Terug
Gepubliceerd op 04/05/2026

2026_CBS_03675 - OMV_2026006989 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een vergund laboratorium - zonder openbaar onderzoek - Amelia Earhartlaan, 9051 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 30/04/2026 - 13:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 30/04/2026 - 14:08
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Verontschuldigd

Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Filip Watteeuw, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2026_CBS_03675 - OMV_2026006989 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een vergund laboratorium - zonder openbaar onderzoek - Amelia Earhartlaan, 9051 Gent - Vergunning 2026_CBS_03675 - OMV_2026006989 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een vergund laboratorium - zonder openbaar onderzoek - Amelia Earhartlaan, 9051 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

ARTECO NV met als contactadres Metropoolstraat 25, 2900 Schoten heeft een aanvraag (OMV_2026006989) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 3 maart 2026.

 

De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het veranderen van een vergund laboratorium

• Adres: Amelia Earhartlaan 19, /0001, /0002, /0101, /0102, /0201, /0202, /0301 en /0302, 9051 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 25 sectie A nrs. 172S en 333B

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 1 april 2026.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 23 april 2026.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

 

Het betreft het veranderen van een vergund laboratorium van de onderzoeksafdeling van een bedrijf dat instaat voor de ontwikkeling en productie van koelvloeistoffen gebruikt in voertuigmotoren en industriële processen. Het laboratorium is voorzien in een deel van een groter gebouw.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.1°b)

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | Uitbreiding van het lozingsdebiet met 0,2 m³/uur, 0,4 m³/dag en 100 m³/jaar | klasse 2 | Verandering

0,2 m³/uur

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Uitbreiding met 1 000 kg | klasse 3 | Verandering

1000 kg

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

16.3.2°b) | koelinstallaties voor het bewaren van producten, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | koelinst | klasse 2 | 640 kW

17.3.6.2°b) | schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 tot en met 100 ton als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een gebied ander dan industriegebied | glycol | vlarebo : A | klasse 2 | 8,115 ton

17.3.7.2°b) | op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 50 ton als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied | glycol | vlarebo : A | klasse 2 | 8,115 ton

24.3. | laboratoria die biologische, scheikundige, of organische bedrijvigheid uitoefenen met het oog op opzoekingen, proeven, analyses, toepassing of ontwikkeling van producten, kwaliteitscontrole op producten, en waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | labo | vlarebo : O | klasse 2 | 1 labo

29.5.2.1°b) | smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en/of mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan industriegebied (van 5 kW tot en met 100 kW) | smederijen | vlarebo : O | klasse 3 | 6 kW

2.       HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Omgevingsvergunningen

* Op 21/11/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een vergund laboratorium. (OMV_2019081662)

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 18/01/2018 werd een vergunning afgeleverd voor take off - veld 01 (ka) - gebouw 01.01: aanvraag tot regularisatie van een deel van de stedenbouwkundige vergunning van 23 juni 2011 n.a.v. wijzigingen aan de ondergrondse parking, de interne structuur en de buitengevel van het gebouw 01.01 en het toevoegen van een bovengrondse externe stockageruimte take off - veld 01 (ka) - gebouw 01.01. (2017/04186 Dig)

 

Milieuvergunningen

* Op 05/01/2018 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor de exploitate van een nieuwe inrichting (labo) voor chemische en fysische proeven mbt koelvloeistoffen. (15112/E/1)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

Gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 8 april 2026:
GUNSTIG ADVIES, mits naleving van de hierboven vermelde maatregelen


Gunstig advies van VMM (M) Advies Vergunning Afvalwater en Lucht (milieu) afgeleverd op 22 april 2026


Gunstig advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West afgeleverd op 16 april 2026

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'HANDELSBEURS' (Besluit tot goedkeuring door de Deputatie op 8 maart 2007). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone voor kantoorachtigen wonen en natuur, zone voor projectontwikkeling en zone voor projectontwikkeling fase 1.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1. Ligging project

Het projectgebied stroomt af naar de Leie (beheerder: De Vlaamse Waterweg nv).

Het projectgebied ligt op meer dan 200 m van de Ringvaart om Gent (beheerder: De Vlaamse Waterweg nv) en op meer dan 550 m van de Leie (beheerder: De Vlaamse Waterweg nv).

 

Het projectgebied is gevoelig voor overstromingen volgens de watertoetskaarten 2023.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Voor de watertoets wordt het advies van de waterbeheerder opgenomen:

 

5.2. Advies m.b.t. het beheer en exploitatie van de waterweg en het patrimonium van De Vlaamse

Waterweg nv

Er is geen interferentie met het beheer en/of de exploitatie van de waterweg.

 

5.3. Watertoetsadvies

a. Gegevens relevant voor de watertoets:

Er worden geen handelingen gevraagd waarop de hemelwaterverordening 2023 van toepassing is.

Er worden geen wijzigingen aan de hemelwaterafvoer voorzien. Er worden geen nieuwe verhardingen aangelegd. De lozing van bedrijfsafvalwater wordt voorafgegaan door een bezinkput. Deze put wordt regelmatig onderhouden.

Sterk geconcentreerde afvalwaterstromen worden niet geloosd maar apart afgevoerd.

b. Er zijn geen acties opgenomen in het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde (2022-2027) die betrekking hebben op de vergunningsaanvraag.

c. Beoordeling van verenigbaarheid met het watersysteem

Er worden geen werken uitgevoerd waardoor er inname is van fluviaal overstromingsgebied.

Gezien de aard van de aanvraag kan in alle redelijkheid verwacht worden dat er geen significante effecten op het watersysteem zullen optreden. De aanvraag is verenigbaar met de doelstellingen en beginselen van het ‘Decreet Integraal Waterbeleid’.

 

5.4. Conclusie

Het project is verenigbaar met het watersysteem en het beheer van De Vlaamse Waterweg nv van haar patrimonium. Het project voldoet aan de doelstellingen en beginselen zoals geformuleerd in art. 1.2.2 en 1.2.3 van het gecoördineerde decreet integraal waterbeleid.

6.       NATUURTOETS

Er worden geen wijziging aan bouwvolumes/constructies en/of verharding voorzien. Het project heeft geen negatieve effecten op (mogelijks) aanwezige waardevol groen.

 

Het project bevindt zich op afdoende, meer dan 750 m van habitatrichtlijngebied en meer dan 1 km van vogelrichtlijngebieden.

 

Het Stikstofdecreet is niet van toepassing. 

 

Het bedrijfsafvalwater wordt geloosd in de riolering.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
 

Aspect afval

De voortgebrachte afvalstoffen (o.a. sterk geconcentreerde afvalwaterstromen) worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect afvalwater

Lozingssituatie

De inrichting is gelegen in centraal gebied, de ontvangende riolering is aangesloten op de RWZI van Gent. Het betreft een gescheiden stelsel.

 

Bedrijfsafvalwater

Het debiet van het bedrijfsafvalwater wordt met deze aanvraag verhoogd naar 0,4 m³/uur – 0,8 m³/dag – 200 m³/jaar en is afkomstig van de labo-activiteiten. Het wordt geloosd op de openbare riolering.

 

Het bedrijf stelt het volgende met betrekking tot het bedrijfsafvalwater:

 

Het afvalwater is afkomstig van de activiteiten in het labo, namelijk:

-          Vaatwasmachines

-          Spoelwater labo

-          Afvalwater Ion Chromatografie (IC) en condensaat (pH) (nieuwe stromen – reden voor toename in lozingsdebiet).

 

Er zijn sporadische overschrijdingen voor de lozingsnormen van pH en koper.

Gemiddelde gezien is er geen overschrijding van de norm voor deze parameters.

Dit wordt nu aangepakt door een frequenter onderhoud van de bezinkput uit te voeren om samenkitting van het slib te vermijden.

Deze maatregel zal ervoor zorgen dat de pieken meer uitgemiddeld worden. Dit zal worden gemonitord in komende analyseverslagen.

 

Voor een beschrijving van de afvalwaterstromen wordt verder verwezen naar de studie uit 2024.

Het voorwerp van deze aanvraag betreft een lichte stijging in het debiet door toevoeging van 2 stromen en bijkomende labo-activiteiten. Het nieuwe debiet wordt op maximaal 200 m³/jaar ingeschat.

 

Er is slechts 1 lozingspunt aanwezig voor bedrijfsafvalwater aanwezig dat uitkomt op de openbare riolering.

 

Geconcentreerde afvalwaterstromen worden niet geloosd, maar opgevangen in het labo en afgevoerd.

 

Het debiet wordt met voorliggend aanvraag uitgebreid (door toevoeging extra stromen en algemene stijging van labo-activiteit), maar blijft uiterst beperkt qua omvang (maximaal 200 m³/jaar).

 

Voor de lozing bevindt zich een bezinkput. Deze wordt door de exploitant regelmatig onderhouden om kitting te voorkomen.

Dit zal in de toekomst ook ervoor zorgen dat de sporadische overschrijdingen worden geminimaliseerd.

 

De continue monitoring van het afvalwater blijft behouden.

Elk kwartaal worden staalnames uitgevoerd op de kwaliteit van het effluent via een erkend laboratorium.

De nieuwe stromen werden bemonsterd. De resultaten werden opgeladen onder R3B.

De resultaten van de bestaande lozing (december 2025) werd opgeladen onder R3B.

 

Het bedrijf heeft analyseresultaten bij het dossier gevoegd.

 

parameter

28/11/2025

18/12/2025

Sect 21.3 b en c

AOX

35 μg/l

< 20 μg/l

 

As

< 0,005 mg/l

< 0,005 mg/l

0,025 mg/L

Cd

0,002 mg/l

< 0,0004 mg/l

0,004 mg/l

Cr

< 0,01 mg/l

< 0,01 mg/l

0,2 mg/l

Cu

0,32 mg/l

< 0,01 mg/l

0,4 mg/l

Pb

0,21 mg/l

< 0,01 mg/l

0,2 mg/l

Ni

0,0051 mg/l

< 0,005 mg/l

IC

Ag

0,00046 mg/l

< 0,0002 mg/l

0,04 mg/l

Zn

0,32 mg/l

< 0,025 mg/l

0,8 mg/l

P

0,24 mg/l

0,48 mg/l

3 mg/l (bijz)

Hg

< 0,0001 mg/l

< 0,0001 mg/l

0,005 mg/l

pH

10,78

6,3

6,5 – 9,5

BOD

99 mg/l

2600 mg/l

 

CZV

167 mg/l

5440 mg/l

 

ZS

99 mg/l

3,5 mg/l

1000 mg/l

Cl-

43,8 mg/l

< 5 mg/l

 

Anion. Det.

0,11 mg/l

< 0,1 mg/l

 

Niet-ion. Det.

< 0,2 mg/l

3,4 mg/l

 

Som Det.

< 0,5 mg/l

3,4 mg/l

 

Espe

2 mg/l

< 0,4 mg/l

 

Ntot

6,21 mg/l

3,49 mg/l

 

 

Gelet op de sectorale voorwaarden 21.3 b & c.

 

VMM merkt op dat bij de analyse van 28/11/2025 een pH en concentratie voor Pb t gemeten werd die in overschrijding is van de sectorale normen. Het bedrijf dient dit verder op te volgen.

 

Het bedrijf stelt zelf:

Er zijn sporadische overschrijdingen voor de lozingsnormen van pH en koper.

Gemiddelde gezien is er geen overschrijding van de norm voor deze parameters.

Dit wordt nu aangepakt door een frequenter onderhoud van de bezinkput uit te voeren om samenkitting van het slib te vermijden.

Deze maatregel zal ervoor zorgen dat de pieken meer uitgemiddeld worden. Dit zal worden gemonitord in komende analyseverslagen.

 

VMM merkt tevens op dat er een groot verschil is tussen de resultaten van de 2 staalnames, m.b.t. CZV respectievelijk 167 mg/l en 5440 mg/L en BZV (respectievelijk 99 mg/l en 2600 mg/l).

 

Het bedrijf stelt dat het meest geconcentreerde afvalwater wordt afgevoerd. Als bijzondere voorwaarde wordt opgenomen dat de meest geconcentreerde afvalwaterstromen niet geloosd mogen worden maar dienen afgevoerd te worden voor externe verwerking.

 

Gelet de vastgestelde overschrijdingen dient het bedrijf de bezinkput inderdaad frequenter te ledigen. VMM stelt daarenboven voor om bijkomende analyses uit te voeren, en dit halfjaarlijks gedurende 2 jaar. Op die manier kan de effectiviteit van de maatregel opgevolgd worden.

Bijgevolg wordt volgende bijzondere voorwaarde opgenomen:

Door een erkend labo dienen gedurende 2 jaar halfjaarlijkse analyses te gebeuren op het geloosde afvalwater op de parameters opgenomen in de algemene en sectorale voorwaarden. Indien overschrijdingen gemeten worden, dient het bedrijf onmiddellijk in te grijpen door o.a. de bezinkput frequenter te reinigen. De data van het ledigingen van de bezinkput dienen bijgehouden worden op het bedrijf in een register. De analyseresultaten dienen steeds binnen de 14 weken na ontvangst door het bedrijf bezorgd te worden aan VMM, via vergunningen.ge@vmm.be.

 

Aspect bodem en grondwater

Alle gevaarlijke producten worden opgeslagen boven lekbakken met voldoende opvangcapaciteit om mogelijke spills en lekken tegen te gaan.

 

Aspect bodem

Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 20 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect brandveiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 054197-004/KH/2026) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

CONCLUSIE

 

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.1°b)

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | Uitbreiding van het lozingsdebiet met 0,2 m³/uur, 0,4 m³/dag en 100 m³/jaar | Verandering

0,2 m³/uur

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Uitbreiding met 1 000 kg | Verandering

1000 kg

 

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20190621-0042) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.1°b)

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | lozing bedrijfsafvalwater met gevaarlijke stoffen afkomstig van labo (vaatwas en lavabo) 0,8 m³/d - 200 m³/j | klasse 2 | klasse 2

0,4 m³/uur

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | koelinstallaties voor het bewaren van producten, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | koelinst | klasse 2 | klasse 2

640 kW

17.3.6.2°b)

schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 tot en met 100 ton als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een gebied ander dan industriegebied | schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 tot en met 100 ton als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een gebied ander dan industriegebied | glycol | vlarebo : A | klasse 2 | vlarebo : A | klasse 2

8,115 ton

17.3.7.2°b)

op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 50 ton als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied | op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 50 ton als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied | glycol | vlarebo : A | klasse 2 | vlarebo : A | klasse 2

8,115 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | kleinverpakkingen van diverse producten in labo | klasse 3 | klasse 3

2000 kg

24.3.

laboratoria die biologische, scheikundige, of organische bedrijvigheid uitoefenen met het oog op opzoekingen, proeven, analyses, toepassing of ontwikkeling van producten, kwaliteitscontrole op producten, en waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | laboratoria die biologische, scheikundige, of organische bedrijvigheid uitoefenen met het oog op opzoekingen, proeven, analyses, toepassing of ontwikkeling van producten, kwaliteitscontrole op producten, en waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | labo | vlarebo : O | klasse 2 | vlarebo : O | klasse 2

1 labo

29.5.2.1°b)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en/of mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan industriegebied (van 5 kW tot en met 100 kW) | smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en/of mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan industriegebied (van 5 kW tot en met 100 kW) | smederijen | vlarebo : O | klasse 3 | vlarebo : O | klasse 3

6 kW

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het veranderen van een vergund laboratorium aan ARTECO nv (O.N.:0463801936) gelegen te Amelia Earhartlaan 19, /0001, /0002, /0101, /0102, /0201, /0202, /0301 en /0302, 9051 Gent.

 

De rubrieken voor de inrichting/activiteit ARTECO met inrichtingsnummer 20190621-0042 beslist het college als volgt:

 

Vergunde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.1°b)

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | Uitbreiding van het lozingsdebiet met 0,2 m³/uur, 0,4 m³/dag en 100 m³/jaar | Verandering

0,2 m³/uur

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Uitbreiding met 1 000 kg | Verandering

1000 kg

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20190621-0042) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.1°b)

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | lozing bedrijfsafvalwater met gevaarlijke stoffen afkomstig van labo (vaatwas en lavabo) 0,8 m³/d - 200 m³/j | klasse 2 | klasse 2

0,4 m³/uur

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | koelinstallaties voor het bewaren van producten, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | koelinst | klasse 2 | klasse 2

640 kW

17.3.6.2°b)

schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 tot en met 100 ton als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een gebied ander dan industriegebied | schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 tot en met 100 ton als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een gebied ander dan industriegebied | glycol | vlarebo : A | klasse 2 | vlarebo : A | klasse 2

8,115 ton

17.3.7.2°b)

op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 50 ton als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied | op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 50 ton als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied | glycol | vlarebo : A | klasse 2 | vlarebo : A | klasse 2

8,115 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | kleinverpakkingen van diverse producten in labo | klasse 3 | klasse 3

2000 kg

24.3.

laboratoria die biologische, scheikundige, of organische bedrijvigheid uitoefenen met het oog op opzoekingen, proeven, analyses, toepassing of ontwikkeling van producten, kwaliteitscontrole op producten, en waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | laboratoria die biologische, scheikundige, of organische bedrijvigheid uitoefenen met het oog op opzoekingen, proeven, analyses, toepassing of ontwikkeling van producten, kwaliteitscontrole op producten, en waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | labo | vlarebo : O | klasse 2 | vlarebo : O | klasse 2

1 labo

29.5.2.1°b)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en/of mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan industriegebied (van 5 kW tot en met 100 kW) | smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en/of mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan industriegebied (van 5 kW tot en met 100 kW) | smederijen | vlarebo : O | klasse 3 | vlarebo : O | klasse 3

6 kW

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

1.De meest geconcentreerde afvalwaterstromen mogen niet geloosd worden maar dienen afgevoerd te worden voor externe verwerking.

 

2. Door een erkend labo dienen gedurende 2 jaar halfjaarlijkse analyses te gebeuren op het geloosde afvalwater op de parameters opgenomen in de algemene en sectorale voorwaarden. Indien overschrijdingen gemeten worden, dient het bedrijf onmiddellijk in te grijpen door o.a. de bezinkput frequenter te reinigen. De data van het ledigingen van de bezinkput dienen bijgehouden worden op het bedrijf in een register. De analyseresultaten dienen steeds binnen de 14 weken na ontvangst door het bedrijf bezorgd te worden aan VMM, via vergunningen.ge@vmm.be.

 

3. De voorwaarden uit het advies (met referentie 054197-004/KH/2026) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

 

 

Volgende geactualiseerde milieuvoorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:

1. Bedrijfsafvalwater:

- Het bedrijf dient de nodige aandacht te besteden aan de samenstelling van het bedrijfsafvalwater en ten allen tijde te voldoen aan de vergunde voorwaarden.

- De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C, worden beperkt tot het indelingscriterium opgenomen in art 3 van bijlage 2.3.1. van Vlarem II of bij ontstentenis daarvan tot maximaal 10 maal de detectielimiet. Het bedrijf dient te beschikken over een controle inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters te nemen van het geloosde water, overeenkomstig art. 4.2.5.1.1. van Vlarem II.

- Volgende sectorale voorwaarden wordt bijgesteld:

In afwijking van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden mag volgende emissiegrenswaarde niet worden overschreden: Ptot: 3 mg/l

- De meest geconcentreerde afvalwaterstromen mogen niet geloosd worden maar dienen afgevoerd te worden voor externe verwerking.

- Door een erkend labo dienen gedurende 2 jaar halfjaarlijkse analyses te gebeuren op het geloosde afvalwater op de parameters opgenomen in de algemene en sectorale voorwaarden. Indien overschrijdingen gemeten worden, dient het bedrijf onmiddellijk in te grijpen door o.a. de bezinkput frequenter te reinigen. De data van het ledigingen van de bezinkput dienen bijgehouden worden op het bedrijf in een register. De analyseresultaten dienen steeds binnen de 14 weken na ontvangst door het bedrijf bezorgd te worden aan VMM, via vergunningen.ge@vmm.be.

2. De voorwaarden uit de adviezen (met referentie 054197-0011CDG12017 en 054197-004/KH/2026) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

1. Het is verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden.

2. Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 20 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement.