De halfvastenfoor in Gent is een belangrijk evenement dat jaarlijks veel bezoekers aantrekt, waaronder ook heel wat jongeren en studenten. Dat is een traditie die we uiteraard moeten koesteren, maar anderzijds moeten we er wel over waken dat alles veilig kan verlopen.
Recent waren er meerdere incidenten, waaronder een video op sociale media waarin te zien is hoe jongeren een hoge attractie beklimmen. Volgens verschillende uitbaters van attracties komt het ook vaak voor dat dronken studenten ‘s nachts attracties betreden, schade veroorzaken of gevaarlijke stunts uitvoeren.
De uitbaters geven aan dat dit een jaarlijks terugkerend voorval is en vragen om meer handhaving en controles.
Hoe evalueert de stad de huidige aanpak rond veiligheid en toezicht op kermissen?
Overweegt de stad bijkomende maatregelen, zoals meer politie- of toezichtcontroles, om gevaarlijk gedrag en vandalisme te voorkomen?
Welke stappen wil de stad in de toekomst nemen om ervoor te zorgen dat jongeren zich op een veilige en respectvolle manier kunnen blijven amuseren op kermissen?
De Halfvastenfoor is voor onze stad een belangrijk evenement dat elk jaar heel wat bezoekers aantrekt. We willen absoluut dat iedereen zich hier op een veilige en aangename manier kan amuseren.
Maar ook als de foor gesloten is, worden er maximaal inspanningen geleverd om de veiligheid te garanderen, om vandalisme te voorkomen.
Maar zaken 100% uitsluiten, is een utopie, zoals spijtig genoeg te zien was op beelden op social media, waarbij studenten in een attractie klommen. Dergelijk gedrag is ontoelaatbaar, het brengt in de eerste plaats hun eigen veiligheid in gevaar.
De foorkramers doen zelf heel wat inspanningen om hun attracties maximaal te beveiligen, om dergelijke situaties te voorkomen.
Daarnaast voorziet de politie in de nodige aanwezigheid, zowel tijdens de openingsuren van de foor, als erna.
Tijdens de periode van de foor is er dagelijks een uitgebreide en structurele toezichtregeling voorzien. Dat gebeurt met een combinatie van extra inzet vanuit de wijkdienst en de interventiedienst.
Naast het vaste toezicht wordt de foor ook opgenomen in de opdrachten van de reguliere patrouilles. Dat leidt tot een continue aanwezigheid van politie op en rond het terrein.
Deze zichtbare aanwezigheid op en rond de foor draagt bij tot het ontmoedigen van ongewenst gedrag. Tijdens deze patrouilles werden geen vaststellingen of meldingen van vandalisme op de foor geregistreerd.
Daarnaast is er ook voortdurend overleg met de fooruitbaters. Dat zorgt ervoor dat informatie snel wordt gedeeld en uitgewisseld, waardoor er ook sneller op de bal kan gespeeld worden.
Naast dialoog en preventief toezicht wordt er ook effectief gehandhaafd. Naast strafrechtelijke bepalingen kan de politie optreden op basis van verschillende artikelen uit de GAS-codex. De politie kan op basis van het Politiereglement op de openbare rust en veiligheid onder meer optreden tegen zaken als het beklimmen van attracties, gevaarlijk of hinderlijk gedrag, het veroorzaken van nachtrumoer en beschadiging van installaties.
De korpsleiding geeft aan dat de bestaande maatregelen, een combinatie van preventie, zichtbare aanwezigheid op het terrein, duidelijke regels en consequente handhaving, volstaan.
Mathias De Clercq
Burgemeester
Binnen de huidige reglementen voor erkenning en subsidies voor verenigingen in Stad Gent zijn er verschillen. Die verschillen hangen af van het soort erkenning dat een vereniging heeft. Sommige verenigingen krijgen een erkenning voor meerdere jaren en worden dan algemeen geëvalueerd. Andere verenigingen moeten elk jaar uitleg geven over hun werking en krijgen extra voorwaarden, zoals verplichte opleidingen voor bestuursleden.
Door al die verschillende regels wordt het aanvragen vaak erg moeilijk.
Ik ben daarom blij dat er bekeken wordt hoe deze regels eenvoudiger en duidelijker kunnen worden. In dat kader heb ik enkele vragen:
- Hoe zal dit aangepakt worden? Worden adviesraden of verenigingen hierbij betrokken? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
- Welke regels gebruikt de stad om te beslissen hoe lang een erkenning geldt, hoe vaak verenigingen uitleg moeten geven en welke voorwaarden er zijn?
- Hoe zorgt de stad ervoor dat dit haalbaar blijft voor verenigingen die vooral met vrijwilligers werken? En hoe wordt ervoor gezorgd dat alle verenigingen op dezelfde manier behandeld worden?
De stad Gent staat voor bijkomende financiële onzekerheden als gevolg van de onstabiele geopolitieke wereldsituatie. Stijgende inflatie en rentevoeten dreigen een aanzienlijke impact te hebben op de stedelijke financiën. De bevoegde schepen liet al in de pers weten dat deze impact tegen het einde van de legislatuur kan oplopen tot ongeveer 25 miljoen euro, waarbij verdere duidelijkheid pas verwacht wordt na de volgende budgetcontrole. Deze bijkomende druk komt boven op de reeds lopende besparingsoperatie van 120 miljoen euro en reeds aangekondigde budgetwijzigingen, zoals ten gevolge van de lager ingeschatte inkomsten uit de aanvullende personenbelasting (2025_SV_00822).
Ik had van de schepen graag een antwoord gekregen op de volgende vragen:
1. Hoe schat de schepen de financiële impact van de geopolitieke gebeurtenissen op de financiën van de stad in? Graag meer uitleg.
Bij de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan zal de stad rekening houden met de financiële impact van deze geopolitieke gebeurtenissen. Door de huidige volatiliteit is het echter nog niet mogelijk om de volledige structurele impact vandaag in te schatten. Bovendien kunnen bovenlokale maatregelen, die vandaag nog niet gekend zijn, ook een impact hebben op de financiën van de stad. Het onderstreept in ieder geval het belang van het aanhouden van een financiële buffer om de stad te beschermen tegen dergelijke externe schokken.
2. Met welke bijkomende financiële impact ten opzichte van het meerjarenplan houdt de schepen momenteel rekening?
Bij elke aanpassing van het meerjarenplan (2 keer per jaar) worden de grondslagen, assumpties, parameters en financiële risico’s aangepast aan de nieuwe realiteit. Bij de eerstvolgende aanpassing van het MJP, nl. de budgetwijziging 2026, zullen we zoals gebruikelijk de recentste vooruitzichten van het federaal planbureau van april gebruiken om het personeelsbudget bij te sturen. Ook andere parameters, zoals de rentevoeten, energieprijzen en dergelijke, worden volgens de gebruikelijke methodieken geactualiseerd.
3. Welke scenario’s worden momenteel voorbereid in gevolge van bijkomende financiële impact en hoe is de schepen van plan om deze op te vangen?
Zoals vooropgesteld in het nieuwe MJP dienen externe schokken en risico’s die zich voordoen in de 1ste verdedigingslinie te worden opgevangen door de beschikbare buffer op de autofinancieringsmarge.
Als blijkt dat deze buffer niet langer zou volstaan, dan zal het college zich buigen over maatregelen die de financiële robuustheid van het meerjarenplan verder kunnen waarborgen.
di 21/04/2026 - 20:53De oorlog van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran hebben duidelijk al een impact op de energieprijzen. De olie- en gasprijzen swingen de pan uit op de mondiale markt.
Via de pers liet schepen Peeters weten dat er mogelijks nieuwe besparingen aankomen door o.a. de inflatie en hogere rentes als gevolg van de geopolitieke spanningen. “Het is inderdaad mogelijk dat we ons huiswerk opnieuw moeten maken”, zei schepen Peeters hierover. “De instabiliteit van de politieke situatie in de wereld laat zich ook voelen op de financiële markt. De inflatie en de stijgende rente kunnen een stad als Gent opnieuw handenvol geld kosten. Kosten die uiteraard niet voorzien waren. Op het einde van de rit - tegen 2031 dus - kan dat over 25 miljoen euro gaan”
Hierover de volgende vragen:
Welke impact verwacht de schepen van de geopolitieke spanningen op de stadsfinanciën?
Overweegt het stadsbestuur bijkomende besparingen door deze geopolitieke situatie?
Zo ja, op welke beleidsdomeinen zullen deze besparingen zich richten?
Welke maatregelen zal het stadsbestuur nemen om de stijgende kosten niet door te rekenen aan de Gentenaars?
1. Welke impact verwacht de schepen van de geopolitieke spanningen op de stadsfinanciën?
Bij de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan zal de stad rekening houden met de financiële impact van deze geopolitieke gebeurtenissen. Door de huidige volatiliteit is het echter nog niet mogelijk om de volledige structurele impact vandaag in te schatten. Bovendien kunnen bovenlokale maatregelen, die vandaag nog niet gekend zijn, ook een impact hebben op de financiën van de stad. Het onderstreept in ieder geval het belang van het aanhouden van een financiële buffer om de stad te beschermen tegen dergelijke externe schokken.
Bij elke aanpassing van het meerjarenplan (2 keer per jaar) worden de grondslagen, assumpties, parameters en financiële risico’s aangepast aan de nieuwe realiteit. Bij de eerstvolgende aanpassing van het MJP, nl. de budgetwijziging 2026, zullen we zoals gebruikelijk de recentste vooruitzichten van het federaal planbureau van april gebruiken om het personeelsbudget bij te sturen. Ook andere parameters, zoals de rentevoeten, energieprijzen en dergelijke, worden volgens de gebruikelijke methodieken geactualiseerd.
2. Overweegt het stadsbestuur bijkomende besparingen door deze geopolitieke situatie?
Zo ja, op welke beleidsdomeinen zullen deze besparingen zich richten?
Welke maatregelen zal het stadsbestuur nemen om de stijgende kosten niet door te rekenen aan de Gentenaars?
Zoals vooropgesteld in het nieuwe MJP dienen externe schokken en risico’s die zich voordoen in de 1ste verdedigingslinie te worden opgevangen door de beschikbare buffer op de autofinancieringsmarge. Als blijkt dat deze buffer niet langer zou volstaan, dan zal het college zich buigen over maatregelen die de financiële robuustheid van het meerjarenplan verder kunnen waarborgen.
Eén van de maatregelen in het goedgekeurde MJP 2026 - 2031 was het robuust maken waarbij toenemende inflatie enerzijds een bijkomende last zal zijn voor de stad omdat de meeste gebruikers gecompenseerd zullen worden door de voorziene (gezondheids)index in de overeenkomsten, maar de stad zelf niet omwille van de vaste of onbestaande groeivoet op het merendeel van de (ontvangst)subsidies. Anderzijds werd dezelfde indexering voorzien in de retributie- en belastingreglementen waardoor sommige ontvangsten zullen stijgen.
Nieuwe cijfers tonen aan dat het geweld in stations en op treinen na de coronacrisis duidelijk is toegenomen. Ook Gent springt daarbij op een bijzonder negatieve manier in het oog.
Waar de Gentse stations voor corona gemiddeld 29 gewelddadige incidenten per jaar telden, zijn dat er vandaag 44 per jaar. Dat is een stijging met meer dan 50 procent. Volgens het artikel zijn de Gentse stations daardoor vandaag bijna even onveilig als Brussel-Noord.
Daarnaast blijkt uit getuigenissen van mensen op het terrein dat vooral jongeren en daklozen of rondzwervende personen vaker opduiken in de interventieverslagen. Tegelijk is er sprake van een tekort aan spoorwegpolitie en van een moeilijke taakverdeling tussen lokale politie, spoorwegpolitie en Securail.
Gezien de ernst van deze evolutie, heb ik de volgende vragen.
Erkent de burgemeester dat de veiligheidssituatie in de Gentse stations de voorbije jaren ernstig verslechterd is? Hoe verklaart hij de stijging van 29 naar 44 gewelddadige incidenten per jaar?
Welke concrete bijkomende veiligheidsacties plant de stad, samen met de lokale politie, de spoorwegpolitie en Securail, om geweld en overlast in en rond de Gentse stations terug te dringen?
Komt er extra aandacht voor veelplegers, overlastgevende groepen, rondzwervende personen en jongeren die in of rond stations voor intimidatie of geweld zorgen?
Is de burgemeester bereid om voor de Gentse stationsomgevingen een kordater handhavingsbeleid uit te werken, met meer controles, meer zichtbare aanwezigheid en duidelijke afspraken tussen alle bevoegde diensten?
Geachte voorzitter, geachte collega’s,
We moeten opletten om zomaar conclusies te trekken uit krantenartikels die cijfers zonder enige nuance of context weergeven.
Onze korpschef heeft hierover heel wat duiding meegegeven aan de journalist in kwestie om deze cijfers te kaderen, doch dit is amper weerhouden in het artikel. Integendeel, men doet uitschijnen dat de Gentse stations quasi even gevaarlijk zijn als Brussel Noord, quod non.
Ik weet niet wie vaak de trein neemt in Gent, maar wat in dat artikel stond, is toch met een serieuze korrel zout te nemen. En daarmee wil ik die feiten absoluut niet minimaliseren. We moeten wel die cijfers in de juiste context plaatsen.
Vooreerst moeten we kijken naar de registratie van feiten. We weten bijvoorbeeld dat de aangiftebereidheid in Oost-Vlaanderen stukken hoger ligt dan in Brussel. Het is erg om te zeggen, maar in Brussel doet men vaak de moeite niet meer om aangifte te doen.
Daarnaast zegt de locatie van de aangifte niets over de locatie van de feiten zelf. Als er agressie op de trein gebeurt, wat natuurlijk onaanvaardbaar is, wordt de dader vaak gevat op de plaats van aankomst. Voor treinen uit Brussel gaat dat bijvoorbeeld om stations als Gent.
Daarnaast zijn cijfers vergelijken niet altijd eenduidig. Dit hangt sterk af van welke criteria worden gebruikt om de data te verzamelen, zoals de gehanteerde perimeter - welke straten worden wel of niet opgenomen in de zoekopdracht - en welke locatie wordt geregistreerd bij de aangifte.
Bovendien, stelt de korpschef, schort er iets met de term ‘zware agressie’ die de journalist hanteert. Die komt namelijk niet voor in de benamingen die de politie hanteert, gezien dit een waardeoordeel geeft aan strafrechterlijke inbreuken. De politie spreekt bijvoorbeeld van ‘slagen en verwondingen’ waarbij een schermutseling tussen enkele daklozen bijvoorbeeld, vervat wordt in die cijfers, zonder dat er daar sprake is van ‘zware agressie’.
Dat is allemaal meegegeven door de korpschef aan de journalist.
Los daarvan, Gent-Sint Pieters is het drukste station van Vlaanderen. Dagelijks krijgt het bijna 50.000 reizigers te verwerken.
De politie registreert per jaar minder dan 50 feiten gelieerd aan het station, maar dat kan dus evengoed op de trein zijn. Dat is minder dan 1 feit per week. Elk feit is uiteraard één te veel en de veiligheid in onze stations verdient meer aandacht, maar we moeten de zaken wel in het juiste perspectief stellen.
Als het dan gaat om evoluties. Ook daar moeten we voorzichtig in zijn. De enige zinvolle verklaring die onze politie kan geven, is dat er een evolutie is tussen de periode van corona en de jaren er na – zowel in gans Gent als in het station. Herinner u dat het publieke leven on hold stond en het station daarom veel minder gebruikt werd, en dat vertaalt zich in de cijfers. Er was inderdaad een stijging van fysiek geweld in 2021, net na corona. Deze stijging was merkbaar over heel de stad en dus ook in de stations. We stellen nu een licht dalende trend vast voor ons grondgebied, eveneens merkbaar in de stations.
De basis voor de verantwoordelijkheden inzake veiligheid in de stations wordt geregeld in de omzendbrief Veiligheid bij de spoorwegen van 15 april 2002. Voor Gent betekent dit dat, op basis van het protocol, theoretisch vooral de spoorwegpolitie aan zet is in het station Gent-Sint-Pieters en voor Dampoort, Drongen en Gentbrugge vooral de Gentse Lokale Politie.
In de praktijk is de spoorwegpolitie zwaar onderbezet en flirt met een operationele capaciteit van 30%.
Vaak is er maar 1 ploeg aanwezig voor heel Oost- en West-Vlaanderen. Met momenten is er zelfs geen enkele ploeg voor de twee provincies beschikbaar en wordt er aan de lokale politie gevraagd om alle interventies op zich te nemen. Politie Gent doet dit natuurlijk voor de veiligheid van de mensen. Dat is alweer een bovenlokale taak die onze politie moet opnemen.
De Gentse politie vangt dus de meeste interventies zelf op, neemt in regel bijna bij elk zwaar incident de leiding en doet op geregelde tijdstippen extra acties in de stations, gericht op diverse fenomenen. Denk maar aan verschillende van onze FIPA-acties die ook in en rond de stations zijn doorgegaan.
Ook wanneer er evenementen zijn die een grotere volkstoeloop teweegbrengen, wordt er extra politiepersoneel ingezet voor toezicht.
Veelal slaagt de spoorwegpolitie er zelfs niet in om één ploeg te leveren als bijstand tijdens dergelijke acties. Dat is eigenlijk schandalig.
Al deze problemen zijn reeds lang gekend en de bovenlokale initiatieven van de bevoegde ministers van de afgelopen jaren hebben niet tot een oplossing geleid.
Securail speelt eveneens een rol in het kader van de veiligheid van de stations en de treinreizigers. Ook zij kunnen in geval van problemen rekenen op de Gentse politie.
Ik wil er wel op wijzen dat de samenwerking en de relatie tussen de spoorwegpolitie, Securail en de Gentse politie goed is. Dus geen kwaad woord over de mensen op het terrein.
Ikzelf, de korpschef en vele anderen hebben deze problematiek op vele mogelijke wijzen reeds nationaal aangekaart. De plannen van de huidige regering ten aanzien van de federale politie, en de spoorwegpolitie in het bijzonder, blijven evenwel onduidelijk.
Los van de cijfers ben ik, samen met de korpschef, van mening dat er inderdaad meer nodig is voor de veiligheid in en rond de stations en het is dus meer dan dringend dat er nationaal beslissingen genomen worden.
Collega’s met betrekking tot de politie post. Het is zo , de fysieke ruimte is daar in Gent-Sint-Pieters, de spoorwegpolitie zou daar moeten zitten, zij zitten nu een paar straten verder in de Pacificatielaan. Het is fysiek voorzien, het lokaal is nu leeg, er is een ruimte voor de spoorwegpolitie, ik zal de minister vragen om dit te doen. Ik vind dit een goede insteek. Ik heb de minister trouwens al aangesproken over de onderbezetting van de spoorwegpolitie. Recent is dit ook meegegeven aan de minister bij een bezoek aan Gent. In die zin zou het dus goed zijn om de spoorwegpolitie te huisvesten in het lokaal die daar voor voorzien is.
Onze Gentse Politie doet al heel veel in de stations gaande van interventies, acties en het begeleiden van evenementen. Het opnemen van die bijkomende verantwoordelijkheid door de lokale politie zou natuurlijk moet gepaard gaan met een federale financiële extra dotatie.
Ondertussen blijft de Gentse Politie verder inzetten op de veiligheid in de stations. Er is eveneens een leefbaarheidsoverleg in Sint-Pietersstation met de verschillende betrokken partners om de verschillende problematieken geïntegreerd aan te pakken.
De daklozen die zich in het station en de onmiddellijke omgeving ophouden, worden multidisciplinair opgevolgd. In het kader hiervan is er een zorghub ingericht in de Smidsestraat vanuit de vaststelling dat er bijna geen voorzieningen voor deze doelgroep in de buurt van het station waren. Deze tijdelijke invulling wordt uitgebaat door vzw Enchanté, gefinancierd en beleidsmatig ondersteund door de stad en speelt in op de noden van de doelgroep.
Om te besluiten. We nemen de veiligheid in onze stations ernstig, maar mogen niet zomaar conclusies trekken uit de vernoemde cijfers. De korpsleiding stelt heel duidelijk dat deze cijfers niet betrouwbaar zijn. Onze politie neemt haar rol meer dan op. Maar, zoals gezegd, het is de federale overheid die hier haar verantwoordelijkheid in moet nemen. Een sterke, goed bemande spoorwegpolitie is nodig om mee over de veiligheid te waken in de treinen en in onze stations. Ik zal dat, samen met de korprschef, op een constructieve manier alleszins blijven aankaarten.
Mathias De Clercq
Burgemeester
di 21/04/2026 - 15:36Vorige zomer en herfst kaartte ik herhaaldelijk de overlastproblemen in Oostakker aan (zie Overlast/onveiligheid in Oostakker-centrum en Onveiligheid voor jongeren en andere bewoners in Oostakker). De burgemeester erkende de nood tot ingrijpen en het belang van het herstellen van het veiligheidsgevoel. In zijn antwoorden verwees de burgemeester naar extra patrouilles via de wijk- en interventiepolitie. Ook werd de wijkregisseur ingeschakeld.
Recent ontving ik een signaal dat er opnieuw sprake is van overlast nabij de bushalte in de Sint-Laurentiuslaan en het aangrenzende park. Drugsdealers zijn er blijkbaar opnieuw actief en een groep jongeren zorgt er ’s avonds en ’s nachts voor onder andere geluidsoverlast. Het veiligheidsgevoel wordt opnieuw ondermijnt, waardoor (sommige) mensen ’s avonds niet langer de straat op durven gaan.
Vandaar mijn vragen:
Geachte voorzitter, geachte collega Van Bossuyt
Het is een dossier waar de politie en partners in het verleden reeds hebben op gewerkt, en blijven op werken, zolang dit nodig is.
Naar aanleiding van de overlast vorige zomer werd er, zoals aangegeven op de commissie van oktober, aan beeldvorming gedaan en werd politioneel onderzoek gevoerd. Ik kan meegeven dat dit ook effectief resultaten heeft opgeleverd. De politie geeft mee dat er uit dit onderzoek arrestaties zijn gevloeid en dat er huisarresten en contactverboden werden uitgesproken door rechtbanken, wat een onmiddellijke positieve impact had op de wijk.
Rond de eindejaarsperiode kwam de locatie een paar keer naar voor, maar dit specifiek in het kader van vuurwerk.
Recent kwam er vanuit de buurt een melding dat er in het weekend en 's avonds opnieuw jongeren zouden samenkomen aan de bushalte met brommertjes, wat onder meer lawaaioverlast zou veroorzaken. Deze melding wordt verder opgevolgd en gemonitord door de Wijkpolitie.
De problematiek in en rond het Sint-Laurentiuspark blijft op de agenda staan van het overlastoverleg om verder op te volgen. Zichtbare aanwezigheid is belangrijk, daarom blijft die locatie ook opgenomen in de patrouilleschema’s.
Vanuit wijkregie en overlastregie werden geen nieuwe signalen opgevangen.
In het verleden hebben de inspanningen van de politie tot de nodige resultaten geleid. De politie houdt deze locatie verder op de radar, onder meer via zichtbare aanwezigheid op het terrein. Via het overlastoverleg wordt dit eveneens verder opgevolgd.
Mathias De Clercq
Burgemeester
di 21/04/2026 - 16:26Uit cijfers die door de krant Het Laatste Nieuws naar buiten werden gebracht blijkt dat het geweld in de Gentse stations toeneemt. De trend is duidelijk in heel Vlaanderen, maar Gent behoort tot de sterkste stijgers. Concreet steeg het aantal agressiedelicten van 29 per jaar in de pre-corona jaren naar 44 per jaar in de periode 2021-2024. Qua daderprofielen zou het – op basis van de getuigenis vanwege geïnterviewde agenten – vaak om jongeren of daklozen gaan, die ook steeds vaker wapens zoals messen op zak blijken te hebben.
De Gentse korpschef werd in de genoemde krant als volgt geciteerd wat betreft de gestegen Gentse cijfers: “Die cijfers zijn relatief. Hij [= de korpschef] zegt dat de aangiftebereidheid groter zou zijn in Gent dan in Brussel of Antwerpen, en dat “schermutselingen” tussen daklozen de Gentse cijfers kunnen vertekenen. Andere verklaringen heeft hij niet. “Ik vind zelfs dat een veertigtal incidenten per jaar voor een stad als Gent nog meevalt.” De burgemeester zelf verkoos geen reactie te geven.
Geachte voorzitter, geachte collega’s,
We moeten opletten om zomaar conclusies te trekken uit krantenartikels die cijfers zonder enige nuance of context weergeven.
Onze korpschef heeft hierover heel wat duiding meegegeven aan de journalist in kwestie om deze cijfers te kaderen, doch dit is amper weerhouden in het artikel. Integendeel, men doet uitschijnen dat de Gentse stations quasi even gevaarlijk zijn als Brussel Noord, quod non.
Ik weet niet wie vaak de trein neemt in Gent, maar wat in dat artikel stond, is toch met een serieuze korrel zout te nemen. En daarmee wil ik die feiten absoluut niet minimaliseren. We moeten wel die cijfers in de juiste context plaatsen.
Vooreerst moeten we kijken naar de registratie van feiten. We weten bijvoorbeeld dat de aangiftebereidheid in Oost-Vlaanderen stukken hoger ligt dan in Brussel. Het is erg om te zeggen, maar in Brussel doet men vaak de moeite niet meer om aangifte te doen.
Daarnaast zegt de locatie van de aangifte niets over de locatie van de feiten zelf. Als er agressie op de trein gebeurt, wat natuurlijk onaanvaardbaar is, wordt de dader vaak gevat op de plaats van aankomst. Voor treinen uit Brussel gaat dat bijvoorbeeld om stations als Gent.
Daarnaast zijn cijfers vergelijken niet altijd eenduidig. Dit hangt sterk af van welke criteria worden gebruikt om de data te verzamelen, zoals de gehanteerde perimeter - welke straten worden wel of niet opgenomen in de zoekopdracht - en welke locatie wordt geregistreerd bij de aangifte.
Bovendien, stelt de korpschef, schort er iets met de term ‘zware agressie’ die de journalist hanteert. Die komt namelijk niet voor in de benamingen die de politie hanteert, gezien dit een waardeoordeel geeft aan strafrechterlijke inbreuken. De politie spreekt bijvoorbeeld van ‘slagen en verwondingen’ waarbij een schermutseling tussen enkele daklozen bijvoorbeeld, vervat wordt in die cijfers, zonder dat er daar sprake is van ‘zware agressie’.
Dat is allemaal meegegeven door de korpschef aan de journalist.
Los daarvan, Gent-Sint Pieters is het drukste station van Vlaanderen. Dagelijks krijgt het bijna 50.000 reizigers te verwerken.
De politie registreert per jaar minder dan 50 feiten gelieerd aan het station, maar dat kan dus evengoed op de trein zijn. Dat is minder dan 1 feit per week. Elk feit is uiteraard één te veel en de veiligheid in onze stations verdient meer aandacht, maar we moeten de zaken wel in het juiste perspectief stellen.
Als het dan gaat om evoluties. Ook daar moeten we voorzichtig in zijn. De enige zinvolle verklaring die onze politie kan geven, is dat er een evolutie is tussen de periode van corona en de jaren er na – zowel in gans Gent als in het station. Herinner u dat het publieke leven on hold stond en het station daarom veel minder gebruikt werd, en dat vertaalt zich in de cijfers. Er was inderdaad een stijging van fysiek geweld in 2021, net na corona. Deze stijging was merkbaar over heel de stad en dus ook in de stations. We stellen nu een licht dalende trend vast voor ons grondgebied, eveneens merkbaar in de stations.
De basis voor de verantwoordelijkheden inzake veiligheid in de stations wordt geregeld in de omzendbrief Veiligheid bij de spoorwegen van 15 april 2002. Voor Gent betekent dit dat, op basis van het protocol, theoretisch vooral de spoorwegpolitie aan zet is in het station Gent-Sint-Pieters en voor Dampoort, Drongen en Gentbrugge vooral de Gentse Lokale Politie.
In de praktijk is de spoorwegpolitie zwaar onderbezet en flirt met een operationele capaciteit van 30%.
Vaak is er maar 1 ploeg aanwezig voor heel Oost- en West-Vlaanderen. Met momenten is er zelfs geen enkele ploeg voor de twee provincies beschikbaar en wordt er aan de lokale politie gevraagd om alle interventies op zich te nemen. Politie Gent doet dit natuurlijk voor de veiligheid van de mensen. Dat is alweer een bovenlokale taak die onze politie moet opnemen.
De Gentse politie vangt dus de meeste interventies zelf op, neemt in regel bijna bij elk zwaar incident de leiding en doet op geregelde tijdstippen extra acties in de stations, gericht op diverse fenomenen. Denk maar aan verschillende van onze FIPA-acties die ook in en rond de stations zijn doorgegaan.
Ook wanneer er evenementen zijn die een grotere volkstoeloop teweegbrengen, wordt er extra politiepersoneel ingezet voor toezicht.
Veelal slaagt de spoorwegpolitie er zelfs niet in om één ploeg te leveren als bijstand tijdens dergelijke acties. Dat is eigenlijk schandalig.
Al deze problemen zijn reeds lang gekend en de bovenlokale initiatieven van de bevoegde ministers van de afgelopen jaren hebben niet tot een oplossing geleid.
Securail speelt eveneens een rol in het kader van de veiligheid van de stations en de treinreizigers. Ook zij kunnen in geval van problemen rekenen op de Gentse politie.
Ik wil er wel op wijzen dat de samenwerking en de relatie tussen de spoorwegpolitie, Securail en de Gentse politie goed is. Dus geen kwaad woord over de mensen op het terrein.
Ikzelf, de korpschef en vele anderen hebben deze problematiek op vele mogelijke wijzen reeds nationaal aangekaart. De plannen van de huidige regering ten aanzien van de federale politie, en de spoorwegpolitie in het bijzonder, blijven evenwel onduidelijk.
Los van de cijfers ben ik, samen met de korpschef, van mening dat er inderdaad meer nodig is voor de veiligheid in en rond de stations en het is dus meer dan dringend dat er nationaal beslissingen genomen worden.
Collega’s met betrekking tot de politie post. Het is zo , de fysieke ruimte is daar in Gent-Sint-Pieters, de spoorwegpolitie zou daar moeten zitten, zij zitten nu een paar straten verder in de Pacificatielaan. Het is fysiek voorzien, het lokaal is nu leeg, er is een ruimte voor de spoorwegpolitie, ik zal de minister vragen om dit te doen. Ik vind dit een goede insteek. Ik heb de minister trouwens al aangesproken over de onderbezetting van de spoorwegpolitie. Recent is dit ook meegegeven aan de minister bij een bezoek aan Gent. In die zin zou het dus goed zijn om de spoorwegpolitie te huisvesten in het lokaal die daar voor voorzien is.
Onze Gentse Politie doet al heel veel in de stations gaande van interventies, acties en het begeleiden van evenementen. Het opnemen van die bijkomende verantwoordelijkheid door de lokale politie zou natuurlijk moet gepaard gaan met een federale financiële extra dotatie.
Ondertussen blijft de Gentse Politie verder inzetten op de veiligheid in de stations. Er is eveneens een leefbaarheidsoverleg Sint-Pietersstation met de verschillende betrokken partners om de verschillende problematieken geïntegreerd aan te pakken.
De daklozen die zich in het station en de onmiddellijke omgeving ophouden, worden multidisciplinair opgevolgd. In het kader hiervan is er een zorghub ingericht in de Smidsestraat vanuit de vaststelling dat er bijna geen voorzieningen voor deze doelgroep in de buurt van het station waren. Deze tijdelijke invulling wordt uitgebaat door vzw Enchanté, gefinancierd en beleidsmatig ondersteund door de stad en speelt in op de noden van de doelgroep.
Om te besluiten. We nemen de veiligheid in onze stations ernstig, maar mogen niet zomaar conclusies trekken uit de vernoemde cijfers. De korpsleiding stelt heel duidelijk dat deze cijfers niet betrouwbaar zijn. Onze politie neemt haar rol meer dan op. Maar, zoals gezegd, het is de federale overheid die hier haar verantwoordelijkheid in moet nemen. Een sterke, goed bemande spoorwegpolitie is nodig om mee over de veiligheid te waken in de treinen en in onze stations. Ik zal dat, samen met de kroprschef, op een constructieve manier alleszins blijven aankaarten.
Mathias De Clercq
Burgemeester
di 21/04/2026 - 15:37Sinds april vorig jaar is de vzw Jong niet langer actief in de gebouwen (sporthal + andere ruimtes) aan het Dracunaplein. De gebouwen zijn tijdelijk niet meer bruikbaar omwille van brandveiligheidsredenen. Vzw Jong heeft zich genoodzaakt gezien zijn werking te verplaatsen naar ruimtes in het Balenmagazijn in de Getouwstraat (zie het collegebesluit van 12 februari 2026).
Recent ontving ik uit de buurt het signaal dat de nu al een jaar aanhoudende leegstand leidt tot vanadalisme: ruiten worden geregeld ingeslagen – wat gevaarlijk is voor spelende kinderen – en het gebrek aan afdoende sociale controle trekt vuilnis aan. Kinderen en jongeren zouden ook geïntimideerd worden door groepen van buiten de wijk. Er is sprake van een verloedering van de site: de gekende broken windows theorie lijkt hier letterlijk van toepassing te zijn.
Geachte mevrouw Van Bossuyt
Bij Politie Gent zijn er in de periode van het afgelopen jaar 7 geregistreerde feiten bekend. Gezien de leegstand en de meldingen is deze plek een voor de politie op te volgen locatie. De site is daarom opgenomen in hun patrouillelocaties. Op basis van informatie die de politie bereikte, werden informatierapporten opgesteld die bijdragen tot gericht nazicht tijdens de patrouilles.
Wat de toekomst het gebouw van vzw Jong betreft verwijs ik naar het antwoord van de bevoegde schepen in de commissie van vorige week donderdag.
Mathias De Clercq
Burgemeester
di 21/04/2026 - 15:43Uit een artikel van Het Laatste Nieuws blijkt dat het aantal gewelddadige incidenten in stations sterk is toegenomen, vooral in Oost-Vlaanderen en Antwerpen. Hier zien we een stijging van meer dan 40%. Binnen Oost-Vlaanderen is het voornamelijk onze stad Gent die te maken heeft met gevallen van geweld.
Waar vóór de coronaperiode jaarlijks ongeveer 29 incidenten werden geregistreerd in de Gentse stations, is dat aantal vandaag gestegen tot 44 per jaar.
Dit is een opmerkelijke toename, maar er bestaat mijns inziens geen eenduidige verklaring voor. De NMBS noemt het een “bredere maatschappelijke problematiek” en vraagt aan alle betrokken actoren om hun verantwoordelijkheid nemen. Hun woordvoerder Dimitri Temmerman zei “De politie moet zichtbaarder aanwezig zijn in de stations”. Daarom stel ik graag volgende vragen:
Geachte voorzitter, geachte collega’s,
We moeten opletten om zomaar conclusies te trekken uit krantenartikels die cijfers zonder enige nuance of context weergeven.
Onze korpschef heeft hierover heel wat duiding meegegeven aan de journalist in kwestie om deze cijfers te kaderen, doch dit is amper weerhouden in het artikel. Integendeel, men doet uitschijnen dat de Gentse stations quasi even gevaarlijk zijn als Brussel Noord, quod non.
Ik weet niet wie vaak de trein neemt in Gent, maar wat in dat artikel stond, is toch met een serieuze korrel zout te nemen. En daarmee wil ik die feiten absoluut niet minimaliseren. We moeten wel die cijfers in de juiste context plaatsen.
Vooreerst moeten we kijken naar de registratie van feiten. We weten bijvoorbeeld dat de aangiftebereidheid in Oost-Vlaanderen stukken hoger ligt dan in Brussel. Het is erg om te zeggen, maar in Brussel doet men vaak de moeite niet meer om aangifte te doen.
Daarnaast zegt de locatie van de aangifte niets over de locatie van de feiten zelf. Als er agressie op de trein gebeurt, wat natuurlijk onaanvaardbaar is, wordt de dader vaak gevat op de plaats van aankomst. Voor treinen uit Brussel gaat dat bijvoorbeeld om stations als Gent.
Daarnaast zijn cijfers vergelijken niet altijd eenduidig. Dit hangt sterk af van welke criteria worden gebruikt om de data te verzamelen, zoals de gehanteerde perimeter - welke straten worden wel of niet opgenomen in de zoekopdracht - en welke locatie wordt geregistreerd bij de aangifte.
Bovendien, stelt de korpschef, schort er iets met de term ‘zware agressie’ die de journalist hanteert. Die komt namelijk niet voor in de benamingen die de politie hanteert, gezien dit een waardeoordeel geeft aan strafrechterlijke inbreuken. De politie spreekt bijvoorbeeld van ‘slagen en verwondingen’ waarbij een schermutseling tussen enkele daklozen bijvoorbeeld, vervat wordt in die cijfers, zonder dat er daar sprake is van ‘zware agressie’.
Dat is allemaal meegegeven door de korpschef aan de journalist.
Los daarvan, Gent-Sint Pieters is het drukste station van Vlaanderen. Dagelijks krijgt het bijna 50.000 reizigers te verwerken.
De politie registreert per jaar minder dan 50 feiten gelieerd aan het station, maar dat kan dus evengoed op de trein zijn. Dat is minder dan 1 feit per week. Elk feit is uiteraard één te veel en de veiligheid in onze stations verdient meer aandacht, maar we moeten de zaken wel in het juiste perspectief stellen.
Als het dan gaat om evoluties. Ook daar moeten we voorzichtig in zijn. De enige zinvolle verklaring die onze politie kan geven, is dat er een evolutie is tussen de periode van corona en de jaren er na – zowel in gans Gent als in het station. Herinner u dat het publieke leven on hold stond en het station daarom veel minder gebruikt werd, en dat vertaalt zich in de cijfers. Er was inderdaad een stijging van fysiek geweld in 2021, net na corona. Deze stijging was merkbaar over heel de stad en dus ook in de stations. We stellen nu een licht dalende trend vast voor ons grondgebied, eveneens merkbaar in de stations.
De basis voor de verantwoordelijkheden inzake veiligheid in de stations wordt geregeld in de omzendbrief Veiligheid bij de spoorwegen van 15 april 2002. Voor Gent betekent dit dat, op basis van het protocol, theoretisch vooral de spoorwegpolitie aan zet is in het station Gent-Sint-Pieters en voor Dampoort, Drongen en Gentbrugge vooral de Gentse Lokale Politie.
In de praktijk is de spoorwegpolitie zwaar onderbezet en flirt met een operationele capaciteit van 30%.
Vaak is er maar 1 ploeg aanwezig voor heel Oost- en West-Vlaanderen. Met momenten is er zelfs geen enkele ploeg voor de twee provincies beschikbaar en wordt er aan de lokale politie gevraagd om alle interventies op zich te nemen. Politie Gent doet dit natuurlijk voor de veiligheid van de mensen. Dat is alweer een bovenlokale taak die onze politie moet opnemen.
De Gentse politie vangt dus de meeste interventies zelf op, neemt in regel bijna bij elk zwaar incident de leiding en doet op geregelde tijdstippen extra acties in de stations, gericht op diverse fenomenen. Denk maar aan verschillende van onze FIPA-acties die ook in en rond de stations zijn doorgegaan.
Ook wanneer er evenementen zijn die een grotere volkstoeloop teweegbrengen, wordt er extra politiepersoneel ingezet voor toezicht.
Veelal slaagt de spoorwegpolitie er zelfs niet in om één ploeg te leveren als bijstand tijdens dergelijke acties. Dat is eigenlijk schandalig.
Al deze problemen zijn reeds lang gekend en de bovenlokale initiatieven van de bevoegde ministers van de afgelopen jaren hebben niet tot een oplossing geleid.
Securail speelt eveneens een rol in het kader van de veiligheid van de stations en de treinreizigers. Ook zij kunnen in geval van problemen rekenen op de Gentse politie.
Ik wil er wel op wijzen dat de samenwerking en de relatie tussen de spoorwegpolitie, Securail en de Gentse politie goed is. Dus geen kwaad woord over de mensen op het terrein.
Ikzelf, de korpschef en vele anderen hebben deze problematiek op vele mogelijke wijzen reeds nationaal aangekaart. De plannen van de huidige regering ten aanzien van de federale politie, en de spoorwegpolitie in het bijzonder, blijven evenwel onduidelijk.
Los van de cijfers ben ik, samen met de korpschef, van mening dat er inderdaad meer nodig is voor de veiligheid in en rond de stations en het is dus meer dan dringend dat er nationaal beslissingen genomen worden.
Collega’s met betrekking tot de politie post. Het is zo , de fysieke ruimte is daar in Gent-Sint-Pieters, de spoorwegpolitie zou daar moeten zitten, zij zitten nu een paar straten verder in de Pacificatielaan. Het is fysiek voorzien, het lokaal is nu leeg, er is een ruimte voor de spoorwegpolitie, ik zal de minister vragen om dit te doen. Ik vind dit een goede insteek. Ik heb de minister trouwens al aangesproken over de onderbezetting van de spoorwegpolitie. Recent is dit ook meegegeven aan de minister bij een bezoek aan Gent. In die zin zou het dus goed zijn om de spoorwegpolitie te huisvesten in het lokaal die daar voor voorzien is.
Onze Gentse Politie doet al heel veel in de stations gaande van interventies, acties en het begeleiden van evenementen. Het opnemen van die bijkomende verantwoordelijkheid door de lokale politie zou natuurlijk moet gepaard gaan met een federale financiële extra dotatie.
Ondertussen blijft de Gentse Politie verder inzetten op de veiligheid in de stations. Er is eveneens een leefbaarheidsoverleg Sint-Pietersstation met de verschillende betrokken partners om de verschillende problematieken geïntegreerd aan te pakken.
De daklozen die zich in het station en de onmiddellijke omgeving ophouden, worden multidisciplinair opgevolgd. In het kader hiervan is er een zorghub ingericht in de Smidsestraat vanuit de vaststelling dat er bijna geen voorzieningen voor deze doelgroep in de buurt van het station waren. Deze tijdelijke invulling wordt uitgebaat door vzw Enchanté, gefinancierd en beleidsmatig ondersteund door de stad en speelt in op de noden van de doelgroep.
Om te besluiten. We nemen de veiligheid in onze stations ernstig, maar mogen niet zomaar conclusies trekken uit de vernoemde cijfers. De korpsleiding stelt heel duidelijk dat deze cijfers niet betrouwbaar zijn. Onze politie neemt haar rol meer dan op. Maar, zoals gezegd, het is de federale overheid die hier haar verantwoordelijkheid in moet nemen. Een sterke, goed bemande spoorwegpolitie is nodig om mee over de veiligheid te waken in de treinen en in onze stations. Ik zal dat, samen met de korprschef, op een constructieve manier alleszins blijven aankaarten.
Mathias De Clercq
Burgemeester
di 21/04/2026 - 15:36Een recente persartikel toont aan dat het aantal gewelddadige incidenten in en rond de Gentse treinstations (Gent-Sint-Pieters en Gent-Dampoort) de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen. Het aantal geregistreerde incidenten steeg van ongeveer 29 incidenten per jaar vóór corona naar 44 incidenten vandaag.
Een verklaring vinden voor die opmerkelijke tendens blijkt niet evident. Zo wordt er onder andere gewezen naar de aangiftebereidheid. Die zou groter zijn in Gent dan in andere steden zoals Brussel of Antwerpen. Daarnaast zouden ook “schermutselingen” tussen daklozen de Gentse cijfers kunnen vertekenen.
Ik had van de burgemeester graag een antwoord gekregen op de volgende vragen:
Geachte voorzitter, geachte collega’s,
We moeten opletten om zomaar conclusies te trekken uit krantenartikels die cijfers zonder enige nuance of context weergeven.
Onze korpschef heeft hierover heel wat duiding meegegeven aan de journalist in kwestie om deze cijfers te kaderen, doch dit is amper weerhouden in het artikel. Integendeel, men doet uitschijnen dat de Gentse stations quasi even gevaarlijk zijn als Brussel Noord, quod non.
Ik weet niet wie vaak de trein neemt in Gent, maar wat in dat artikel stond, is toch met een serieuze korrel zout te nemen. En daarmee wil ik die feiten absoluut niet minimaliseren. We moeten wel die cijfers in de juiste context plaatsen.
Vooreerst moeten we kijken naar de registratie van feiten. We weten bijvoorbeeld dat de aangiftebereidheid in Oost-Vlaanderen stukken hoger ligt dan in Brussel. Het is erg om te zeggen, maar in Brussel doet men vaak de moeite niet meer om aangifte te doen.
Daarnaast zegt de locatie van de aangifte niets over de locatie van de feiten zelf. Als er agressie op de trein gebeurt, wat natuurlijk onaanvaardbaar is, wordt de dader vaak gevat op de plaats van aankomst. Voor treinen uit Brussel gaat dat bijvoorbeeld om stations als Gent.
Daarnaast zijn cijfers vergelijken niet altijd eenduidig. Dit hangt sterk af van welke criteria worden gebruikt om de data te verzamelen, zoals de gehanteerde perimeter - welke straten worden wel of niet opgenomen in de zoekopdracht - en welke locatie wordt geregistreerd bij de aangifte.
Bovendien, stelt de korpschef, schort er iets met de term ‘zware agressie’ die de journalist hanteert. Die komt namelijk niet voor in de benamingen die de politie hanteert, gezien dit een waardeoordeel geeft aan strafrechterlijke inbreuken. De politie spreekt bijvoorbeeld van ‘slagen en verwondingen’ waarbij een schermutseling tussen enkele daklozen bijvoorbeeld, vervat wordt in die cijfers, zonder dat er daar sprake is van ‘zware agressie’.
Dat is allemaal meegegeven door de korpschef aan de journalist.
Los daarvan, Gent-Sint Pieters is het drukste station van Vlaanderen. Dagelijks krijgt het bijna 50.000 reizigers te verwerken.
De politie registreert per jaar minder dan 50 feiten gelieerd aan het station, maar dat kan dus evengoed op de trein zijn. Dat is minder dan 1 feit per week. Elk feit is uiteraard één te veel en de veiligheid in onze stations verdient meer aandacht, maar we moeten de zaken wel in het juiste perspectief stellen.
Als het dan gaat om evoluties. Ook daar moeten we voorzichtig in zijn. De enige zinvolle verklaring die onze politie kan geven, is dat er een evolutie is tussen de periode van corona en de jaren er na – zowel in gans Gent als in het station. Herinner u dat het publieke leven on hold stond en het station daarom veel minder gebruikt werd, en dat vertaalt zich in de cijfers. Er was inderdaad een stijging van fysiek geweld in 2021, net na corona. Deze stijging was merkbaar over heel de stad en dus ook in de stations. We stellen nu een licht dalende trend vast voor ons grondgebied, eveneens merkbaar in de stations.
De basis voor de verantwoordelijkheden inzake veiligheid in de stations wordt geregeld in de omzendbrief Veiligheid bij de spoorwegen van 15 april 2002. Voor Gent betekent dit dat, op basis van het protocol, theoretisch vooral de spoorwegpolitie aan zet is in het station Gent-Sint-Pieters en voor Dampoort, Drongen en Gentbrugge vooral de Gentse Lokale Politie.
In de praktijk is de spoorwegpolitie zwaar onderbezet en flirt met een operationele capaciteit van 30%.
Vaak is er maar 1 ploeg aanwezig voor heel Oost- en West-Vlaanderen. Met momenten is er zelfs geen enkele ploeg voor de twee provincies beschikbaar en wordt er aan de lokale politie gevraagd om alle interventies op zich te nemen. Politie Gent doet dit natuurlijk voor de veiligheid van de mensen. Dat is alweer een bovenlokale taak die onze politie moet opnemen.
De Gentse politie vangt dus de meeste interventies zelf op, neemt in regel bijna bij elk zwaar incident de leiding en doet op geregelde tijdstippen extra acties in de stations, gericht op diverse fenomenen. Denk maar aan verschillende van onze FIPA-acties die ook in en rond de stations zijn doorgegaan.
Ook wanneer er evenementen zijn die een grotere volkstoeloop teweegbrengen, wordt er extra politiepersoneel ingezet voor toezicht.
Veelal slaagt de spoorwegpolitie er zelfs niet in om één ploeg te leveren als bijstand tijdens dergelijke acties. Dat is eigenlijk schandalig.
Al deze problemen zijn reeds lang gekend en de bovenlokale initiatieven van de bevoegde ministers van de afgelopen jaren hebben niet tot een oplossing geleid.
Securail speelt eveneens een rol in het kader van de veiligheid van de stations en de treinreizigers. Ook zij kunnen in geval van problemen rekenen op de Gentse politie.
Ik wil er wel op wijzen dat de samenwerking en de relatie tussen de spoorwegpolitie, Securail en de Gentse politie goed is. Dus geen kwaad woord over de mensen op het terrein.
Ikzelf, de korpschef en vele anderen hebben deze problematiek op vele mogelijke wijzen reeds nationaal aangekaart. De plannen van de huidige regering ten aanzien van de federale politie, en de spoorwegpolitie in het bijzonder, blijven evenwel onduidelijk.
Los van de cijfers ben ik, samen met de korpschef, van mening dat er inderdaad meer nodig is voor de veiligheid in en rond de stations en het is dus meer dan dringend dat er nationaal beslissingen genomen worden.
Collega’s met betrekking tot de politie post. Het is zo , de fysieke ruimte is daar in Gent-Sint-Pieters, de spoorwegpolitie zou daar moeten zitten, zij zitten nu een paar straten verder in de Pacificatielaan. Het is fysiek voorzien, het lokaal is nu leeg, er is een ruimte voor de spoorwegpolitie, ik zal de minister vragen om dit te doen. Ik vind dit een goede insteek. Ik heb de minister trouwens al aangesproken over de onderbezetting van de spoorwegpolitie. Recent is dit ook meegegeven aan de minister bij een bezoek aan Gent. In die zin zou het dus goed zijn om de spoorwegpolitie te huisvesten in het lokaal die daar voor voorzien is.
Onze Gentse Politie doet al heel veel in de stations gaande van interventies, acties en het begeleiden van evenementen. Het opnemen van die bijkomende verantwoordelijkheid door de lokale politie zou natuurlijk moet gepaard gaan met een federale financiële extra dotatie.
Ondertussen blijft de Gentse Politie verder inzetten op de veiligheid in de stations. Er is eveneens een leefbaarheidsoverleg Sint-Pietersstation met de verschillende betrokken partners om de verschillende problematieken geïntegreerd aan te pakken.
De daklozen die zich in het station en de onmiddellijke omgeving ophouden, worden multidisciplinair opgevolgd. In het kader hiervan is er een zorghub ingericht in de Smidsestraat vanuit de vaststelling dat er bijna geen voorzieningen voor deze doelgroep in de buurt van het station waren. Deze tijdelijke invulling wordt uitgebaat door vzw Enchanté, gefinancierd en beleidsmatig ondersteund door de stad en speelt in op de noden van de doelgroep.
Om te besluiten. We nemen de veiligheid in onze stations ernstig, maar mogen niet zomaar conclusies trekken uit de vernoemde cijfers. De korpsleiding stelt heel duidelijk dat deze cijfers niet betrouwbaar zijn. Onze politie neemt haar rol meer dan op. Maar, zoals gezegd, het is de federale overheid die hier haar verantwoordelijkheid in moet nemen. Een sterke, goed bemande spoorwegpolitie is nodig om mee over de veiligheid te waken in de treinen en in onze stations. Ik zal dat, samen met de korprschef, op een constructieve manier alleszins blijven aankaarten.
Mathias De Clercq
Burgemeester
di 21/04/2026 - 15:37North Sea Port, de fusie tussen de zeehavens van Gent, Terneuzen en Vlissingen, vormt een havengebied van meer dan zestig kilometer lang, verweven met verschillende woonkernen. Dat open karakter brengt echter een keerzijde. Zo vinden steeds meer criminele drugsnetwerken hun weg naar de Gentse haven. Het gaat ook gepaard met andere vormen van criminaliteit, zoals omkoping van havenmedewerkers en geweldsgebruik.
De Gentse haven is daarboven ook een bulkhaven en ontvangt voornamelijk schepen die gevuld zijn met losse goederen. Het vormt één van de vele verschilpunten met de Antwerpse haven. Dat maakt de controle enorm complex. In de periode 2021-2025 kon zo bijvoorbeeld slechts 25 procent van de gedetecteerde risicoschepen effectief worden gecontroleerd.
Tegen die achtergrond werd het zogeheten ‘plan Argos’ voorgesteld, een wetenschappelijk onderbouwde aanpak die tot stand kwam na onderzoek door Universiteit Gent. Het plan omvat 65 concrete acties tegen de georganiseerde drugscriminaliteit en bouwt voort op de samenwerking rond havenveiligheid, die in 2018 onder impuls van de federale gerechtelijke politie Oost-Vlaanderen ontstond. De ambities zijn het terugdringen van drugssmokkel, de aanpak van de parallelle criminaliteit en de versterking van de weerbaarheid van de haven.
Kenmerkend voor het plan is de centrale coördinatierol van de havenkapiteinsdienst van het havenbedrijf, die fungeert als schakel tussen diverse actoren, zoals de lokale en federale politie, douane, gouverneur, Openbaar Ministerie en private terminaluitbaters. Daarnaast wordt ook ingezet op technologische versterking, met de uitrol van een cameraschild op maat van de haven en de invoering van een uniforme digitale toegangscontrole via biometrische identificatie, de zogenaamde Port Pass.
Ik had van de burgemeester graag een antwoord gekregen op de volgende vragen:
Op voorstel van de auteur wordt deze vraag schriftelijk beantwoord.
Geachte heer De Roo
Plan Argos is voor Stad Gent van strategisch belang omdat het een doelgerichte en op maat gemaakte aanpak biedt om drugscriminaliteit in de Gentse haven maximaal tegen te gaan.
De haven is een cruciale economische motor, maar haar open karakter en bulkactiviteiten maken haar kwetsbaar voor smokkel en georganiseerde misdaad.
Het plan kwam er op vraag van de federale politie, waarna ik samen met de gouverneur van Oost‑Vlaanderen de trekkende rol opnam, politiek draagvlak creëerde en middelen vrijmaakte via het drugfonds van de nationale drugscommissaris.
Onder regie van de havenkapitein brengt Plan Argos publieke en private partners samen rond concrete acties, technologische versterking en een gedeeld veiligheidsmodel om drugssmokkel en gerelateerde criminaliteit terug te dringen.
Het plan heeft geen afzonderlijk stedelijk luik. De scope van het plan Argos is heel verschillend dan ons stedelijk actieplan drugs en vraagt een heel ander beleid.
ARGOS focust immers op het niveau van de haven en richt zich op de aanpak van de aanbodzijde van drugcriminaliteit, namelijk drugssmokkel en daaraan gelinkte vormen van criminaliteit zoals corruptie. Dit verschilt wezenlijk van het stedelijk drugbeleid, dat zich richt op preventie, zorg, overlast en de lokale impact van drugsgebruik en –handel.
Dat neemt niet weg dat beide beleidsniveaus complementair zijn en elkaar versterken. De fenomenen die via de haven binnenkomen, kunnen doorwerken in ons stedelijk weefsel, denk bijvoorbeeld aan de instroom van kwetsbare profielen in de drugssmokkel, witwaspraktijken en geweldsfenomenen. Daarom wordt in de opmaak van de nieuwe lokale drugsstrategie expliciet aandacht besteed aan de link met Plan ARGOS. De lokale drugscoördinator speelt daarin een belangrijke rol door deze verbinding beleidsmatig te verankeren en te vertalen in het stedelijk beleid.
Hoewel de lokale drugscoördinator niet rechtstreeks betrokken was bij de opmaak van Plan ARGOS, gezien de verschillende beleidslogica’s, zijn binnen de uitvoering van het plan Argos wel degelijk meerdere raakvlakken met de stad Gent.
Ik benoem enkele:
• Zo wordt in Plan ARGOS onder meer ingezet op bestuurlijke handhaving, waarbij ook de lokale politie betrokken is, bijvoorbeeld in het kader van de registratie en controle van opslagplaatsen en het aanpakken van malafide bedrijven. Daarnaast wordt de stad betrokken bij de beeldvorming rond risicovolle locaties en bedrijven, en kan zij vanuit haar bevoegdheden bijdragen aan gerichte controles en opvolging.
• Ook op het vlak van weerbaarheid en integriteit zijn er raakvlakken. Initiatieven rond sensibilisering, meldcultuur (zoals PortWatch, onze vroegere HAVIK) en het verhogen van de alertheid bij medewerkers kunnen, waar relevant, vertaald worden naar stedelijke doelgroepen en contexten. Hierbij kan de stad een rol opnemen in het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid, onder meer via haar preventie- en welzijnsbeleid.
• Wat betreft de screening van havenpersoneel wat vervat zit in de wet maritieme beveiliging: als burgemeester heb ik hierin geen rechtstreekse operationele rol. Wel is het van belang dat deze screeningsmaatregelen worden ingebed in een bredere aanpak van weerbaarheid. Dit betekent dat, aanvullend op de bestaande screening, ook aandacht moet zijn voor het voorkomen van instroom, bijvoorbeeld bij personen die zich in een kwetsbare positie bevinden, zoals na jobverlies. Ook hier zie ik een duidelijke link met het stedelijk beleid, waar via sociale en preventieve diensten kan worden ingezet op begeleiding en opvolging van kwetsbare profielen.
Ik blijf als burgemeester tot slot actief betrokken bij de opvolging en verdere uitwerking van Plan ARGOS via de stuurgroep die werd opgericht voor de implementatie van het plan. Op die manier wordt de noodzakelijke bestuurlijke afstemming verzekerd en kan, waar relevant, de brug gemaakt worden tussen het havenbeleid en het stedelijk beleid, met als doel een geïntegreerde aanpak van druggerelateerde fenomenen.
Door informatie beter te delen, gerichte investeringen te doen en de weerbaarheid van de haven te vergroten, draagt het plan bij aan een veiligere stad, een sterker investeringsklimaat en de bescherming van de economische en maatschappelijke waarde die de haven voor Gent en de regio vertegenwoordigt.
Plan Argos voorziet onder andere in de uitrol van een digitaal schild binnen de pijler “technische en fysieke barrières”. Het gaat om een geïntegreerd systeem dat enerzijds via ANPR een extern schild vormt rond de haven, en anderzijds binnen het havengebied inzet op camera’s, sensoren en andere technologie om kritieke zones te bewaken.
De concrete invulling steunt op een voorafgaande studie naar optimale locaties en inzet van middelen en wordt verder uitgewerkt binnen een werkgroep met de havenkapitein, federale en lokale politie en lokale overheden.
Vanuit Gent zullen we mee bijdragen aan een gefaseerde en doelgerichte realisatie op ons eigen grondgebied, met focus op strategische toegangsassen en kwetsbare locaties in en rond het havengebied.
We zullen daarbij een deel van de federale subsidie van 1 miljoen euro binnen het plan ‘Grote Steden’ van minister Quintin inzetten voor de installatie van bijkomende ANPR-camera’s. Voor de eerste ANPR-camera’s bereidt de politie momenteel een dossier voor de gemeenteraad voor.
Mathias De Clercq
Burgemeester
di 21/04/2026 - 15:52Afgelopen weekend vond er een vechtpartij plaats waarbij een jongen van 18 jaar ten val kwam en momenteel in coma ligt. Uit het onderzoek blijkt dat een Gentse politiepatrouille de vriendengroep van de jongen nadien nog heeft tegengehouden. Op het moment van deze controle kon de jongen amper op zijn benen staan. Toch liet de politie de groep verder gaan, zonder hun identiteit te noteren.
Deze situatie roept vragen op over hoe politie-inschattingen gebeuren in het nachtleven, waar alcoholgebruik vaak een rol speelt, maar waar ook ernstige verwondingen over het hoofd kunnen worden gezien.
Waarom werd er geen medische hulp ingeschakeld door de politie, ondanks de zichtbaar slechte toestand van Yaro?
Waarom werden de jongeren niet geïdentificeerd of verder gecontroleerd?
Zijn agenten in Gent voldoende opgeleid om medische noodsituaties te onderscheiden van alcoholintoxicatie?
Hoe kunnen de stad en de politie vermijden dat zulke situaties in de toekomst opnieuw verkeerd worden ingeschat?
Geachte heer Deckmyn,
Laat me eerst beginnen om mee te geven dat, toen ik het nieuws vernam van wat het jonge slachtoffer is overkomen en hoe hij eraan toe is, dat dit verschrikkelijk is. Belangrijk dat het gerechtelijk onderzoek verder grondig wordt gevoerd om te kijken wat de exacte omstandigheden zijn geweest die hiertoe geleid hebben.
Gezien dit lopend gerechtelijk onderzoek kan er dan ook geen nadere toelichting gegeven worden op verschillende van uw deelvragen.
Hierover nu al uitspraken doen in deze fase van het onderzoek, is voorbarig. Vanuit de onderzoeksrechter, vanuit het parket en vanuit de politie wordt er duidelijk aangegeven dat het onderzoek loopt. Op basis van verschillende onderzoeksdaden, zoals bijvoorbeeld verhoren of nazicht van camera-beelden, wordt er aan waarheidsvinding gedaan. Zo’n een onderzoek omvat altijd meerdere elementen, en voortijdige conclusies of gevolgtrekkingen op basis van een aantal verklaringen in de media zijn dan ook nefast.
Ik vraag dan ook om het onderzoek af te wachten zodat het gerecht haar conclusies kan trekken.
Tenslotte, wat betreft uw derde deelvraag. Dit is een algemeen antwoord, los van deze case.
De korpschef verzekert mij dat onze Gentse politie, naast de klassieke EHBO-opleidingen, de laatste jaren sterk heeft ingezet op het herkennen van medische symptomen. Zo zijn ze opgeleid om tekenen van Excited Delirium Syndrome, kortweg EDS, te herkennen en hun politieoptreden hieraan aan te passen.
Mathias De Clercq
Burgemeester
di 21/04/2026 - 15:57Op 20 maart 2026 heeft de ministerraad een voorontwerp van wet goedgekeurd dat de integratie van begunstigden van subsidiaire en tijdelijke bescherming moet versterken via een verlaging van het leefloon naar 70%. Dit bedrag kan worden verhoogd tot 100% via een ‘integratiebonus’ die de betrokkene kan verkrijgen door via een verplicht geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie (GPMI) voldoende inspanningen aan te tonen.
Deze wet dreigt heel wat mensen met statuut van tijdelijk en subsidiaire bescherming in moeilijkheden te brengen; specifiek voor Gent dreigen alle mensen in het nooddorp in Oostakker - die daar verblijven met statuut van tijdelijk beschermd - in moeilijkheden te komen omdat hun kansen op een "menswaardig leven" plots een heel andere invulling krijgen.
Geachte mevrouw Schuyesmans,
Op het moment van de verlenging van het nooddorp bestond er nog geen voorontwerp van wet. Het enige beschikbare beleidskader was de passage in het federaal regeerakkoord, waarin de contouren van een hervorming werden aangekondigd. Er was toen nog geen informatie over timing, concrete uitwerking of implementatiemodaliteiten beschikbaar.
Het regeerakkoord stelt onder meer dat erkende vluchtelingen een versterkt integratietraject moeten volgen op straffe van vermindering van hun steun, en dat begunstigden van subsidiaire en tijdelijke bescherming hun verlaagde sociale hulp kunnen aanvullen via integratie-inspanningen.
Het voorontwerp zelf is momenteel nog niet publiek. Enkel de beslissing van de ministerraad is beschikbaar. Die bevestigt dat de maatschappelijke hulp voor subsidiair en tijdelijk beschermden wordt beperkt tot 70% van het leefloon. Dit met mogelijkheid tot verhoging tot het referentiebedrag wanneer voldoende integratie-inspanningen worden aangetoond via een verplicht GPMI (Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie). Deze inspanningen verlopen in principe via een versterkt integratietraject.
Indien de aangekondigde wetswijzigingen in werking treden tijdens de looptijd van het nooddorp, zal dit inderdaad gevolgen hebben voor de bewoners van het nooddorp. De basisuitkering zou dan dalen tot 70% van het leefloon, met evenwel mogelijkheid tot aanvulling via een integratiebonus.
Daarnaast is er nog de onzekerheid over het vervolgstatuut van de tijdelijk ontheemden uit Oekraïne na maart 2027. Dit hangt mede af van een Europese beslissing rond dit statuut.
Er is hierover nog geen officiële communicatie naar de bewoners gebeurd. Het gaat immers nog niet om goedgekeurde wetgeving. Timing en modaliteiten zijn nog onduidelijk. Bewoners hebben uiteraard wel toegang tot publieke informatiekanalen, waardoor sommigen mogelijk al via de media of sociale netwerken kennis hebben genomen van de aangekondigde plannen.
Mathias De Clercq
Burgemeester
di 21/04/2026 - 16:01Ik krijg van enkele buurtbewoners signalen dat, waar het parkje vroeger een aangename rustplek was voor zowel Gentenaars als toeristen, het de laatste tijd meer evolueert naar een plaats waar buurtbewoners zich onveilig voelen en het parkje mijden.
Geachte heer De Winter
Het Appelbrugparkje betreft een locatie met een terugkerende overlastproblematiek. De locatie is gedeeltelijk aan het zicht onttrokken, zelfs bij klaarlichte dag. Daarom hebben we als stadsbestuur ook beslist om het parkje grondig aan te pakken. De ontwerper heeft bij het ontwerp rekening gehouden met de overlastgevoelige zones in het huidige parkje. Bij de heraanleg wordt beplanting voorzien die doorkijkbaar is via zichtlijnen, wat belangrijk is voor het veiligheidsgevoel. De lagergelegen zitput wordt verwijderd en er wordt robuuste plantvakbescherming voorzien. Voor de kleine Gentenaars is er een speels stapstenen pad doorheen de beplanting voorzien. En als het een geruststelling mag zijn; van een hondentoilet is er geen sprake, van dergelijke voorzieningen zijn we afgestapt.
In afwachting hiervan zal de politie bij een stijging van overlast-gerelateerde meldingen rond deze locatie, voorzien in een verhoogd toezicht boven op de reguliere werking door middel van gerichte patrouilles en acties. De politionele patrouilles en acties worden uitgevoerd door meerdere diensten binnen ons korps zoals de interventiedienst, het hondenteam, het overlastteam en de wijkdienst. Tijdens deze patrouilles zet de politie in op de beeldvorming rond de overlastplegers die dan op zijn beurt wordt opgenomen in een overlastdossier waarin alle relevante zaken worden gebundeld. De overlastgerichte acties hebben een meer repressieve insteek.
De politie wordt hierbij ondersteund door de gemeenschapswacht die regelmatig relevante info aan de politie of andere bevoegde diensten doorgeeft.
Om te besluiten: als er overlast is, dan pakken we die aan. En met de heraanleg van het parkje creëren we meer openheid en sociale controle. Ik kijk samen met u uit naar de uitvoering hiervan. Het is een klein parkje, maar zoals het gezegde luidt: “wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd”.
Mathias De Clercq
Burgemeester
Recent werden we opgeschrikt door het nieuws over vallende brokstukken van het spoorwegviaduct in Gentbrugge.
Ik heb hierover volgende vragen zowel over de acute situatie nu als de te verwachten impact door de geplande grondige renovatie in 2029-2030.
Geachte mevrouw De Weder
Als burgemeester ben ik op 1 april op de hoogte gebracht van de situatie. Op basis daarvan heb ik opdracht gegeven om onmiddellijk veiligheidsmaatregelen te nemen via een burgemeestersbevel, intussen ook schriftelijk bevestigd.
Op 1 april vond een interventie plaats waarbij onze diensten en mijn kabinet betrokken waren. Voor zover ons bekend heeft Infrabel sindsdien nog geen bijkomende inspectie uitgevoerd. Wel is een schouwing ingepland in de komende maanden.
De acuut gevaarlijke zones werden onmiddellijk aangepakt. Met ondersteuning van de brandweer werd loszittend beton verwijderd en werden veiligheidsperimeters geplaatst rond risicopunten. Deze maatregelen zijn op dit moment noodzakelijk om de veiligheid te garanderen in afwachting van verdere ingrepen. Parallel loopt een procedure voor bijkomende herstellingen op korte termijn.
Wat de impact betreft op het treinverkeer en het station, hebben wij momenteel geen volledig zicht. Dit behoort tot de bevoegdheid van Infrabel en de NMBS. Op korte termijn is het gebruik van de ruimte onder het viaduct aangepast door veiligheidsafbakeningen. Op langere termijn zal de geplande renovatie bepalend zijn.
Mathias De Clercq
Burgemeester
di 21/04/2026 - 16:08In de krant HLN van 8 april 2026 bekritiseerde het stadsbestuur de analyse van de PVDA als zou de stad Gent op kruissnelheid een meeropbrengst van 2 miljoen euro per jaar verwachten van de gestegen tarieven van de buitenschoolse opvang, een stijging die volgens de PVDA neerkomt op een stijging van 80 procent.
Volgens het stadsbestuur"is er helemaal geen stijging van 80 procent. Dat is een verkeerde vergelijking die een vals beeld geeft van de realiteit.”
1. Zijn de cijfers die ons werden aangeleverd door het kabinet van schepen Christophe Peeters correct?
2. Waarop is de stijging van de verwachte inkomsten bij de buitenschoolse opvang in de komende jaren gebaseerd? Zou het kunnen dat dit gebaseerd is op het nieuwe tariefreglement met hogere tarieven?
3. Hoeveel procent bedraagt de stijging van de verwachte inkomsten tegen 2027, als de nieuwe tarieven volop doorwerken, als je die vergelijkt met de reële inkomsten in 2025?
4. Hoeveel procent bedraagt de stijging van de verwachte inkomsten tegen 2027, als je die vergelijkt met de gebudgetterde inkomsten voor 2025?
5. Wat is de beste manier om dergelijke budgettaire cijfers over verschillende jaren heen te vergelijken? Is de beste manier om budgetten voor de toekomst te vergelijken met budgetten uit het verleden, of met inkomsten?
6. Hoe beoordeelt schepen Christophe Peeters de communicatie hierover in de pers vanuit methodologisch, begrotingstechnisch perspectief?
Ja, de aangeleverde cijfers zijn correct. Het gaat om cijfers zoals opgenomen in de meerjarenplanning en de jaarrekeningen van de voorbije jaren voor de activiteiten:
Enkele zichtbare schommelingen vragen wel om duiding:
Kinderopvang: de stijging van het budget tussen 2023 en 2024 wordt verklaard door een éénmalige verschuiving van 650.000 euro in 2023 naar een andere activiteit. Dit was een technische correctie, met als doel het budget beter te laten aansluiten bij de effectieve aanrekeningen in dat jaar. De ontvangsten binnen de kinderopvang zijn immers moeilijk voorspelbaar omdat ze afhangen van meerdere factoren zoals het gebruik door gezinnen, subsidies en facturatie. Om het budgettaire beeld correct te maken, werd in 2023 eenmalig 650.000 euro verschoven tussen activiteiten. Deze verschuiving werd niet structureel doorgetrokken, waardoor het budget in 2024 opnieuw hoger ligt.
Onderwijs: Het budget vertoont over de jaren heen een gestage stijging, maar kent in 2025 een plotse daling. Deze is het gevolg van een tijdelijke verschuiving van ontvangsten tijdens het begrotingsjaar, die nadien niet opnieuw werd teruggebracht naar de oorspronkelijke activiteit.
Deze verschuivingen verklaren de schommelingen binnen de activiteiten 'Inrichten van buitenschoolse opvang' (AC34420) en 'Inrichten van toezicht lager onderwijs' (AC34983) en doen geen afbreuk aan de correctheid van de cijfers.
Waarop is de stijging van de verwachte inkomsten bij de buitenschoolse opvang in de komende jaren gebaseerd? Zou het kunnen dat dit gebaseerd is op het nieuwe tariefreglement met hogere tarieven?
De stijging van de verwachte inkomsten in de komende jaren is gebaseerd op reeds besliste maatregelen die elk afzonderlijk werden becijferd en verwerkt in het budget.
Concreet gaat het onder meer om:
het waardevast maken van de tarieven (+8,61%);
een andere wijze van aanrekenen (per begonnen halfuur);
een verhoging van de tarieven voor vakantieopvang;
het afschaffen van de gezinskorting.
Zoals bij elk budget gaat het hierbij om een inschatting van toekomstige inkomsten, die kan afwijken van de uiteindelijke realisatie.
Voor bijkomende inhoudelijke toelichting bij de verschillende maatregelen en de beleidsmatige keuzes die daaraan ten grondslag liggen, wordt verwezen naar schepen Willaert en haar kabinet.
Hoeveel procent bedraagt de stijging van de verwachte inkomsten tegen 2027, als de nieuwe tarieven volop doorwerken, als je die vergelijkt met de reële inkomsten in 2025?
Voor deze vraag wordt verwezen naar de commissie WWOPP van 22/4 waar meerdere scenario’s worden toegelicht en becijferd.
Deze scenario’s werden voorbereid door kabinet Willaert en bieden een gedetailleerdere onderbouwing van de mogelijke evoluties.
Hoeveel procent bedraagt de stijging van de verwachte inkomsten tegen 2027, als je die vergelijkt met de gebudgetteerde inkomsten voor 2025?
Ook voor deze vergelijking wordt verwezen naar de commissie WWOPP van 22/4 waar een aantal scenario’s becijferd en toegelicht zullen worden.
Wat is de beste manier om dergelijke budgettaire cijfers over verschillende jaren heen te vergelijken? Is de beste manier om budgetten voor de toekomst te vergelijken met budgetten uit het verleden, of met inkomsten?
Budgetten en reële inkomsten mogen niet rechtstreeks met elkaar worden vergeleken.
Een budget is steeds een raming of inschatting, terwijl reële inkomsten het effectief gerealiseerde resultaat weergeven.
Voor een inhoudelijk correcte analyse is het belangrijk om:
budgetten te vergelijken met eerdere budgetten;
reële inkomsten te vergelijken met eerdere reële inkomsten;
gerealiseerde aantallen te vergelijken met gebudgetteerde aantallen
eenheidsprijzen te vergelijken in de tijd.
Het vermengen van beide soorten cijfers kan tot verkeerde conclusies leiden over evoluties en effecten.
Hoe beoordeelt schepen Christophe Peeters de communicatie hierover in de pers vanuit methodologisch, begrotingstechnisch perspectief?
Voor de correcte beoordeling en wijze van vergelijken van budgetten en reële inkomsten verwijs ik naar het antwoord op vraag 5.
di 21/04/2026 - 09:38In september 2025 heeft de gemeenteraad van Gent een uitgebreide motie aangenomen over de situatie in Gaza en Palestina. Daarin sprak deze raad zich niet alleen politiek uit, maar gaf zij ook duidelijke opdrachten aan het college om dit engagement concreet te maken.
Enkele maanden later is de humanitaire situatie in Gaza helaas nog verder verslechterd. De genocide en zware mensenrechtenschendingen blijven dagelijks verder gaan. Ik vind het dan ook belangrijk dat we ook op lokaal niveau in Gent onze stem blijven gebruiken om politiek aan te dringen op een blijvend staakt-het-vuren, respect voor de mensenrechten en het internationaal recht.
Over de uitvoering van de clausule in overheidsopdrachten, zal ik schepen El-Bazioui op de commissie WWOPP van deze maand bevragen. Maar ik krijg over een aantal andere acties in de motie graag een stand van zaken.
Geachte voorzitter, geachte collega Schuyesmans
We hebben een paar maanden geleden inderdaad op onze gemeenteraad van 2 september 2025 een belangrijke motie, en heel terecht, rond Gaza aangenomen, waar de genocide zich verder afspeelt, dit is werkelijk afschuwelijk, dit is belangrijk om dit verder onder de aandacht te brengen, waarbij we in onze motie niet enkel de hogere overheden hebben opgeroepen tot verdere actie, maar ook binnen onze eigen bevoegdheden en mogelijkheden hebben gekeken welke rol we zelf kunnen opnemen in het licht van de humanitaire crisis in Palestina.
Als voorzitter van het Europese stedennetwerk Eurocities, heb ik daar steeds mijn verantwoordelijkheid in opgenomen, dit was ook al voor de goedgekeurde motie.
Sinds de start van mijn Eurocities voorzitterschap, in juni 2025, heb ik dit thema consequent aangekaart tijdens verschillende publieke interventies, onder meer tijdens mijn openingsspeech als voorzitter, onder meer tijdens de opening van de Europese Week van Regio’s en Steden in oktober 2025.
Binnen de excom van Eurocities is de situatie in Gaza ook verschillende malen op de agenda geplaatst om te bespreken, onder andere op initiatief van steden als Gent, Barcelona en Oslo. Hieruit bleek dat het conflict zeer verschillend wordt gepercipieerd in de verschillende lidstaten, en dus ook in die steden. Los van deze vaststelling, is er beslist binnen de excom van Eurocities in oktober 2025 om inspirerende initiatieven binnen het netwerk onder de aandacht te brengen, inspirerende voorbeelden over hoe steden binnen hun bevoegdheden steun kunnen bieden rond de humanitaire crisis in Gaza.
Dit gaat onder andere over noodfondsen en humanitaire hulp, over ethische aanbestedingen, over lokale dialoog, over burgerinitiatieven.
Vanuit Gent hebben we onder meer ons aankoopbeleid en onze erkenning van de staat Palestina als voorbeelden naar voren geschoven. Belangrijk om als netwerk zo de humanitaire situatie in Palestina blijvend onder de aandacht te brengen en andere steden te inspireren over de mogelijkheden die er zijn als lokale overheid om hier mee aan bij te dragen.
Dit is in lijn van de motie die door onze gemeenteraad is goedgekeurd. Als er in de toekomst nog verdere initiatieven kunnen worden genomen binnen Eurocities, dan zal ik dit niet nalaten.
Mathias De Clercq
Burgemeester
di 21/04/2026 - 16:18In de pers en op sociale media konden we allen de getuigenis van de eigenaar van een café in de buurt van de Overpoortstraat lezen, die slachtoffer werd van geweld en vandalisme.
Het gaat om de uitbater en een klant van Café Molotov die begin april om 4 uur 's nachts door meerdere personen, volgens de getuigenis allen behorende tot dezelfde studentenbeweging met uitgesproken rechts-ideologische sympathieën, bedreigd en aangevallen werd. De getuigenis van het slachtoffer plaats dit geweld binnen de context van ideologische tegenstellingen en zou dus om die reden als ideologisch gemotiveerd beschouwd kunnen worden.
Eerder op de avond zouden er ook al bedreigingen geuit zijn door leden van dezelfde studentenclub.
De politie is kunnen tussenkomen en zou volgens de pers zes personen bestuurlijk aangehouden hebben wegens ordeverstoring.
De slachtoffers liepen verwondingen op waardoor ze voor een periode arbeidsongeschikt zijn.
Alle geweld is onaanvaardbaar maar klaarblijkelijk ideologisch geïnspireerd geweld zoals deze feiten is een reden tot extra bezorgdheid en vraagt om extra opvolging.
Op voorstel van de auteur wordt deze vraag schriftelijk beantwoord.
Geachte heer Misplon,
Ik kan uiteraard geen uitspraken doen over deze specifieke casus. Het onderzoek loopt en afhankelijk van de elementen die uit het onderzoek blijken zullen de noodzakelijk maatregelen getroffen worden. Ik veroordeel uiteraard elke vorm van geweld uit welke hoek dan ook.
Wanneer uit de vaststellingen blijkt dat eender welke feiten – dus niet alleen geweldsdelicten - geïnspireerd zijn door ideologische of radicale drijfveren, of er invloed zou zijn van een extremistische organisatie, dan wordt dat in het proces-verbaal omschreven en verder onderzocht.
Bij voldoende ernstige of relevante aanwijzingen van een radicaliseringsproces met een link naar extremisme of terrorisme, gekoppeld aan een casusgerichte opvolging, komt een dossier op de Lokale Integrale Veiligheidscel inzake radicalisme, extremisme en terrorisme (LIVC-R) terecht.
Aangemelde personen worden op deze Lokale Integrale Veiligheidscel besproken, waar de verschillende betrokken actoren relevante informatie samenleggen om maatregelen uit te werken. Er wordt niet alleen gekeken naar de handelingen van de persoon, maar ook naar een eventueel radicaliseringsproces of invloeden van een extremistische organisatie.
De COPPRA-cel van de politie volgt deze personen zo lang als noodzakelijk verder op. Via de politionele systemen worden de onderzoekers zo goed als in real time op de hoogte gebracht van nieuwe feiten en kan er snel geschakeld worden indien verdere maatregelen moeten genomen worden.
Daarnaast kan er bij een eventuele strafopvolging – en een doorverwijzing naar het Justitiehuis - het Justitiehuis ingeschakeld worden om de individuen op te volgen en te werken naar wat men noemt in het vakjargon; disengagement. Dit is het proces waarbij de banden met het radicale gedachtengoed stelselmatig verbroken worden met het oog op re-integratie.
Slachtoffers worden doorverwezen naar de klassieke slachtofferzorg waarbij ze bejegend worden zoals slachtoffers van andere, niet ideologisch geïnspireerde feiten.
Mathias De Clercq
Burgemeester
di 21/04/2026 - 16:20In de pers stond recent te lezen dat drugsdealers hun actieterrein in de Rabotwijk zouden verplaatst hebben van het El Paso-plein – waar camera’s kwamen – naar het Wittekaproenenplein. Volgens getuigen-buurtbewoners is er zelfs een heuse drugs-drive-through opgezet, inclusief signalisatie voor de klanten-druggebruikers op de muren van de aanwezig gebouwen. Behoorlijk wat wagens van klanten-druggebruikers zouden een buitenlandse nummerplaat hebben.
Minderjarigen zouden stelselmatig ingezet worden om aan de dealers info door te geven over aankomende klanten of politievoertuigen. Wanneer een politievoertuig wordt gesignaleerd, verlaat iedereen meteen de site en worden de drugs ter plekke verstopt. Buurtbewoners zijn begrijpelijkerwijs bezorgd en voelen zich niet veilig of geïntimideerd. Vlakbij is ook kinderdagverblijf Tierlantijn gelegen.
In de pers verklaarde de politie noch op de hoogte te zijn va meldingen, noch vaststellingen te hebben gedaan. Bewoners vonden zelf wel al drugsspuiten.
Op vraag van de auteur wordt deze opnieuw ingediend voor het vragenuurtje.
di 21/04/2026 - 15:06