Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 107.
Het Decreet over de programmatische aanpak stikstof van 24 januari 2024, artikel 8.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het Decreet over de programmatische aanpak stikstof van 24 januari 2024, artikel 8.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen dient akte te nemen van de ingediende melding. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Martens, Luc met als contactadres Baarleveldestraat 122, 9031 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025143796) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 19 december 2025.
De melding handelt over:
• Onderwerp: melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties
• Adres: Baarleveldestraat 122, 9031 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie D nrs. 773E en 778D
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 22/12/2025.
OMSCHRIJVING MELDING
1. BESCHRIJVING VAN DE GEMELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT
De melding heeft betrekking op melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties.
De inrichting (internnummer: 2586/ inrichtingsnummer: 20251126-0001) is vergund tot 6/7/2026.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 07/03/1973 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van runderstal en bergplaats. (1973 DR 10003)
* Op 28/08/1974 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van zeugenstal. (1974 DR 10116)
* Op 14/03/1985 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van een veldschuur. (1984/1550(1984/10134))
* Op 29/08/1996 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een koestal. (1995/10183)
* Op 16/07/1998 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een afdak aan loods en garage en het slopen van een bergplaats. (1997/10075)
* Op 15/03/2001 werd een vergunning afgeleverd voor oprichten van mestveestallen en een melkhuis (voorstel tot regularisatie). (2000/10090)
* Op 21/10/2004 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een landbouwloods. (2004/10084)
* Op 13/03/2008 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een stal voor melkvee. (2008/10003)
* Op 30/04/2009 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een loods voor landbouwwerktuigen. (2009/10014)
* Op 30/06/2011 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een sleufsilo. (2011/10052)
Milieuvergunningen
* Op 06/07/2006 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het verder exploiteren van een veeteeltbedrijf, waarop na omvorming en samenvoeging volgende rubrieken van toepassing zijn. (2586/E/6)
* Op 14/08/2008 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor mededeling van een kleine verandering van het vergund veeteeltbedrijf door wijziging (verplaatsen van dieren naar de te bouwen melkveestal) en uitbreiding (uitbreiden van de mestcapaciteit met 400 m³). (2586/E/7)
* Op 04/02/2010 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor mededeling van een kleine verandering van een vergund veeteeltbedrijf door uitbreiding. (2586/E/8)
BEOORDELING MELDING
3. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
TOEPASSINGSGROND
Conform artikel 8 van het decreet over de programmatische aanpak stikstof (stikstofdecreet) dient de aanvraag behandeld te worden volgens de meldingsprocedure vermeld in hoofdstuk 10 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
BEVOEGDHEID
De melding maakt geen deel uit van een vergunningsaanvraag waarvoor de Vlaamse overheid of de deputatie bevoegd is.
ONDERZOEK VOORWAARDEN ARTIKEL 8 STIKSTOFDECREET
Bestaande rundveehouderijen dienen tegen 31 december 2025 een tussentijdse reductie van 5% ten opzichte van de huidige vergunde situatie te realiseren.
Rundveehouderijen waarvoor een ingreep al vervat zit in de geldende omgevingsvergunning, worden geacht te hebben voldaan aan deze verplichting.
De aanvrager meldt een tussentijdse reductie van 5,07 %.
ONDERZOEK MELDINGSPLICHT, NIET-VERBODEN KARAKTER EN STEDENBOUWKUNDIGE INPLANTING
Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandsregels.
De gemelde exploitatie is niet verboden.
Het project ligt in agrarisch gebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
De melding is in overeenstemming met de voorschriften.
CONCLUSIE
Het college van burgemeester en schepenen van Stad Gent is bevoegd voor de aktename.
De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden en de inplanting van de inrichting is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften conform artikel 4.1.1.1 van Vlarem II.
5. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Bestaande rundveehouderijen dienen tegen 31 december 2025 een tussentijdse reductie van 5% ten opzichte van de huidige vergunde situatie te realiseren.
De tussentijdse reductie voor rundveehouderijen kan worden gerealiseerd door de volgende ingrepen in de vergunning op te nemen:
*een ammoniakemissiereducerende maatregel;
*een vermindering van het aantal dierplaatsen;
*een combinatie van beide.
De aanvrager geeft aan volgende ammoniakemissiereducerende maatregelen toe te passen:
* R-1.1 beweiden in groep (minimaal 700 weide-uren per jaar- voor 40 melkkoeien.
* R-7.1b beweiden in combinatie met leegstand in ingestrooide rundveestallen (minimaal 140 dagen per jaar) voor 10 andere runderen.
Deze maatregel wordt opgenomen in de bijzondere voorwaarden.
Na het toepassen van deze maatregel wordt een totale ammoniakemissie van 960,9 kg NH3/ jaar verwacht. Dit komt overeen met een reductie van 51,4 kg NH3/ jaar of 5,07 %.
Als opmerking wordt meegegeven dat de exploitant de maatregelen ook op in de Mestbankaangifte dient aan te geven.
De actualisatie van de bijzondere milieuvoorwaarden zal pas gebeuren bij een volgende omgevingsaanvraag. De in de lopende vergunningen opgelegde bijzondere
milieuvoorwaarden blijven onverminderd van toepassing:
1. De voorwaarden van het Departement Brandweer, Afdeling Brandpreventie (bijlage 1).
2. De voorwaarden van de Vlaamse Landmaatschappij (bijlage 2).
“Binnen een termijn van 14 dagen na toekenning van de milieuvergunning, dient de exploitant een detailplan op te maken met aanduiding per stal van de aangepaste standplaatsen, naar aanleiding van de geactualiseerde vergunningstoestand en met aanduiding van de gedeelten die buiten gebruik worden gesteld.” (zie 3.3. en/of 3.10.).
“Inzake de bodemloze opslagcapaciteit voor dierlijke mest, dient de exploitant zich binnen een termijn van 1 maand na het verkrijgen van de milieuvergunning in orde te stellen met de vigerende wetgeving.” (zie 5.).
3. Indien de exploitant beslist om de enkelwandige, bovengrondse houder te behouden, dient uiterlijk binnen een termijn van 12 maanden na verlenging van de vergunning de enkelwandige, bovengrondse houder voor de opslag van mazout en de bijhorende verdeelslang aangepast te worden zodat voldaan kan worden aan de bepalingen van artikels 5.17.3.4, 5.17.3.5, 5.17.3.16, 5.17.3.17 en 5.17.5.2.
4. Indien de exploitant beslist om een nieuwe dubbelwandige, bovengrondse houder te plaatsen in zijn loods dient uiterlijk binnen een termijn van 12 maanden na verlenging van de vergunning een keuringsbewijs van de houder volgens artikel 5.17.3.4 overgemaakt te worden aan de Afdeling Toezicht van de Milieudienst met vermelding van het dossiernummer 2586/E/6 en dient binnen de 36 maanden na de definitieve buitengebruikstelling van de enkelwandige tank het bewijs van reiniging en verwijdering van de tank aan de Afdeling Toezicht van de Milieudienst overgemaakt worden met vermelding van het dossiernummer 2586/E/6.
5. Tijdens het eerstvolgende plantseizoen dient in overleg met en volgens de richtlijnen van de Groendienst van de Stad Gent (Ferdinand Lousbergskaai, 32 9000 Gent, Tel: 09 225 68 59) een winterharde en landschappelijk geïntegreerde groenaanleg gerealiseerd.
CONCLUSIE
Er wordt akte genomen van de melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties, voor de rundveehouderij.
De bestaande vergunning voor de ingedeelde inrichting of activiteit loopt tot 6 juli 2026, zoals opgenomen in de basisvergunning. "
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren vanaf de aanplakking van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.
De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : 'BEKENDMAKING MELDINGSAKTE'.
Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.
De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel
U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.
Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).
U bent een rolrecht verschuldigd van:
- 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
- 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
- het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
- het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
- het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door Martens, Luc (O.N.:0740350619) voor melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties, gelegen Baarleveldestraat 122, 9031 Gent.
De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:
Bijzondere voorwaarden voor de ingedeelde inrichting of activiteit:
Volgende ammoniakemissiereducerende maatregelen dienen toegepast:
* R-1.1 beweiden in groep (minimaal 700 weide-uren per jaar- voor 40 melkkoeien.
* R-7.1b beweiden in combinatie met leegstand in ingestrooide rundveestallen (minimaal 140 dagen per jaar) voor 10 andere runderen.
Volgende milieuvoorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:
De actualisatie van de bijzondere milieuvoorwaarden zal pas gebeuren bij een volgende omgevingsaanvraag. Volgende bijzondere voorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:
1. De voorwaarden van het Departement Brandweer, Afdeling Brandpreventie (bijlage 1).
2. De voorwaarden van de Vlaamse Landmaatschappij (bijlage 2).
“Binnen een termijn van 14 dagen na toekenning van de milieuvergunning, dient de exploitant een detailplan op te maken met aanduiding per stal van de aangepaste standplaatsen, naar aanleiding van de geactualiseerde vergunningstoestand en met aanduiding van de gedeelten die buiten gebruik worden gesteld.” (zie 3.3. en/of 3.10.).
“Inzake de bodemloze opslagcapaciteit voor dierlijke mest, dient de exploitant zich binnen een termijn van 1 maand na het verkrijgen van de milieuvergunning in orde te stellen met de vigerende wetgeving.” (zie 5.).
3. Indien de exploitant beslist om de enkelwandige, bovengrondse houder te behouden, dient uiterlijk binnen een termijn van 12 maanden na verlenging van de vergunning de enkelwandige, bovengrondse houder voor de opslag van mazout en de bijhorende verdeelslang aangepast te worden zodat voldaan kan worden aan de bepalingen van artikels 5.17.3.4, 5.17.3.5, 5.17.3.16, 5.17.3.17 en 5.17.5.2.
4. Indien de exploitant beslist om een nieuwe dubbelwandige, bovengrondse houder te plaatsen in zijn loods dient uiterlijk binnen een termijn van 12 maanden na verlenging van de vergunning een keuringsbewijs van de houder volgens artikel 5.17.3.4 overgemaakt te worden aan de Afdeling Toezicht van de Milieudienst met vermelding van het dossiernummer 2586/E/6 en dient binnen de 36 maanden na de definitieve buitengebruikstelling van de enkelwandige tank het bewijs van reiniging en verwijdering van de tank aan de Afdeling Toezicht van de Milieudienst overgemaakt worden met vermelding van het dossiernummer 2586/E/6.
5. Tijdens het eerstvolgende plantseizoen dient in overleg met en volgens de richtlijnen van de Groendienst van de Stad Gent (Ferdinand Lousbergskaai, 32 9000 Gent, Tel: 09 225 68 59) een winterharde en landschappelijk geïntegreerde groenaanleg gerealiseerd.
6. Volgende ammoniakemissiereducerende maatregelen dienen toegepast:
* R-1.1 beweiden in groep (minimaal 700 weide-uren per jaar- voor 40 melkkoeien.
* R-7.1b beweiden in combinatie met leegstand in ingestrooide rundveestallen (minimaal 140 dagen per jaar) voor 10 andere runderen.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
De exploitant dient de PAS maatregelen ook op in de Mestbankaangifte aan te geven.