Terug
Gepubliceerd op 09/01/2026

2026_CBS_00108 - OMV_2025154981 - melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties - Albert De Smetstraat 67, 9042 Gent - aktename

college van burgemeester en schepenen
do 08/01/2026 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 08/01/2026 - 09:19
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2026_CBS_00108 - OMV_2025154981 - melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties - Albert De Smetstraat 67, 9042 Gent - aktename 2026_CBS_00108 - OMV_2025154981 - melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties - Albert De Smetstraat 67, 9042 Gent - aktename

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 107.

Het Decreet over de programmatische aanpak stikstof van 24 januari 2024, artikel 8.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Het Decreet over de programmatische aanpak stikstof van 24 januari 2024, artikel 8.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen dient akte te nemen van de ingediende melding. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Joris Goossens met als contactadres Albert De Smetstraat 67, 9042 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025154981) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 18 december 2025.

 

De melding handelt over:

Onderwerp: melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties

• Adres: Albert De Smetstraat 67, 9042 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 14 sectie C nrs. 96E, 96G, 96F, 100F en 101D

 

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 22/12/2025.

 

OMSCHRIJVING MELDING

1.  BESCHRIJVING VAN DE GEMELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT

 

De melding heeft betrekking op melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen.

 

De inrichting (internnummer: 7310/ inrichtingsnummer: 20251217-0006) is vergund tot 10/4/2028.

 

2.  HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 15/02/1971 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een koestal. (Litt. A-5-70)

* Op 23/09/1974 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden en verbouwen van een woonhuis tot bungalow met kapdak, en het oprichten van een alleenstaande garage op binnengrond. (KW A-10-74)

* Op 04/08/1983 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een kweekvarkensstal, een loods en silo. (1982/1539(134/82 OO))

* Op 12/01/1989 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een ligboxenloopstal en slopen van een berging. (1988/1638)

* Op 30/04/1998 werd een vergunning afgeleverd voor slopen van een woning. (1998/50008)

* Op 12/11/1998 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van een loods. (1998/50145)

* Op 11/03/1999 werd een vergunning afgeleverd voor uitbreiden van een bedrijfswoning. (1998/50154)

* Op 29/06/2006 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een ligbox en loopstal. (2006/50068)

 

Milieuvergunningen

* Op 10/04/2008 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het verder exploiteren en het veranderen (door wijziging en uitbreiding) van een rundveehouderij, meer specifiek een melkveehouderij, zodat deze volgende rubrieken omvat. (7310/E/2)

 

BEOORDELING MELDING

 

3.  TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

TOEPASSINGSGROND

Conform artikel 8 van het decreet over de programmatische aanpak stikstof (stikstofdecreet) dient de aanvraag behandeld te worden volgens de meldingsprocedure vermeld in hoofdstuk 10 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

 

BEVOEGDHEID

De melding maakt geen deel uit van een vergunningsaanvraag waarvoor de Vlaamse overheid of de deputatie bevoegd is.

 

ONDERZOEK VOORWAARDEN ARTIKEL 8 STIKSTOFDECREET

Bestaande rundveehouderijen dienen tegen 31 december 2025 een tussentijdse reductie van 5% ten opzichte van de huidige vergunde situatie te realiseren.

 

Rundveehouderijen waarvoor een ingreep al vervat zit in de geldende omgevingsvergunning, worden geacht te hebben voldaan aan deze verplichting.

 

De aanvrager meldt een tussentijdse reductie van 5,05 %.

 

ONDERZOEK MELDINGSPLICHT, NIET-VERBODEN KARAKTER EN STEDENBOUWKUNDIGE INPLANTING

Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandsregels.

De gemelde exploitatie is niet verboden.

 

Het project ligt in woongebied met landelijk karakter en agrarisch gebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
 

De melding is in overeenstemming met de voorschriften.

 

CONCLUSIE

Het college van burgemeester en schepenen van Stad Gent is bevoegd voor de aktename.

 

De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden en de inplanting van de inrichting is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften conform artikel 4.1.1.1 van Vlarem II.

 

 

5.  OMGEVINGSTOETS

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

Bestaande rundveehouderijen dienen tegen 31 december 2025 een tussentijdse reductie van 5% ten opzichte van de huidige vergunde situatie te realiseren.

De tussentijdse reductie voor rundveehouderijen kan worden gerealiseerd door de volgende ingrepen in de vergunning op te nemen:

              *een ammoniakemissiereducerende maatregel;

              *een vermindering van het aantal dierplaatsen;

              *een combinatie van beide.

 

De aanvrager geeft aan volgende ammoniakemissiereducerende maatregelen toe te passen:

 *Schrappen 17 jongvee <1 jaar uit de vergunning

Deze maatregel wordt opgenomen in de bijzondere voorwaarden.

 

Na het toepassen van deze maatregel wordt een totale ammoniakemissie van 1405,8 kg NH3/ jaar verwacht. Dit komt overeen met een reductie van 74,8 kg NH3/ jaar of 5,05 %.

 

De inrichting is na de aanpassing vergund tot 10 april 2028 voor het houden van 169 runderen: 92 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, 77 melkkoeien > 2 jaar.

 

Als opmerking wordt meegegeven dat de exploitant de maatregelen ook op in de Mestbankaangifte dient aan te geven.

 

De actualisatie van de bijzondere milieuvoorwaarden zal pas gebeuren bij een volgende omgevingsaanvraag. De in de lopende vergunningen opgelegde bijzondere

milieuvoorwaarden blijven onverminderd van toepassing:

1. Binnen de zes maanden na datum van dit besluit moet de boorput voorzien zijn van een afzonderlijke rechte onvervormbare PVC-peilbuis, die toelaat steeds peilmetingen uit te voeren. De binnendiameter van deze peilbuis dient minimaal 27 milimeter te bedragen.

2. Regenwater of recupwater dient prioritair gebruikt te worden voor laagwaardige toepassingen.

3. Wanneer de exploitant een grondwaterwinning buiten dienst stelt moet hij deze opvullen om het gevaar voor verontreiniging van het grondwater te beperken. De richtlijnen van afdeling Water voor het opvullen van grondwaterwinningen zijn vervat in de brochure 'Verlaten grondwaterwinningen'. Deze brochure kan opgevraagd worden bij het infoloket van de Vlaamse Milieumaatschappij (Tel: 053 72 64 45)

4. Binnen de 6 maanden na het verlenen van de vergunning moet een 'verklaring van conformiteit van de houder', zoals bedoeld in artikel 5.17.3.3 van Vlarem 2 en een verslag van in dienststelling zoals bedoeld in artikel 5.17.3.4 van Vlarem 2, van de bovengrondse mazouttank overgemaakt worden aan de Afdeling Toezicht van de Milieudienst met vermelding van het dossiernummer.

 

 

CONCLUSIE

Er wordt akte genomen van de melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties, voor de rundveehouderij.

 

De bestaande vergunning voor de ingedeelde inrichting of activiteit loopt tot 10 april 2028, zoals opgenomen in de basisvergunning. "

Communicatie

Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren vanaf de aanplakking van de meldingsakte.

Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.

De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : 'BEKENDMAKING MELDINGSAKTE'.

Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.

De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel

U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.

Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).

U bent een rolrecht verschuldigd van:
- 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
- 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.

U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
- het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
- het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
- het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door Joris Goossens voor melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties, gelegen Albert De Smetstraat 67, 9042 Gent.

Artikel 2

De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:

 

Bijzondere voorwaarden voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

Volgende ammoniakemissiereducerende maatregel dient toegepast:

*Schrappen 17 jongvee <1 jaar uit de vergunning

 

Volgende milieuvoorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:

De actualisatie van de bijzondere milieuvoorwaarden zal pas gebeuren bij een volgende omgevingsaanvraag. Volgende bijzondere voorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:

1. Binnen de zes maanden na datum van dit besluit moet de boorput voorzien zijn van een afzonderlijke rechte onvervormbare PVC-peilbuis, die toelaat steeds peilmetingen uit te voeren. De binnendiameter van deze peilbuis dient minimaal 27 milimeter te bedragen.

2. Regenwater of recupwater dient prioritair gebruikt te worden voor laagwaardige toepassingen.

3. Wanneer de exploitant een grondwaterwinning buiten dienst stelt moet hij deze opvullen om het gevaar voor verontreiniging van het grondwater te beperken. De richtlijnen van afdeling Water voor het opvullen van grondwaterwinningen zijn vervat in de brochure 'Verlaten grondwaterwinningen'. Deze brochure kan opgevraagd worden bij het infoloket van de Vlaamse Milieumaatschappij (Tel: 053 72 64 45)

4. Binnen de 6 maanden na het verlenen van de vergunning moet een 'verklaring van conformiteit van de houder', zoals bedoeld in artikel 5.17.3.3 van Vlarem 2 en een verslag van in dienststelling zoals bedoeld in artikel 5.17.3.4 van Vlarem 2, van de bovengrondse mazouttank overgemaakt worden aan de Afdeling Toezicht van de Milieudienst met vermelding van het dossiernummer.

5. Volgende ammoniakemissiereducerende maatregel dient toegepast:

*Schrappen 17 jongvee <1 jaar uit de vergunning

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

De exploitant dient de PAS maatregelen ook op in de Mestbankaangifte aan te geven.