Terug
Gepubliceerd op 09/01/2026

2026_CBS_00053 - OMV_2025078993 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bestaande studentenhuisvesting met vermindering van aantal kamers - zonder openbaar onderzoek - Krijgslaan, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 08/01/2026 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 08/01/2026 - 08:58
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2026_CBS_00053 - OMV_2025078993 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bestaande studentenhuisvesting met vermindering van aantal kamers - zonder openbaar onderzoek - Krijgslaan, 9000 Gent - Vergunning 2026_CBS_00053 - OMV_2025078993 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bestaande studentenhuisvesting met vermindering van aantal kamers - zonder openbaar onderzoek - Krijgslaan, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

AC/TC BV met als contactadres Kardinaal Mercierlaan 1 bus A, 9090 Merelbeke-Melle heeft een aanvraag (OMV_2025078993) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 9 oktober 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het verbouwen van een bestaande studentenhuisvesting met vermindering van aantal kamers

• Adres: Krijgslaan 248 en 250, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 8 sectie H nr. 728G

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 20 november 2025.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 22 december 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft een hoekpand op de kruising van de Krijgslaan en de Kortrijksesteenweg. De omgeving heeft een dynamisch karakter, met het kruispunt De Sterre als belangrijk verkeersknooppunt van en naar de stad. De Krijgslaan is een belangrijke invalsweg. De bebouwing in de omgeving is gemengd, zowel qua functie als qua volume. Ten noorden van de site gaat het patroon van vrijstaande bebouwing geleidelijk over in gesloten rijwoningen, waar het residentiële karakter primeert. Aan de overzijde van de Krijgslaan domineren grootschalige, vrijstaande gebouwen van de universiteitscampus De Sterre.

 

Het hoekgebouw telt zes bouwlagen, afgewerkt met een zevende, sterk teruggetrokken bouwlaag, en huisvest een grootschalig studentencomplex in beheer van UGent (Home Astrid). De aanvraag heeft tot doel dit studentencomplex te verbouwen.

 

De toegangen tot het gebouw en de circulatiekernen blijven behouden. De kelderverdieping wordt heringericht om plaats te bieden aan 248 fietsen. In een ongebruikte technische berging wordt een regenwaterciterne van 22.000 liter voorzien.

 

In de huidige toestand zijn er geen kamers op het gelijkvloers. Na herinrichting komen er 15 kamers op het gelijkvloers, samen met een gemeenschappelijke leefruimte. Een deel in het centrum van het volume wordt uitgebroken om een patio te creëren. Hierdoor krijgen alle gelijkvloerse kamers daglicht.
Aan de voorzijde komt een gemeenschappelijke ruimte van 206,58 m², toegankelijk voor alle bewoners. Op de kop van het gebouw wordt een lokaal voorzien voor de homeraad en UGent. Op de verdiepingen komen telkens 41 kamers met een gemeenschappelijke leefkeuken en gedeeld sanitair, behalve op de 5de verdieping waar 40 kamers worden voorzien.

 

Vandaag bevat het gebouw 235 kamers en één woonunit voor een conciërge. In de nieuwe toestand zijn er 219 kamers, waarvan 204 basiskamers en 15 kamers met eigen sanitair.

 

De 7de bouwlaag bevat momenteel een gemeenschappelijke ruimte. Deze wordt ingericht als studieruimte. Vandaag is dit niveau niet bereikbaar met de lift. De liftschacht wordt doorgetrokken tot de 7de bouwlaag, zodat alle niveaus bereikbaar zijn. Hiervoor wordt het dak plaatselijk verhoogd met 1,12 meter.

 

Aan de straatzijde verandert enkel de fietsenstalling in de voortuin. Van de 30 fietsenstallingen verdwijnen er 6, waardoor plaats vrijkomt voor een buitenruimte die aansluit op de gemeenschappelijke ruimte. Er zijn geen wijzigingen aan de scheidingsmuren en de straatgevels blijven ongewijzigd.

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 07/05/2015 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van 2 noodladders aan de gevels met elkaar verbonden via een loopplatform. (2015/04029)

* Op 04/08/2016 werd een vergunning afgeleverd voor het regulariseren van het aantal wooneenheden in home Astrid (vroeger 240 wooneenheden, nu 235). (2016/04083)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

Geen tijdig advies van Fluvius. De adviesvraag is verstuurd op 20 november 2025. Op 12 december 2025 is nog géén advies ontvangen. Omdat de decretaal omschreven adviestermijn verstreken is, kan aan de adviesvereiste voorbij gegaan worden.


Geen tijdig advies van Adviesverleners voor Ivago. De adviesvraag is verstuurd op 20 november 2025. Op 12 december 2025 is nog géén advies ontvangen. Omdat de decretaal omschreven adviestermijn verstreken is, kan aan de adviesvereiste voorbij gegaan worden.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 11 december 2025 onder ref. 035724-029/PJ/2025 mits te voldoen aan de in het advies vermelde maatregelen en reglementeringen. De aandacht wordt gevestigd op volgende bijzondere punten:

 

-      De binnenwanden van elke evacuatieweg moet EI 60 hebben. De deuren van de lokalen die op deze weg uitgeven moeten zelfsluitend zijn en EI1 30 hebben (inclusief sanitair!). (De kamerdeuren moeten niet zelfsluitend zijn). 

-      De kelder moet beschikken over 2 uitgangen (er zijn eisen aan de uitgang via de helling).

-      Indien vergrendeld: de deuren naar het buitentrappenhuis moeten steeds ter plaatse ontgrendeld kunnen worden door middel van een groene drukknop - type breek het glas (van binnen naar buiten).

 

Het advies is raadpleegbaar op het omgevingsloket.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van AWV - District Gent Gewestwegen afgeleverd op 12 december 2025 onder ref. AV/411/2025/01861:

 

Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert de aanvraag gunstig. Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de in het advies omschreven aandachtspunten.

 

Het advies is raadpleegbaar op het omgevingsloket.

 

Gunstig advies van ASTRID veiligheidscommissie (FOD Binnenlandse Zaken) afgeleverd op 2 december 2025 onder ref. 11282.

 

Gezien de studenten over een huurcontract beschikken worden deze omzien als bewoners. Gezien de beperkte oppervlakte van het gebouw en het karakter van "studentenhuisvesting", heeft de commissie beslist dat er geen verplichting is tot ASTRID indoordekking.

 

Het advies is raadpleegbaar op het omgevingsloket.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).


De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). Er zijn geen specifieke voorschriften van toepassing.

Het doel van de aanvraag is het verbouwen van een vergunde grootschalige studentenhuisvesting. De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

Artikel 5 van deze verordening bepaalt dat bij verbouwingen aan studentenhuisvesting met meer dan twee niveaus en minstens twintig kamers, de gemeenschappelijke delen toegankelijk moeten zijn. Dit omvat inkom, gangen, liften en de publieke zijde van de toegangsdeuren tot de kamers. De verordening doet geen uitspraak over de privatieve kamers zelf.

 

Om aan de geest van de wet te voldoen, moeten alle gemeenschappelijke delen en bezoekersruimtes (zoals leefkeukens en studieruimtes) toegankelijk zijn. Daarnaast wordt gevraagd om minstens één rolstoeltoegankelijk toilet te voorzien, zodat bezoekers geen gebruik hoeven te maken van private badkamers.

 

Artikel 33 van de verordening laat toe om gemotiveerde afwijkingen toe te staan wanneer plaatselijke omstandigheden of technische beperkingen een andere bouwwijze vereisen, of wanneer nieuwe technieken een gelijkwaardige toegankelijkheid garanderen. Dit is relevant wanneer de bestaande structuur ingrijpende en disproportionele aanpassingen zou vereisen.

 

In de voorliggende aanvraag gaat het om de verbouwing van een bestaand, niet toegankelijk, studentencomplex waarbij de dragende structuur behouden blijft.

 

Het gebouw heeft twee integraal toegankelijke ingangen met hellingbaan De centrale gang tussen het merendeel van de kamers heeft een breedte van 150 cm, waardoor een draaicirkel mogelijk is. Op elke verdieping is integraal toegankelijk sanitair voorzien, met voldoende draaizones. Een van de bestaande liften wordt doorgetrokken tot de zesde verdieping, zodat ook de studiezaal toegankelijk is voor mindervaliden.

 

De kamers op de typeverdieping worden aangepast om de minimale oppervlakte van een kamer (12 m²), volgens de Vlaamse wooncodex, te behalen. Door deze ingreep wordt de doorgangsbreedte in de centrale gang op een aantal plaatsen versmald tot 110 en 115 cm. Ook wordt op die plaats de minimale doorgangsbreedte van 120 cm niet gehaald. Hierdoor is aan enkele kamerdeuren geen draaicirkel van 150 cm mogelijk. Het gevolg is dat 55 van de 2019 kamers in de nieuwe toestand niet toegankelijk zijn.

 

De oorzaak ligt in de bestaande betonnen draagstructuur: de positie van circulatiekernen, kolommen en raamopeningen laat geen alternatieve indeling toe zonder zware structurele ingrepen. Deze ingrepen staan niet in verhouding tot de aard van de renovatie, die zich beperkt tot interne herindeling.

 

Om die reden wordt een gemotiveerde afwijking gevraagd voor deze zones. Aangezien het om een beperkte afwijking gaat binnen een bestaand gebouw, en de overige delen wel voldoen aan de toegankelijkheidsnormen, kan de afwijking toegestaan worden.

 

De aanvrager deed tenslotte inspanningen om een aangepaste parkeerplaats op het openbaar domein aan te vragen. Technisch is het namelijk onmogelijk om een aangepaste parkeerplaats op eigen terrein te voorzien, omdat de helling niet geschikt is voor autotoegang. Team Straatparkeren van de stad Gent bevestigde op 30/06/2025 dat een parkeerplaats voor personen met een handicap zal worden ingericht op de voorgestelde locatie, in functie van de nabijgelegen voorzieningen.

 

Gewestelijke verordening voetgangersverkeer

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

 

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gewestweg.

5.       WATERPARAGRAAF

5.1.  Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project: 

-      niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

-      niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

-      niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

-      niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

5.2.  Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

De aanvraag wijzigt noch de bebouwde oppervlakte, noch de verharde zones. Ook het afvoerstelsel blijft grotendeels behouden en er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Daardoor zijn er vanuit de GSV of het Algemeen Bouwreglement van de Stad Gent geen verplichtingen voor het voorzien van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of groendak.

 

Het project omvat 219 studentenkamers, wat een groot potentieel biedt voor hergebruik van hemelwater. In de huidige situatie is geen hemelwaterput aanwezig. In de nieuwe toestand wordt een hemelwaterput van 22.000 liter geïntegreerd in de bestaande kelder. Met deze voorziening kan het toiletverbruik van ongeveer 88 kamers opgevangen worden.

 

Daarnaast wordt het bestaande dak van het gelijkvloers, met een oppervlakte van 133,74 m², ingericht als groendak om het hemelwater vertraagd af te voeren.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3.  Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er is geen waardevol groen of boom verwijderd. De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing.

 

Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.

 

Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Het doel van de aanvraag is het verbouwen van een grootschalige studentenhuisvesting.

 

VOLUME

Er worden geen volume-uitbreidingen voorgesteld, waardoor de impact op de aanpalenden beperkt is. Enkel ter hoogte van de 7de verdieping wordt de circulatiekern opgehoogd om de lift toegang te geven tot dit hoogste verdiep. De ophoging heeft zeer beperkte afmetingen en situeert zich centraal op het volume, aan de kop, ter hoogte van het kruispunt De Sterre. Aan de binnenzijde van het volume komt een patio zodat alle kamers daglicht krijgen. De raamopeningen ter hoogte van de perceelsgrenzen met eengezinswoningen kunnen niet opendraaien.

 

PROGRAMMA

Het programma is principieel gezien aanvaardbaar. Het is positief dat het bestaande, verouderd complex grondig gerenoveerd wordt. Alle kamers zijn in de nieuwe toestand minstens 12 m² waardoor de algemene kwaliteit van de kamers stijgt. De nieuwe gelijkvloerse studentenkamers zijn voldoende ruim en beschikken over voldoende gemeenschappelijk sanitair en keuken. In het algemeen is de woonkwaliteit positief. Tevens positief voor de woonkwaliteit zijn de grote gemeenschappelijke ruimtes op het gelijkvloers en de bovenste verdieping die toegankelijk zijn voor alle bewoners. Er wordt een daling van het aantal entiteiten voorzien, wat de draagkracht van het perceel en de impact op de omgeving alvast niet verhoogt.

 

De locatie is bovendien zeer geschikt voor studentenhuisvesting omwille van de nabijheid tot verschillende hoger onderwijsinstellingen, de goede bereikbaarheid en de perceelsvorm die zich sowieso minder goed leent tot een invulling met entiteiten voor permanente bewoning.

 

De indeling van het gebouw houdt voldoende rekening met de specifieke functie en de overlast die zo’n functie zonder een doordacht ontwerp en zonder een goed beheer kan veroorzaken. De gemeenschappelijke ruimtes op de verdiepingen bevinden zich op de kop en richten zich zo op het drukke kruispunt van De Sterre. Ze grenzen niet aan de aanpalende woningen waardoor geen overlast kan ontstaan. De fietsenstalling bevindt zich onder het gebouw en is snel bereikbaar en vlot toegankelijk via een inrijhelling. Hierdoor wordt hinder opnieuw beperkt. Geen enkel van de platte daken is toegankelijk.

 

BEHEER

UGent blijft eigenaar van het gebouw maar verleende zakelijke rechten (erfpacht/opstal) aan de aanvrager. Parallel werd aan de UGent huurrecht toegekend, waardoor UGent als toekomstige gebruiker van het gebouw optreedt. Hierdoor beschikt beschikt de aanvrager over de nodige rechtsgrond om de aanvraag in te dienen, terwijl UGent de uiteindelijke exploitant en huurder van het studentencomplex zal zijn. Als bijlage bij de aanvraag zijn de nodige stavingsstukken toegevoegd.

 

MOBILITEIT

Bereikbaarheidsprofiel

De site is goed bereikbaar te voet, met voetpaden langs de Kortrijksesteenweg en Krijgslaan. In de directe omgeving zijn tal van voorzieningen en scholen (hogescholen en universiteiten). Ook met de fiets is de site goed bereikbaar. Er zijn fietspaden langs beide straten en een snelheidsregime van 50 km/u. Daarnaast is er een uitstekende aansluiting op openbaar vervoer: diverse bus- en tramhaltes (Gent Sterre, Maaltebruggestraat, Flamingostraat) en het station Gent-Sint-Pieters ligt op 1,1 km. De site is ook goed bereikbaar met de wagen.

 

Parkeren

Richtlijnen

Voor studentenhuisvesting in deze zone gelden volgende normen:

-      Fiets: 1 plaats per kamer + 0,2 per kamer voor bezoekers

-      Auto: geen plaatsen voor bewoners of bezoekers

Voor 219 kamers betekent dit:

-      219 fietsplaatsen voor bewoners

-      44 fietsplaatsen voor bezoekers

 

Toepassing op het project
Er worden 248 fietsparkeerplaatsen voorzien in de kelder (meer dan gevraagd voor bewoners), maar slechts 24 voor bezoekers. In totaal is het aantal voldoende, maar bezoekers moeten toegang krijgen tot de kelderstalling. Dit moet gebruiksvriendelijk gebeuren, niet via een systeem waarbij studenten poorten moeten openen. Dit wordt opgenomen als voorwaarde. Er worden geen autoparkeerplaatsen voorzien, conform de richtlijnen.

 

Uitvoering fietsenstallingen

Kelder

-      248 plaatsen, overdekt en afsluitbaar

-      Vrije hoogte: 2,35 m. Volgens de richtlijn is minimaal 2,50 m nodig. De kleinere vrije hoogte is aanvaardbaar gezien het gaat om een bestaand gebouw.

-      Helling: 7% (toelaatbaar voor hoogteverschil < 2,50 m)

-      Indeling: hoog-laag-systeem, gangpaden minimaal 2 m

-      Toegang: 4,18 m aan straatzijde, 2,75 m onderaan helling

-      Verlichting en oplaadpunten voor elektrische fietsen moeten voorzien worden (niet zichtbaar op plan). Dit wordt opgelegd als voorwaarde.

 

Maaiveld

-      24 plaatsen voor bezoekers, niet overdekt en niet afsluitbaar

-      Zelfde indeling en afmetingen als kelderstalling

 

Mobiliteitseffecten

Volgens de MER-screening worden geen negatieve effecten verwacht. De parkeerbehoefte wordt op eigen terrein opgevangen en er is voldoende fietsparking, waardoor geen extra druk op het openbaar domein ontstaat.

 

Besluit en voorwaarden

-      Het voorziene aantal fietsparkeerplaatsen voor bezoekers (20) is te weinig en voldoet niet aan het gevraagde aantal volgens de parkeerrichtlijnen (44). Het voorziene aantal fietsparkeerplaatsen voor bewoners (248) is ruim voldoende en meer dan het gevraagde aantal volgens de parkeerrichtlijnen (219). In zijn totaliteit zijn er wel voldoende fietsparkeerplaatsen. Het moet bijgevolg mogelijk zijn dat bezoekers gebruik kunnen maken van de fietsenparking op verdieping -1. Dit op voorwaarde dat de studenten de nodige poorten/deuren vanuit de studentenkamer kunnen bedienen. Er moet vermeden worden dat fietsen op oneigenlijke plaatsen gestald worden, en daarom is een systeem waarbij de student naar buiten moet komen geen gebruiksvriendelijke manier en zal de fietsenstalling onvoldoende gebruikt worden voor bezoekers.

-      De fietsenberging moet goed verlicht worden en er moeten oplaadpunten voor elektrische fietsen voorzien worden. Dit kunnen we niet afleiden uit de plannen.

 

De aanvraag is, mits toepassing van de bijzondere voorwaarden, in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening.

 

CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bestaande studentenhuisvesting met vermindering van aantal kamers aan AC/TC bv (O.N.:0849874903) gelegen te Krijgslaan 248 en 250, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Externe adviezen

-      De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 11 december 2025 met kenmerk 035724-029/PJ/2025).

-      De aandachtspunten opgenomen in het advies van Agentschap Wegen en Verkeer (advies van 12 december 2025 met kenmerk AV/411/2025/01861) moeten strikt nageleefd worden. 

 

Fietsenstallingen

De bezoekers moeten gebruik kunnen maken van de fietsenparking op verdieping -1. Dit op voorwaarde dat de studenten de nodige poorten/deuren vanuit de studentenkamer kunnen bedienen. Er moet vermeden worden dat fietsen op oneigenlijke plaatsen gestald worden, en daarom is een systeem waarbij de student naar buiten moet komen geen gebruiksvriendelijke manier en zal de fietsenstalling onvoldoende gebruikt worden voor bezoekers.

 

De fietsenberging moet goed verlicht worden en er moeten oplaadpunten voor elektrische fietsen voorzien worden.

 

Riolering

Volgens het zoneringsplan is het perceel gelegen binnen centraal gebied of collectief geoptimaliseerd buitengebied: er is riolering aanwezig en die is aangesloten op een waterzuivering. Het is verplicht om afvalwater aan te sluiten op de riolering.

 

Wettelijke bepaling rioolaansluiting:

De regels rond de rioolaansluiting zijn terug te vinden in het Algemeen en het Bijzonder Waterverkoopreglement. Deze reglementen zijn terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen.

 

Op www.farys.be/nl/rioolaansluiting vindt u meer info over:

 - de specificaties en prijzen van de rioolaansluiting

 - de belangrijkste aspecten voor de aanleg van de privéwaterafvoer (onder “Mijn privéwaterafvoer”).

 

Aanwezige (wacht)aansluiting(en) dienen steeds gebruikt/(her)bruikt te worden. Je bent gebonden door de locatie, de diepteligging en het type aansluiting, namelijk afvalwater (=DWA) of regenwater (=RWA) ter hoogte van de rooilijn.

Je dient het ontwerp en de aanleg van de privéwaterafvoer -op privéterrein- hierop af te stemmen.

Hoe je nagaat of er al een rioolaansluiting aanwezig is, vind je terug op www.farys.be/nl/rioolaansluiting.

 

De aansluiting van afvalwater (DWA) op het rioleringsnet is verplicht als een riolering aanwezig is. De aansluiting van het regenwater (RWA) op het rioleringsnet is niet verplicht.

 

Privéwaterafvoer:

De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht bij nieuwbouw en herbouw of het realiseren van een bijkomende huisaansluiting.  Meer informatie vind je op www.farys.be/keuring-privéwaterafvoer.

 

Om geurhinder als gevolg van de eigen privéwaterafvoer te voorkomen werden er enkele richtlijnen opgesteld, die je kan terugvinden op www.farys.be/nl/rioolaansluiting (onder “Mijn privéwaterafvoer”).

 

De openbare riolering kan onder druk komen te staan. Dit betekent dat het waterpeil in de buizen en aansluitingen kan stijgen tot het maaiveld niveau. Houd hier rekening mee bij de aanleg van de privéwaterafvoer.

 

De interne riolering moet zo ontworpen worden dat een aansluiting op het gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater).

Het is toegestaan het regenwater in een gracht te laten lozen.

 

Er moet blijvend voorzien worden in een septische put. Alle en enkel de toiletten zijn hierop aan te sluiten.

 

Oprit op het openbaar domein:

Er zal slechts één oprit met een breedte van maximum 2 meter op het openbaar domein worden toegestaan voor de ondergrondse fietsenstalling, zie opmerkingen.

    

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:


Openbaar domein

De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.

 

De bouwheer/vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken.

Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, via afgifte op het Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: wegen@stad.gent of per post aan Stad Gent t.a.v. Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

Deze dient ten laatste twee weken voor aanvang van de werken verstuurd of afgegeven te worden, indien deze laattijdig ingediend wordt kan deze niet als tegensprekelijk beschouwd worden.

U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).

 

In functie van een werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld).

 

Het is de bouwheer niet toegestaan om zelf een oprit op openbaar domein aan te passen.

Na het beëindigen van de werken zal de oprit op het openbaar domein aangepast worden door de Stad Gent op kosten van de bouwheer volgens het geldende retributiereglement. Opritten op openbaar domein, die niet aangelegd zijn door de stad kunnen worden opgebroken. Dit dient, na de werken, verplicht aangevraagd te worden, het aanvraagformulier kan u downloaden via de website www.stad.gent (typ trottoirs en opritten in het zoekveld).

Dit document dient bezorgd te worden aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, mail: wegen@stad.gent. Of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent

Bij de aanleg van de oprit zal de boordsteen plaatselijk verlaagd worden. Bij het bepalen van het niveau van het dorpelpeil van de inrit dient de bouwheer rekening te houden met het peil van het bestaand trottoir thv de perceelsgrens.