Terug
Gepubliceerd op 13/03/2026

2026_CBS_02160 - OMV_2025144033 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van een publicitair spandoek aan een stelling - zonder openbaar onderzoek - Brusselsesteenweg, 9050 Gent - Tijdelijke Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 12/03/2026 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 12/03/2026 - 08:54
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen-voorzitter; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Mathias De Clercq, burgemeester

Secretaris

Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur
2026_CBS_02160 - OMV_2025144033 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van een publicitair spandoek aan een stelling - zonder openbaar onderzoek - Brusselsesteenweg, 9050 Gent - Tijdelijke Vergunning 2026_CBS_02160 - OMV_2025144033 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van een publicitair spandoek aan een stelling - zonder openbaar onderzoek - Brusselsesteenweg, 9050 Gent - Tijdelijke Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen verleent tijdelijk  de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Bauer Media Outdoor Belgium BV met als contactadres Laurent-Benoit Dewezplein 5 5, 1800 Vilvoorde heeft een aanvraag (OMV_2025144033) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 10 december 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het plaatsen van een publicitair spandoek aan een stelling

• Adres: Brusselsesteenweg 428-430, 9050 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 20 sectie A nrs. 162F, 163G en 163K

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 12 januari 2026.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 5 maart 2026.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de omgeving, de plaats en de bestaande toestand

OMGEVING

Voorliggende aanvraag heeft betrekking op twee panden gelegen langs de Brusselsesteenweg in de deelgemeente Ledeberg. De omgeving wordt voornamelijk gekenmerkt door de Brusselsesteenweg die een gewestweg (N9) vormt. De weg bestaat centraal over twee tramsporen met langs weerszijden een rijstrook voor wagens, een parkeerstrook, een fietspad en een trottoir. Langs weerszijden van de gewestweg bevindt zich gesloten bebouwing met een variërende bouwhoogte en dakafwerking. Vele panden beschikken over een economische invulling.

 

MORFOLOGIE

Het eerste pand (Brusselsesteenweg 428) beschikt over drie volwaardige bouwlagen en is afgewerkt met een hellend dak. Het pand beschikt over één voorgevelvlak gelegen langs de Brusselsesteenweg.

 

Het tweede pand (Brusselsesteenweg 430) is gelegen op de hoek van de Brusselsesteenweg en de Driesstraat. Het pand in kwestie beschikt aan de zijde Brusselsesteenweg over een hoofdvolume van drie volwaardige bouwlagen afgewerkt met hellende dakvlakken. Langs de zijde Driesstraat beschikt het pand eveneens overwegend over een hoofdvolume van drie volwaardige bouwlagen afgewerkt met hellende dakvlakken. Aan de linkerzijde beschikt het pand evenwel over een gelijkvloers aanbouwvolume afgewerkt met een plat dak. Het pand beschikt over drie voorgevelvlakken zijnde een gevelvlak zijde Brusselsesteenweg, een gevelvlak zijde Driesstraat en een kops gevelvlak op de hoek.

 

PROGRAMMA

Beide panden betreffen handelshuizen met een economische plint op het gelijkvloers en wonen op de verdiepingen. Beide zaken beschikken over zaakgebonden publiciteitsinrichtingen die zijn aangebracht op de voorgevelvlakken.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

 

1/ Aanbrengen van publiciteit op een steiger:

In voorliggende aanvraag wordt niet-zaakgebonden publiciteit aangebracht op een steiger op het openbaar domein. De steiger zou worden geplaatst in functie van toekomstige werken aan de voorgevel. De steiger zou voorzien worden langsheen de voorgevelvlakken met een uitsprong (t.o.v. de rooilijn) van 1 m. De publiciteit zou daarbij tijdelijk worden voorzien gedurende deze gevelwerken.

 

De publiciteit wordt aangebracht vanaf een hoogte (gemeten t.o.v. het trottoirpeil) van 3 m tot aan de bovenzijde van de kroonlijst van het hoofdvolume. De publiciteitsinrichting wordt aangebracht op de drie voorgevelvlakken:

  • Langs de Brusselsesteenweg beschikt de publiciteitsinrichting over een hoogte van 8,40 m en een breedte van 16,87 m. De totale oppervlakte van de inrichting bedraagt hierdoor 141,71 m².
  • Langs de kopgevel beschikt de publiciteitsinrichting over een hoogte van 8,40 m en een breedte van 2,67 m. De totale oppervlakte van de inrichting bedraagt hierdoor 22,42 m².
  • Langs de Driesstraat beschikt de publiciteitsinrichting over een hoogte van 8,40 m en een breedte van 11,50 m. De totale oppervlakte van de inrichting bedraagt hierdoor 96,60 m².

De totale oppervlakte van de publiciteitsinrichting bedraagt hierdoor 260,73 m².

 

De publiciteirsinrichting betreft een doek en zal niet verlicht zijn. Het is onduidelijk welke boodschappen op het doek zullen worden aangebracht. Het is tevens onduidelijk hoe deze boodschappen zullen worden vormgegeven (kleurgebruik). De aanvraag bevat geen duidelijke simulatie.

2.       HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Stedenbouwkundige vergunningen:

  • Op 31/05/1963 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een lichtreclame "philips". (1963 LE 2845)
  • Op 15/06/1963 werd een vergunning afgeleverd voor verbouwen handelspand. (1992/20262)
  • Op 24/06/1971 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een lichtreclame. (1971 LE 4167)
  • Op 14/09/1976 werd een weigering afgeleverd voor plaatsen van 2 rode neonreclames. (1976 LE 4845)
  • Op 14/12/1976 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een markies. (1976 LE 4868)
  • Op 23/08/1994 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een handelspand tot winkels. (1994/20033)
  • Op 24/05/1995 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een handelspand (regularisatie). (1994/20175).

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

Gunstig advies van AWV - District Gent Gewestwegen afgeleverd op 29 januari 2026 onder ref. AV/411/2026/00082. Het integrale advies kan worden nagelezen op het Omgevingsloket.

Samenvatting:
Het Agentschap Wegen en Verkeer geeft een gunstig advies voor bovenstaande aanvraag van een omgevingsvergunning.

 

Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn afgeleverd op 19 januari 2026. Het integrale advies kan worden nagelezen op het Omgevingsloket.

Samenvatting:

Er dient eerst en vooral een inname openbaar domein bij Stad Gent aangevraagd te worden. In bijlage meer info over de veiligheidsmaatregelen bij werken in de nabijheid van de bovenleiding

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebieden volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement en wijkt af op het volgende punt:

 

  • Artikel 2.7: Uitsprongen boven de openbare weg:

“Gebouwonderdelen mogen in principe niet uitspringen voorbij de rooilijn. Er zijn wel enkele uitzonderingen. Bij gebouwen waarvan de voorgevel tegen de rooilijn staat, mogen bepaalde onderdelen van het gebouw uitspringen uit het gevelvlak tot voorbij de rooilijn:

[…]

van 3 meter tot 4 meter boven het peil van het trottoir of van de openbare weg mogen constructieve elementen maximaal 20 cm en niet-constructieve elementen maximaal 60 cm uitspringen voorbij de rooilijn.”

Afwijking:

Zowel de ingetekende stelling als het daarop aan te brengen reclamedoek reiken 1 m uit voorbij de rooilijn op een hoogte van slechts 3 m.

Toetsing:

Een afwijking op bovenstaand voorschrift kan enkel overwogen worden in functie van een tijdelijke inname van het openbaar domein (i.f.v. werfinrichting voor werken aan de gevel).

De inrichting van publiciteit aan een steiger kan in beginsel enkel aanvaard worden indien hiervoor een vergunning inname publieke ruimte wordt verkregen. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening voetgangersverkeer

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

 

Gewestelijke verordening publiciteit

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van de gewestelijke publiciteitsverordening. (Besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023). De aanvraag kan niet getoetst worden aan onderstaand artikel:

 

Conform artikel 13 worden niet-zaakgebonden publiciteitsinrichtingen, geïntegreerd in de steigers van bouwplaatsen beperkt in tijd als volgt:
 “ a) voor de duur van de uitvoering van vergunde stedenbouwkundige handelingen, met een maximum van drie jaar;
  b) zes maanden in geval van meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen waarvan akte is genomen;
  c) één maand in geval van handelingen die vrijgesteld zijn van de stedenbouwkundige vergunningsplicht.”

 

Er werd geen vergunning aangevraagd voor handelingen aan de voorgevel. Op basis van de toegevoegde offerte in voorliggende vergunningsaanvraag blijkt dat deze handelingen wellicht vrijgesteld zijn van vergunningsplicht. In dat geval geldt een maximale termijn van één maand. Het is evenwel onduidelijk wanneer deze werken zullen worden uitgevoerd. In elk geval is het duidelijk dat er voor het plaatsen van de stelling nog geen vergunning inname publieke ruimte werd aangevraagd.

 

Rekening houdende met de geldende termijn uit de verordening, de aard van de gevelwerken die men wenst uit te voeren en het feit dat men nog een vergunning inname publieke ruimte moet verkrijgen wordt volgende termijn aangenomen: Er kan maximaal akkoord gegaan worden met de publiciteitsinrichting, voor een periode van zes maanden, aanvattend op de datum van het verlenen van voorliggende vergunning. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg en gewestweg.

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1.  Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd. Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

  • Niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
  • Niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
  • Niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
  • Niet gelegen in een signaalgebied.

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

5.2.  Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel wordt niet ingrijpend aangepast. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het Algemeen Bouwreglement van de Stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3.  Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

6.1.   Ligging en biologische waarderingskaart:

De aanvraag is niet gelegen in een Habitat-gebied noch VEN-gebied. De aanvraag heeft tevens geen betrekking op een erkend park. De aanvraag is niet opgenomen op de Gentse of Vlaamse biologische waarderingskaart.

6.2.   Impact op speciale beschermingszones en VEN-gebieden:

Groen

Er worden geen wijzigingen uitgevoerd aan waardevol groen en/of hoogstammige bomen. 

Stikstof

De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.

Lozing

Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.

6.3.   Conclusie:

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN. Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

 

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Betreffende de inname openbaar domein:

In voorliggende aanvraag wordt een tijdelijke publiciteitsinrichting aangevraagd op een steiger. Deze steiger zou geplaatst worden in functie van werken aan de voorgevel. De inrichting van publiciteit aan een steiger kan in beginsel enkel aanvaard worden indien hiervoor een vergunning inname publieke ruimte wordt verkregen. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Betreffende de vormgeving van de inrichting:

Er wordt geoordeeld dat de omvang van de inrichting zeer groot is in verhouding tot het pand. Dit kan enkel aanvaard worden gezien het tijdelijk karakter van de inrichting.

 

Betreffende de tijdelijkheid van de handeling:

Conform artikel 13 worden niet-zaakgebonden publiciteitsinrichtingen, geïntegreerd in de steigers van bouwplaatsen beperkt in tijd als volgt:
  a) voor de duur van de uitvoering van vergunde stedenbouwkundige handelingen, met een maximum van drie jaar;
  b) zes maanden in geval van meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen waarvan akte is genomen;
  c) één maand in geval van handelingen die vrijgesteld zijn van de stedenbouwkundige vergunningsplicht.”

 

Er werd geen vergunning aangevraagd voor handelingen aan de voorgevel. Op basis van de toegevoegde offerte in voorliggende vergunningsaanvraag blijkt dat deze handelingen wellicht vrijgesteld zijn van vergunningsplicht. In dat geval geldt een maximale termijn van één maand. Het is evenwel onduidelijk wanneer deze werken zullen worden uitgevoerd. In elk geval is het duidelijk dat er voor het plaatsen van de stelling nog geen vergunning inname publieke ruimte werd aangevraagd.

 

Rekening houdende met de geldende termijn uit de verordening, de aard van de gevelwerken die men wenst uit te voeren en het feit dat men nog een vergunning inname publieke ruimte moet verkrijgen wordt volgende termijn aangenomen: Er kan maximaal akkoord gegaan worden met de publiciteitsinrichting, voor een periode van zes maanden. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Voorliggende aanvraag wordt mits toepassing van de bijzondere voorwaarden gunstig beoordeeld.


CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, de aanvraag is mits toepassing van de bijzondere voorwaarden, in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Activiteit

AC35690 Begeleiden en beoordelen omgevingsvergunningen stedenbouw

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het plaatsen van een publicitair spandoek aan een stelling aan Bauer Media Outdoor Belgium bv (O.N.:0412432122) gelegen te Brusselsesteenweg 428-430, 9050 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Verleent de vergunning voor bepaalde duur vanaf 21 april 2026 tot en met 21 oktober 2026

 

Artikel 3

Legt volgende voorwaarden op:

 

Termijn:

Er kan maximaal akkoord gegaan worden met de publiciteitsinrichting, voor een periode van zes maanden.

 

Inname openbaar domein:

De inrichting van publiciteit aan een steiger kan enkel aanvaard worden indien hiervoor een vergunning inname publieke ruimte wordt verkregen.