Terug
Gepubliceerd op 04/05/2026

2026_CBS_03674 - OMV_2025079039 - aanvraag omgevingsvergunning voor het hernieuwen van de exploitatie van windturbines - met openbaar onderzoek - Smalleheerweg, 9041 Gent - Advies

college van burgemeester en schepenen
do 30/04/2026 - 13:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 30/04/2026 - 14:07
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Verontschuldigd

Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Filip Watteeuw, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2026_CBS_03674 - OMV_2025079039 - aanvraag omgevingsvergunning voor het hernieuwen van de exploitatie van windturbines - met openbaar onderzoek - Smalleheerweg, 9041 Gent - Advies 2026_CBS_03674 - OMV_2025079039 - aanvraag omgevingsvergunning voor het hernieuwen van de exploitatie van windturbines - met openbaar onderzoek - Smalleheerweg, 9041 Gent - Advies

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

ELECTRABEL NV met als contactadres Simon Bolivarlaan 36, 1000 Brussel heeft een aanvraag (OMV_2025079039) ingediend bij de Vlaamse overheid op 16 januari 2026.

 

De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het hernieuwen van de exploitatie van windturbines

• Adres: Smalleheerweg 29-.31, 9041 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 17 sectie B nrs. 853Y, 853X, 853D2 en 891C

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 11 maart 2026.

De Vlaamse overheid heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 12 maart 2026.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 23 april 2026.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

 

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Het betreft het hernieuwen van de exploitatie van windturbines.

 

Op de site van Volvo Trucks te Oostakker (Gent) bevinden zich momenteel drie operationele windturbines met bijhorende infrastructuur. Deze turbines maken deel uit van een eerdere vergunningsaanvraag en de bestaande (milieu)vergunning is geldig tot 2027.

 

Voorliggende aanvraag voorziet in de hernieuwing van deze vergunning op naam van Electrabel, zodat de exploitatie van de bestaande turbines kan worden voortgezet conform de geldende normen.

 

Tegelijkertijd wordt in een afzonderlijke aanvraag (OMV_2025094553) de oprichting van twee nieuwe windturbines en de afbraak van de drie bestaande turbines aangevraagd. De ontmanteling van de huidige turbines zal pas op het laatste mogelijke moment plaatsvinden, zodat de productie van hernieuwbare energie tijdens de overgangsfase maximaal behouden blijft.

 

Na de afbraak van de bestaande turbines vervalt de omgevingsvergunning voor deze oude turbines en zullen de nieuwe windturbines de energieproductie overnemen. Op geen enkel moment zullen de bestaande en nieuwe windturbines gelijktijdig operationeel zijn. Eerst worden de drie huidige turbines afgebroken alvorens de twee nieuwe turbines in werking treden.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

12.2.2°

transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | klasse 2 | Hernieuwing

9600 kVA

20.1.6.1°c)

opwekken van elektriciteit door middel van windenergie meer dan 1500 kW | klasse 1 | Hernieuwing

6000 kW

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

17.3.7.1°a) | Opslag 600 liter smeerolie | 0,54 ton

 

2.       HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Stedenbouwkundige vergunningen

Op 08/02/2007 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van 3 windturbines. (2006/50174)

 

Milieuvergunningen

-       Besluit van de Deputatie van 25/01/2007 waarbij vergunning werd verleend voor het exploiteren van een windpark met 3 windturbines op de site van Volvo Europa Truck. (082/44021/207/2/A/1/LDR/FC).

-       Besluit van de Deputatie van 15/10/2009 houdende het deels weigeren, deels inwilligen van het verzoek van omwonenden tot aanvulling van de milieuvoorwaarden opgenomen in het besluit van de deputatie van 25/01/2007 (M03/44021/207/2/W/1/HD).

-       Besluit van de Vlaamse Minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 27/07/2011 houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen de beslissing nr. M03/44021/207/2/W/1/HD (AMV/000142661/1002C).

 

BEOORDELING AANVRAAG

 

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in industriegebieden volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

 

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

 

5.       WATERPARAGRAAF

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf.

 

6.       NATUURTOETS

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.

 

Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:

Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd (hernieuwing exploitatie).

 

7.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 21 maart 2026 tot en met 19 april 2026.

 

Gedurende dit openbaar onderzoek werden 14 bezwaarschriften ingediend. Eén bezwaarschrift betreft echter geen bezwaarschrift maar een positief advies van Elia.

 

De bezwaren worden als volgt samengevat en besproken:

Tijdens het openbaar onderzoek werden diverse bezwaren ingediend. Het merendeel van deze bezwaren heeft betrekking op de geplande repowering (afbraak van de bestaande turbines en oprichting van nieuwe, grotere turbines), waarvoor een afzonderlijke aanvraag (OMV_2025094553) loopt.

 

Aangezien de voorliggende aanvraag uitsluitend betrekking heeft op de hernieuwing van de exploitatie van de bestaande windturbines, zonder wijziging van hoogte, vermogen of inplanting, zijn onderstaande bezwaren niet relevant voor de beoordeling van deze aanvraag:

-        schaalvergroting en ruimtelijke impact (toename hoogte en rotordiameter);

-        verschuiving turbine richting het zuiden;

-        bijkomende geluidshinder en laagfrequent geluid;

-        toename van slagschaduw;

-        bijkomende effecten op biodiversiteit (vogels, vleermuizen, ecosystemen);

-        verhoogde veiligheidsrisico’s door grotere turbines;

-        cumulatieve effecten met andere (toekomstige) turbines;

-        mobiliteits- en werfimpact in functie van bouw- en afbraakwerken;

-        effecten op bodem en grondwater door nieuwe funderingen;

-        landschappelijke en visuele impact van grotere turbines;

-        afweging van alternatieven zoals zonnepanelen;

-        algemene bezorgdheden inzake gezondheid, milieu, energie en klimaat die verband houden met grotere of bijkomende turbines.

Deze bezwaren hebben betrekking op de aanvraag (OMV_2025094553) en worden om die reden niet verder inhoudelijk beoordeeld in het kader van de voorliggende hernieuwing.

 

Onderstaande bezwaren zijn wel relevant voor de voorliggende aanvraag en worden als volgt besproken:

 

Operationele duur en rechtszekerheid

Wij volgen de bezorgdheid dat de formulering van de exploitatieperiode (“tot het einde van de levensduur of tot de start van de repowering”) onvoldoende duidelijkheid biedt en aanleiding kan geven tot interpretatie en mogelijke handhavingsproblemen.

Wij achten het daarom aangewezen dat, bij een vergunningverlening een duidelijke en bindende einddatum wordt vastgelegd voor de exploitatie van de bestaande windturbines of dat heldere en controleerbare voorwaarden worden opgelegd die ondubbelzinnig bepalen wanneer de exploitatie dient te worden beëindigd in functie van het repoweringproject.

 

Gebrek aan buffering

De bezwaarindiener voert aan dat de exploitatie in strijd is met artikel 7.2.0 van het Inrichtingsbesluit door een gebrek aan fysieke buffering.

Hoewel de zonale voorschriften voor industriegebieden inderdaad voorzien in buffering, dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de industriële site als geheel en de specifieke inplanting van windturbines. Windturbines zijn verticaal georiënteerde infrastructuren; een horizontale groenbuffer van 25-50 meter (zoals aangehaald) heeft in de praktijk geen impact op de specifieke hinderaspecten van een turbine (met name slagschaduw en geluid op ashoogte).

 

Overschrijding van de ruimtelijke draagkracht en hinder (geluid en slagschaduw)

De bezwaarindiener stelt dat de draagkracht overschreden wordt door geluid, slagschaduw en visuele impact, en verwijst naar klachten en eerdere handhavingstrajecten.

De milieueffecten van windturbines worden beoordeeld aan de hand van Vlarem II, waarin bindende grenswaarden voor geluid en slagschaduw zijn vastgelegd. Indien uit de toegevoegde studies blijkt dat aan deze normen, al dan niet via milderende maatregelen kan worden voldaan, worden deze maatregelen als bijzondere vergunningsvoorwaarden opgelegd om de naleving van de normen te verzekeren.

Eerdere klachten en handhaving kunnen worden meegenomen als context, maar vervangen de actuele technische beoordeling niet.

Uit navraag bij de milieu-inspectie blijkt dat in 2023 twee klachten werden ontvangen met betrekking tot geluid. Aangezien de windturbine toen in werking was binnen het gehanteerde maximum van 14 omwentelingen per minuut, zoals bepaald in de uitgevoerde geluidstudies die tot conformiteit leidden, werd hieraan geen verder gevolg gegeven.

Daarnaast werden in 2018 nog een drietal klachten geregistreerd, kort na de aanpassing van de exploitatievoorwaarden in 2017, waarbij de beperking werd bijgesteld van 12 naar 14 omwentelingen per minuut na de installatie van serrations op de wieken.

 

Schending natuurtoets en zorgvuldigheid

De bezwaarindiener stelt dat het advies van ANB onzorgvuldig is en dat de aanvraag de natuurtoets niet doorstaat, waardoor de vergunning op basis van artikel 4.3.3 VCRO geweigerd moet worden.

Op basis van het gunstige advies van ANB en de beschikbare gegevens in het dossier wordt geoordeeld dat de aanvraag in overeenstemming is met de natuurtoets.

 

Schending van artikel 7 en artikel 33 van het Omgevingsvergunningsdecreet (OMD).

De bezwaarindieners stellen dat de hernieuwing van de 3 bestaande windturbines en de aanvraag voor 2 nieuwe windturbines samen hadden moeten worden ingediend en beoordeeld.

Hoewel er een operationele link is (de overgangsfase), kunnen beide projecten technisch en juridisch apart bestaan. Wel moet in de eindbeslissing van beide dossiers worden gewaakt over een goede onderlinge afstemming. Het is aangewezen dat er in de nieuwe vergunning een voorwaarde wordt opgenomen dat de exploitatie van de bestaande turbines definitief moet stoppen zodra de nieuwe turbines in gebruik worden genomen, om een blijvende cumulatie van beide projecten te vermijden.

 

Geen loutere formaliteit van hernieuwing

De bezwaarindieners stellen dat de hernieuwing niet mag beschouwd worden als een automatische verlenging. Er moet opnieuw een volledige inhoudelijke beoordeling gebeuren op basis van de actuele situatie.

Een hernieuwing van een omgevingsvergunning vereist inderdaad een nieuwe, integrale beoordeling binnen het geldende toetsingskader, waaronder milieu-impact, ruimtelijke inpasbaarheid en hinderaspecten. Dit wordt ook effectief zo toegepast. Het betreft dus geen automatische verlenging van de bestaande vergunning.

 

Historiek en bestaande toestand

De bezwaarindieners stellen dat de huidige juridische vergunningssituatie niet enkel gebaseerd is op de oorspronkelijke vergunning uit 2007, maar dat die in de loop der jaren verder geëvolueerd is door bijkomende beslissingen in 2009 en 2011.

De bestaande vergunde toestand omvat zowel de initiële vergunningen als de latere wijzigingsbesluiten en opgelegde voorwaarden. Deze elementen worden volledig meegenomen in het dossier. De voorwaarden uit het verleden worden daarbij samen en in hun geheel beoordeeld.

 

Geluidsbeoordeling onvoldoende zorgvuldig en niet actueel onderbouwd.

De bezwaarindiener haalt volgende knelpunten aan:

- de vroegere turbine (WT3, nu VT WT1) historisch geluidsproblemen kende, ook met specifieke hinderkenmerken;

- er nog steeds een turbine-specifieke geluidsbeperking geldt, wat wijst op blijvende hindergevoeligheid;

- de geluidstudie enkel steunt op modelberekeningen en geen actuele immissiemetingen bevat;

- de omgeving intussen gewijzigd is, waardoor de vroegere beoordeling niet meer volstaat;

De geluidsbeoordeling gebeurt conform de gangbare vergunningspraktijk op basis van Vlarem-normen en erkende rekenmodellen (zoals ISO 9613). Dit is een aanvaarde methode, ook voor bestaande installaties.

Historische hinder en eerdere voorwaarden worden mee in rekening genomen, maar moeten worden beoordeeld binnen het huidige regelgevend kader en de actuele situatie. Ze leiden niet automatisch tot de verplichting van bijkomende metingen.

De aanwezigheid van een turbine-specifieke exploitatiebeperking wordt beschouwd als een vergunningsvoorwaarde die kan worden meegenomen als bijkomende maatregel, zonder dat dit op zich betekent dat de algemene normtoets niet zou worden gehaald.

De actuele receptorcontext wordt verrekend in de modellering.

Op basis van de gebruikelijke beoordelingsmethodiek is de geluidsstudie voldoende onderbouwd om de conformiteit met de geldende normen te beoordelen.

 

Veiligheidsbeoordeling en opvolging van historische site-gebonden maatregelen

De veiligheidsbeoordeling wordt gebaseerd op een combinatie van technische systemen, exploitatievoorwaarden en het geldende risicokader. Historische site-specifieke maatregelen worden mee in rekening genomen. Indien dergelijke maatregelen nog noodzakelijk zijn voor de veiligheid, kunnen ze als vergunningsvoorwaarden worden behouden of opnieuw opgelegd.

 

De vergunningverlenende overheid staat in voor de behandeling van de bezwaren.

 

8.       OMGEVINGSTOETS

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

 

Geluid

De windturbines hebben een rotordiameter van 82 m en een tiphoogte van maximaal 139 m. In 2016 zijn de turbines voorzien van Trailing Edge Serrations waardoor de maximale geluidsemissie bij 95% van het vermogen 101,5 dB(A) bedraagt.

 

Het aanvraagdossier bevat een geluidsstudie die is opgesteld door een erkende milieudeskundige op het gebied van geluid en trillingen van het studiebureau dB(A)Plan bv. Op basis van de ligging van de windturbines, de positie van de beoordelingspunten en de aangeleverde emissiegegevens is het akoestisch effect van de turbines beoordeeld. Uit de toepassing van de 29–39 dB(A) contourmethodiek blijkt dat omliggende windturbines geen relevante bijdrage leveren waardoor de overdrachtsberekening uitsluitend het windturbinepark van Volvo Trucks omvat.

 

De berekeningen zijn uitgevoerd conform ISO 9613:2-1996 en tonen aan dat bij de maximale geluidsemissie van 101,5 dB(A) de Vlarem-richtwaarden te allen tijde worden nageleefd, zowel tijdens de dag-, avond- als nachtperiode.

 

Zowel exploitant ENGIE als Volvo Group Belgium wensen in het kader van lokaal draagvlak het huidige werkingsregime van de bestaande windturbines te behouden. Het behoud van de bestaande instellingen en het huidige geluidsniveau betekent dat de hernieuwing niet zal leiden tot een verandering in geluidsniveau voor de omgeving.

 

Slagschaduw

Voor het aspect slagschaduw is door Encon nv een studie uitgevoerd om te beoordelen of de huidige windturbines voldoen aan de wettelijk vastgestelde Vlarem-normen voor representatieve slagschaduwgevoelige objecten. In de studie zijn alle relevante, reeds vergunde en geplande windturbines in de omgeving meegenomen en is de slagschaduwimpact geëvalueerd voor 39 representatieve objecten, waaronder woningen en bedrijven.

 

Uit de resultaten blijkt dat bij een aantal van deze objecten, rekening houdend met cumulatieve effecten, de norm van maximaal 8 uur per dag of 30 uur per jaar kan worden overschreden. Dit betreft vooral woningen in woon- en landbouwgebieden.

 

Om de Vlarem-normen te respecteren zijn door ENGIE diverse milderende maatregelen ingevoerd:

- De turbines zijn uitgerust met een automatische stilstandvoorziening (stopkalender) om tijdelijk stil te zetten wanneer de Vlarem-slagschaduwnormen dreigen te worden overschreden.

-  Alle stilstanden van de turbines worden geregistreerd in een stoplogboek binnen het monitorings- en registratiesysteem.

-  De daadwerkelijke slagschaduw per relevant object wordt vastgelegd in controlerapporten.

- Omdat er geen volledig automatisch slagschaduwbeheerssysteem aanwezig is, zijn de controlerapporten gebaseerd op beschikbare loggegevens, wat kan leiden tot een lichte overschatting van de werkelijke slagschaduwimpact.

 

Tijdens de eerste exploitatiejaren is de stopkalender regelmatig aangepast en geoptimaliseerd op basis van meldingen van omwonenden en technische evaluaties. De huidige opvolging gebeurt via automatische systemen, regelmatige analyses en gerichte controles. Deze gestructureerde monitoringsaanpak zorgt voor een snelle en doeltreffende respons op slagschaduwhinder.

 

Biodiversiteit

Het gaat om de hernieuwing van bestaande windturbines, waardoor er geen bijkomende mortaliteit bij vogels of vleermuizen optreedt en er geen andere relevante effecten op de natuur zijn.

 

Veiligheid

Voor het aspect veiligheid is door het erkende studiebureau Embridge een veiligheidsstudie uitgevoerd om de mogelijke externe risico’s van de bestaande windturbines voor de omgeving te beoordelen, inclusief directe risico’s van de turbines zelf en indirecte risico’s door nabijgelegen installaties met Seveso-stoffen.

 

Uit de studie blijkt dat de exploitatie van de windturbines op de huidige locatie en onder de geldende randvoorwaarden voldoet aan de externe veiligheidscriteria voor windturbines in Vlaanderen. Ter waarborging van de veiligheid zijn diverse beveiligingsinrichtingen voorzien:

-  een ijsdetectiesysteem dat de turbines automatisch stillegt bij ijsvorming,

-  een bliksembeveiligingssysteem, 

-  een redundant remsysteem,

-  een online-controlesysteem dat onregelmatigheden direct detecteert en doorgeeft aan de turbine-eigen controle-eenheid.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen aan de Vlaamse Regering over omgevingsvergunningsaanvragen die door de Vlaamse Regering worden behandeld (vlaamse projecten).

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

Communicatie

Niet van toepassing.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het hernieuwen van de exploitatie van windturbines van ELECTRABEL nv, gelegen te Smalleheerweg 29-.31, 9041 Gent.

Artikel 2

Verzoekt de Vlaamse Regering om volgende bijzondere milieuvoorwaarden op te nemen:

Exploitatieperiode en rechtszekerheid

Er dient een duidelijke en bindende einddatum voor de exploitatie van de bestaande windturbines te worden vastgelegd en/of er dienen heldere, objectieve en controleerbare voorwaarden te worden opgelegd die ondubbelzinnig bepalen op welk tijdstip de exploitatie dient te worden beëindigd in functie van de realisatie van het repoweringproject.

 

Geluid

- Het specifieke geluid afkomstig van windturbine 3 mag ter hoogte van woningen in woongebied gelegen op minder dan 500 m van het industriegebied niet meer bedragen dan:

  • bij oosten- en noordoostenwind: 40 dB(A) overdag, 40 dB(A) ’s avonds en 40 dB(A) ’s nachts;
  • bij overige windrichtingen: 41 dB(A) overdag, 41 dB(A) ’s avonds en 41 dB(A) ’s nachts.
    zoals opgelegd in het beroepsbesluit AMV/000142661/1002C).

- Het maximale geluidsvermogensniveau van elke windturbine dient beperkt te worden tot 101,5 dB(A).

De exploitant voert minimaal één keer per jaar een geluidscontrole uit en legt de resultaten ter beschikking van de toezichthouder.

 

Slagschaduw

De turbines worden bediend conform de bestaande stopkalender en automatische stilstandvoorzieningen, zodat de Vlarem-normen voor slagschaduw (maximaal 8 uur/dag of 30 uur/jaar) te allen tijde worden nageleefd.

-  Alle stilstanden in verband met slagschaduw worden geregistreerd in een logboek en zijn beschikbaar voor inspectie.

De exploitant stelt jaarlijks een controlerapport op waarin de daadwerkelijk ervaren slagschaduw per object wordt gedocumenteerd en eventuele aanpassingen aan de stopkalender worden aangegeven.

-  Optimalisatie van de stopkalender op basis van meldingen van hinder blijft verplicht.

 

Biodiversiteit

- De hernieuwde exploitatie mag geen extra sterfte bij vogels of vleermuizen veroorzaken.

- Wijzigingen aan de turbines die een verhoogd risico voor fauna veroorzaken, zijn niet toegestaan zonder voorafgaand ecologisch onderzoek.

 

Veiligheid

De bestaande beveiligingsvoorzieningen blijven operationeel: ijsdetectie, bliksembeveiliging, redundant remsysteem en online-controlesysteem.

 

 

Artikel 3

Er worden geen aandachtspunten meegegeven.