Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Kristof Mouton met als contactadres Verleydonckstraat 52, 9080 Lochristi heeft een aanvraag (OMV_2026009349) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 23 januari 2026.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het vellen van 16 populieren
• Adres: Afsneesedijkweg , 9031 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 28 sectie B nrs. 707/52 _, 707_, 709_, 710/2 _ en 710A
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 18 februari 2026.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 8 april 2026.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Het terrein uit voorliggende aanvraag bevindt zich langs de Afsneesedijkweg, in de deelgemeent Afsnee. Ter hoogte van de betrokken percelen is de Afsneesedijkweg een wandel- en fietspad grenzend aan weilanden en de Leie.
Er wordt gevraagd de 17 populieren te mogen rooien omdat deze in slechte staat verkeren en kaprijp zijn. De bomen vormen samen één bomenrij waarvan de omtrekken variëren van 195 tot 385 cm.
Ter compensatie worden 17 nieuwe populieren voorzien aan de noordelijke grens van het perceel, langs het Lazariepad.
Vermits over slechts 16 bomen informatie werd aangeleverd (stamomtrek en exacte locatie) wordt verondersteld dat de aanvraag het kappen van slechts 16 in plaats van 17 bomen behelst.
2. HISTORIEK
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven (integraal te raadplegen op het Omgevingsloket):
Voorwaardelijk gunstig advies van Agentschap voor Natuur en Bos afgeleverd op 19 maart 2026 onder ref. 26-204181:
De aanvraag betreft het kappen van 16 populieren langs het Lazariepad.
De bomen mogen gekapt worden indien voorzien wordt in een kwalitatieve en kwantitatieve heraanplanting. Heraanplanten is noodzakelijk zodat er geen vermijdbare schade aan de natuur kan ontstaan. Bovendien hebben bomen en bomenrijen een grote landschappelijke en ecologische waarde.
Bij het aanplanten is het belangrijk dat de nodige voorzorgsmaatregelen worden genomen opdat de bomen zouden aanslaan en tot volle wasdom kunnen komen.
Deze voorzorgsmaatregelen kunnen bestaan uit:
- de plantput moet voldoende groot zijn en aangevuld worden met goede grond (zonder afval of stenen),
- er wordt een steunpaal of wortelverankering voorzien
- er wordt bescherming voorzien tegen wild- en/of veevraat
Belangrijk is dat de aanplanting uitgroeit tot een volledige bomenrij. Bij uitval moet de opengevallen plaats in het eerstvolgende plantseizoen terug worden aangeplant.
Conclusie
Het Agentschap voor Natuur en Bos verleent een gunstig advies onder voorwaarde van het voldoende en volledige herstel van de bomenrij.
Voor het volledige en voldoende herstel van de bomenrij is het belangrijk dat:
* de plantput moet voldoende groot zijn en aangevuld worden met goede grond (zonder afval of stenen),
* er wordt een steunpaal of wortelverankering voorzien
* er wordt bescherming voorzien tegen wild- en/of veevraat
Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:
Artikel 16 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
Onderstaande doelstellingen of zorgplichten zijn hierbij van toepassing:
Artikel 14 §1 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
Voorwaardelijk gunstig advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West afgeleverd op 6 maart 2026 onder ref. omv-2026009349 Behandeling in eerste aanleg-001:
De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West verleent aan vermelde omgevingsvergunningsaanvraag gelegen in de Lazariepad in Gent (44342B0710/02_000, 44342B0707/00_000, 44342B0709/00_000, 44342B0710/00A000, 44342B0707/52_000) een voorwaardelijk gunstig advies.
De voorwaarden waaraan voldaan moet worden, zijn
- We vragen de tegenspraak tussen de beschrijvende nota en de aanvraag op het omgevingsloket weg te werken.
In de beschrijvende nota is er sprake van 16 populieren (zie print onder).
Op het omgevingsloket is er sprake van 17 populieren.
- Er dient voor gezorgd dat er geen (groen)afval in de waterweg terechtkomt.
- Er mogen geen reliëfwijzigingen plaatsvinden na het vellen van de bomen.
De aanvraag betreft het vellen van 16 populieren (volgens de beschrijvende nota).
Het projectgebied is gelegen langs en stroomt af naar waterloop in beheer van Watering Der Assels.
Het projectgebied ligt op minder dan 50m van de Leie (beheerder De Vlaamse Waterweg nv).
Het projectgebied is gevoelig voor overstromingen volgens de watertoetskaarten 2023.
|
|
Ja/Nee |
Kans |
|
Fluviale overstromingsgebieden |
Ja |
Middelgrote kans en kleine kans huidig klimaat |
|
Pluviale overstromingsgebieden* |
Ja |
Middelgrote kans en kleine kans zowel huidig klimaat als onder klimaatverandering |
|
Overstromingen vanuit de zee* |
Nee |
/ |
* Over de pluviale overstromingen en overstromingen vanuit de zee doet De Vlaamse Waterweg nv echter geen uitspraken en is het aan de vergunningverlenende overheid om hierover te adviseren
1) Advies m.b.t. het beheer en exploitatie van de waterweg en het patrimonium van De Vlaamse Waterweg nv
Er is geen bezwaar tegen het vellen van de bomen. Er dient voor gezorgd dat er geen (groen)afval in de waterweg terechtkomt.
2) Watertoetsadvies
1. Gegevens relevant voor de watertoets:
Het betreft het vellen van 16 bomen (volgens de beschrijvende nota).
2. Er zijn geen acties opgenomen in het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde (2022-2027) die betrekking hebben op de vergunningsaanvraag.
3. Beoordeling van verenigbaarheid met het watersysteem
Er worden geen bijkomende gebouwen, verhardingen of relevante reliëfwijzigingen voorzien. Het gaat om het vellen van bomen. Gezien de aard van de aanvraag kan in alle redelijkheid verwacht worden dat er geen negatieve effecten op het watersysteem zullen optreden op voorwaarde dat er geen reliëfwijzigingen gebeuren en er aldus geen inname van fluviaal overstromingsgebied is. De aanvraag is verenigbaar met het watersysteem en de doelstellingen en beginselen van het ‘Decreet Integraal waterbeleid’.
Besluit
Aangevuld met bovenvermelde maatregelen en/of voorwaarden is het project verenigbaar met het watersysteem en het beheer van De Vlaamse Waterweg nv. Indien de vergunningsverlener een vergunning voor dit project wenst te verlenen moet deze op zijn minst deze voorwaarden bevatten. Met deze voorwaarden voldoet het project aan de doelstellingen en beginselen zoals geformuleerd in art. 1.2.2 en 1.2.3 van het gecodificeerd decreet integraal waterbeleid. Het project voldoet aan het standstillbeginsel.
Noot van de OA: Vermits over slechts 16 bomen informatie werd aangeleverd (stamomtrek en exacte locatie) wordt verondersteld dat de aanvraag het kappen van slechts 16 in plaats van 17 bomen behelst.
Voorwaardelijk gunstig advies van Watering der Assels afgeleverd op 6 maart 2026 onder ref. BR 2026-13:
Situering en kenmerken van het watersysteem
De percelen hebben volgens de fluviale overstromingskaart van 2023 "middelgrote kans — huidig klimaat" een middelgrote kans op overstromingen. De percelen hebben perceelscore D.
De percelen liggen in de nabijheid van waterloop 07.03, een waterloop van 2e categorie, beheerd door de Watering der Assels en op ± 280 m (werkzone) van de Leie, een waterloop van 1e categorie, beheerd door de Vlaamse Waterweg en zijn overstroombaar vanuit de waterlopen.
Gunstig advies wordt verleend betreffende de omgevingsvergunningsaanvraag op voorwaarde dat:
- De te vellen populieren staan in de nabijheid van een waterloop van 2e categorie welke belangrijk is voor de afvoer van hemelwater via de syphon K3 naar de Leie. De aannemer zal er strikt op toezien dat alle afval, takken of groenafval, die in de waterloop terecht komt onmiddellijk verwijderd wordt zodat de afvloei niet belemmerd wordt.
- Door het vellen van de populieren verwacht het bestuur van de Watering der Assels geen negatieve invloed op haar watersysteem. Bijkomend zullen er na het vellen van de populieren minder afgebroken takken in de waterloop terecht komen wat de afvloeiing alleen maar kan ten goede komen.
- Het maaiveld mag nergens gewijzigd worden.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Thematisch RUP Groen, deelgebied 700 - Drongen - Assels' (Definitieve vaststelling op 22 april 2024). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone voor natuur.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023): Zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Watering Der Assels. Het project ligt in de nabijheid van een waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv -Afdeling Regio West.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Voor de watertoets wordt het advies van de beheerder van het gebied, De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West, hernomen.
De aanvraag betreft het vellen van 16 populieren (volgens de beschrijvende nota).
Het projectgebied is gelegen langs en stroomt af naar waterloop in beheer van Watering Der Assels.
Het projectgebied ligt op minder dan 50m van de Leie (beheerder De Vlaamse Waterweg nv).
Het projectgebied is gevoelig voor overstromingen volgens de watertoetskaarten 2023.
|
|
Ja/Nee |
Kans |
|
Fluviale overstromingsgebieden |
Ja |
Middelgrote kans en kleine kans huidig klimaat |
|
Pluviale overstromingsgebieden* |
Ja |
Middelgrote kans en kleine kans zowel huidig klimaat als onder klimaatverandering |
|
Overstromingen vanuit de zee* |
Nee |
/ |
* Over de pluviale overstromingen en overstromingen vanuit de zee doet De Vlaamse Waterweg nv echter geen uitspraken en is het aan de vergunningverlenende overheid om hierover te adviseren
1) Advies m.b.t. het beheer en exploitatie van de waterweg en het patrimonium van De Vlaamse Waterweg nv
Er is geen bezwaar tegen het vellen van de bomen. Er dient voor gezorgd dat er geen (groen)afval in de waterweg terechtkomt.
2) Watertoetsadvies
1. Gegevens relevant voor de watertoets:
Het betreft het vellen van 16 bomen (volgens de beschrijvende nota).
2. Er zijn geen acties opgenomen in het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde (2022-2027) die betrekking hebben op de vergunningsaanvraag.
3. Beoordeling van verenigbaarheid met het watersysteem
Er worden geen bijkomende gebouwen, verhardingen of relevante reliëfwijzigingen voorzien. Het gaat om het vellen van bomen. Gezien de aard van de aanvraag kan in alle redelijkheid verwacht worden dat er geen negatieve effecten op het watersysteem zullen optreden op voorwaarde dat er geen reliëfwijzigingen gebeuren en er aldus geen inname van fluviaal overstromingsgebied is. De aanvraag is verenigbaar met het watersysteem en de doelstellingen en beginselen van het ‘Decreet Integraal waterbeleid’.
Besluit
Aangevuld met bovenvermelde maatregelen en/of voorwaarden is het project verenigbaar met het watersysteem en het beheer van De Vlaamse Waterweg nv. Indien de vergunningsverlener een vergunning voor dit project wenst te verlenen moet deze op zijn minst deze voorwaarden bevatten. Met deze voorwaarden voldoet het project aan de doelstellingen en beginselen zoals geformuleerd in art. 1.2.2 en 1.2.3 van het gecodificeerd decreet integraal waterbeleid. Het project voldoet aan het standstillbeginsel.
6. NATUURTOETS
Er is geen bezwaar tegen het rooien van de 16 bomen (Canadese populier (Populus x canadensis)).
7 van de 16 bomen vertonen kenmerken die wijzen op conditieverlies en verlies van breuksterkte: uitgescheurde (gestel)takken, (sterk) verminderde vertwijging en verminderde bladbezetting. Hun conditie varieert tussen 0.3 en 0.5 op 1. De overige bomen hebben een matige tot goede conditiescore (0.5-0.7).
Een analyse door middel van Quantified Tree Risk Assessment toont aan dat het risico op schade klein is:
|
|
Doelwitklasse |
Omvangklasse |
Kans op falen |
Risico op schade |
|
Windworp/stambreuk |
3 |
1 |
5 |
<1/1.000.000 |
|
Takbreuk |
3 |
3 |
3 |
1/500.000 |
Beide resultaten voor risico op schade zijn aanvaardbaar. De bomen moeten op deze locatie dus niet gerooid worden uit veiligheidsoverwegingen.
De aanvraag kan echter toch gunstig geadviseerd worden omdat:
- de bomen ooit werden geplant als productiehout;
- +- 50% van de bomen kampt met conditieverlies en afgenomen vitaliteit, vermoedelijk door het landgebruik op een aanpalend perceel en verdroging. De toekomstverwachtingen zijn eerder laag. De baten van een standplaatsverbetering of andere maatregelen om het aftakelingsproces te vertragen of verhelpen wegen niet op tegen de kosten;
- Het vervangen van de populieren door inheemse bomen op lange termijn een meerwaarde kan zijn voor de biodiversiteit. De groendienst erkent wel dat het rooien van de bomen op korte termijn een verlies aan biodiversiteit betekent.
Ter compensatie dienen minstens 16 hoogstammige bomen heraangeplant te worden. Dit gebeurt ten laatste het eerstvolgend plantseizoen na het rooien en op minstens 2 m van de perceelsgrens. We raden aan om inheemse soorten aan te planten die afgestemd zijn op de vochhuishouding en bodem van de plantlocatie. Deze elementen, opgelegd als bijzondere voorwaarde, vormen een aanvulling op de voorwaarden opgelegd door de externe adviesintstanties.
De rooiwerken worden uitgevoerd vanaf de private percelen. De bomen bevinden zich naast het Lazariepad, een voormalige buurtweg en openbaar toegankelijke gemeenteweg. Het Lazariepad mag niet beschadigd worden tijdens de werken. Deze voorzorgsmaatregel wordt eveneens opgelegd als bijzondere voorwaarde.
Overdracht plantrecht:
Het Lazariepad is een voormalige buurtweg. Op deze wegen was het plantrecht van kracht: het recht van aanpalende eigenaren om bomen te planten in de berm. De eigenaar van de bomen staat in voor het beheer. Indien u als eigenaar het beheer van de toekomstige bomenrij niet wenst op te nemen, is het stadsbestuur van Gent bereid om het beheer van de bomenrij over te nemen mits het plantrecht kosteloos wordt overgedragen aan het bestuur. Interesse? Contacteer dan de groendienst via groendienst@stad.gent.
De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag mits voorwaarden de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Het rooien van de 16 bomen is aanvaardbaar omdat de bomen initieel gerooid werden als productiehout, ca. 50% van de bomen kampt met conditieverlies en afgenomen vitaliteit vermoedelijk door het landgebruik op een aanpalend perceel en verdroging. De toekomstverwachtingen zijn eerder laag. De baten van een standplaatsverbetering of andere maatregelen om het aftakelingsproces te vertragen of verhelpen wegen niet op tegen de kosten. Ter compensatie zal voorzien moeten worden in een heraanplant.
CONCLUSIE
Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het vellen van 16 populieren aan Kristof Mouton gelegen te Afsneesedijkweg , 9031 Gent.
De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.
Legt volgende voorwaarden op:
Voorwaarden voortvloeiend uit externe adviezen:
De voorwaarden opgenomen in het advies van Watering der Assels (advies van 6 maart 2026, met kenmerk BR 2026-13) moeten strikt nageleefd worden:
- De te vellen populieren staan in de nabijheid van een waterloop van 2e categorie welke belangrijk is voor de afvoer van hemelwater via de syphon K3 naar de Leie. De aannemer zal er strikt op toezien dat alle afval, takken of groenafval, die in de waterloop terecht komt onmiddellijk verwijderd wordt zodat de afvloei niet belemmerd wordt.
- Door het vellen van de populieren verwacht het bestuur van de Watering der Assels geen negatieve invloed op haar watersysteem. Bijkomend zullen er na het vellen van de populieren minder afgebroken takken in de waterloop terecht komen wat de afvloeiing alleen maar kan ten goede komen.
- Het maaiveld mag nergens gewijzigd worden.
De voorwaarden opgenomen in het advies van Agentschap voor Natuur en Bos (advies van 19 maart 2026, met kenmerk 26-204181) moeten strikt nageleefd worden:
Het Agentschap voor Natuur en Bos verleent een gunstig advies onder voorwaarde van het voldoende en volledige herstel van de bomenrij.
Voor het volledige en voldoende herstel van de bomenrij is het belangrijk dat:
* de plantput moet voldoende groot zijn en aangevuld worden met goede grond (zonder afval of stenen),
* er wordt een steunpaal of wortelverankering voorzien
* er wordt bescherming voorzien tegen wild- en/of veevraat
De voorwaarden opgenomen in het advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West (advies van 6 maart 2026, met kenmerk omv-2026009349 Behandeling in eerste aanleg-001) moeten strikt nageleefd worden:
- Er dient voor gezorgd dat er geen (groen)afval in de waterweg terechtkomt.
- Er mogen geen reliëfwijzigingen plaatsvinden na het vellen van de bomen.
Heraanplant:
Er dienen minstens 16 hoogstammige bomen heraangeplant te worden op minstens 2 m van de perceelsgrens. We raden aan om inheemse soorten aan te planten die afgestemd zijn op de vochhuishouding en bodem van de plantlocatie. Deze voorwaarden zijn vormen een aanvulling op de voorwaarden opgelegd door de externe adviesintstanties.
Beschadigingen:
Het Lazariepad mag niet beschadigd worden tijdens de werken.