Terug
Gepubliceerd op 06/02/2026

2026_CBS_00894 - OMV_2025155721 - melding voor de exploitatie van een bronbemaling voor de aanleg van nutsleidingen - Dikkelindestraat, Edmond van Beverenplein en Poperingestraat, 9032 Gent-Wondelgem - Aktename

college van burgemeester en schepenen
do 05/02/2026 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 05/02/2026 - 09:09
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Verontschuldigd

Astrid De Bruycker, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2026_CBS_00894 - OMV_2025155721 - melding voor de exploitatie van een bronbemaling voor de aanleg van nutsleidingen - Dikkelindestraat, Edmond van Beverenplein en Poperingestraat, 9032 Gent-Wondelgem - Aktename 2026_CBS_00894 - OMV_2025155721 - melding voor de exploitatie van een bronbemaling voor de aanleg van nutsleidingen - Dikkelindestraat, Edmond van Beverenplein en Poperingestraat, 9032 Gent-Wondelgem - Aktename

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 107.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

LAMOTE AANNEMING BV met als contactadres Zeventorensstraat 87, 8310 Brugge en Maarten Cabooter met als contactadres Lindelaan 7, 8310 Brugge hebben een aanvraag (OMV_2025155721) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 16 januari 2026.

 

De melding van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: de exploitatie van een bronbemaling voor de aanleg van nutsleidingen

• Adres: Dikkelindestraat , Edmond van Beverenplein  en Poperingestraat , 9032 Gent-Wondelgem

Kadastrale gegevens: afdeling 30 sectie B nrs. 522W2, 526P3, 528H5, 528C3 en 531/2 A en op openbaar domein

 


Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 29 januari 2026.

 

OMSCHRIJVING MELDING

 

1.  BESCHRIJVING VAN DE GEMELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT

De melding omvat de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse.

De melding heeft betrekking op de exploitatie van een bronbemaling voor de aanleg van nutsleidingen. De werf loopt van Edmond Van Beverenplein 9 via de Poperingestraat tot aan de kruising van de Kolegemstraat en de Dikkelindestraat.


Volgende rubriek wordt gemeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

53.2.1°

Bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen met een netto opgepompt volume per IIOA van maximaal 30.000 m³ | Bemalingsaanvraag voor aanleg nutsleidingen in de omgeving van Dikkelindestraat en Poperingestraat, te Gent. | klasse 3 | Nieuw

29489 m³

 

 

2.  HISTORIEK

Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

 

 

BEOORDELING MELDING

 

3.  TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

BEVOEGDHEID

De melding maakt geen deel uit van een vergunningsaanvraag waarvoor de Vlaamse overheid of de deputatie bevoegd is.

 

ONDERZOEK MELDINGSPLICHT, NIET-VERBODEN KARAKTER EN STEDENBOUWKUNDIGE INPLANTING

De gemelde exploitatie is louter en alleen in de derde klasse ingedeeld. De exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.


Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandsregels.

De gemelde exploitatie is niet verboden.


Het project ligt in woongebieden en parkgebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen en voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De parkgebieden moeten in hun staat bewaard worden of zijn bestemd om zodanig ingericht te worden, dat ze, in de al dan niet verstedelijkte gebieden, hun sociale functie kunnen vervullen.


Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005, maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.


Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg WESTERRINGSPOOR, goedgekeurd op 29 april 1993, en is bestemd als zone voor wegen.


De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

De melding is in overeenstemming met de voorschriften.

 

CONCLUSIE

Het college van burgemeester en schepenen van Stad Gent is bevoegd voor de aktename.


De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden en de inplanting van de inrichting is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften conform artikel 4.1.1.1 van Vlarem II.

 

 

4.  NATUURTOETS

De negatieve effecten van bemaling op nabijgelegen natuurwaarden beperken is mogelijk door de werken uit te voeren in de natte periode of door de nodige maatregelen te nemen als toch bemaald wordt tussen 15 maart en 15 oktober.  Dit wordt verder besproken bij het aspect fauna en flora onder de omgevingstoets.


De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing. 


Het bemalingswater wordt geloosd in de riolering aangesloten op een RWZI.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in het VEN.


Hieruit wordt besloten dat de melding, mits voorwaarden, de natuurtoets doorstaat.

 

 

5.  OMGEVINGSTOETS

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

Algemeen

De exploitatie van de bemaling moet gebeuren volgens de voorwaarden van Vlarem II en de richtlijnen ‘bemalingen ter bescherming van het milieu’ (VMM, 2021).

 

Bodem en grondwater

Geplande toestand

Er worden 4 bouwputten (A, B, C en D) en 10 sleuven bemaald. Sleuven AB1, AB2, AB3 en CD1 liggen aan de oostkant van de weg; BA1, BA2, BA3, DC1, DC2 en DC3 aan de andere kant van de weg.

Putten A en D zijn 3 m diep, putten B en C 2,7 m en de sleuven 1,7 m. Om de werken droog te kunnen uitvoeren, wordt het grondwater verlaagd tot een halve meter onder de put-/sleufdiepte, wat neerkomt op een gemiddelde grondwaterverlaging van 3 m bij de putten, 0,5 m bij sleuven AB2 en BA2 en 1,2 m bij de andere sleuven.

Voor de putten varieert het maximale debiet waaraan grondwater zal onttrokken worden van 45 tot 79 m³/dag, voor de sleuven varieert het van maximaal 391 tot 462 m³/dag. Men schat elke put en sleuf gedurende zeven dagen te bemalen. Het totaal waterbezwaar voor het ganse project bedraagt 29489 m³.


Het grondwater wordt volgens de aanvraag geloosd in de gemengde riolering die is aangesloten op een RWZI.

 

Bemalingscascade (info: https://www.vmm.be/water/grondwater/bemaling)

In eerste instantie dient er zo weinig mogelijk grondwater opgepompt te worden (beperken duur, peilgestuurd, waterremmende constructies). Het grondwater dat onttrokken wordt, dient zoveel mogelijk terug in de grond gebracht worden buiten de onttrekkingszone (retourbemaling, herinfiltratie). Voor het netto debiet dat overblijft dient onderzocht of nuttig hergebruik mogelijk is.

Indien dit niet mogelijk is of aangewezen, mag het grondwater geloosd worden op oppervlaktewater of in een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater. In laatste instantie mag het bemalingswater in de riolering geloosd worden.


Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen, bezorgt het erkend boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:

-  het merk en serienummer

-  het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing

Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.

Evalueer permanent of de bemaling nog vereist is, ook als de werf stilligt (verlof, juridisch geschil …). Stuur bij indien mogelijk.

Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen. Dit wordt als opmerking opgenomen.


Om het debiet en de impact van de bemaling zoveel mogelijk te beperken, moet de bemaling gestuurd worden op basis van het peil. Elke bemalingspomp dient gestuurd op het grondwaterpeil in de peilbuis in een pompput of op het grondwaterpeil in aparte peilputten. De noodzakelijke verlaging wordt per fase bepaald. Dit wordt opgenomen als opmerking.


Door de dense bebouwing is er te weinig ruimte voor retourbemaling of infiltratie. Bovendien wordt voor het onttrekken van het grondwater een vacuümbemaling toegepast. Retour via putten is niet aangewezen omdat bij beluchting van ijzerhoudend water de retourfilters door de ijzerneerslag verstoppen.


Er wordt verwezen naar art. 5.53.6.1.3.§ 3 van Vlarem II. Gezien de bemaling gelegen is op of nabij een risicogrond van het bodemdecreet, is er een verhoogd risico op verontreiniging in het bemalingswater waardoor het bemalingswater niet geschikt is om ter beschikking te stellen voor gebruik in nuttige toepassingen. Dit wordt opgenomen als opmerking.


In de buurt van de bemalingswerken is geen oppervlaktewater aanwezig.

Het grondwater wordt geloosd in de gemengde riolering, die aangesloten is op een RWZI.


Wanneer het lozingsdebiet van het grondwater in de gemengde riolering meer dan 10 m³/uur bedraagt, moet de exploitant conform Vlarem II een schriftelijke toelating vragen aan Aquafin nv via:

https://www.aquafin.be/nl-be/partners-en-bedrijven-water-lozen/lozen-van-bemalingswater. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.


De lozingen van het onttrokken grondwater dienen 14 dagen voorafgaand aan de lozing te worden gemeld aan de exploitant van de openbare riolering, zijnde Farys, via www.farys.be/melden-van-bemaling. Met het oog op een goede werking van de openbare riolering wordt dit als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Wateroverlast

De grondwaterbemaling is gedeeltelijk gelegen in overstromingsgebied volgens de watertoetskaarten. Er moet te allen tijde gemonitord worden of de bemalingswerken geen (bijkomende) wateroverlast veroorzaken. Indien noodzakelijk dienen de nodige maatregelen genomen te worden (bv. beperken lozingsdebiet, peilmetingen). Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Bodem/grondwaterverontreiniging (bemalingsvoorschriften OVAM)

De bemaling is niet gelegen in een PFAS no regret zone.


De decretale bodemonderzoeken binnen de stationaire invloedzone van de bemaling werden gescreend. In het kader hiervan werd per bodemdossier nagegaan welke verontreinigingsparameters aanwezig zijn, of er potentieel verontreinigd grondwater kan worden opgepompt en in welke mate de geplande bemaling een invloed kan uitoefenen op de verspreiding van de aanwezige grondwaterverontreiniging. Er wordt geconcludeerd dat de bemaling geen onaanvaardbare verspreiding van (rest)verontreiniging in de omgeving tot gevolg heeft. Tevens wordt niet verwacht dat concentraties van aanwezige verontreinigingen de vigerende normen zullen overschrijden.


Aangezien de bemalingsput D en bemalingssleuven AB2, AB3, BA1, BA2, CD1 en DC1 zich geheel of gedeeltelijk bevinden binnen een zone inclusief een straal van 20 meter errond, die potentieel verontreinigd is, moet het bemalingswater worden bemonsterd en geanalyseerd overeenkomstig artikel 5.53.6.1.6 van Vlarem II. De bemaling mag pas opgestart worden indien de resultaten beschikbaar zijn en zijn afgetoetst aan de geldende norm.

Volgende bijzondere voorwaarde wordt opgenomen: 

De kwaliteit van het bemalingswater van bemalingsput D en bemalingssleuven AB2, AB3, BA1, BA2, CD1 en DC1 moet worden bemonsterd en geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie). De bemaling mag pas in gebruik genomen worden indien de resultaten beschikbaar zijn en zijn afgetoetst aan de geldende norm. De analyseresultaten van het geloosde bemalingswater moeten voor de opstart van de bemaling, samen met de beoordeling ten opzichte van de geldende normen, bezorgd worden aan de dienst Toezicht van Stad Gent via toezicht@stad.gent, met vermelding van het dossiernummer OMV_2025155721.

 

Zettingen

De exploitant dient alle voorzorgen te nemen om schade aan onroerende goederen binnen de invloedstraal van een grondwaterwinning te vermijden (bv. zettingen). Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Lozen bemalingswater

Er wordt geen rubriek voor het lozen van het bemalingswater aangevraagd. Wanneer het bemalingswater dat geloosd wordt geen gevaarlijke stoffen bevat in concentraties die hoger zijn dan 10x de toetsingswaarden vermeld in artikel 4.2.9.1, §3, 4° van Vlarem II, is de lozing van het bemalingswater niet ingedeeld gezien het lozingsdebiet niet meer dan 1000 m³ per dag bedraagt en de lozing niet meer dan zes maanden duurt (uitzondering b bij rubriek 3.8).


De lozing moet voldoen aan de milieuvoorwaarden voor niet-ingedeelde lozingen van bemalingswater, opgenomen in hoofdstuk 6.2 van Vlarem II, en aan de sectorale voorwaarden van hoofdstuk 5.53 van Vlarem II.


De concentratie van gevaarlijke stoffen in het geloosde bemalingswater mag niet hoger zijn dan 10x de toetsingswaarden vermeld in artikel 4.2.9.1, §3, 4° van Vlarem II. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Geluid

In de buurt zijn woningen aanwezig. De exploitant zal gebruik maken van gedempte pompen. Alle mogelijke en noodzakelijke maatregelen (plaatsing, type, omkasting pomp,…) moeten genomen worden opdat geluidshinder voor omwonenden minimaal zou zijn. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Verkeershinder

Verkeershinder is mogelijk tijdens de bemalingswerken. Eventueel kunnen ook een aantal nutsleidingen worden omgelegd gedurende de civieltechnische werken. Tijdens de periode van de bemaling dient de openbare weg steeds toegankelijk te zijn. Een plaatsbeschrijving dient te worden opgemaakt van de huidige toestand van het voetpad. Een veilige omleiding dient voorzien te worden voor de voetgangers/fietsers. Deze voorwaarden worden als bijzondere voorwaarden opgenomen.

 

Fauna en flora

De werken worden bij voorkeur uitgevoerd tussen 15 oktober en 15 maart.

Volgens de aanvraag is het mogelijk dat er geen bemaling nodig is wanneer de werken in de droge periode worden uitgevoerd. Om de negatieve effecten van bemaling op nabijgelegen natuurwaarden te beperken, wordt als bijzondere voorwaarde opgelegd dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be) tijdens de periode van 15 maart tot 15 oktober bevloeiing/infiltratie voorzien wordt waar nodig. Hiervoor moeten voorafgaandelijke afspraken gemaakt worden met de Groendienst via groendienst@stad.gent of een European Tree Worker/boomexpert.

 

 

 

CONCLUSIE

 

Het gevraagde project is milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving.

De gevraagde melding wordt geakteerd.


Volgende rubriek wordt geakteerd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

53.2.1°

Bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen met een netto opgepompt volume per IIOA van maximaal 30.000 m³ | Bemaling voor de aanleg van nutsleidingen in de omgeving van de Dikkelindestraat en Poperingestraat te Gent. | Nieuw

29489 m³

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen dient akte te nemen van de ingediende melding. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren vanaf de aanplakking van de meldingsakte.

Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.

De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : 'BEKENDMAKING MELDINGSAKTE'.

Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.

De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel

U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.

Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).

U bent een rolrecht verschuldigd van:
- 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
- 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.

U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
- het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
- het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
- het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door LAMOTE AANNEMING bv (O.N.:0421226755) en Maarten Cabooter voor de exploitatie van een bronbemaling voor de aanleg van nutsleidingen, gelegen Dikkelindestraat , Edmond van Beverenplein  en Poperingestraat , 9032 Gent-Wondelgem, met inrichtingsnummer 20260114-0055, omvattende volgende rubriek:

Rubriek

Conclusie

Omschrijving

Hoeveelheid

53.2.1°

Aktename

Bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen met een netto opgepompt volume per IIOA van maximaal 30.000 m³ | Bemaling voor de aanleg van nutsleidingen in de omgeving van de Dikkelindestraat en Poperingestraat te Gent.  (Nieuw)

29489 m³

 

Artikel 2

De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:

 

Bijzondere voorwaarden voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

1. Wanneer het lozingsdebiet van het grondwater in de gemengde riolering meer dan 10 m³/uur bedraagt, moet de exploitant conform Vlarem II een schriftelijke toelating vragen aan Aquafin nv via:

https://www.aquafin.be/nl-be/partners-en-bedrijven-water-lozen/lozen-van-bemalingswater.

 

2. Met het oog op een goede werking van de openbare riolering moeten de lozingen van het onttrokken grondwater 14 dagen voorafgaand aan de lozing gemeld worden aan de exploitant van de openbare riolering, zijnde Farys, via www.farys.be/melden-van-bemaling.

 

3. De grondwaterbemaling is gedeeltelijk gelegen in overstromingsgebied volgens de watertoetskaarten. Er moet te allen tijde gemonitord worden of de bemalingswerken geen (bijkomende) wateroverlast veroorzaken. Indien noodzakelijk dienen de nodige maatregelen genomen te worden (bv. beperken lozingsdebiet, peilmetingen).

 

4. De kwaliteit van het bemalingswater van bemalingsput D en bemalingssleuven AB2, AB3, BA1, BA2, CD1 en DC1 moet worden bemonsterd en geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie). De bemaling mag pas in gebruik genomen worden indien de resultaten beschikbaar zijn en zijn afgetoetst aan de geldende norm. De analyseresultaten van het geloosde bemalingswater moeten voor de opstart van de bemaling, samen met de beoordeling ten opzichte van de geldende normen, bezorgd worden aan de dienst Toezicht van Stad Gent via toezicht@stad.gent, met vermelding van het dossiernummer OMV_2025155721.

 

5. Tijdens de periode van de bemaling dient de openbare weg steeds toegankelijk te zijn. Een plaatsbeschrijving dient te worden opgemaakt van de huidige toestand van het voetpad. Een veilige omleiding dient voorzien te worden voor de voetgangers/fietsers.

 

6. Bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be) tijdens de periode van 15 maart tot 15 oktober moet bevloeiing/infiltratie voorzien worden waar nodig. Hiervoor moeten voorafgaandelijke afspraken gemaakt worden met de Groendienst via groendienst@stad.gent of een European Tree Worker/boomexpert.

 

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

1. Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen, bezorgt het erkend boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:

-  het merk en serienummer

-  het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing

Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.

Evalueer permanent of de bemaling nog vereist is, ook als de werf stilligt (verlof, juridisch geschil …). Stuur bij indien mogelijk.

Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen.


2. Om het debiet en de impact van de bemaling zoveel mogelijk te beperken, moet de bemaling gestuurd worden op basis van het peil. Elke bemalingspomp dient gestuurd op het grondwaterpeil in de peilbuis in een pompput of op het grondwaterpeil in aparte peilputten. De noodzakelijke verlaging wordt per fase bepaald.


3. Er wordt verwezen naar art. 5.53.6.1.3.§ 3 van Vlarem II. Gezien de bemaling gelegen is op of nabij een risicogrond van het bodemdecreet, is er een verhoogd risico op verontreiniging in het bemalingswater waardoor het bemalingswater niet geschikt is om ter beschikking te stellen voor gebruik in nuttige toepassingen.


4. De exploitant dient alle voorzorgen te nemen om schade aan onroerende goederen binnen de invloedstraal van een grondwaterwinning te vermijden (bv. zettingen).


5. De concentratie van gevaarlijke stoffen in het geloosde bemalingswater mag niet hoger zijn dan 10x de toetsingswaarden vermeld in artikel 4.2.9.1, §3, 4° van Vlarem II.


6. In de buurt zijn woningen aanwezig. De exploitant zal gebruik maken van gedempte pompen. Alle mogelijke en noodzakelijke maatregelen (plaatsing, type, omkasting pomp,…) moeten genomen worden opdat geluidshinder voor omwonenden minimaal zou zijn.