Binnen de stadsorganisatie bestaan er voor het personeel verschillende toepasselijke rechtspositieregelingen (RPR): één voor de Stad en het OCMW enerzijds, en dan een tweede specifiek voor OCMW Ouderenzorg, en dat gaat dan concreet over drie OCMW-afdelingen: de woonzorgcentra, de lokale dienstencentra en zelfstandig wonen. De RPR Ouderen stemt voor een groot stuk overeen met de eerste, maar er zijn ook belangrijke verschillen.
Eén verschil is het aantal jaarlijkse vakantiedagen waarop personeelsleden recht hebben. In de RPR voor Stad en OCMW algemeen is dat 35 dagen (art. 225), terwijl het in de RPR Ouderenzorg om 26 dagen gaat (art. 220). Dit verschil is gebaseerd op vroeger geldende hogere regelgeving die een maximum van 26 dagen oplegde voor deze categorie van het OCMW-personeel. Via een wijziging van de Vlaamse RPR voor lokale besturen (art. 52) enkele jaren geleden werd dit maximum echter vervangen door een vork van 26 tot 35 dagen.
Dat maakt het voor lokale besturen mogelijk – maar niet verplicht – om al hun medewerkers eenzelfde aantal vakantiedagen toe te kennen. Binnen de Stad en het OCMW loopt momenteel een traject om de bestaande RPR’s te herwerken. Leidende principes daarbij zijn o.a. gelijkschakeling en uniformisering. Bij de personeelsleden die onder de RPR Ouderenzorg vallen, leeft sterk de vraag voor een gelijkschakeling qua aantal vakantiedagen. De wettelijke drempel daarvoor is weggevallen en de bestaande situatie leidt begrijpelijkerwijs tot frustratie.