Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 107.
Het Decreet over de programmatische aanpak stikstof van 24 januari 2024, artikel 8.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het Decreet over de programmatische aanpak stikstof van 24 januari 2024, artikel 8.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen dient akte te nemen van de ingediende melding. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Jeroen De Visscher met als contactadres Mendonkdorp 62, 9042 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025148424) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 9 december 2025.
De melding handelt over:
• Onderwerp: melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties
• Adres: ,
• Kadastrale gegevens: afdeling 13 sectie E nrs. 425N3 en 427N
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 22/12/2025.
OMSCHRIJVING MELDING
1. BESCHRIJVING VAN DE GEMELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT
De melding heeft betrekking op melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen.
De inrichting (internnummer: 1270/ inrichtingsnummer: 20251204-0072) is vergund tot 18/01/2037.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 25/07/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het slopen van een woning en stal, het verbouwen van een stal en het bouwen van een losstaande eengezinswoning. (OMV_2019063741)
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 25/05/1993 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een boerderij met een berging voor landbouwmaterialen, een voederlokaal en een gi. (1993/50012)
* Op 17/08/2009 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen en heroprichten van een rundveestal. (2009/50121)
* Op 15/03/2013 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen en bouwen van een woning. (2013/50009)
* Op 07/05/2015 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen en heropbouwen van een rundveestal/loods. (2015/01033)
Milieuvergunningen
* Op 19/01/2017 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het vroegtijdig verder exploiteren en het veranderen (door wijziging en uitbreiding) van een rundveehouderij. (1270/E/5)
BEOORDELING MELDING
3. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
TOEPASSINGSGROND
Conform artikel 8 van het decreet over de programmatische aanpak stikstof (stikstofdecreet) dient de aanvraag behandeld te worden volgens de meldingsprocedure vermeld in hoofdstuk 10 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
BEVOEGDHEID
De melding maakt geen deel uit van een vergunningsaanvraag waarvoor de Vlaamse overheid of de deputatie bevoegd is.
ONDERZOEK VOORWAARDEN ARTIKEL 8 STIKSTOFDECREET
Bestaande rundveehouderijen dienen tegen 31 december 2025 een tussentijdse reductie van 5% ten opzichte van de huidige vergunde situatie te realiseren.
Rundveehouderijen waarvoor een ingreep al vervat zit in de geldende omgevingsvergunning, worden geacht te hebben voldaan aan deze verplichting.
De aanvrager meldt een tussentijdse reductie van meer dan 5 %.
ONDERZOEK MELDINGSPLICHT, NIET-VERBODEN KARAKTER EN STEDENBOUWKUNDIGE INPLANTING
Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandsregels.
De gemelde exploitatie is niet verboden.
Het project ligt in woongebied met landelijk karakter en agrarisch gebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
De melding is in overeenstemming met de voorschriften.
CONCLUSIE
Het college van burgemeester en schepenen van Stad Gent is bevoegd voor de aktename.
De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden en de inplanting van de inrichting is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften conform artikel 4.1.1.1 van Vlarem II.
5. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Bestaande rundveehouderijen dienen tegen 31 december 2025 een tussentijdse reductie van 5% ten opzichte van de huidige vergunde situatie te realiseren.
De tussentijdse reductie voor rundveehouderijen kan worden gerealiseerd door de volgende ingrepen in de vergunning op te nemen:
*een ammoniakemissiereducerende maatregel;
*een vermindering van het aantal dierplaatsen;
*een combinatie van beide.
De aanvrager geeft aan volgende ammoniakemissiereducerende maatregelen toe te passen:
*PAS R-2.1b: 30 dierplaatsen >2j: beweiden in combinatie met leegstand
*PAS R-3.1d: 30 dierplaatsen <2j: beweiden in combinatie met leegstand
Deze maatregel wordt opgenomen in de bijzondere voorwaarden.
Als opmerking wordt meegegeven dat de exploitant de maatregelen ook op in de Mestbankaangifte dient aan te geven.
De actualisatie van de bijzondere milieuvoorwaarden zal pas gebeuren bij een volgende omgevingsaanvraag. De in de lopende vergunningen opgelegde bijzondere
milieuvoorwaarden blijven onverminderd van toepassing:
1. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen gebeurt in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.
2. Er dient gewaakt te worden dat het reinigingswater van de stallen en mestsappen niet afspoelen naar de omliggende groenzones. Ter preventie dienen er bijkomende citernes geplaatst worden en dienen de bestaan citernen voor de opvang van mestsappen regelmatig gereinigd te worden.
3. Uiterlijk 90 dagen na het verlenen van de vergunning dienen de boorputten opgevuld worden conform bijlage 5.53.1 van Vlarem II. Het bewijs van opvulling moet 90 dagen na het opvullen opgestuurd worden aan de VMM - Afdeling Operationeel Waterbeheer, Dienst Grondwater en Lokaal waterbeheer, Raymonde de Larochelaan 1 te 9051 Gent en de Dienst Toezicht van stad Gent met vermelding van het dossiernummer.
4. Het grondwater mag niet gebruikt worden voor laagwaardige toepassingen zoals bvb. reinigingsdoeleinden of sproeien van planten. Voor laagwaardige toepassingen moet prioritair en maximaal gebruik gemaakt worden van het beschikbare hemelwater.
5. Er dient éénmalig een kwaliteitsanalyse uitgevoerd te worden op het grondwater. Het staal boorputwater moet rechtstreeks uit de boorput worden genomen.
De volgende parameters moeten worden bepaald: pH, elektrische geleidbaarheid (in µS/cm), temperatuur, totale hardheid (in °F), tijdelijke hardheid (in °F), alkaliniteit t.o.v. methyloranje, alkaliniteit t.o.v. fenolftaleïne, zuurstofgehalte (mg/l) en tevens minstens de volgende ionen (in mg/l);
Anionen: SO42- NO3- PO43- OH- F- NO2- Cl- CO32- HCO3-
Kationen : Ca2+ Na+ NH4+ Fe2+ K+ Mg2+ Mn2+ Fe3+
De ionenbalans moet hierbij in evenwicht zijn; d.w.z. dat de fout op de ionenbalans maximum 5% mag bedragen. Deze fout kan als volgt berekend worden:
(kationentotaal – anionentotaal) / (kationentotaal + anionentotaal) < 0,05.
Deze analyses dienen bovendien aangevuld te worden met een onderzoek inzake de bacteriologische kwaliteit op volgende parameters: totale kiemen bij 37°C/ml, totale colibacteriën/100ml, fecale colibacteriën/100ml, fecale enterokokken/100ml.
De resultaten van deze analyse dienen opgestuurd te worden naar VMM - Afdeling Operationeel Waterbeheer, Dient Grondwater en Lokaal Waterbeheer, Raymonde de Larochelaan 1 te 9051 Gent en de Dienst Toezicht van stad Gent met vermelding van het dossiernummer.
6. Elke boorput moet voorzien zijn van een afzonderlijke rechte onvervormbare PVC-peilbuis, die toelaat steed peilmetingen uit te voeren. De diameter van deze peilbuis dient minimaal 25 millimeter te bedragen.
7. Binnen een termijn van 3 maanden na het verlenen van de vergunning dient de nieuwe tank verplaatst te worden naar een overdekte vloeistofdichte locatie. Binnen deze termijn dient ook (na het verplaatsen van de tank) een keuringsattest vóór de ingebruikname opgesteld te worden door een erkend deskundige en dient dit bezorgd te worden aan de Dienst Toezicht van de stad Gent met vermelding van het dossiernummer (Dienst.Toezicht@stad.gent).
8. De nodige maatregelen moeten getroffen worden om het morsen van vloeibare brandstoffen en de verontreiniging van de bodem, het grond- en oppervlaktewater te voorkomen. Daarom dient er steeds absorptiemateriaal voorzien worden om bij morsen de aangepaste maatregelen te kunnen treffen.
9. Binnen een termijn van 6 maanden na het verlenen van de vergunning dient een bewijs (foto, factuur…) opgestuurd te worden aan de Dienst Toezicht van de stad Gent met vermelding van het dossiernummer (Dienst.Toezicht@stad.gent) waaruit blijkt dat de mestvaalt omwand is met 3 lekdichte betonnen muren met een afvoer naar een mestput.
10. Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen moeten, de motoren van de bedrijfsvoertuigen (productie, bestellingen en leveringen, ...) tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen, e.d…
11. Binnen een termijn van 9 maanden na het verlenen van de vergunning dient een bewijs van aanplanting van een groenscherm van minimaal 2 m breedte en 3 m hoogte aan de zuidzijde ter hoogte van perceel 0427P en aan de noordzijde aan perceel 0423B en 0422B bestaande uit streekeigen hoogstammige bomen, struiken en heesters. Dit bewijs dient bezorgd worden aan de Dienst Toezicht van de stad Gent met vermelding van het dossiernummer (Dienst.Toezicht@stad.gent).
CONCLUSIE
Er wordt akte genomen van de melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties, voor de rundveehouderij.
De bestaande vergunning voor de ingedeelde inrichting of activiteit loopt tot 19 januari 2037, zoals opgenomen in de basisvergunning. "
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren vanaf de aanplakking van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.
De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : 'BEKENDMAKING MELDINGSAKTE'.
Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.
De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel
U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.
Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).
U bent een rolrecht verschuldigd van:
- 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
- 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
- het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
- het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
- het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door Jeroen De Visscher voor melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties, gelegen Mendonkdorp 62, 9042 Gent.
De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:
Bijzondere voorwaarden voor de ingedeelde inrichting of activiteit:
Volgende ammoniakemissiereducerende maatregelen dienen toegepast:
*PAS R-2.1b: 30 dierplaatsen >2j: beweiden in combinatie met leegstand
*PAS R-3.1d: 30 dierplaatsen <2j: beweiden in combinatie met leegstand
Volgende milieuvoorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:
De actualisatie van de bijzondere milieuvoorwaarden zal pas gebeuren bij een volgende omgevingsaanvraag. Volgende bijzondere voorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:
1. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen gebeurt in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.
2. Er dient gewaakt te worden dat het reinigingswater van de stallen en mestsappen niet afspoelen naar de omliggende groenzones. Ter preventie dienen er bijkomende citernes geplaatst worden en dienen de bestaan citernen voor de opvang van mestsappen regelmatig gereinigd te worden.
3. Uiterlijk 90 dagen na het verlenen van de vergunning dienen de boorputten opgevuld worden conform bijlage 5.53.1 van Vlarem II. Het bewijs van opvulling moet 90 dagen na het opvullen opgestuurd worden aan de VMM - Afdeling Operationeel Waterbeheer, Dienst Grondwater en Lokaal waterbeheer, Raymonde de Larochelaan 1 te 9051 Gent en de Dienst Toezicht van stad Gent met vermelding van het dossiernummer.
4. Het grondwater mag niet gebruikt worden voor laagwaardige toepassingen zoals bvb. reinigingsdoeleinden of sproeien van planten. Voor laagwaardige toepassingen moet prioritair en maximaal gebruik gemaakt worden van het beschikbare hemelwater.
5. Er dient éénmalig een kwaliteitsanalyse uitgevoerd te worden op het grondwater. Het staal boorputwater moet rechtstreeks uit de boorput worden genomen.
De volgende parameters moeten worden bepaald: pH, elektrische geleidbaarheid (in µS/cm), temperatuur, totale hardheid (in °F), tijdelijke hardheid (in °F), alkaliniteit t.o.v. methyloranje, alkaliniteit t.o.v. fenolftaleïne, zuurstofgehalte (mg/l) en tevens minstens de volgende ionen (in mg/l);
Anionen: SO42- NO3- PO43- OH- F- NO2- Cl- CO32- HCO3-
Kationen : Ca2+ Na+ NH4+ Fe2+ K+ Mg2+ Mn2+ Fe3+
De ionenbalans moet hierbij in evenwicht zijn; d.w.z. dat de fout op de ionenbalans maximum 5% mag bedragen. Deze fout kan als volgt berekend worden:
(kationentotaal – anionentotaal) / (kationentotaal + anionentotaal) < 0,05.
Deze analyses dienen bovendien aangevuld te worden met een onderzoek inzake de bacteriologische kwaliteit op volgende parameters: totale kiemen bij 37°C/ml, totale colibacteriën/100ml, fecale colibacteriën/100ml, fecale enterokokken/100ml.
De resultaten van deze analyse dienen opgestuurd te worden naar VMM - Afdeling Operationeel Waterbeheer, Dient Grondwater en Lokaal Waterbeheer, Raymonde de Larochelaan 1 te 9051 Gent en de Dienst Toezicht van stad Gent met vermelding van het dossiernummer.
6. Elke boorput moet voorzien zijn van een afzonderlijke rechte onvervormbare PVC-peilbuis, die toelaat steed peilmetingen uit te voeren. De diameter van deze peilbuis dient minimaal 25 millimeter te bedragen.
7. Binnen een termijn van 3 maanden na het verlenen van de vergunning dient de nieuwe tank verplaatst te worden naar een overdekte vloeistofdichte locatie. Binnen deze termijn dient ook (na het verplaatsen van de tank) een keuringsattest vóór de ingebruikname opgesteld te worden door een erkend deskundige en dient dit bezorgd te worden aan de Dienst Toezicht van de stad Gent met vermelding van het dossiernummer (Dienst.Toezicht@stad.gent).
8. De nodige maatregelen moeten getroffen worden om het morsen van vloeibare brandstoffen en de verontreiniging van de bodem, het grond- en oppervlaktewater te voorkomen. Daarom dient er steeds absorptiemateriaal voorzien worden om bij morsen de aangepaste maatregelen te kunnen treffen.
9. Binnen een termijn van 6 maanden na het verlenen van de vergunning dient een bewijs (foto, factuur…) opgestuurd te worden aan de Dienst Toezicht van de stad Gent met vermelding van het dossiernummer (Dienst.Toezicht@stad.gent) waaruit blijkt dat de mestvaalt omwand is met 3 lekdichte betonnen muren met een afvoer naar een mestput.
10. Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen moeten, de motoren van de bedrijfsvoertuigen (productie, bestellingen en leveringen, ...) tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen, e.d…
11. Binnen een termijn van 9 maanden na het verlenen van de vergunning dient een bewijs van aanplanting van een groenscherm van minimaal 2 m breedte en 3 m hoogte aan de zuidzijde ter hoogte van perceel 0427P en aan de noordzijde aan perceel 0423B en 0422B bestaande uit streekeigen hoogstammige bomen, struiken en heesters. Dit bewijs dient bezorgd worden aan de Dienst Toezicht van de stad Gent met vermelding van het dossiernummer (Dienst.Toezicht@stad.gent).
12. Volgende ammoniakemissiereducerende maatregelen dienen toegepast:
*PAS R-2.1b: 30 dierplaatsen >2j: beweiden in combinatie met leegstand
*PAS R-3.1d: 30 dierplaatsen <2j: beweiden in combinatie met leegstand
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
De exploitant dient de PAS maatregelen ook op in de Mestbankaangifte aan te geven.