In de krant HLN van 8 april 2026 bekritiseerde het stadsbestuur de analyse van de PVDA als zou de stad Gent op kruissnelheid een meeropbrengst van 2 miljoen euro per jaar verwachten van de gestegen tarieven van de buitenschoolse opvang, een stijging die volgens de PVDA neerkomt op een stijging van 80 procent.
Volgens het stadsbestuur"is er helemaal geen stijging van 80 procent. Dat is een verkeerde vergelijking die een vals beeld geeft van de realiteit.”
1. Zijn de cijfers die ons werden aangeleverd door het kabinet van schepen Christophe Peeters correct?
2. Waarop is de stijging van de verwachte inkomsten bij de buitenschoolse opvang in de komende jaren gebaseerd? Zou het kunnen dat dit gebaseerd is op het nieuwe tariefreglement met hogere tarieven?
3. Hoeveel procent bedraagt de stijging van de verwachte inkomsten tegen 2027, als de nieuwe tarieven volop doorwerken, als je die vergelijkt met de reële inkomsten in 2025?
4. Hoeveel procent bedraagt de stijging van de verwachte inkomsten tegen 2027, als je die vergelijkt met de gebudgetterde inkomsten voor 2025?
5. Wat is de beste manier om dergelijke budgettaire cijfers over verschillende jaren heen te vergelijken? Is de beste manier om budgetten voor de toekomst te vergelijken met budgetten uit het verleden, of met inkomsten?
6. Hoe beoordeelt schepen Christophe Peeters de communicatie hierover in de pers vanuit methodologisch, begrotingstechnisch perspectief?
Ja, de aangeleverde cijfers zijn correct. Het gaat om cijfers zoals opgenomen in de meerjarenplanning en de jaarrekeningen van de voorbije jaren voor de activiteiten:
Enkele zichtbare schommelingen vragen wel om duiding:
Kinderopvang: de stijging van het budget tussen 2023 en 2024 wordt verklaard door een éénmalige verschuiving van 650.000 euro in 2023 naar een andere activiteit. Dit was een technische correctie, met als doel het budget beter te laten aansluiten bij de effectieve aanrekeningen in dat jaar. De ontvangsten binnen de kinderopvang zijn immers moeilijk voorspelbaar omdat ze afhangen van meerdere factoren zoals het gebruik door gezinnen, subsidies en facturatie. Om het budgettaire beeld correct te maken, werd in 2023 eenmalig 650.000 euro verschoven tussen activiteiten. Deze verschuiving werd niet structureel doorgetrokken, waardoor het budget in 2024 opnieuw hoger ligt.
Onderwijs: Het budget vertoont over de jaren heen een gestage stijging, maar kent in 2025 een plotse daling. Deze is het gevolg van een tijdelijke verschuiving van ontvangsten tijdens het begrotingsjaar, die nadien niet opnieuw werd teruggebracht naar de oorspronkelijke activiteit.
Deze verschuivingen verklaren de schommelingen binnen de activiteiten 'Inrichten van buitenschoolse opvang' (AC34420) en 'Inrichten van toezicht lager onderwijs' (AC34983) en doen geen afbreuk aan de correctheid van de cijfers.
Waarop is de stijging van de verwachte inkomsten bij de buitenschoolse opvang in de komende jaren gebaseerd? Zou het kunnen dat dit gebaseerd is op het nieuwe tariefreglement met hogere tarieven?
De stijging van de verwachte inkomsten in de komende jaren is gebaseerd op reeds besliste maatregelen die elk afzonderlijk werden becijferd en verwerkt in het budget.
Concreet gaat het onder meer om:
het waardevast maken van de tarieven (+8,61%);
een andere wijze van aanrekenen (per begonnen halfuur);
een verhoging van de tarieven voor vakantieopvang;
het afschaffen van de gezinskorting.
Zoals bij elk budget gaat het hierbij om een inschatting van toekomstige inkomsten, die kan afwijken van de uiteindelijke realisatie.
Voor bijkomende inhoudelijke toelichting bij de verschillende maatregelen en de beleidsmatige keuzes die daaraan ten grondslag liggen, wordt verwezen naar schepen Willaert en haar kabinet.
Hoeveel procent bedraagt de stijging van de verwachte inkomsten tegen 2027, als de nieuwe tarieven volop doorwerken, als je die vergelijkt met de reële inkomsten in 2025?
Voor deze vraag wordt verwezen naar de commissie WWOPP van 22/4 waar meerdere scenario’s worden toegelicht en becijferd.
Deze scenario’s werden voorbereid door kabinet Willaert en bieden een gedetailleerdere onderbouwing van de mogelijke evoluties.
Hoeveel procent bedraagt de stijging van de verwachte inkomsten tegen 2027, als je die vergelijkt met de gebudgetteerde inkomsten voor 2025?
Ook voor deze vergelijking wordt verwezen naar de commissie WWOPP van 22/4 waar een aantal scenario’s becijferd en toegelicht zullen worden.
Wat is de beste manier om dergelijke budgettaire cijfers over verschillende jaren heen te vergelijken? Is de beste manier om budgetten voor de toekomst te vergelijken met budgetten uit het verleden, of met inkomsten?
Budgetten en reële inkomsten mogen niet rechtstreeks met elkaar worden vergeleken.
Een budget is steeds een raming of inschatting, terwijl reële inkomsten het effectief gerealiseerde resultaat weergeven.
Voor een inhoudelijk correcte analyse is het belangrijk om:
budgetten te vergelijken met eerdere budgetten;
reële inkomsten te vergelijken met eerdere reële inkomsten;
gerealiseerde aantallen te vergelijken met gebudgetteerde aantallen
eenheidsprijzen te vergelijken in de tijd.
Het vermengen van beide soorten cijfers kan tot verkeerde conclusies leiden over evoluties en effecten.
Hoe beoordeelt schepen Christophe Peeters de communicatie hierover in de pers vanuit methodologisch, begrotingstechnisch perspectief?
Voor de correcte beoordeling en wijze van vergelijken van budgetten en reële inkomsten verwijs ik naar het antwoord op vraag 5.
di 21/04/2026 - 09:38