Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft geen advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
ALGIST BRUGGEMAN NV met als contactadres Langerbruggekaai 37, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025123259) ingediend bij de deputatie op 22 december 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het veranderen van een gistfabriek (IIOA)
• Adres: Langerbruggekaai 37, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: sectie A nrs. 1063/2 _, 1063A, afdeling 13 sectie R nrs. 1067B2, 1083T, 1083W en 1083V
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 30 maart 2026.
De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 30 maart 2026.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 7 april 2026.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het veranderen van een gistfabriek (IIOA).
Algist Bruggeman is gevestigd aan het Kanaal Gent-Terneuzen (Langerbruggekaai 37 B-9000 Gent). De bedrijfsactiviteiten bestaan uit de productie van gist.
Huidige exploitatie is vergund bij besluit van 12/12/2012 (basisvergunning) voor een termijn van 20 jaar (einddatum 11/12/2032).
Voormelde aanvraag betreft het ombouwen van de Swenson indampingsinstallatie, (een 5 traps-indamper, naar een MVR-verdamper), het verwijderen van een transformator (1.600 kVA) en het plaatsen van 2 nieuwe transformatoren (2 x 1.600 kVA).
De sloop en de nieuwbouw van de transfo's vereist geen onderdeel SH.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
10.2.3°a) |
spiritus- en gistfabrieken (meer dan 1000 kW) als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | verwijderen 4 bestaande toestellen: 146,4 kW bijplaatsen MVR-verdamper 1.446 kW | klasse 1 | Verandering |
1299,6 kW |
|
12.2.2° |
transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | vervangen 1 transfo 1.600 kVA bijplaatsen 1 transfo 1.600 kVA | klasse 2 | Verandering |
1600 kVA |
Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:
3.5.3° | het lozen van max. 1.800 m³/u - 20.700 m³/dag en 5.500.000 m³/jaar koelwater | 1800 m³/uur
3.6.3.3° | het lozen van max. 150 m³/u - 2.960 m³/dag en 870.000 m³/jaar bedrijfsafvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat via een biologische waterzuiveringsinstallatie | 150 m³/uur
6.4.2° | de max. opslag van 53.012 l brandbare vloeistoffen, waarvan 51.050 l in een enkelwandige bovengrondse houder en het overige in verplaatsbare recipiênten | 53012 liter
16.3.2°b) | 2 luchtcompressoren met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 50 kW elk
1 luchtcompressor met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 25 kW
diverse koelinstallaties met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 1290,9 kW diverse airco's met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 98,68 kW 3 ammoniakcompressoren met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van resp; 90 kW - 115 kW - 132 kW
1 chiller met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 200 kW | 2051,58 kW
17.1.2.1.2° | de max. opslag van 6.304 l diverse gassen in gasflessen | 6304 liter
17.1.2.2.3° | de max. opslag van 2 x 3.333 l stikstof in 2 bovengrondse vaste houders en van 5.795 l CO2 in een bovengrondse vaste houder | 12461 liter
17.3.2.1.1.2° | de maximale opslag van 64.975 kg lichte stookolie in 4 bovengrondse, dubbelwandige tanks van 19.500 l elk | 64,975 ton
17.3.2.2.1° | de max. opslag van 50 kg diverse ontvlambare vloeistoffen van categorie 1 en 2 in verplaatsbare recipiënten | 50 kg
17.3.3.1°a) | de max. opslag van 1,8 ton oxiderende stoffen in verplaatsbare recipiênten | 1,8 ton
17.3.4.3° | de max. opslag van 243,639 ton bijtende stoffen, waarvan 11,23 ton ammoniakwater - 78,128 ton NaOH 50%) - 11,2 ton HNO3 in enkelwandige bovengrondse houders, 8,54 ton NaOCl (<20%) en 73,79 ton fosforzuur (47 m³) in een bovengrondse dubbelwandige houder en het overige in verplaatsbare recipiënten. | 243,639 ton
17.3.6.3° | de max. opslag van 133,946 ton schadelijke stoffen, waarvan 11,23 ton ammoniakwater in een bovengrondse enkelwandige houder - 73,79 ton fosforzuur (47 m³)) in een bovengrondse dubbelwandige houders en het overige in verplaatsbare recipiënten | 133,946 ton
17.3.8.2° | de max. opslag van 20,849 ton voor het aquatisch milieu gevaarlijke stoffen, waarvan 8,4 ton NaOCl (<20%) in een bovengrondse dubbelwandige houder van 5.000 l en overige in verplaatsbare recipiënten | 20,849 ton
17.4. | de max. opslag van 1.620 l en 752 kg diverse gevaarlijke stoffen in kleine recipiênten | 2372 liter
19.6.1°a) | de max. opslag van 24 ton (41 m³) in een lokaal | 41 m³
23.2.1°a) | diverse kunststofbewerkingstoestellen met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 37 kW | 37 kW
23.3.1°a) | de max. opslag van 52 ton kunststoffen in een lokaal en 7,2 ton in open lucht | 59,2 ton
24.4. | een labo | 1 stuk
29.5.2.1°a) | diverse metaalbewerkingsmachines met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 97 kW | 97 kW
31.1.3° | een gasturbine (WKK) met een totaal nominaal vermogen van 12,1 mW | 12100 kW
33.4.1°c) | de max. opslag van 259 ton papier en karton in een lokaa | 259 ton
39.1.3° | 2 stoomgeneratoren met een waterinhoud van resp. 44.000 l en 50.000 l | 94000 liter
39.2.1° | 7 stoomvaten met een waterinhoud van resp. 2 x 675 l, 2 x 1.340 l, 1.400 l, 2.000 l en 4.230 l | 11660 liter
39.4.1° | 2 warmtewisselaars met een waterinhoud van de secundaire ruimte van resp. 20 l en 950 l | 970 liter
43.1.3° | 2 stookinstallaties met een warmtevermogen van resp. 10,9 MW en 21,1 MW | 32000 kW
43.4. | 3 verbrandingsinstallaties met een totaal thermisch ingangsvermogen van resp. 10,9 MW, 12,1 MW en 21,1 MW | 44,1 MW
45.8.1°a) | een proefbakkerij met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 105 kW | 105 kW
45.16.2°a) | de productie van gist en eindproducten met een capaciteit van 320 ton/dag | 320 ton/dag
50. | de max. opslag van 50 ton strooizout | 50 ton
53.8.3° | een grondwaterwinning van max. 4.250 m³/dag en 950.000 m³/jaar uit 9 boorputten van 59,5 m tot 73,5 m diep die water onttrekken uit het Ledo-Paniseliaan (HCOV 0600) en 3 boorputten van max; 112 m diep die water onttrekken uit het Ieperiaan (HCOV 0800) | 950000 m³/jaar
53.11.1° | een grondwaterwinning van max. 4.250 m³/dag en 950.000 m³/jaar uit 9 boorputten van 59,5 m tot 73,5 m diep die water onttrekken uit het Ledo-Paniseliaan (HCOV 0600) en 3 boorputten van max; 112 m diep die water onttrekken uit het Ieperiaan (HCOV 0800) | 4250 m³/dag
2. HISTORIEK
De vergunningverlenende overheid staat in voor de historiek van de inrichting.
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het bouwperceel is gelegen in het gewestelijk RUP 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west’ (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). Dit gewestelijk RUP voorziet niet in een herbestemming.
Volgens het gewestelijk RUP ‘Afbakening Zeehavengebied Gent - Fase 2’ (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 20 juli 2012) is het bouwperceel gedeeltelijk bestemd als gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.
Het bouwperceel ligt gedeeltelijk in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd bij Besluit Vlaamse Regering op 28 oktober 1998).
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5. NATUURTOETS
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.
Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:
Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd bij deze wijzigingen binnen het bedrijventerrein.
6. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
7. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.
CONCLUSIE
Er wordt geen advies gegeven.
De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen geeft geen advies over de omgevingsaanvraag voor het veranderen van een gistfabriek (IIOA) van ALGIST BRUGGEMAN nv, gelegen te Langerbruggekaai 37, 9000 Gent.
Er worden geen aandachtspunten meegegeven.