Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
BRICO PLAN-IT NV met als contactadres Alfons Gossetlaan 46, 1702 Dilbeek heeft een aanvraag (OMV_2025129313) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 4 december 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het plaatsen van een zaakgebonden publiciteitsinrichting met twee LED schermen
• Adres: Ottergemsesteenweg-Zuid 804, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 8 sectie H nrs. 364N3, 364R3, 364M3, afdeling 24 sectie B nrs. 532F2, 532G2 en 532H2
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 14 januari 2026.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 4 maart 2026.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag betreft de site van een doe-het-zelfzaak langs de Ottergemsesteenweg-Zuid, tegenover de Planet Group Arena in de wijk Nieuw Gent – UZ. De projectlocatie maakt deel uit van het bedrijventerrein E17/R4 – Groothandelsmarkt.
De Ottergemsesteenweg-Zuid vormt de centrale verkeersas doorheen het bedrijventerrein en biedt aansluiting op de E17 (ten noorden) en de R4-binnenring (ten zuiden). Het gebied is volledig omsloten door grootschalige infrastructuren (E17, Schelde en R4/Ringvaart) en kent een heterogeen karakter. De omgeving bestaat uit een mix van functies, waaronder kantoren, handelszaken, recreatie en sportvoorzieningen. In het deel ten oosten van de Ottergemsesteenweg ligt de nadruk op afvalverwerking, opslag en chemische nijverheid. Het westelijke deel kent een fijnere perceelsstructuur, waar vooral logistiek, distributie en verwerkingsnijverheid aanwezig zijn.
Op het perceel bevindt zich de doe-het-zelfzaak Brico Plan-It. De voorgevel, parallel aan de Ottergemsesteenweg, heeft een breedte van ongeveer 126 m. Aan de rechterzijde van het gebouw situeert zich een parkeerzone.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag heeft tot doel een zaakgebonden, inwendig verlichte publiciteitsinrichting te plaatsen aan de zijde van de Ottergemsesteenweg-Zuid. De installatie wordt centraal opgesteld ten opzichte van de voorgevel, in een afhellende groenstrook tussen een bestaande voetgangersdoorgang en een trap naar de parkeerkelder.
De nieuwe publiciteitsinrichting omvat twee LED-schermen gemonteerd op één paal, zodanig gepositioneerd dat ze zichtbaar zijn voor weggebruikers vanuit beide rijrichtingen. Elk scherm meet 2,88 m breed en 1,72 m hoog. De voorzijde van het paneel situeert zich op ca 3m van de rooilijn en de bovenzijde van de constructie situeert zich 3,22 m boven het trottoirpeil.
Deze constructie vervangt twee eerder geplaatste afzonderlijke, inwendig verlichte publiciteitsinrichtingen (LED-schermen op een aanhangwagen). Voor deze eerdere inrichting werd regularisatie aangevraagd (dossier OMV_2025011136), maar die aanvraag werd op 28/05/2025 geweigerd wegens verstoring van de beeldkwaliteit van de omgeving en strijdigheid met de publiciteitsverordening (o.a. te geringe afstand tot zebrapaden). De tijdelijke publiciteitsinrichtingen zijn intussen verwijderd.
In deze nieuwe aanvraag bedraagt de afstand tot elk van de zebrapaden 57 tot 65 m.
De bouwheer geeft bovendien aan bereid te zijn bepaalde bestaande publiciteitsdragers te verwijderen ter compensatie, om tegemoet te komen aan de eerdere bezorgdheden omtrent beeldkwaliteit. Dit kan onder meer gaan om het verwijderen van enkele vlaggenmasten, gevelreclame op beglaasde delen van de voorgevel en andere publiciteitsinrichtingen.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 28/05/2025 werd een weigering afgeleverd voor de regularisatie van de plaatsing van 2 publiciteitsinrichtingen. (OMV_2025011136).
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 04/12/2009 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een kantoorgebouw/kantoorachtigen/retail/half ondergrondse parking als wijziging van een deel van een bestaande vergunning. (2009/822)
* Op 26/04/2012 werd een vergunning afgeleverd voor een wijziging van een deel van een bestaande vergunning (wijziging van de gevels van een gebouw voor retail). (2012/100)
* Op 28/06/2012 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van reclame volgens het plan in bijlage. (2012/291).
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgend extern advies is gegeven:
Geen advies van AWV - District Gent Gewestwegen.
NOOT: De gewestweg stopt aan het rondpunt en loopt niet verder door in de Ottergemsesteenweg-Zuid. Een advies van AWV is niet noodzakelijk op deze locatie.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'AKKERHAGESTRAAT-OTTERGEMSESTEENWEG' (Besluit tot goedkeuring door de Deputatie op 12 januari 2006). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone voor gemengd projecten.
Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'AKKERHAGESTRAAT-OTTERGEMSESTEENWEG' (Besluit tot goedkeuring door de Deputatie op 15 januari 2004). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone voor gemengd projecten.
De aanvraag is niet in overeenstemming met de voorschriften. Het wijkt af op het volgende voorschrift van het RUP:
Voorschrift: Onbebouwde delen van een terrein dienen kwaliteitsvol ingericht te worden (…). Reclame-inrichtingen en uithangborden zijn toegelaten voor zover ze in harmonie zijn met de omgeving en op een niet‑agressieve manier worden ingepast. Omwille van esthetische redenen kan een beperking worden ingevoerd.
Toetsing: De voorgestelde publiciteitsinrichting wordt in de onbebouwde ruimte geplaatst, terwijl de voorgevel van het gebouw ruim voldoende mogelijkheden biedt om zaakgerichte reclame op een geïntegreerde en gebouw gebonden manier aan te brengen. Door de onbebouwde zone in te nemen met een vrijstaand LED‑scherm ontstaat bijkomende visuele drukte en ruimtelijke versnippering. Dit leidt tot verrommeling en een verdere aantasting van de beeldkwaliteit langs de Ottergemsesteenweg-Zuid. De publiciteitsinrichting is bijgevolg strijdig met het bovenvermelde bepaling uit het RUP.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023).
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening publiciteit
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van de gewestelijke publiciteitsverordening. (Besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023)
Het ontwerp is niet in overeenstemming met deze verordening. Het wijkt af op de volgende punten:
Artikel 4 – Behoud sectorale regelgeving en ruimtelijke inpasbaarheid
Dit artikel benadrukt dat de publiciteitsverordening geen afbreuk doet aan andere geldende regelgeving, zoals de Wegcode, sectorale wetgeving of stedenbouwkundige voorschriften. De plaatsing van een publiciteitsinrichting moet steeds in overeenstemming zijn met de bestemming, de eraan gekoppelde voorschriften en eventuele afwijkingsmogelijkheden.
Toetsing: De voorgestelde publiciteitsinrichting is strijdig met de voorschriften van het gemeentelijk RUP (zie eerdere toetsing). Hierdoor voldoet ze niet aan artikel 4 van de gewestelijke verordening.
Artikel 10 – Voorwaarden voor zaakgebonden publiciteitsinrichtingen
Artikel 10 bepaalt dat vrijstaande zaakgebonden publiciteitsinrichtingen enkel kunnen worden toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- Binnen de eerste 4 m vanaf de grens met de openbare weg: maximale totale oppervlakte: 4 m² per zaak en 10 m² per gebouwencomplex;
- Vanaf 4 m vanaf de grens met de openbare weg: maximale totale oppervlakte: 10 m² per zaak en 40 m² per gebouwencomplex;
De voorgestelde publiciteitsinrichting bevindt zich deels binnen de eerste 4 m van de rooilijn en deels daarachter.
Toetsing: De aangeleverde plannen bieden onvoldoende duidelijkheid/rechtszekerheid om de conformiteit met artikel 10 uit de publiciteitsverordening na te gaan of te garanderen.
De exacte oppervlaktes van de afzonderlijke bestaande, te behouden en te verwijderen vrijstaande publiciteitselementen op het perceel zijn niet weergegeven op de plannen. Hierdoor wordt geen volledig of helder beeld gegeven van de vergunde, bestaande en nieuwe toestand. De plannen moeten een duidelijk beeld geven over de vergunde, bestaande, te behouden, te verwijderen en de nieuwe elementen. Een loutere vermelding in de beschrijvende nota van de aanwezige publiciteitsinrichtingen en van de elementen die zullen worden verwijderd, volstaat niet. De plannen vormen de juridische basis van de vergunning en moeten daarom volledig, correct en eenduidig zijn. De nota dient uitsluitend ter toelichting en motivatie van wat op de plannen wordt weergegeven.
Ter informatie: Het gebouw op de site kan niet worden beschouwd als een gebouwencomplex. Volgens artikel 4.1.1, 4° VCRO, is een gebouwencomplex “een functioneel geheel bestaande uit fysiek niet met elkaar verbonden gebouwen”. Die situatie doet zich hier niet voor. Daardoor moet er worden vastgehouden aan de maximale oppervlaktes per zaak (maximaal 4 m² vrijstaande publiciteit binnen de eerste 4-meterzone, en maximaal 10 m² vrijstaande publiciteit vanaf 4 m).
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel wordt niet ingrijpend aangepast. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het Algemeen Bouwreglement van de Stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
De aanvraag is gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering. Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Er is geen waardevol groen of boom verwijderd.
De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing.
Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Bij de beoordeling van publiciteitsinrichtingen wordt steeds gezocht naar een evenwicht tussen enerzijds de commerciële noodzaak van een bedrijf om zich kenbaar te maken, en anderzijds het behoud van de beeldkwaliteit van de site en de ruimere omgeving. Een kwalitatief straatbeeld vraagt om leesbaarheid, rust en visuele samenhang, zowel binnen het perceel als in relatie tot de omliggende bedrijfssites.
De voorliggende aanvraag omvat de plaatsing van twee LED‑schermen, bevestigd op één gezamenlijke paal op ca 3 meter van de rooilijn langs de Ottergemsesteenweg‑Zuid. De schermen zijn zodanig gericht dat ze zichtbaar zijn voor het voorbijrijdend verkeer vanuit 2 richtingen. De inrichting vormt een opvallend, vrijstaand element in de onbebouwde ruimte tussen het gebouw en de straat.
Op de site zijn reeds meerdere vormen van zaakgebonden publiciteit aanwezig, waaronder vlaggenmasten, gevelreclame en publiciteit op de ramen. Hoewel de aanvrager in de motivatienota aangeeft bereid te zijn bepaalde bestaande publiciteitselementen te verwijderen, wordt dit niet planmatig onderbouwd in de ingediende stukken. Wanneer zou blijken dat de bestaande toestand afwijkt van de vergunde toestand, moet ook een plan met de vergunde toestand worden ingediend. Aangezien niet alle (vrijstaande) publiciteit is weergegeven, kon de vergunde toestand ook niet worden nagegaan.
Niet alleen de opeenstapeling van publiciteitsinrichtingen, maar ook de gekozen locatie leidt tot verrommeling. De plaatsing van een vrijstaand LED‑scherm vlak bij de rooilijn, in een zone die bedoeld is als rustige en groene overgangsruimte tussen straat en gebouw, doorbreekt de beoogde visuele rust. Vrijstaande en verlichte reclame‑elementen verstoren hier de noodzakelijke ruimtelijke buffer. Bovendien beschikt de voorgevel van het gebouw over meer dan voldoende mogelijkheden om publiciteit op een geïntegreerde, gebouw gebonden manier aan te brengen, wat vanuit beeldkwaliteit de voorkeur geniet. Het onnodig innemen van de onbebouwde buitenruimte met bijkomende constructies staat dan ook haaks op een zorgvuldig en kwalitatief ruimtegebruik.
Daarnaast zijn LED‑schermen specifiek ontworpen om verschillende beelden te kunnen weergeven. Gezien de ligging langs een drukke verkeersas kunnen lichtgevende en dynamische/wisselende boodschappen de aandacht van weggebruikers afleiden en leiden tot potentieel gevaarlijke verkeerssituaties. Dit vormt een bijkomend negatief ruimtelijk en verkeersveiligheidsaspect.
Gelet op het bovenstaande wordt geoordeeld dat de aangevraagde publiciteitsinrichting leidt tot een aantasting van de beeldkwaliteit, een verstoring van de visuele samenhang van de site en een verhoogde druk op de verkeersveiligheid. Het project kan hierdoor niet worden beschouwd als verenigbaar met de principes van een goede ruimtelijke ordening.
CONCLUSIE
Ongunstig, de aanvraag is in strijd met de bepalingen uit het RUP en voldoet niet aan de principes van de goede ruimtelijke ordening. Daarnaast is er ook onvoldoende informatie op plan aangeleverd om het project in zijn geheel aan de publiciteitsverordening te kunnen toetsen.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het plaatsen van een zaakgebonden publiciteitsinrichting met twee LED schermen aan BRICO PLAN-IT nv (O.N.:0429106719) gelegen te Ottergemsesteenweg-Zuid 804, 9000 Gent.