Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Marc Van der Pluym met als contactadres Doolaegepark 24, 9070 Destelbergen heeft een aanvraag (OMV_2026009845) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 24 januari 2026.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het plaatsen van een terrasoverkapping
• Adres: Keiskantstraat 5, 9031 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie C nrs. 872_, 877C en 877D
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 19 februari 2026.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 8 april 2026.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag is gelegen langs de Keiskantstraat, in de deelgemeente Drongen. De nabije
omgeving kenmerkt zich door woonverkavelingen ten noorden en recreatieve/sportinfrastructuur ten zuiden. Op het perceel van de aanvraag bevindt zich de ‘golfclub’, ten zuiden van de sporthal “Keiskant”. Ten zuiden van de golfclub liggen de golfterreinen. Ten oosten bevindt zich een verkavelingswijk.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Voorliggende aanvraag gaat over het plaatsen van een terrasoverkapping boven de bestaande terrasverharding bij de golfclub. De terrasoverkapping wordt voorzien ten zuiden van het gebouw en meet 9,45m op 11,10m. De overkapping is licht hellend. De kroonlijsthoogte is 3,1m vanaf de bestaande betonplaat en de nokhoogte is 4,05m.
De terrasoverkapping wordt voorzien van aluminiumprofielen afgewerkt met polycarbonaatplaat (helder). De overkapping zal steunen op 9 kolommen.
Het bestaande windscherm van 1,50m hoogte blijft behouden.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 30/09/2021 werd een weigering afgeleverd voor het inbuizen van een gracht. (OMV_2021097922)
* Op 10/02/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de renovatiewerken aan de sporthal keiskant, het bouwen van een fietsenstalling en het heraanleggen van verharding. (OMV_2021167746)
* Op 10/03/2022 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen en exploiteren van een hoogspanningscabine. (OMV_2021187061)
* Op 19/05/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het regulariseren van de inbuizing van de gracht over een lengte van 5 meter. (OMV_2022014457)
* Op 22/12/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de renovatiewerken aan de sporthal keiskant, het bouwen van een fietsenstalling en het heraanleggen van verharding. (OMV_2022116503)
* Op 26/09/2023 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig bevonden voor de exploitatie van een bronbemaling in functie van de aanleg van 6 regenwaterputten. (OMV_2023126005)
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 23/12/2015 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen en uitbreiden van het golfschoolclubgebouw m.a.w. het inrichten van een "indoor golf swing" en het slopen van de aangebouwde kleine houten garage. En het uitbreiden van een carport. ( 2de clubhuis). (2015/05186)
* Op 12/05/2016 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen en uitbreiden van een clubgebouw (golfschool). (2016/05010)
3. WIJZIGINGSAANVRAAG
Op 21 maart 2026 werd een gewijzigde projectinhoudversie ingediend naar aanleiding van een ongunstig advies van Brandweerzone Centrum op 23/2/2026 (met kenmerk 028359-006OMG/DA/2026). Op basis van de aangeleverde informatie werd de geplande terrasoverkapping beschouwd als een gebouw. Project werd ongunstig geadviseerd omwille van volgende redenen:
- Er worden vanuit de basisnormen o.a. eisen gesteld aan brandstabiliteit van de constructie en van het dak, brandklasse van dakbedekking en vloerbekleding, …, waaraan niet kan worden voldaan in de voorgestelde constructie (constructie in aluminiumprofielen en polycarbonaatplaten).
- De politieverordening inzake preventie van brand en ontploffing van publiek toegankelijke inrichtingen, goedgekeurd in de gemeenteraad van Gent op 23 november 2015, is eveneens van toepassing.
-Op basis van de verstrekte gegevens stellen wij vast dat Bijlage 2 van de politieverordening van toepassing is op de hierbij beschouwde inrichting, waarin vergelijkbare eisen zijn opgelegd
Artikel 45 van het Omgevingsvergunningsdecreet stelt dat de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, op verzoek van de vergunningsaanvrager, kan toestaan dat er wijzigingen aan de vergunningsaanvraag worden aangebracht. Het verzoek tot wijzigingen aan de vergunningsaanvraag kunnen worden toegestaan als voldaan is aan al de volgende voorwaarden:
1° de wijzigingen doen geen afbreuk aan de bescherming van de mens of het milieu of de goede ruimtelijke ordening;
2° de wijzigingen hebben niet tot gevolg dat een openbaar onderzoek over de gewijzigde aanvraag zou dienen te worden georganiseerd.
De gevraagde wijzigingen doen geen afbreuk aan de bescherming van de mens of het milieu of de goede ruimtelijke ordening. De wijzigingen komen tegemoet aan het ongunstig advies van de brandweer en verduidelijken enkele zaken en ze brengen geen schending van de rechten van derden met zich mee. Het wijzigingsverzoek is bijgevolg aanvaard op 23 maart 2026. Dit brengt geen termijnverlenging met zich mee.
BEOORDELING AANVRAAG
4. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
Advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 23 februari 2026 onder ref. 028359-006OMG/DA/2026:
Besluit: NEGATIEF ADVIES, het project voldoet niet aan de minimale eisen inzake brandveiligheid.
Naar aanleiding van het wijzigingsverzoek dat werd aanvaard op 23/3/2026 werd opnieuw advies opgevraagd bij de Brandweerzone Centrum. Zij gaven opnieuw advies op 27 maart 2026 onder ref. 028359-010adviesOMG/DA/2026:
Besluit: GUNSTIG
Algemene gegevens:
* een nieuwe constructie (terrasoverkapping) met een grondoppervlak van 11,10m x 9,45m;
* de constructie bestaat uit aluminium-profielen en polycarbonaatplaten;
* aangebouwd in de oksel van een L-vormig gebouw;
* de voorziene overkapping heeft een hoogte van 3.24m;
* er is een bestaande glazen windscherm aanwezig t.h.v. de beide ‘open gevels’ (met een hoogte van
1.50m), met in elke ‘open gevel’ een doorgang naar buiten.
Analyse:
Indien er aan de volgende 3 vereisten wordt voldaan, moet de constructie niet als een gebouw worden beschouwd:
* minstens 1/3 van de omtrek van de overdekte ruimte bestaat uit open ‘gevels’
=> 2 van de 4 ‘gevels’ zijn open => OK
* de oppervlakte van de openingen bedraagt minstens 50% van de open gevelvlakken
=> 2 buitenste ‘gevels’ zijn de open gevelvlakken – open oppervlakte wordt bepaald door de hoogte (boven de glasvlakken): 1.74m (m.n.: 3.24m – 1.50m) en de breedte van de beide gevels: 20,55m
(11,10m + 9,45m): De totale open oppervlakte van de 2 open gevelvlakken = 1.74m x 20,55m =
35,76m²
De totale oppervlakte van de 2 open gevelvlakken = 3,24m x 20,55m = 66,58m².
=> 53,71% opening in de beide buitenste gevels (35,76m²/66,58m²): OK (bedraagt meer dan de vereiste 50%)
* de oppervlakte van de openingen bedraagt minstens 25% van alle verticale vlakken => ‘de 4 gevels’ samen hebben een totale oppervlakte van 3,34m x 20,55m x 2: 133,16m²
De totale open oppervlakte bedraagt 35,76m² (zie hiervoor)
=> 26,85% opening in de totale oppervlakte van de 4 ‘gevels’ (35,76m²/133,16m²) = OK (meer dan de vereiste 25%)
Daarbij werd verklaard:
- De evacuatie van het bestaande gebouw verloopt onafhankelijk van de geplande terrasoverkapping.
- In deze bestaande publieke inrichting kan er vanaf elk punt binnen een afstand van 30m een 1° uitgang bereikt worden en binnen een afstand van 60m een 2° uitgang (zonder doorheen de nieuwe constructie te moeten evacueren).
Advies:
De brandweer heeft geen bezwaar tegen het plaatsen van deze open terrasoverkapping.
Geen bezwaar van Watering Oude Kale en Meirebeek afgeleverd op 24 februari 2026.
5. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
5.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'KEISKANT' (Besluit tot goedkeuring door de Deputatie op 10 februari 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone voor buffergroen, zone voor sportterrein en zone voor sportterrein golf.
In de voorschriften van het RUP staat dat een eerste clubhuis een totale oppervlakte kan hebben van 450m² met een beperkte hoogte tot 6m. De bouw van een tweede clubhuis, sanitaire blok,… is toegestaan. De totale oppervlakte is beperkt tot 300m². In de beschrijvende nota van de architect wordt gemotiveerd dat de totale oppervlakte die mag aangewend worden voor clubhuizen 750m² bedraagt. Het RUP bepaalt daarbij niet dat de clubhuizen fysiek van mekaar moeten gescheiden zijn. Bijgevolg mogen deze dus op mekaar aansluiten. In voorliggende aanvraag wordt de totale oppervlakte van 750m² niet overschreden.
In de bestaande toestand is het eerste clubhuis (inclusief sanitair) 490m² groot;
De geplande terrasoverkapping is 105m² groot;
Het bijgebouw voor machines, stockage,.. is 144m² groot
-> Totaal van 740m².
Bijgevolg is de aanvraag in overeenstemming met de voorschriften.
5.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
5.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
6. WATERPARAGRAAF
6.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Watering Oude Kale en Meirebeek. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
6.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd worden. Om hier concreet uitvoering aan te geven, werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
Het hemelwater dat valt op de terrasoverkapping wordt afgevoerd naar de bestaande hemelwaterput. Op die manier kan het hemelwater herbruikt worden. Het hemelwater zal gebruikt worden voor het spoelen van toiletten en het onderhoud van de lokalen. Rekening houdende met de functie van sport met kleedkamers en bijhorende recazaak kan aangenomen worden dat hier een groot hergebruik aanwezig is.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
Volgens de pluviale overstromingskaart bestaat er een middelgrote overstromingskans ter hoogte van het project. Om de impact op het overstromingsregime te vermijden, dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden. Ruimten met kwetsbare functies worden best beschermd tegen wateroverlast door het volgen van de richtlijnen omtrent overstromingsveilig bouwen https://vmm.vlaanderen.be/beleid/waterbeleid/overstromingen
Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
6.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
7. NATUURTOETS
De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.
Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd. De terrasoverkapping komt boven de reeds verharde zone.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan de natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
8. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
9. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
10. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
In de voorliggende aanvraag wordt op de bestaande terrasverharding een terrasoverkapping voorzien. Er wordt bijgevolg geen bijkomende footprint ingenomen voor het plaatsen van de terrasoverkapping. De terrasoverkapping is wel een volume-uitbreiding waardoor deze moet worden bijgeteld bij de totale oppervlakte. Na de geplande terrasoverkapping komt het totaal op 740m², waardoor het maximum van 750m² (som van clubhuis 1 + 2) bijna bereikt is.
De terrasoverkapping is bovendien beperkt in hoogte. Om bovenstaande redenen is de terrasoverkapping ruimtelijk aanvaardbaar.
Op de foto’s in het dossier, alsook bevestigd op de luchtfoto’s, staat er ten zuidwesten van het terras nog een kleine overkapping. Het is afgewerkt met een gebogen, doorzichtig dak. Dit werd niet opgetekend op de plannen. Op basis van de luchtfoto’s is deze constructie groter dan 10m². Bijgevolg wordt deze constructie met deze aanvraag niet mee vergund.
CONCLUSIE
Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden, is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het plaatsen van een terrasoverkapping aan Marc Van der Pluym gelegen te Keiskantstraat 5, 9031 Gent.
De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.
Legt volgende voorwaarden op:
De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 27 maart 2026 met kenmerk 028359-010adviesOMG/DA/2026).