 12/02/1987 werd een weigering afgeleverd voor het plaatsen van vier reclamepanelen. (1986/1637)

- Op 30/07/1987 werd een vergunning afgeleverd voor het uitvoeren van wegenis- en rioleringswerken verbinding kennedylaan - vliegtuiglaan. (1987/735)

- Op 29/09/1988 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een weegbrug tussen de loodsen 35 en 36. (1988/1417)

- Op 17/11/1988 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van loodsen na het slopen van de bestaande loodsen 34 en 35. (1988/815)

- Op 09/07/1992 werd een vergunning afgeleverd voor het uitvoeren van wegen- en rioleringswerken, renovatie kaaimuur en afbraak van een havengebouw. (1991/460)

- Op 19/06/1996 werd een weigering afgeleverd voor het plaatsen van 4 reclameborden (regularisatie). (1994/475)

- Op 31/10/1996 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een sanitair paviljoen. (1996/556)

- Op 10/12/1996 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een sanitair gebouw. (1996/555)

- Op 10/07/1997 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een machinekamer. (1997/1005)

- Op 17/06/1999 werd een weigering afgeleverd voor het plaatsen van 2 reclame-inrichtingen. (1999/356)

- Op 30/08/2001 werd een vergunning afgeleverd voor de uitbreiding van een kantoorgebouw. (2001/358)

- Op 10/07/2003 werd een vergunning afgeleverd voor de bepleistering van de gevels. (2002/928)

- Op 14/01/2005 werd een vergunning afgeleverd voor het aanleggen van de collector muide-voorhaven-grootdok. (2004/386)

- Op 29/06/2006 werd een weigering afgeleverd voor het plaatsen van een publiciteitspaneel op de gevel van het gebouw, enerzijds een infocom (6,8m²)  en anderzijds  een type 16m² waarbij tevens een plaatselijke verfraaiing zal gebeuren door het aanplanten van een bodembedekkende plant. (2006/274)

- Op 16/07/2009 werd een vergunning afgeleverd voor de afbraak van de loods kaai 290. (2009/467)

- Op 04/04/2012 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van 3 vrijstaande kaaiburelen. (2012/41)

- Op 08/05/2013 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een bestaande loods, de nieuwbouw van een loods fase 1 & fase 2 en het aanpassen van de bestaande wegenis. (2013/129)

 

Milieuvergunningen

* Op 05/12/1996 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor stouwen, laden lossen en opslaan van goederen (papier, hout, ijzer) voor rekening van derden gelegen in het zeehavengebied (rubriek 48.2.). (123/E/1)

* Op 03/10/2002 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het lossen, laden en opslaan van goederen voor rekening van derden. (9832/E/1)

* Op 08/02/2007 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een propaangastank met een waterinhoud van 1.000 l. (11305/E/1)

* Op 12/02/2009 werd door het college van burgemeester en schepenen de vergunning gedeeltelijk afgeleverd voor het veranderen (door uitbreiding en actualisatie) van bestaande doorvoeropslagplaatsen in zeehavengebied voor andere dan IMDG-goederen, zodat de inrichting (milieutechnische eenheid kaaien 290 tot en met 360). (123/E/2)

* Op 19/03/2009 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor Rechtzetting collegebesluit van 12 februari 2009 door: opname rubriek olietransformator 160 kVA op kaai 290,  opname kaai 310 bij rubriek 48, schrapping bijzondere voorwaarde bewijs van de verwijdering van de askarelhoudende transformator met een vermogen van 160 kVA op kaai 290. (123/E/3)

* Op 25/02/2010 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door uitbreiding) van bestaande doorvoeropslagplaatsen in zeehavengebied voor andere dan IMGD-goederen. (123/E/4)

* Op 06/02/2014 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het veranderen door uitbreiding van een  bestaande doorvoeropslagplaats in zeehavengebied voor andere dan IMDG-goederen en de opslag en overslag van kunstmeststoffen. (123/E/5)

3.       WIJZIGINGSAANVRAAG

Op 22 maart 2026 werd op vraag van Brandweer een wijzigingsverzoek ingediend. Op 25 maart 2026 werd dit wijzigingsverzoek aanvaard.

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

4.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

4.1.   BRANDWEER

 

EERSTE ADVIES

Ongunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 17 februari 2026:
Besluit: NEGATIEF ADVIES, het project voldoet niet aan de minimale eisen inzake brandveiligheid.

 

TWEEDE ADVIES

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 25 maart 2026:
VOORWAARDELIJK GUNSTIG voor bulkloods KLASSE A, mits te voldoen aan de hiervoor vermelde maatregelen en reglementeringen.

Bijzondere aandachtspunten:

- De toegankelijkheid van het perceel en het gebouw moeten voldoen volgens de voorwaarden in het advies.

- Een industriegebouw opgericht voor een klasse A, mag enkel gebruikt worden voor activiteiten met dezelfde of een lagere maatgevende brandbelasting of voor activiteiten die leiden tot de indeling in dezelfde klasse of een klasse met een lagere maatgevende brandbelasting.

 

4.2.   FLUXYS

Voorwaardelijk gunstig advies van Fluxys NV afgeleverd op 13 januari 2026:
Advies Fluxys Belgium (zie bijlage omgevingsloket)

 

4.3.   INFRABEL

Voorwaardelijk gunstig advies van Infrabel afgeleverd op 14 januari 2026:
 Ingevolge uw aanvraag in het omgevingsloket nr. OMV 2025123644 kunnen wij u melden dat Infrabel geen principiële bezwaren heeft bij bovenvermelde aanvraag van Stukwerkers Havenbedrijf voor de uitbraak van sporen en verharding, bouwen van een bulkloods en aanwerken verharding in de Port Arthurlaan z.n., 9000 Gent.

Ter info: de veiligheidsafstanden en de algemene voorwaarden m.b.t. bouwaanvragen dienen strikt te worden nageleefd (zie bijlage).

 

4.4.   NORTH SEA PORT

Voorwaardelijk gunstig advies van North Sea Port afgeleverd op 2 februari 2026:
North Sea Port laat weten dat de aanvraag betrekking heeft op terrein in eigendom van North Sea Port Flanders, uitgegeven in concessie aan de aanvrager. 

De aanvraag betreft de bouw van een nieuwe bulkloods en de wijziging van een bestaande doorvoeropslagplaats in zeehavengebied voor de opslag en overslag van kunstmeststoffen (niet-IMDG). 

De voornaamste milieu-aandachtspunten hebben betrekking op stofvorming en het risico op uitloging van nutriënten met mogelijke impact op bodem en oppervlaktewater. Een gesloten bulkloods kan deze risico’s beperken, op voorwaarde dat wordt voorzien in stofbeperkende maatregelen, een vloeistofdichte vloer en een gecontroleerde waterafvoer.

Mits naleving van passende milieu- en veiligheidsmaatregelen worden de milieueffecten door North Sea Port als beheersbaar beoordeeld.

De werken kunnen gunstig geadviseerd worden, mist in act name van bovenstaande voorwaarden.

 

4.5.   MARITIEME TOEGANG

Gunstig advies van Departement Mobiliteit en Openbare Werken - Maritieme Toegang afgeleverd op 23 januari 2026.
 

4.6.   WEGEN EN VERKEER

Voorwaardelijk gunstig advies van AWV - District Gent Gewestwegen afgeleverd op 16 januari 2026:
Zie bijlage omgevingsloket

 

4.7.   ASTRID

Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van indoor.astrid@ibz.fgov.be afgeleverd op 27 januari 2026:
Beslissing/Advies Veiligheidscommissie ASTRID.

Motivatie, zie bijlage omgevingsloket.

 

5.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

5.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Fase 2' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 20 juli 2012), in een gebied voor zeehaven en watergebonden bedrijven (artikel 13) met een overdruk laag Visuele en functionele inpassing (artikel 30).


Artikel 13.

Het gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams zeehavengebied als onderdeel van de zeehaven Gent. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.

Alle werken, handelingen, en wijzigingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de zeehaven en de bedrijven zijn toegelaten. Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:

 - de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;

 - het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.

 

Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.

 

Artikel 30.

In het gebied aangeduid met de overdruk zijn noch bedrijven met als hoofdactiviteit afvalverwerking met inbegrip van recyclage of bedrijven met bulkopslag in open lucht, noch grootschalige windturbines toegelaten.

 Inrichtingen die vallen onder de toepassing van het samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de beheersing van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, zijn niet toegelaten.

 

Tussen het bedrijventerrein en de aangrenzende zones wordt langs de New Orleansstraat in een buffer van minimum 10 m breed voorzien. De buffer moet voldoen aan de voorwaarden van visuele afscherming en landschappelijke inpassing. De buffer wordt beplant met streekeigen struiken en hoogstammige bomen met het oog op het bufferen van de bedrijfsactiviteiten ten opzichte van de aanliggende functies. Uiterlijk in het plantseizoen dat volgt op het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning, na de inwerkingtreding van dit ruimtelijk uitvoeringsplan, moet de buffer aangelegd en beplant zijn. De aanleg en het onderhoud van de noodzakelijke toegangswegen en de aanleg van brandwegen in waterdoorlatende verharding indien dit om redenen van brandveiligheid wordt opgelegd, zijn toegelaten in deze buffer. Binnen de buffer van 10m breed kunnen de bestaande stedenbouwkundig vergunde of vergund geachte gebouwen en verhardingen worden instandgehouden en verbouwd binnen het bestaande bouwvolume.

Het herstellen, (her)aanleggen en verplaatsen van bestaande ondergrondse en bovengrondse nutsleidingen is toegelaten.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

5.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

5.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening voetgangersverkeer

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

 

Gewestelijke verordening publiciteit

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van de gewestelijke publiciteitsverordening. (Besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023)

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

5.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gewestweg.

5.5.   Archeologienota

De aanvraag ligt in een gebied waarvan op basis van waarnemingen en wetenschappelijke argumenten onderbouwd kon worden dat het met hoge waarschijnlijkheid geen archeologische waarde heeft. (12-11-2019  ID: 14870)

 

6.       WATERPARAGRAAF

 

6.1.  Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West en in een afstroomgebied in beheer van North Sea Port. Het project ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van MOW - Afdeling Maritieme Toegang en in de nabijheid van waterloop in beheer van North Sea Port.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het terrein is momenteel niet bebouwd maar wel verhard.

 

6.2.  Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

Toetsing gewestelijke verordening (GSV) en algemeen bouwreglement stad Gent (ABR) inzake hemelwater:

 

Gescheiden stelsel

Conform artikel 3.4 van het ABR dient bij nieuwbouw en bij verbouwingen waarbij het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan aangepast worden, de bouwheer verplicht een privaat gescheiden afvoerstelsel voor afvalwater en hemelwater te voorzien.

Het privaat afvoerstelsel voor hemelwater moet, in de mate dat het niet wordt geïnfiltreerd, in eerste instantie aangesloten worden op een waterloop indien technisch mogelijk is. Indien dit niet kan, mag er aangesloten worden op een RWA en in laatste instantie op een gemengde riolering.

 

Hemelwaterput

Er wordt een uitzondering gevraagd voor de aanleg van een hemelwaterput aangezien er geen hergebruikmogelijkheden zijn. De uitzondering kan aanvaard worden.

 

Groendak

Er dient geen groendak voorzien te worden.

 

Infiltratievoorziening

Er wordt een ondergrondse infiltratievoorziening van 406.652 liter inhoud en 534,96 m² oppervlakte (180 cm diepte) voorzien.

 

Volgens de aanvraag leent het perceel, gelegen aan de kaai, zich niet om grote zones vrij van bebouwing te laten om een bovengrondse infiltratie te voorzien. Er dient ruimte te zijn voor het manoeuvreren van  bulldozers en de werking en opstelling van de transportbanden + weegunit in opstelling. De resterende vrije bouwzone in de diepte is te beperkt om voldoende en veilig water te laten bovengronds infiltreren.

 

Er wordt een ondergrondse buffering voorzien d.m.v. overgedimensioneerde buizen, in combinatie met infiltratiekratten (infiltratieoppervlak en buffering). Het infiltratiesysteem kan aanvaard worden.

 

Bij lozing op het oppervlaktewater moet er toestemming gevraagd worden aan de beheerder van de waterloop. De beheerder zal ook voorwaarden vastleggen met betrekking tot het lozingsdebiet en de lozingsconstructie.

 

Er kan voldaan worden aan de GSV en het ABR indien bovenstaande maatregelen worden toegepast.

 

De voorwaarden die voortvloeien uit de verordening moeten worden ontworpen en uitgevoerd conform de richtlijnen zoals uiteengezet in het Technisch Achtergronddocument bij de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater.

De aanleg van de ondergrondse constructie mag er geenszins voor zorgen dat er een permanente drainage optreedt met lagere grondwaterstanden tot gevolg. Een dergelijke permanente drainage is immers in strijd met de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid waarin is opgenomen dat verdroging moet voorkomen worden, beperkt of ongedaan gemaakt. De ondergrondse constructie dient dan ook uitgevoerd te worden als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.

 

Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.

In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagen (indelingsplichtig volgens Vlarem II, bijlage 1). De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

 

6.3.  Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.

7.       NATUURTOETS

Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd.

 

Het dichtstbijzijnde habitatrichtlijngebied is gelegen op meer dan 6 km van het project.

 

Er komen door het project (stikstof)emissies vrij. Voorliggende aanvraag zorgt echter niet voor een wijziging van aantal transporten en de hieraan verbonden stikstofemissies. De aftoetsing aan het Stikstofdecreet is niet van toepassing.

 

Er wordt geen wijziging van lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater aangevraagd. De lozing gebeurt op de RWA riolering.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

 

8.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

 

9.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 19 januari 2026 tot en met 17 februari 2026.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.

 

10.   OMGEVINGSTOETS

 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
 

De bouwheer wenst met deze aanvraag een nieuwe bulkloods te bouwen van 5400 m², naar analogie met twee eerder gerealiseerde gelijkaardige loodsen op dezelfde kaai. Deze loodsen zullen gebruikt worden voor opslag van voornamelijk kunstmest. De nieuwe loods bevindt zich tussen twee bestaande loodsen waar in de huidige toestand louter verharding aanwezig is.

 

De aanvraag is ruimtelijk en stedenbouwkundig te verantwoorden binnen de industriële context van de Gentse zeehaven. De herbouw van de opslagloods is qua inplanting, volume en materiaalgebruik ruimtelijk inpasbaar binnen zijn omgeving.

De aanvraag van de loods wordt gunstig beoordeeld in het kader van een goede plaatselijke aanleg binnen het havengebied en de principes van een goede ruimtelijke ordening.

 

Qua mobiliteitsimpact van deze nieuwe bulkloods wordt aangegeven in het dossier dat dit  bijzondere meer ontwikkeling met zich meebrengt. Er wordt afgevoerd via spoor en weg, middelen die nu reeds gebeuren in de huidige functie van het terrein. We kunnen hiermee akkoord gaan gezien de specifieke activiteit.

 

Een aandachtspunt is de verenigbaarheid met de plannen voor de tijdelijke zuidelijke havenring, maar we rekenen voor nazicht hiervan op het advies van de wegbeheerders AWV en North Sea Port om te kijken of dit volledig compatibel is hiermee.

 

Wat het parkeren betreft wordt in het dossier aangegeven dat de arbeiders die tewerkgesteld zijn door stukwerkers zich niet parkeren op de site zelf maar wel op het hoofdkwartier, aan de overzijde van de straat (Port Arthurlaan 40). Er wordt aangegeven dat er hiervoor voldoende parkeerplaatsen zijn. Deze parkeeroplossing zal zich in de nieuwe situatie gewoon verder zetten. De kaai wordt maximaal vrij gehouden van autoverkeer. Gezien de specifieke (opslag)functie en het feit dat er niet wordt aangegeven in het dossier dat er in kader van dit project extra medewerkers zullen tewerkgesteld worden bij Stukwerkers, kunnen we hiermee akkoord gaan.

 

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

Aspect bodem en grondwater

De bulkbehandelingstoestellen worden zowel binnen als buiten de loodsen (ter hoogte van de loskaaien) gebruikt. 

De loodsen en verharding doen dienst als doorvoeropslagplaats voor zowel voor IMDG-goederen als voor anderen goederen dan IMDG-goederen.

Kunstmest wordt enkel binnenin de loods voorzien van verharding opgeslagen.

Er dienen steeds de nodige maatregelen genomen te worden om het risico op uitloging van nutriënten met mogelijke impact op bodem en grondwater te vermijden.

 

Aspect stof

Er dienen steeds de nodige stofbeperkende maatregelen genomen te worden.

 

Aspect brandveiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 067384-006/LA/2026) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

CONCLUSIE

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.2°

al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | Schrappen van de op- en overslag van 250 (elektrische) voertuigen op de locatie van de nieuwe loods. Verplaatsen van 5 bedrijfsvoertuigen. | Verandering

-250 voertuigen

28.1.e)

behandelen en verpakken van kunstmest met een geïnstalleerde drijfkracht van meer dan 5 kW | Verplaatsing, exploitatie verspreid overheen de loodsen. | Verandering

0 kW

48.1.1.2°

overige opslagplaatsen voor IMDG-goederen | Verplaatsing, exploitatie verspreid overheen de loodsen. | Verandering

0 stuk

48.1.2.

opslagplaatsen voor andere goederen dan IMDG-goederen | Uitbreiden tot loods 7. | Verandering

1 stuk

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20180110-0106) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.2.2°a)

lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | Het lozen van 1405 m3/jaar huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie via 3 lozingspunten en 3 IBA’s op de RWA-riolering. | klasse 3

1405 m³/jaar

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Het lozen van 14,8 m³/uur – 37,4 m³/dag – 1296 m³/jaar bedrijfsafvalwater via 2 lozingspunten en 2 KWS-afscheiders op de RWA riolering. | klasse 2

14,8 m³/uur

6.5.1°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | Een verdeelslang. | klasse 3

1 verdeelslang

15.1.2°

al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | Het stallen van 50 bedrijfsvoertuigen. | klasse 2

50 voertuigen

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied. Maximaal 2 per dag. | klasse 3

1 wasplaats

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | Twee koelinstallaties en een compressor met een totaal vermogen van 489,5 kW. | klasse 2

489,5 kW

17.1.2.2.1°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen tot en met 3000 liter | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs,

een gastank met een inhoudsvermogen van 1.000 liter. | klasse 3

1000 liter

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | De opslag van 16,6 ton (19.900 liter) diesel. | klasse 3

16,6 ton

28.1.e)

behandelen en verpakken van kunstmest met een geïnstalleerde drijfkracht van meer dan 5 kW | Behandelen en verpakken van kunstmest met een geïnstalleerde drijfkracht van 250 kW. | klasse 2

250 kW

48.1.1.2°

overige opslagplaatsen voor IMDG-goederen | overige opslagplaatsen voor IMDG-goederen | vlarebo : A | klasse 2

1 stuk

48.1.2.

opslagplaatsen voor andere goederen dan IMDG-goederen | opslagplaatsen voor andere goederen dan IMDG-goederen | klasse 3

1 stuk

 

 

STEDENBOUWKUNDIGE VOORWAARDEN

1. De voorwaarden opgenomen in het advies van Agentschap Wegen en Verkeer (advies van 16 januari 2026, met kenmerk AV/411/2026/00058) moeten strikt nageleefd worden.

2. De voorwaarden opgenomen in het advies van North Sea Port Flanders (advies van 2 februari 2026, met kenmerk 2026-004) moeten strikt nageleefd worden.

3. De voorwaarden opgenomen in het advies van INFRABEL (advies van 14 januari 2026) moeten strikt nageleefd worden.

4. De voorwaarden opgenomen in het advies van Fluxys NV (advies van 13 januari 2026, met kenmerk TPW-OL-2026369946) moeten strikt nageleefd worden.

 

BIJZONDERE MILIEU VOORWAARDE

1. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 067384-006/LA/2026) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

 

 

GEACTUALISEERDE BIJZONDERE MILIEU VOORWAARDEN

1. Het huishoudelijk afvalwater dient via 3 lozingspunten en 3 IBA's geloosd te worden op de RWA-riolering. De IBA’s dienen binnen maximaal 1 jaar geplaatst te worden. Indien dit niet lukt, dient het huishoudelijk afvalwater te worden opgevangen en afgevoerd tot de IBA’s zijn geplaatst.

 

2. Het bedrijfsafvalwater zonder 2C stoffen dient via 2 lozingspunten en 2 KWS-afscheiders geloosd te worden op de RWA-riolering:

- De KWS-afscheiders dienen te worden uitgebreid met een coalescentiefilter om aan de voorwaarden voor lozing op oppervlaktewater te kunnen voldoen.

- De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van VLAREM II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van art. 3 van bijlage 2.3.1 van VLAREM II. Bij ontstentenis van een indelingscriterium zijn de concentraties beperkt tot de rapportagegrens of tot de bepalingsgrens.

- De detergenten die het bedrijf gebruikt, moeten voldoen aan de Verordening van het Europees Parlement en de Raad (nr. 648/2004) betreffende detergenten. Het bedrijf houdt de overeenstemmende MSDS fiches beschikbaar voor de toezichthoudende overheid.

- Het bedrijf dient te beschikken over een controle inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit en kwantiteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters te nemen van het geloosde water, overeenkomstig art. 4.2.5.1.1. van Vlarem II.

- In afwijking van art 4.2.5.1.1.§1 van Vlarem II dient het bedrijf geen meetgoot te plaatsen, gezien de hoge debieten slechts in mindere mate voorkomen. Een controle-inrichting bestaande uit een controleput wordt voldoende geacht.

- De KWS-afscheider dient conform Vlarem II afdeling 4.2.3.bis onderhouden en geëxploiteerd te worden.

 

3. Het keuringsattest van beperkt onderzoek van de dieseltank van 19.900 liter dient binnen de 3 maanden na datum van dit besluit worden bezorgd aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

4. Het gebruik van de verdeelinstallatie dient te gebeuren boven een vloeistofdichte vloer. De lozing van het verontreinigde hemelwater dient te gebeuren via een KWS-afscheider.

 

5. De exploitatie is 24 uur op 24 uur en 7 dagen op 7 dagen toegestaan.

 

6. Het attest van het periodiek onderzoek van de luchtcompressor dient binnen de 3 maanden na datum van dit besluit bezorgd worden aan de dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

7. Het attest van periodiek onderzoek van de gastank dient binnen de 3 maanden na datum van dit besluit worden bezorgd aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

8. De voorwaarden uit het advies (met referentie 067384-003/JT/2024 en referentie 067384-006/LA/2026) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

 

 

OPMERKINGEN

1. Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 20 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement.

2. Te allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II.

3. De koelinstallaties dienen onderhouden te worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II. Voor airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW houdt dit onder meer in dat ze regelmatig moeten worden gekeurd door een erkende airco-energiedeskundige overeenkomstig VLAREL.

De koelinstallaties moeten periodiek onderzocht worden op goed functioneren en op mogelijke lekverliezen door een erkende koeltechnicus.

De exploitant moet het relatief lekverlies (kg toegevoegd koelmiddel ten opzichte van totale koelmiddelinhoud installatie) te allen tijden beperken tot 5% per jaar (artikel 5.16.3.3.§6 van Vlarem II). Bij controles dient het gebruikte koelmiddel op jaarbasis berekend te worden ten opzichte van de koelmiddelinhoud. Bij een RLV van meer dan 10% tijdens twee opeenvolgende kalenderjaren, dient de installatie buiten bedrijf gesteld te worden.

4. Het is verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuwe bulkloods + het veranderen van een bestaande doorvoeropslagplaats in zeehavengebied voor andere dan IMDG-goederen en de opslag en overslag van kunstmeststoffen aan Stukwerkers-Havenbedrijf nv (O.N.:0400108667) gelegen te Port Arthurlaan z/n, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

De rubrieken voor de inrichting/activiteit  met inrichtingsnummer 20180110-0106 beslist het college als volgt:

 

Vergunde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.2°

al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | Schrappen van de op- en overslag van 250 (elektrische) voertuigen op de locatie van de nieuwe loods. Verplaatsen van 5 bedrijfsvoertuigen. | Verandering

-250 voertuigen

28.1.e)

behandelen en verpakken van kunstmest met een geïnstalleerde drijfkracht van meer dan 5 kW | Verplaatsing, exploitatie verspreid overheen de loodsen. | Verandering

0 kW

48.1.1.2°

overige opslagplaatsen voor IMDG-goederen | Verplaatsing, exploitatie verspreid overheen de loodsen. | Verandering

0 stuk

48.1.2.

opslagplaatsen voor andere goederen dan IMDG-goederen | Uitbreiden tot loods 7. | Verandering

1 stuk

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20180110-0106) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.2.2°a)

lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | Het lozen van 1405 m3/jaar huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie via 3 lozingspunten en 3 IBA’s op de RWA-riolering. | klasse 3

1405 m³/jaar

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Het lozen van 14,8 m³/uur – 37,4 m³/dag – 1296 m³/jaar bedrijfsafvalwater via 2 lozingspunten en 2 KWS-afscheiders op de RWA riolering. | klasse 2

14,8 m³/uur

6.5.1°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | Een verdeelslang. | klasse 3

1 verdeelslang

15.1.2°

al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | Het stallen van 50 bedrijfsvoertuigen. | klasse 2

50 voertuigen

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied. Maximaal 2 per dag. | klasse 3

1 wasplaats

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | Twee koelinstallaties en een compressor met een totaal vermogen van 489,5 kW. | klasse 2

489,5 kW

17.1.2.2.1°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen tot en met 3000 liter | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs,

een gastank met een inhoudsvermogen van 1.000 liter. | klasse 3

1000 liter

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | De opslag van 16,6 ton (19.900 liter) diesel. | klasse 3

16,6 ton

28.1.e)

behandelen en verpakken van kunstmest met een geïnstalleerde drijfkracht van meer dan 5 kW | Behandelen en verpakken van kunstmest met een geïnstalleerde drijfkracht van 250 kW. | klasse 2

250 kW

48.1.1.2°

overige opslagplaatsen voor IMDG-goederen | overige opslagplaatsen voor IMDG-goederen | vlarebo : A | klasse 2

1 stuk

48.1.2.

opslagplaatsen voor andere goederen dan IMDG-goederen | opslagplaatsen voor andere goederen dan IMDG-goederen | klasse 3

1 stuk

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

1. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 067384-006/LA/2026) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

 

 

Volgende geactualiseerde milieuvoorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:

1. Het huishoudelijk afvalwater dient via 3 lozingspunten en 3 IBA's geloosd te worden op de RWA-riolering. De IBA’s dienen binnen maximaal 1 jaar geplaatst te worden. Indien dit niet lukt, dient het huishoudelijk afvalwater te worden opgevangen en afgevoerd tot de IBA’s zijn geplaatst.

 

2. Het bedrijfsafvalwater zonder 2C stoffen dient via 2 lozingspunten en 2 KWS-afscheiders geloosd te worden op de RWA-riolering:

- De KWS-afscheiders dienen te worden uitgebreid met een coalescentiefilter om aan de voorwaarden voor lozing op oppervlaktewater te kunnen voldoen.

- De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van VLAREM II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van art. 3 van bijlage 2.3.1 van VLAREM II. Bij ontstentenis van een indelingscriterium zijn de concentraties beperkt tot de rapportagegrens of tot de bepalingsgrens.

- De detergenten die het bedrijf gebruikt, moeten voldoen aan de Verordening van het Europees Parlement en de Raad (nr. 648/2004) betreffende detergenten. Het bedrijf houdt de overeenstemmende MSDS fiches beschikbaar voor de toezichthoudende overheid.

- Het bedrijf dient te beschikken over een controle inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit en kwantiteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters te nemen van het geloosde water, overeenkomstig art. 4.2.5.1.1. van Vlarem II.

- In afwijking van art 4.2.5.1.1.§1 van Vlarem II dient het bedrijf geen meetgoot te plaatsen, gezien de hoge debieten slechts in mindere mate voorkomen. Een controle-inrichting bestaande uit een controleput wordt voldoende geacht.

- De KWS-afscheider dient conform Vlarem II afdeling 4.2.3.bis onderhouden en geëxploiteerd te worden.

 

3. Het keuringsattest van beperkt onderzoek van de dieseltank van 19.900 liter dient binnen de 3 maanden na datum van dit besluit worden bezorgd aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

4. Het gebruik van de verdeelinstallatie dient te gebeuren boven een vloeistofdichte vloer. De lozing van het verontreinigde hemelwater dient te gebeuren via een KWS-afscheider.

 

5. De exploitatie is 24 uur op 24 uur en 7 dagen op 7 dagen toegestaan.

 

6. Het attest van het periodiek onderzoek van de luchtcompressor dient binnen de 3 maanden na datum van dit besluit bezorgd worden aan de dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

7. Het attest van periodiek onderzoek van de gastank dient binnen de 3 maanden na datum van dit besluit worden bezorgd aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

8. De voorwaarden uit het advies (met referentie 067384-003/JT/2024 en referentie 067384-006/LA/2026) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

 

 

OPMERKINGEN

1. Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 20 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement.

2. Te allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II.

3. De koelinstallaties dienen onderhouden te worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II. Voor airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW houdt dit onder meer in dat ze regelmatig moeten worden gekeurd door een erkende airco-energiedeskundige overeenkomstig VLAREL.

De koelinstallaties moeten periodiek onderzocht worden op goed functioneren en op mogelijke lekverliezen door een erkende koeltechnicus.

De exploitant moet het relatief lekverlies (kg toegevoegd koelmiddel ten opzichte van totale koelmiddelinhoud installatie) te allen tijden beperken tot 5% per jaar (artikel 5.16.3.3.§6 van Vlarem II). Bij controles dient het gebruikte koelmiddel op jaarbasis berekend te worden ten opzichte van de koelmiddelinhoud. Bij een RLV van meer dan 10% tijdens twee opeenvolgende kalenderjaren, dient de installatie buiten bedrijf gesteld te worden.

4. Het is verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden.

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

Bijzondere voorwaarde voor de geplande werken:

 

1. De voorwaarden opgenomen in het advies van Agentschap Wegen en Verkeer (advies van 16 januari 2026, met kenmerk AV/411/2026/00058) moeten strikt nageleefd worden.

2. De voorwaarden opgenomen in het advies van North Sea Port Flanders (advies van 2 februari 2026, met kenmerk 2026-004) moeten strikt nageleefd worden.

3. De voorwaarden opgenomen in het advies van INFRABEL (advies van 14 januari 2026) moeten strikt nageleefd worden.

4. De voorwaarden opgenomen in het advies van Fluxys NV (advies van 13 januari 2026, met kenmerk TPW-OL-2026369946) moeten strikt nageleefd worden.

 

Artikel 3

Er worden geen aandachtspunten meegegeven.