Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
IONITY GmbH met als contactadres Moosacher Strasse 84, 80809 München heeft een aanvraag (OMV_2025127150) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 20 november 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het bouwen en exploiteren van een nieuw oplaadstation voor elektrische voertuigen (het plaatsen van een hoogspanningscabine en het aanleggen van 12 parkeerplaatsen)
• Adres: Baarleveldestraat 2, 9031 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie D nrs. 600E en 601X
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 17 december 2025.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 4 maart 2026.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Voorliggende aanvraag strekt tot plaatsen 7 snelladers (2 van 350 kW en 5 dubbele van 2x200kW) met 12 parkeerplaatsen voor elektrische wagens bij het hotel/restaurant gelegen langs de Baarleveldestraat te Drongen. Deze weg loopt zo’n 250 m parallel met de Deinsesteenweg (N466). Aan de overzijde van de Deinsesteenweg bevindt zich het op- en afrittencomplex van de autosnelweg E40. Bij de 7 snelladers wordt eveneens een nieuwe hoogspanningscabine (3 m op 7 m) met 2 stroomkasten voorzien met rondom verharding.
Al deze constructies worden ingeplant op de linker perceelsgrens van het perceel achter het hotel, op een afstand van 5 m van de grens met het agrarisch gebied. De zone van 5 m wordt bestemd als ‘buffer zone’ en zal worden aangelegd met streekeigen groen (bomen en struiken). Het overige gedeelte van de parking achter het hotel wordt heringericht: de verharding in het agrarisch gebied wordt verwijderd en de overige parkeerplaatsen worden voorzien in een dolomietverharding. Ter hoogte van de Baarleveldestraat wordt de tweede oprit (links) verwijderd. Er blijft zo slechts 1 oprit over met een breedte van ca. 8 m.
Voorliggende aanvraag is een vervolg op een eerder (stilzwijgende) weigering (zie rubriek “HISTORIEK”). Ten opzichte van deze aanvraag wordt de volledige site met hotel in beeld gebracht en wordt een bufferzone en daarmee afstand ten opzichte van het achterliggende agrarisch gebied voorzien.
Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten
Het betreft de exploitatie van een hoogspanningscabine.
Volgende rubriek wordt aangevraagd:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
12.2.2° |
transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | Hoogspanningscabine met een transformator met vermogen 1250 kVA (type nat) | klasse 2 | Nieuw |
1250 kVA |
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
Stedenbouwkundige vergunningen
Stedenbouwkundige attesten
Op 24/12/2003 werd een negatief attest afgeleverd voor de oprichting van 78 hotelkamers en de sloping van tuinbouwserres (2003/80005).
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven (integraal te raadplegen via het Omgevingsloket):
- Voorwaardelijk gunstig advies van AWV - District Gent Gewestwegen afgeleverd op 22 december 2025 onder ref. AV/411/2025/02036:
Dit advies heeft betrekking op de projectinhoudelijke versie die geldt op het moment waarop de adviesvraag aan AWV werd ingediend.
BESLUIT
Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert GUNSTIG over de voorliggende aanvraag.
Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de hierna omschreven aandachtspunten.
- Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 29 december 2025 onder ref. 075363-002/KH/2025:
BESLUIT
VOORWAARDELIJK GUNSTIG ADVIES, mits voldaan aan de relevante reglementering en vermelde maatregelen (zie bijlage – Omgevingsloket).
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied met landelijk karakter en agrarisch gebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023 (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023): zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
Voor deze aanvraag tot Omgevingsvergunning is de Gewestelijke Stedenbouwkundige verordening betreffende Toegankelijkheid van 05/06/2009 niet van toepassing.
Men dient te voldoen aan de beschrijving inzake integrale toegankelijkheid waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de voorzieningen die verder gaan dan de wettelijk vastgelegde normen, zoals bepaald in het addendum over de verantwoordingsnota bij de Omgevingsvergunning (‘bijlage B26’).
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg en gewestweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het terrein is momenteel bebouwd en verhard.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
HEMELWATER
Het hemelwater afkomstig van het dak van de nieuwe hoogspanningscabine en de twee stroomkasten zal natuurlijk infiltreren.
Er wordt ook waterdoorlatende verharding voorzien.
VERHARDING
Conform artikel 3.2 van het ABR moet het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt worden. Deze verharding moet waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.
Bij natuurlijke infiltratie moeten de overdekte constructies, zonder dat hiervoor een afvoersysteem wordt aangelegd (met uitzondering van dakgoten en regenpijpen), afvloeien naar een voldoende grote onverharde oppervlakte (op eigen terrein) waar natuurlijke infiltratie kan plaatsgrijpen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 25% van de oppervlakte van de afwaterende oppervlakte zijn. Er mogen geen afvoerkolken of boordstenen voorzien worden die de doorstroming van het water onmogelijk maken.
De waterdoorlatende verharding dient uitgevoerd te worden met waterdoorlatende materialen, geplaatst op een waterdoorlatende funderingslaag en onderfunderingslaag.
Er mogen geen afvoerkolken voorzien worden. Een verhoogde veiligheidskolk kan, indien deze minimaal 5 cm boven de verharding wordt voorzien.
ONDERGRONDSE CONSTRUCTIES
De aanleg van de ondergrondse constructie mag er geenszins voor zorgen dat er een permanente drainage optreedt met lagere grondwaterstanden tot gevolg. Een dergelijke permanente drainage is immers in strijd met de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid waarin is opgenomen dat verdroging moet voorkomen worden, beperkt of ongedaan gemaakt. De ondergrondse constructie dient dan ook uitgevoerd te worden als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.
Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.
In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
Volgens de pluviale overstromingskaart bestaat er een middelgrote overstromingskans ter hoogte van het project. Om de impact op het overstromingsregime te vermijden dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden. Ruimten met kwetsbare functies worden best beschermd tegen wateroverlast door het volgen van de richtlijnen omtrent overstromingsveilig bouwen https://vmm.vlaanderen.be/beleid/waterbeleid/overstromingen.
Het hemelwater van de nieuwe hoogspanningscabine zal natuurlijk afwateren en infiltreren op eigen terrein in de bodem. Alle verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende klinkers/grindverharding.
Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.
Waterkwaliteit
De impact van hoogspanningscabine wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De exploitatie moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd. Er wordt integendeel een verharde zone gelegen in agrarisch gebied verwijderd. De bufferzone wordt aangelegd met streekeigen groen (bomen en struiken).
Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.
Het Stikstofdecreet is op het project niet van toepassing. Er werd geen impactbeoordeling van stikstofemissies uitgevoerd:
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN. Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 23 december 2025 tot en met 21 januari 2026.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Voorliggende aanvraag strekt tot het voorzien parkeerplaatsen met laadpalen voor elektrische wagens en de noodzakelijk bijhorende technische infrastructuur (elektriciteitscabine en stroomkasten). In tegenstelling tot een eerdere aanvraag wordt rekening gehouden met het achterliggende agrarisch gebied: de grens wordt aangeduid en er wordt een buffer van 5 m voorzien die zal aangelegd worden met streekeigen groen (bomen en struiken). Dit zal beletten dat het agrarisch gebied opnieuw wordt aangewend als (wederrechtelijke) parkeerplaatsen.
Uit de toegevoegde berekening met betrekking tot het aantal parkeerplaatsen blijkt dat het voorzien van bijkomende parkeerplaatsen te verantwoorden is (zie ook verder). Vanuit dit oogpunt is ook de voorziene buffer van 5 m te motiveren: een grotere buffer zou het aantal parkeerplaatsen verder limiteren. Er wordt ook wel op gewezen dat er kennelijk geen fietsenstalling (meer) wordt voorzien. Dit was wel het geval in de vergunde toestand en zou dus alsnog moeten voorzien worden. Ook het voorzien van een beperkt aantal aangepaste parkeerplaatsen is aan te raden, logischerwijze zo dicht mogelijk tegen de toegang van het hotel.
Mobiliteit
Bereikbaarheidsprofiel
Project is zeer goed ontsloten voor gemotoriseerd verkeer en matig ontsloten met duurzame modi.
Mobiliteitsprofiel
Gezien het over snelladers gaat zullen deze per definitie enkel gebruikt worden door personenwagens. Het hotel richt zich door de ligging vlak aan de snelwegafrit en vrij ver van het centrum Gent vermoedelijk veelal op bereikbaarheid met personenwagens. Er zijn geen vaste Gentse parkeerrichtlijnen voor een hotel.
Volgens het richtlijnenboek Mobiliteitseffectenstudies (2025) worden er voor een 3-sterrenhotel 0,26 voltijdse equivalenten personeel per beschikbare kamer ingezet.
Bijgevoegd bij deze omgevingsvergunningsaanvraag wordt volgende informatie gegeven over de bestaande functie:
- 17 hotelkamers
- Vergaderzalen met in totaal 107 zitplaatsen.
- HoReCa met in totaal 280 zitplaatsen (terrasbezetting aan 50% gerekend).
- 15 personeelsleden.
Men rekent voor de bepaling van het aantal noodzakelijke autoparkeerplaatsen op:
- 1 autoparkeerplaats per kamer -> 17 autoparkeerplaatsen
- 1 autoparkeerplaats per 4 zitplaatsen HoReCa en vergaderzaal -> 73 autoparkeerplaatsen
- 1 autoparkeerplaats per 3 personeelsleden -> 5 autoparkeerplaatsen
Men voorziet een overlap van 50% voor de HoReCa en vergaderzaal zitplaatsen en 100% overlap voor de hotelkamers gezien de activiteiten daarvoor nooit overlappend zijn overdag. Men neemt dan de parkeernood van de hotelfunctie 100% in mindering en past dan op het totaal van parkeernood van personeel, HoReCa en vergaderzaal een halvering toe.
Dat de activiteiten van het hotel niet overlappend zijn met de uitbating van HoReCa en vergaderzalen is aannemelijk. Indien de HoReCa of vergaderzaal ingenomen wordt door hotelgasten kunnen dezelfde plaatsen namelijk niet gebruikt worden door anderen. Maar over de halvering van de parkeernood gezien de slechts beperkte overlapping van de dagactiviteiten maakt men een redeneerfout. Men dient de parkeernood van het drukste moment in rekening te brengen. Indien we er van uitgaan dat alle zitplaatsen voor de HoReCa bezet worden en er geen vergaderzalen in gebruik zijn, zijn er 280 zitplaatsen in gebruik. Aan een ratio van 1 parkeerplaats per 4 gasten komt men op die manier aan minimaal 73 autoparkeerplaatsen. De parkeernood van personeel moet hier nog aan toegevoegd worden.
Bovendien lijkt een bezettingsgraad van 4 gasten per auto wel zeer ambitieus gerekend te zijn. Men komt hiermee op een modale verdeling van 25% autogebruik als bestuurder. De hoofdvervoerswijze van de Gentenaar was volgens het verplaatsingsonderzoek van 2021 voor het motief ontspanning, sport en cultuur gemiddeld 26% auto als bestuurder, en 12% auto als passagier. Voor dergelijke locatie die zeer goed bereikbaar is met de auto maar minder met de andere modi moet een hoger aandeel autogebruik verwacht worden. Men geeft geen motivatie hoe de andere gasten of personeel naar de locatie zullen komen. Gezien men geen fietsenstallingen voorziet, rekent men blijkbaar niet op de fiets op de locatie te bereiken. De locatie is dan wel slechts matig bereikbaar met de fiets, maar er kan wel verwacht worden dat een deel van personeel en gasten toch van dit vervoersmiddel gebruikt maakt in Gent.
Op basis van de aangeleverde gegevens lijkt men dus een totale onderschatting te maken van de parkeernood van autoparkeerplaatsen en fietsparkeerplaatsen van de HoReCafunctie. Het is dan ook positief dat men een uitbreiding van het autoparkeerplaatsen voorzien, maar de uitbreiding lijkt niet de werkelijke vraag te beantwoorden. Het is wenselijk dat men meer autoparkeerplaatsen voorziet. Het is ook wenselijk dat men fietsparkeerplaatsen voorziet.
Parkeren
Er zijn geen fietsparkeerplaatsen voorzien alhoewel dit wel wenselijk is voor de functie van hotel. Het is ook wenselijk dat men hiervoor de parkeerrichtlijnen van stad Gent volgt.
De autoparkeerplaatsen werden redelijk functioneel ingericht, m.u.v. de meest noordelijke nieuwe parkeerplaats dwars op het gebouw. Deze lijkt zeer moeilijk aanrijdbaar. Het is wenselijk dat de parkeerwegbreedte bij dwarsparkeren minimaal 6 m bedraagt. Als bijzondere voorwaarde wordt opgelegd dat de meest noordelijke nieuwe parkeerplaats dwars op het gebouw anders ingericht moet zodat deze vlot aanrijdbaar is.
Volgens het RUP_02000_212_00557_00001 moet het bovengronds parkeren met het oog op zorgvuldig ruimtegebruik compact worden ingeplant en landschappelijk worden ingekleed. Men voorziet het terug dichtmaken van de haag waar de inrit van het perceel werd dicht gemaakt. Andere landschappelijke inkledingen lijken zeer beperkt te zijn. De inplanting van de autoparkeerplaatsen lijkt ook nog een stuk geoptimaliseerd te kunnen worden.
Mobiliteitseffecten
Het volstaat het niet om de parkeernood op te vangen. Bij het beoordelen van een project, dient ook steeds rekening gehouden worden met de omgevingscapaciteit. Als blijkt dat de omgevingscapaciteit het bijkomende autoverkeer dat een project genereert niet aankan, kan de Stad het project negatief adviseren. Er werd geen impact op de omgevingscapaciteit uitgevoerd. Gezien de aansluiting dichtbij het afrittencomplex van E40 is het wenselijk dat men dergelijk onderzoek voert in een mobiliteitstoets. Gezien er echter geen uitbreiding van de hotelfunctie voorzien is en het louter een uitbreiding met laadinfrastructuur betreft kan verwacht worden dat werkelijke impact beperkt blijft. Er is op eigen terrein nog voldoende opstelruimte voor wagens die eventueel zouden wachten op de laadinfrastructuur te gebruiken. De impact op openbaar domein zal dan ook waarschijnlijk onbestaande of beperkt zijn.
De aanvraag voorziet het supprimeren van één van de inritten naar het terrein en de in-en uitrit te bundelen in één aansluiting. Dit wordt als positief beoordeeld. Men komt hier tegemoet aan de specifieke bepalingen van het RUP én het voorschrift van artikel 2.9 van het algemeen bouwreglement van Stad Gent. Het is niet duidelijk of de breedte van de aansluiting van de oprit effectief beperkt wordt tot 6 m zoals het voorschrift in artikel 2.9 van het algemeen bouwreglement van Stad Gent voorziet (vanaf 20 parkeerplaatsen). Als bijzondere voorwaarde wordt opgelegd dat de breedte van de oprit dient beperkt te worden tot 6 m.
Laden en lossen
Er worden geen inschattingen gemaakt van wel logistiek verkeer en met welke frequentie de functies dienen beleverd te worden. De aanvraag voorziet geen uitbreiding van de hotel en horecafuncties, maar voorziet wel de plaatsing van slagbomen en een reorganisatie van de parking. Hierdoor is het onduidelijk of laden en lossen van goederen wel nog vlot op eigen terrein kan gebeuren zonder verkeersveiligheidsimpact op openbaar domein. Dat laden en lossen steeds vanaf eigen terrein moet blijven gebeuren wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde.
Sensitiviteitstoets
Gezien een RUP opgemaakt werd voor de realisatie van een nieuw afrittencomplex aan E40 is het wenselijk dat ook beoordeeld wordt of het project kan blijven functioneren in een toekomstige situatie na realisatie van deze infrastructuur. Er kan namelijk een significante impact zijn op de ontsluiting en bereikbaarheid van het project en de impact die het project heeft op het functioneren van het omliggende wegennet. Dergelijk onderzoek ken gebeuren in een mobiliteitstoets. Gezien deze niet opgemaakt werd, is dus ook geen inschatting van de toekomstige situatie gemaakt.
Besluit en beoordeling
Het project zal vermoedelijk slechts een beperkte impact hebben op de omgeving. Door het supprimeren van één van de aansluitingen op de openbare weg wordt de verkeersveiligheid op het openbaar domein in ieder geval verbeterd. Het verhogen van het aantal autoparkeerplaatsen voor de HoReCa is ook positief gezien hiermee een deel van de parkeernood vervuld wordt. Nog niet de volledige parkeernood wordt echter ingevuld. Het is dan ook wenselijk dat het project meer autoparkeerplaatsen en meer fietsparkeerplaatsen voorzien op voorwaarde dat hiermee niet meer verkeersgeneratie mee gegenereerd wordt er hiermee de omgevingscapaciteit in het gedrang zou worden gebracht.
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Aspect bodem en grondwater
De hoogspanningscabine betreft een natte transformator van 1250 kVA. De cabine zal voorzien worden van een vloeistofdichte kelder die de volledige inhoud van de diëlektrische vloeistof kan opvangen.
Aspect geluid
De transformator wordt in een prefab, beton cabine geplaatst. Deze transformator zal geluid genereren. Technisch is het noodzakelijk dat de hoogspanningscabines geventileerd worden, dit om de warmte geproduceerd door de elektrische componenten te extraheren. De cabine wordt op natuurlijke wijze geventileerd, d.m.v. een verluchtingsrooster tegen de gevel. De dichtstbijzijnde woning in de omgeving van het projectgebied is gelegen op ca. 18 m van de inrichting. De ventilatierooster is dan wel deels gericht naar de woning, de aanwezige bebouwing van het naastgelegen perceel zal zorgen voor een gedeeltelijke akoestische schaduw. Door de getroffen maatregelen kan aangenomen worden dat de geluidshinder beperkt is. Er moet steeds voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II. Dit wordt als opmerking opgenomen.
Aspect (brand)veiligheid
De nieuwe transformator zal door een erkend organisme gecontroleerd worden voor indienstname en periodiek gecontroleerd worden. De hoogspanningscabine zal onderhouden worden volgens de vigerende wetgeving (AREI). De hoogspanningscabine zal conform de wetgeving ontoegankelijk zijn voor onbevoegden.
Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 075363-002/KH/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Volgende rubriek wordt gunstig beoordeeld:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
12.2.2° |
transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | Hoogspanningscabine met een transformator met vermogen 1250 kVA (type nat) | Nieuw |
1250 kVA |
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het bouwen en exploiteren van een nieuw oplaadstation voor elektrische voertuigen (het plaatsen van een hoogspanningscabine en het aanleggen van 12 parkeerplaatsen) aan IONITY GmbH (O.N.:0701938520) gelegen te Baarleveldestraat 2, 9031 Gent.
De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.
De rubriek voor de inrichting/activiteit met inrichtingsnummer 20250204-0061 beslist het college als volgt:
Vergunde rubriek:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
12.2.2° |
transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | Hoogspanningscabine met een transformator met vermogen 1250 kVA (type nat) | Nieuw |
1250 kVA |
Legt volgende voorwaarden op:
Voorwaarden voortvloeiend uit externe adviezen
De voorwaarden uit het advies van AWV - District Gent Gewestwegen van 22 december 2025 onder ref. AV/411/2025/02036 dient strikt nageleefd te worden.
De voorwaarden uit het advies van Brandweerzone Centrum van 29 december 2025 onder ref. 075363-002/KH/2025 dient strikt nageleefd te worden.
Mobiliteit
De meest noordelijke nieuwe parkeerplaats dwars op het gebouw dient anders ingericht te worden zodat deze vlot aanrijdbaar is of gecompenseerd op een andere goed te bereiken plek.
Laden en lossen moet steeds vanaf eigen terrein blijven gebeuren.
Verharding
De waterdoorlatende verharding dient uitgevoerd te worden met waterdoorlatende materialen, geplaatst op een waterdoorlatende funderingslaag en onderfunderingslaag.
Er mogen geen afvoerkolken voorzien worden. Een verhoogde veiligheidskolk kan, indien deze minimaal 5 cm boven de verharding wordt voorzien.
Openbaar domein
Oprit
De verharde breedte van aansluiting op het openbaar domein dient beperkt te worden tot 6 m.
Alle parkeerplaatsen op het private domein moeten via deze oprit(ten) bereikbaar zijn.
Zie opmerkingen.
Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 075363-002/KH/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Openbaar domein
De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.
De bouwheer/vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken.
Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, via afgifte op het Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: wegen@stad.gent of per post aan Stad Gent t.a.v. Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.
Deze dient ten laatste twee weken voor aanvang van de werken verstuurd of afgegeven te worden, indien deze laattijdig ingediend wordt kan deze niet als tegensprekelijk beschouwd worden.
U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (U maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).
In functie van een werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld).
Het is de bouwheer niet toegestaan om zelf een pad/oprit op het openbaar domein aan te leggen.
Na het beëindigen van de werken zal de oprit aangelegd worden door Stad Gent op kosten van de bouwheer volgens het geldende retributiereglement. Opritten op openbaar domein, die niet aangelegd zijn door de stad kunnen worden opgebroken. De Stad bepaalt het materiaal van de oprit. De oprit dient, na de werken, verplicht aangevraagd te worden, het aanvraagformulier kan u downloaden via de website www.stad.gent (typ trottoirs en opritten in het zoekveld).
Dit document dient bezorgd te worden aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via mail: wegen@stad.gent of per post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.
Geluidsnormen
Er moet steeds voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II.