Terug
Gepubliceerd op 11/03/2026

2026_MV_00233 - Mondelinge vraag van raadslid Karlijn Deene: Advies van Stedelijke Adviesraad Ondernemen over kinder- en buitenschoolse opvang: prioritair voor wie werkt, studeert of solliciteert

commissie welzijn, werk, onderwijs, participatie en personeel (WWOPP)
di 10/03/2026 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: wo 11/03/2026 - 11:35
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Els Roegiers; Laura Schuyesmans; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Tom Van Dyck; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Burak Nalli; Wouter Decoodt

Afwezig

Yüksel Kalaz; Sophie Vanonckelen; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Maarten De Grauw; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme

Secretaris

Tom Van Dyck

Voorzitter

Dilek Arici
2026_MV_00233 - Mondelinge vraag van raadslid Karlijn Deene: Advies van Stedelijke Adviesraad Ondernemen over kinder- en buitenschoolse opvang: prioritair voor wie werkt, studeert of solliciteert 2026_MV_00233 - Mondelinge vraag van raadslid Karlijn Deene: Advies van Stedelijke Adviesraad Ondernemen over kinder- en buitenschoolse opvang: prioritair voor wie werkt, studeert of solliciteert

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

In november bracht de Stedelijke Adviesraad Ondernemen een advies uit over het voorontwerp van de beleidsverklaring in het nieuwe Meerjarenplan 2026-31. Dit advies bevat tal van nuttige insteken en voorstellen, waaronder ook de volgende passage met betrekking tot kinder- en buitenschoolse opvang (p. 13): “[De raad] benadrukt dat kinderopvang en buitenschoolse opvang essentieel zijn voor arbeidsdeelname. De stad moet opvang prioritair garanderen voor wie werkt, studeert of solliciteert. Nu kunnen sommige (groot)ouders onvoldoende deelnemen aan de arbeidsmarkt door het gebrek aan opvang.”

Indiener(s)

Karlijn Deene

Gericht aan

Evita Willaert

Tijdstip van indienen

wo 04/03/2026 - 20:40

Toelichting

  1. Is de schepen het met de adviesraad eens dat opvang prioritair voor te behouden is voor wie werkt, studeert of solliciteert?
  2. Indien ja, welke stappen zal de schepen tijdens deze beleidsperiode zetten om hier werk van te maken?

Bespreking

Antwoord

Collega Deene, dank u wel voor uw vraag.

Ik begrijp heel goed waar de Adviesraad Ondernemen vandaan komt. Kinderopvang en buitenschoolse opvang zijn belangrijk om ouders te ondersteunen die werken, studeren of solliciteren. Dat heb ik tijdens de dialoogtafel met de adviesraden ook aan henzelf toegelicht.

Maar kinderopvang is natuurlijk méér dan een economische hefboom. Het gaat niet gewoon over “een plek om je kind achter te laten terwijl je werkt”. Kinderopvang heeft ook een belangrijke pedagogische en sociale functie. Kwaliteitsvolle opvang ondersteunt kinderen in hun ontwikkeling, hun welzijn, hun sociale vaardigheden en hun kansen.
En dat is cruciaal in een stad waar 18,5% van de kinderen in kansarmoede opgroeit.

U vraagt of we opvang prioritair moeten voorbehouden voor wie werkt, studeert of solliciteert.

Wel, heel kort: die voorrang bestaat al, en een bijkomende, strengere voorrang mag niet, én willen we ook niet.  

Dus: die voorrang voor werkende ouders bestaat al.
In het Vlaamse decreet Kinderopvang staat dat ouders die opvang nodig hebben om te werken, werk te zoeken of een opleiding of traject naar werk te volgen, voorrang krijgen.
Door het recente arrest van het Grondwettelijk Hof is die regel opnieuw volledig van kracht.
Dus ja: werkende ouders hébben al voorrang. Dat staat vast in Vlaamse regelgeving.

Maar een bijkomende, exclusieve voorrang voor “werkenden” kan simpelweg niet.
Het Grondwettelijk Hof heeft de aangescherpte voorrangsregels van de vorige Vlaamse regering vernietigd omdat ze discriminerend waren — onder andere door het onderscheid voltijds, vier vijfde of deeltijds — en omdat een absolute voorrang voor één groep niet redelijk te verantwoorden is.

Daarom gelden opnieuw de vroegere regels:

  • alle werkende ouders krijgen voorrang: voltijds, deeltijds, werkzoekend of in opleiding,
  • én 20% van de plaatsen moet opnieuw voorbehouden worden voor kwetsbare gezinnen.

 Als stad – en als organisator waarbij we met inkomenstarief werken - moeten én willen wij die regels volgen. Het is trouwens ook een voorwaarde om subsidies voor inkomensgerelateerde plaatsen te krijgen. Een bijkomende lokale voorrang invoeren voor werkende, studerende of solliciterende ouders mag dus niet. Ik hoop dat u mij hier niet vraagt om de door het grondwettelijk hof geschrapte voorrangsregels opnieuw in te voeren?

 Maar zelfs als het wél zou mogen, vinden we het inhoudelijk de verkeerde keuze.
 Zo’n strikte prioriteit zou:

  • extra drempels opwerpen voor kwetsbare gezinnen,
  • net die kinderen treffen die het meest gebaat zijn bij kwaliteitsvolle opvang (blijkt ook uit onderzoek)
  • en voor buitenschoolse opvang ook botsen met het BOA-decreet, dat inzet op toegankelijke opvang en activiteiten voor álle kinderen.

 Kinderopvang dient niet alleen het gezin of de economie — het dient in de eerste plaats het kind en onze samenleving.

 Wat doen we dan wél?

Hoewel we geen bijkomende voorrang kunnen en willen invoeren, zetten we in Gent heel concrete stappen om ouders — ook ouders die werken of willen werken — vooruit te helpen.

 Collega Deene, ik vermoed dat u deze vraag stelt vanuit een bezorgdheid rond activering, en ik begrijp dat. Maar weet u wat de echte oplossing zou zijn? Dat Vlaanderen méér plaatsen creëert. Véél meer.

En dat is ook dringend nodig.
In januari 2025 hadden we in Gent 4.516 plaatsen. Dat is een dekkingsgraad van 55% — beter dan het Vlaams gemiddelde, maar ruim onvoldoende om de reële nood van 74% te halen. We komen dus meer dan 1.500 plaatsen tekort, en we zien bovendien dat in gans Vlaanderen er ten opzichte van tien jaar geleden nauwelijks groei is. We zitten bijna op een status quo.

Vlaanderen heeft recent 235 plaatsen aan onze stad toegekend, maar dat ligt nog ver onder wat nodig is. Daarom blijven wij als stad investeren in bijkomende plaatsen, zowel in onze eigen stedelijke opvang als via private opvangpartners. En we blijven Vlaanderen daarop aanspreken, want de structurele hefboom ligt natuurlijk daar.

 Laat me afronden en even samenvatten: 

  • Ja, werkende ouders hébben al voorrang in de KDV’s volgens de Vlaamse regelgeving.
  • Nee, we mogen en willen geen bijkomende strengere voorrang invoeren — dat kan juridisch niet en het is inhoudelijk niet wenselijk.
  • En ja, we nemen wél concrete maatregelen: we investeren in extra plaatsen, in een goede sociale mix en in toegankelijkheid. Want dat is wat ouders — ook werkende ouders — in de praktijk het meest vooruit helpt.

 

wo 11/03/2026 - 12:08