North Sea Port, de fusie tussen de zeehavens van Gent, Terneuzen en Vlissingen, vormt een havengebied van meer dan zestig kilometer lang, verweven met verschillende woonkernen. Dat open karakter brengt echter een keerzijde. Zo vinden steeds meer criminele drugsnetwerken hun weg naar de Gentse haven. Het gaat ook gepaard met andere vormen van criminaliteit, zoals omkoping van havenmedewerkers en geweldsgebruik.
De Gentse haven is daarboven ook een bulkhaven en ontvangt voornamelijk schepen die gevuld zijn met losse goederen. Het vormt één van de vele verschilpunten met de Antwerpse haven. Dat maakt de controle enorm complex. In de periode 2021-2025 kon zo bijvoorbeeld slechts 25 procent van de gedetecteerde risicoschepen effectief worden gecontroleerd.
Tegen die achtergrond werd het zogeheten ‘plan Argos’ voorgesteld, een wetenschappelijk onderbouwde aanpak die tot stand kwam na onderzoek door Universiteit Gent. Het plan omvat 65 concrete acties tegen de georganiseerde drugscriminaliteit en bouwt voort op de samenwerking rond havenveiligheid, die in 2018 onder impuls van de federale gerechtelijke politie Oost-Vlaanderen ontstond. De ambities zijn het terugdringen van drugssmokkel, de aanpak van de parallelle criminaliteit en de versterking van de weerbaarheid van de haven.
Kenmerkend voor het plan is de centrale coördinatierol van de havenkapiteinsdienst van het havenbedrijf, die fungeert als schakel tussen diverse actoren, zoals de lokale en federale politie, douane, gouverneur, Openbaar Ministerie en private terminaluitbaters. Daarnaast wordt ook ingezet op technologische versterking, met de uitrol van een cameraschild op maat van de haven en de invoering van een uniforme digitale toegangscontrole via biometrische identificatie, de zogenaamde Port Pass.
Ik had van de burgemeester graag een antwoord gekregen op de volgende vragen:
Op voorstel van de auteur wordt deze vraag schriftelijk beantwoord.
Geachte heer De Roo
Plan Argos is voor Stad Gent van strategisch belang omdat het een doelgerichte en op maat gemaakte aanpak biedt om drugscriminaliteit in de Gentse haven maximaal tegen te gaan.
De haven is een cruciale economische motor, maar haar open karakter en bulkactiviteiten maken haar kwetsbaar voor smokkel en georganiseerde misdaad.
Het plan kwam er op vraag van de federale politie, waarna ik samen met de gouverneur van Oost‑Vlaanderen de trekkende rol opnam, politiek draagvlak creëerde en middelen vrijmaakte via het drugfonds van de nationale drugscommissaris.
Onder regie van de havenkapitein brengt Plan Argos publieke en private partners samen rond concrete acties, technologische versterking en een gedeeld veiligheidsmodel om drugssmokkel en gerelateerde criminaliteit terug te dringen.
Het plan heeft geen afzonderlijk stedelijk luik. De scope van het plan Argos is heel verschillend dan ons stedelijk actieplan drugs en vraagt een heel ander beleid.
ARGOS focust immers op het niveau van de haven en richt zich op de aanpak van de aanbodzijde van drugcriminaliteit, namelijk drugssmokkel en daaraan gelinkte vormen van criminaliteit zoals corruptie. Dit verschilt wezenlijk van het stedelijk drugbeleid, dat zich richt op preventie, zorg, overlast en de lokale impact van drugsgebruik en –handel.
Dat neemt niet weg dat beide beleidsniveaus complementair zijn en elkaar versterken. De fenomenen die via de haven binnenkomen, kunnen doorwerken in ons stedelijk weefsel, denk bijvoorbeeld aan de instroom van kwetsbare profielen in de drugssmokkel, witwaspraktijken en geweldsfenomenen. Daarom wordt in de opmaak van de nieuwe lokale drugsstrategie expliciet aandacht besteed aan de link met Plan ARGOS. De lokale drugscoördinator speelt daarin een belangrijke rol door deze verbinding beleidsmatig te verankeren en te vertalen in het stedelijk beleid.
Hoewel de lokale drugscoördinator niet rechtstreeks betrokken was bij de opmaak van Plan ARGOS, gezien de verschillende beleidslogica’s, zijn binnen de uitvoering van het plan Argos wel degelijk meerdere raakvlakken met de stad Gent.
Ik benoem enkele:
• Zo wordt in Plan ARGOS onder meer ingezet op bestuurlijke handhaving, waarbij ook de lokale politie betrokken is, bijvoorbeeld in het kader van de registratie en controle van opslagplaatsen en het aanpakken van malafide bedrijven. Daarnaast wordt de stad betrokken bij de beeldvorming rond risicovolle locaties en bedrijven, en kan zij vanuit haar bevoegdheden bijdragen aan gerichte controles en opvolging.
• Ook op het vlak van weerbaarheid en integriteit zijn er raakvlakken. Initiatieven rond sensibilisering, meldcultuur (zoals PortWatch, onze vroegere HAVIK) en het verhogen van de alertheid bij medewerkers kunnen, waar relevant, vertaald worden naar stedelijke doelgroepen en contexten. Hierbij kan de stad een rol opnemen in het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid, onder meer via haar preventie- en welzijnsbeleid.
• Wat betreft de screening van havenpersoneel wat vervat zit in de wet maritieme beveiliging: als burgemeester heb ik hierin geen rechtstreekse operationele rol. Wel is het van belang dat deze screeningsmaatregelen worden ingebed in een bredere aanpak van weerbaarheid. Dit betekent dat, aanvullend op de bestaande screening, ook aandacht moet zijn voor het voorkomen van instroom, bijvoorbeeld bij personen die zich in een kwetsbare positie bevinden, zoals na jobverlies. Ook hier zie ik een duidelijke link met het stedelijk beleid, waar via sociale en preventieve diensten kan worden ingezet op begeleiding en opvolging van kwetsbare profielen.
Ik blijf als burgemeester tot slot actief betrokken bij de opvolging en verdere uitwerking van Plan ARGOS via de stuurgroep die werd opgericht voor de implementatie van het plan. Op die manier wordt de noodzakelijke bestuurlijke afstemming verzekerd en kan, waar relevant, de brug gemaakt worden tussen het havenbeleid en het stedelijk beleid, met als doel een geïntegreerde aanpak van druggerelateerde fenomenen.
Door informatie beter te delen, gerichte investeringen te doen en de weerbaarheid van de haven te vergroten, draagt het plan bij aan een veiligere stad, een sterker investeringsklimaat en de bescherming van de economische en maatschappelijke waarde die de haven voor Gent en de regio vertegenwoordigt.
Plan Argos voorziet onder andere in de uitrol van een digitaal schild binnen de pijler “technische en fysieke barrières”. Het gaat om een geïntegreerd systeem dat enerzijds via ANPR een extern schild vormt rond de haven, en anderzijds binnen het havengebied inzet op camera’s, sensoren en andere technologie om kritieke zones te bewaken.
De concrete invulling steunt op een voorafgaande studie naar optimale locaties en inzet van middelen en wordt verder uitgewerkt binnen een werkgroep met de havenkapitein, federale en lokale politie en lokale overheden.
Vanuit Gent zullen we mee bijdragen aan een gefaseerde en doelgerichte realisatie op ons eigen grondgebied, met focus op strategische toegangsassen en kwetsbare locaties in en rond het havengebied.
We zullen daarbij een deel van de federale subsidie van 1 miljoen euro binnen het plan ‘Grote Steden’ van minister Quintin inzetten voor de installatie van bijkomende ANPR-camera’s. Voor de eerste ANPR-camera’s bereidt de politie momenteel een dossier voor de gemeenteraad voor.
Mathias De Clercq
Burgemeester
di 21/04/2026 - 15:52