In juli 2025 lanceerde Vlaams minister van Sport Annick De Ridder dat ze 9 miljoen euro voorziet (2025-2027) om de bouw en renovatie van kunstgrasvelden voor jeugdsport te stimuleren. Dat doet ze via het ‘subsidiereglement 2025 voor investeringen (nieuwbouw of renovatie) kunstgrasvelden voor jeugdsport’.
Kunstgrasvelden zijn een essentieel onderdeel van een duurzame en intensief gebruikte sportinfrastructuur. Via raamovereenkomsten met een gegarandeerde prijs-kwaliteitverhouding wordt in 2025, en principieel ook in 2026 en 2027, een subsidie van 20% per project toegekend. Dit kan gaan van nieuwe hockeyvelden (ondersteuning tot 205.000 euro) tot de renovaties van standaardkunstgrasvelden (tot 85.000 euro).
In het meerjarenplan gaf de schepen al aan dat het de ambitie is van de stad om intensiever gebruik te maken van de bestaande sportinfrastructuur en dat VSV Gent als laatste in Gent een kunstgrasveld krijgt. Tot slot wil de schepen verder inzetten op het doen sporten van meisjes, wat verdergaande investeringen vereist.
Aanvragen voor dergelijk projecten konden vanaf 22 juli 2025 online ingediend worden. Hierover heb ik volgende concrete vragen;
Bedankt voor de vraag. Uiteraard is het Vlaamse subsidiereglement ons gekend. Gelukkig maar, al ben ik blij dat u dat mee wil bewaken. Tegelijk mr. Cammaert, gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat onze vaststelling is dat het subsidiereglement, net zoals bij de subsidiëring van de nieuwe zwembaden, niet echt op maat van een centrumstad gemaakt.
U vraagt naar de "projecten" die we gaan indienen. Wel, elke subsidieaanvrager kan slechts één aanvraag indienen die betrekking heeft op maximum één raamovereenkomst en maximum één kunstgrasveld. En dan krijg je maximum 20% subsidie.
We investeren de komende 5 jaar bijna 5 mio EUR in 1 nieuw kunstgrasveld (VSV) en een 10 tal retoppings en een 10tal refills. Helaas zullen we maar voor 1 dossier 20% kunnen recupereren. En dan nemen we uiteraard het dossier van VSV om in te dienen. Het programma van eisen wordt op huidig moment uitgewerkt, op basis daarvan volgt het bovenstaande en zal de subsidie ten gepaste tijde door Farys aangevraagd worden.
We kregen van heel wat burgers te horen dat er bij het online inschrijven voor sportcursussen heel wat mis liep. Het was zelf zo erg dat de site op een bepaald moment volledig plat lag.
Daarbij heb ik de volgende vragen voor de schepen:
-Is de schepen op de hoogte van het technisch probleem dat zich voordeed bij de inschrijvingen?
-Is dit ondertussen opgelost? Kan het probleem zich opnieuw manifesteren in de toekomst?
-Is online inschrijven de enige manier om in te schrijven op deze cursussen?
-Zal de schepen maatregelen nemen om volgende inschrijfmomenten vlotter te laten verlopen? Zo ja: dewelke?
Ik ben inderdaad op de hoogte van de technische problemen die zich hebben voorgedaan tijdens de online inschrijvingen voor de sportcursussen op 10 januari. Ik ben die zaterdagochtend zelf door een aantal burgers gecontacteerd en heb uiteraard ook direct aan sportdienst gesignaleerd. Als papa van 2 sportief geëngageerde kinderen weet ik dat voor een gezin het plannen en uitpluizen van kampen is een hele puzzel is. Ik begrijp absoluut dat deze situatie bij heel wat burgers voor frustratie en ongemak heeft gezorgd.
Het probleem situeerde zich bij de wachtrijfunctie van de online webshop, die op dat moment niet naar behoren functioneerde. Deze storing deed zich voor bij de externe leverancier van het inschrijvingssysteem. Door het uitvallen van de wachtrij probeerden uitzonderlijk veel gebruikers gelijktijdig opnieuw toegang te krijgen tot de website, wat leidde tot instabiliteit en tijdelijke onbeschikbaarheid van de webshop. Ook de telefonische bereikbaarheid via Gentinfo kwam hierdoor, door de ontstane extra oproepen van burgers, onder druk te staan.
Intussen werd het incident grondig geëvalueerd samen met de leverancier. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt en bijkomende technische maatregelen genomen om herhaling in de toekomst te vermijden. Hoewel absolute garanties bij online systemen nooit kunnen worden gegeven, achten we de kans op een gelijkaardig probleem in de toekomst aanzienlijk kleiner. Dit dossier wordt door de Sportdienst en District09 nauw opgevolgd.
Wat betreft de inschrijvingsmogelijkheden kan worden meegegeven dat online inschrijven momenteel de primaire en meest efficiënte manier is om een eerlijk en gelijktijdig inschrijvingsmoment voor alle deelnemers te organiseren. Daarnaast is het bij elk inschrijvingsmoment ook mogelijk om via Gentinfo telefonisch in te schrijven, voor burgers die minder digitaal vaardig zijn. Inschrijven via e-mail is eveneens mogelijk tijdens elk inschrijvingsmoment, maar voor de populaire cursussen ben je via dit kanaal meestal te laat.
Om toekomstige inschrijvingsmomenten vlotter te laten verlopen, worden volgende maatregelen genomen:
· verdere optimalisatie en testing van het online inschrijvingssysteem in samenwerking met de leverancier;
· interne evaluatie van de servercapaciteit en bijkomende ondersteuning door District09 tijdens grote inschrijvingsmomenten.
Ik hecht veel belang aan een toegankelijk en correct inschrijvingsproces en blijft zich samen met de betrokken diensten inzetten om de dienstverlening aan de burgers verder te verbeteren.
di 10/02/2026 - 15:28In het meerjarenplan lezen we over het sportbeleid in het meerjarenplan een aantal opvallende zaken. Vooral wanneer we de aankomende infrastructuurinvesteringen nalazen. Daar blijkt dat de focus voor de volgende legislatuur vooral ligt op ‘behouden wat er is’.
Op dit moment is er nochtans een enorme nood aan bijkomende sportinfrastructuur in Gent. Clubs zitten op hun tandvlees wat accommodatie betreft (vb. kleedkamers, kunstgrasvelden, … enzovoort). En ook de wachtrijen groeien enorm.
Tegelijk wil de schepen wel werk maken van meer meisjessport. Een onderdeel waar volgens het meerjarenplan ‘een ommekeer’ moet ingezet worden. Opvallend; ook hier wordt herhaald dat dit wordt gerealiseerd door ‘werk te maken van voldoende kleedinfrastructuur, zeker bij voetbal.’
Zo was er in oktober bijvoorbeeld de situatie van voetbalclub KVV Sint-Denijssport. Daar trok men aan de alarmbel door een te beperkt aanbod van kleedkamers op de site. Het bestuur van de voetbalclub, die ook een sterke meisjeswerking kent, heeft nood aan bijkomende kleedkamers en is zelf vragende partij voor containerkleedkamers. Naast de kleedkamers zou ook de verlichting verouderd zijn, de oude verlichting duurt 20 minuten om op te starten. We namen dit mee naar deze commissie, waarbij de schepen zijn ambitie duidelijk stelde omtrent het investeren in meisjessport (“Waar ik absoluut wel op wil inzetten, na eerdere gesprekken met voetbalclubs - en waar u ook naar vraagt op site Kleinkouterken - is de kleedkamerinfrastructuur voor de meisjeswerking.”) Recentelijk herhaalde de voetbalclub de noodzaak aan investeringen in de pers, met ook de nadruk op kleedkamers voor meisjes
De schepen gaf in pers aan dat er een aantal investeringen zouden gebeuren. Echter blijven deze beperkt tot dakrenovaties, de gevel en de herinfill van het kunstgrasveld. Het kleedkamerdossier wordt ‘prioritair behandelt’, maar voorlopig staan er geen op de planning.
Daarom onderstaande vragen;
Laat me toch even iets duidelijk maken. Er voor zorgen dat onze bestaande sportinfrastructuur operationeel blijft is geen "beperkte" ambitie.
Die vertrekt vanuit een heldere lijn.
1. Er zijn meer middelen dan ooit uitgetrokken voor sportinfrastructuur in Gent.
2. Ja, ook met méér middelen is het beter om te goed te kunnen onderhouden én aanbieden van wat er is voor méér sporters, dan zomaar infrastructuur bijbouwen of beloven, als aan het eerste niet kan voldaan worden. En dan gaan we nog niet aan alle noden en vragen tegemoet kunnen komen. En dat is de eerlijke boodschap die ik al van bij het begin van deze legislatuur geef. Ondanks het grootste investeringsbudget ooit.
En dus, moeten we met dat grootste budget ooit nog altijd keuzes moeten maken om vooral het sporten te faciliteren. Dan nog gaan we keuzes moeten maken, zoals voor extra kleedkamers. Want ervoor zorgen dat je publieke infrastructuur bruikbaar blijft, dat is een keuze voor goed bestuur.
Bovendien wordt 20% van die totale budget wèl voor extra infrastructuur gebruikt. Daar hebben we de heel bewuste keuze gemaakt om die beschikbare 15 mio EUR (of 20% van het budget) slechts voor 1 dossier in te zetten: 1 extra zwembad. Omdat we het als lokaal bestuur prioritair vinden dat elk Gents kind kan leren zwemmen. En we -dat weet u ook- een masterplan zwemmen hebben goedgekeurd. Terecht.
Dit collega Cammaert wou ik toch nog eens gezegd hebben ;)
Wat betreft uw vragen rond kleedkamerinfrastructuur KVV Sint-Denijssport, kan ik u hetzelfde meedelen als wat ik 10 dagen geleden aan de voorzitter heb gezegd.
Op de gemeenteraad van december werd de beleidsverklaring gevalideerd.
Daar werd de volgende doelstelling opgenomen:
“ We maken werk van voldoende kleedinfrastructuur voor meisjes, zeker bij voetbal een uitdaging. “
Als startpunt hebben we analyse gedaan over de verschillende voetbalclubs heen betreffende aantal jeugdleden, aandeel meisjes en aantal kleedkamers. Uit die analyse blijkt alvast dat er 2 clubs prioritair zijn, waaronder jullie.
Op 11 februari heb ik met Farys en de Sportdienst een overleg om concreet te bekijken hoe we de kleedkamernood bij de 2 prioritaire clubs kunnen aanpakken.
Ik koppel daarna graag terug.
Nu we in Gemeenteraad budget & beleidsprioriteiten hebben gevalideerd, gaan we verder concretiseren en prioriteren. Daarvoor zullen we de kleedkamerinfrastructuur over alle sporten heen in kaart brengen. De uitdaging zit immers breder dan bij onze 17 voetbalploegen. Ook bijvoorbeeld Gent Rugby stelde die vraag voor zijn succesvolle meisjes en dameswerking. Ik wil immers sporten en clubs zo gelijkwaardig mogelijk behandelen dus moeten we alles goed afwegen. We moeten de billijkheid in het beleid behouden en dat is dus niet enkel op basis van wie de pers haalt.
Qua investeringen bij KVV SintDenijssport zijn de nodige budgetten voorzien om de komende jaren de renovatie van de gevel van het hoofdgebouw, de renovatie van het dak , herinfill van het kunstgrasveld te realiseren. Hiernaast is, zoals voor elke accommodatie, ook budget voor “instandhoudingswerken” voorzien, dat op dit moment nog niet aan specifieke werken is toegekend en mogelijks aangewend kan worden voor bijkomende kleedkamer.
Ook om te voldoen aan een aantal wettelijke normeringen worden budgetten voorzien om werken in het kader van toegankelijkheid, brandveiligheid en EPC aan te pakken. De concrete invulling hiervan wordt nog bepaald op basis van de prioriteiten die voortvloeien uit de studies rond verduurzaming en toegankelijkheid die voor alle sportinfrastructuur in uitvoering zijn. Al dan niet aanpakken verlichting zal dus afhangen van de prio's die uit de studie verduurzaming komen.
di 10/02/2026 - 15:36Ondertussen heeft iedereen het al gehoord: een Gentse burger organiseert een nachtmarathon als ludiek protest op de stijgende marathonprijzen van Sofico Gent Marathon.
Als fractie vinden wij dit een geweldig idee. Gentser dan dit wordt het niet!
We hopen daarom dat de praktische uitwerking even geslaagd is als het idee zelf.
Ik heb daarbij nog een paar vragen voor de schepen:
-Zal de stad voorzien in ondersteuning van dit event?
-Op welke manier? Ik denk aan veiligheid, logistiek en dergelijke.
-Heeft de schepen reeds contact gehad met de initatiefnemer(s)?
-Zijn daarbij afspraken gemaakt? Dewelke?
-Is Golazo op de hoogte van dit event? Hoe reageren zij hierop?
-Kan de schepen al iets prijsgeven over de formele aanvraag?
Het initiatief is een mooie, typische Gentse actie met een hoek af.
Om het zo te houden was er een bezorgdheid, vanuit Golazo, maar ook vanuit het college rond veiligheid en de marathon op zondag die we vertaald hebben in overleg met de organisatie: een samenwerking tussen enthousiaste Gentenaars, VZW Trefpunt en Dekenij Vlasmarkt. Op de vraag van collega schepen Vandenbroucke vond uitgebreid overleg plaats met alle betrokken stadsdiensten, politie, de lijn op 15 januari. Daarin werd parcours overlopen, impact op openbaar vervoer bekeken, veiligheid besproken. Conclusies waren dat een start/aankomstzone op Belfortstraat niet kon. Zowel voor busverkeer als bereikbaarheid parking Vrijdagmarkt moest de doorstroom worden gegarandeerd. In open en constructief overleg is gekozen om te starten aan de kant van Walter De Buckplein . Hiervoor heeft de organisatie een IOD (inname openbaar domein) moeten invullen en kunnen ze, zoals alle vzw-organisaties, een aanvraag doen bij het uitleenpunt. Gezien het kort dag is, kunnen we uiteraard niet garanderen dat alles wat ze nodig hebben beschikbaar is. Maar zoals we weten, aan creativiteit geen gebrek natuurlijk.
Wat betreft veiligheid: fundamenteel is dat het is een social run, met huidige schatting een 700tal deelnemers, en geen loopwedstrijd is.
De wegcode moet ten allen tijde gevolgd worden. Om "groepen" te vermijden is de instructie gegeven om met maximum 6 personen te gelijk te starten, en telkens minstens 5 minuten tussen te laten. De organisatie roept op zijn webpagina ook op om "lichtje op uw hoofd, felle kleren aan, ogen open" en voor middernacht terug te zijn op de Vlasmarkt.
Gezien er geen massastart is en de wegcode door die deelnemers dient gevolgd te worden, zal de taak van de politie zich toespitsen op die startzone om te verhinderen dat er hinder zou ontstaan voor het openbaar vervoer. Indien zo zal de organisator hierop aangesproken worden om de gemaakte afspraken binnen het coördinatieoverleg na te komen, maar we gaan ervanuit dat dit niet nodig zal zijn.
Tijdens het overleg met de organisatie gingen we ook kort in op het signaal dat hiermee wordt uitgestuurd. Ik heb in deze commissie al aangegeven dat voor deze marathon de organisatie uitpastarief hanteert en ook niet langer op evenementen subsidies beroep doet.
Voor de toekomst ligt de basis in de beleidsverklaring sport die in de gemeenteraad van december werd goedgekeurd: "evenwichtige loopkalender met kwalitatieve runs verspreid over Gent, waarbij een financiële bijdrage van de organisatoren de lasten voor de Stad compenseert."
Wat wel een feit is: er is de afgelopen jaren in een constructieve en open samenwerking met Golazo een topmarathon op de kaart gezet, inclusief een interessant parcours, ook sportief. De professionaliteit van de organisatie kunnen we niet ontkennen. En samen stellen we ook vast, zowel het lopen an sich àls de populariteit van de Gentse marathon (Welke stad is ook mooier om door te lopen?) àls de prijszetting kennen een hoge vlucht. En het is de verdienste van de nachtmarathon om het debat hierover aan te zwengelen.
We hadden hierover met Golazo contact. Uiteraard onderstrepen ze de kwaliteit van hun event, dat opbouw daar naartoe niet zomaar de dag zelf is, maar al een hele week aan de gang is, de economische meerwaarde voor de Stad en de vrees voor impact van de Nachtmarathon op inrichting en bewegwijzering van het parcours de "night before". Welke organisator zou dat niet doen?
Daarom ook de afspraak en engagement met de Nachtmarathon: het is een social run als typisch Gents en rebels evenement. En om het zo te houden is het niet de geest noch de bedoeling dat het leidt tot vandalisme. Dat zal ook de politie goed in het oog houden.
Dit zou ook tegen de afspraken, gemaakt tijdens het coördinatieoverleg, indruisen. Indien er gerechtelijke feiten zouden gepleegd worden, zal hiervan door de politie proces-verbaal opgesteld worden.
Samen met collega Vandenbroucke zijn we de aanpak aan het uitwerken voor editie 2027 (en verder) om de lusten en de lasten in een beter evenwicht te krijgen. Hier willen we op korte termijn mee landen. Uitdaging zit hem vooral in de correcte juridische onderbouw.
Voor mij zijn daarbij de betrokkenheid van en prijszetting voor Gentenaren, de return naar de Stad, het aantal wedstrijden en de impact op het openbaar vervoer hierbij de uitgangspunten.
Sport verbindt, is emotie en dat geldt ook voor een marathon.
di 10/02/2026 - 15:26Onlangs hoorden we een collectief centrumbewoners zich uitspreken over alsmaar toenemend geluidsoverlast in het centrumgebied. Dit is niet de eerste keer dat zo’n signalen ons bereiken: ook tijdens het eerste weekend van de Winterfeesten klaagden buren onder andere over geluidsoverlast.
We mogen niet wegkijken van deze problematiek. Onze fractie is voorstander van een bruisende stad, maar dit mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid van de Gentenaars.
Daarom heb ik de volgende vragen voor de schepen:
-Hoe was het overleg met de delegatie? Zijn er enige afspraken gemaakt? Welke lessen zijn hieruit getrokken?
-Heeft de schepen reeds samengezeten met zijn collega van plezier om dit probleem structureel aan te pakken?
-Hoe staat de schepen tegen het eventueel optrekken van de geluidsnorm?
-Is er een plan van aanpak om deze zorgen in de toekomst sneller te kapteren?
Wij kregen inderdaad de vraag van een kleine groep centrumbewoners voor een overleg over geluid. Zij noemen zichzelf de Night Sleep Council, analoog aan de Night Life Council. Zij willen vooral een signaal geven dat zij bezorgd zijn over de nachtrust door toegenomen druk en geluidsoverlast van allerlei evenementen, nachtleven en feestelijkheden. Voor alle duidelijkheid, men valt de Gentse Feesten niet aan, deze worden zonder meer aanvaard. Maar men geeft aan dat buiten deze periode ook steeds meer druk op het centrum komt.
Wij hebben vooral geluisterd naar hun bezorgdheden. Daarbij bleek ook wel dat er wat misverstanden waren. Die groep bewoners was bvb. zeer ongerust over de verhoging van het toegestane geluidsniveau in de proeftuin geluid.
We hebben het geluidskader toegelicht en de rol van de proeftuin geluid daarin:
We stelden vast dat er een grote ongerustheid is en men van mening is dat de stad te weinig optreedt tegen overlast en dat bewoners te weinig betrokken worden. Men klaagde ook dat klachten blijkbaar niet altijd serieus genomen worden of geregistreerd worden.
Daarnaast was men ook bezorgd over het informele nachtlawaai, afkomstig van feestjes en roepende bezoekers op straat. Dit valt echter niet onder de regels van het geluidskader, maar is een zaak van openbare orde. Dat valt onder de politie en de bevoegdheid van de burgemeester.
Tijdens het overleg bleek dat de problematiek niet beperkt is tot één schepen. We adviseerden hen om voor een volgend overleg de 3 betrokken schepenen en burgemeester uit te nodigen (schepenen Bracke, Vandenbroucke, Watteeuw en de burgemeester).
Wat betreft het optrekken van de geluidsnorm. Voor bijna 90% van de vragen, is het antwoord vervat in Vlarem. Voor de vragen waar we als college marge hebben i.v.m. de geluidsnormen, moeten we nakijken in welke omgeving de aanvraag zich situeert, wat de randvoorwaarden zijn. Een aanvraag ergens ver weg op een industriegebied is verschillend dan een aanvraag in het centrum. We moeten dus rekening houden met de randvoorwaarden. Ik ben van mening dat geluidshinder inherent is aan bepaalde horeca-activiteiten en evenementen. Dat is onvermijdbaar in een stad als Gent. Het is echter belangrijk om de balans te vinden, dat is de uitdaging. Veel hangt af van de professionaliteit van de sector én van de betrokken stadsdiensten.
Om dat evenwicht te vinden tussen stedelijke levendigheid en leefbaarheid werden door het college krijtlijnen vastgelegd voor het toestaan van afwijkingen op de geluidsnormen. Binnen die normen wordt deze hinder aanvaardbaar geacht. Het is daarin vooral belangrijk om de balans, het evenwicht te vinden; voor de ene zal het altijd te veel zijn en voor de andere te weinig. Dit is geen statisch gegeven, maar we blijven hier continu aan verder werken.
Wij hebben vooral afgesproken dat de stad dit evenwicht blijft bewaken. De kaders (Vlaamse-Vlarem en daarop gebaseerde stedelijke kader) bestaan en functioneren. We merken ook wel dat de sector open staat voor deze problematiek en goed weet wat er kan en wat niet. Zij zijn ook bereid om hun expertise in te zetten om deze balans te bewaren. De diensten van de politie én de diensten toezicht zijn het eerste aanspreekpunt om overmatige hinder te signaleren.
Ik betreur wel dat op social media de night sleep council onmiddellijk afgedaan wordt als klagen en zagen. Mensen in het centrum hebben recht op een bepaalde leefkwaliteit. We moeten die vraag verzoenen met de noden van de sector, die ook belangrijk zijn.
Een eerstvolgende stap zal een overleg zijn met de 4 betrokkenen uit het college om te luisteren en te duiden wat er vandaag al gebeurt.
do 12/02/2026 - 15:53In het Acaciapark in de Brugse Poort ervaren bezoekers al geruime tijd overlast door achtergelaten hondendrollen. Opvallend is dat vooral kinderen hier hinder van ondervinden: zij geven aan dat schoenen en fietswielen regelmatig bevuild raken, wat leidt tot onhygiënische situaties.
Ondanks eerdere meldingen bij de stadsdiensten en zelfs een opruimactie door de kinderen, blijft het probleem zich herhalen. De actievoerders wachten intussen op een reactie van stad Gent.
Wordt het park regelmatig gecontroleerd en gereinigd? Zo ja, met welke frequentie?
Welke maatregelen overweegt de stad te nemen om het probleem structureel aan te pakken?
Zijn er sensibilisering- of handhavingscampagnes gepland om de netheid beter te kunnen garanderen?
We nemen de signalen over overlast door hondenpoep in het Acaciapark ernstig. Het is begrijpelijk dat parkgebruikers – en zeker kinderen – dit als bijzonder storend en onhygiënisch ervaren. Dat buurtbewoners en kinderen zelf al initiatief namen om op te ruimen, toont hoe sterk dit leeft. En uiteraard worden ook stadsmedewerkers hiermee geconfronteerd in onaangename omstandigheden bij het onderhoud van het park.
Want laten we hier duidelijk zijn: de verantwoordelijkheid ligt hier bij de eigenaars van de honden! Net zoals eigenaars verplicht hun hond aan de leiband moeten houden, moeten ze ook de hondenpoep opruimen. Het houden van een hond, komt nu eenmaal met een grote verantwoordelijkheid.
De dienst Toezicht, de Gemeenschapswachten en de Politie houden hier toezicht op. Wie zich niet aan de regels houdt, riskeert een GAS-boete. Dit geldt voor het aanlijnen, maar dus evengoed voor de opruimplicht voor hondenpoep. Hondeneigenaars mogen de poepzakjes achterlaten in een openbare afvalkorf.
Dat neemt niet weg dat we beseffen dat de situatie lokaal als buitensporig wordt ervaren. Wanneer op het terrein blijkt dat de overlast piekt, kunnen we vanuit Regie Netheid en de opruimende partners gericht bijsturen, bijvoorbeeld door een gerichte opruimactie in de meest getroffen zones; het tijdelijk versterken van toezicht; en het actief verspreiden van sensibiliserend materiaal in de buurt.
Voor stadsmedewerkers is deze problematiek bovendien erg onaangenaam: bij maaibeurten komen uitwerpselen vaak in machines terecht, wat zorgt voor extra, onhygiënisch werk achteraf.
Dat laatste is trouwens een verklaring waarom de klachten rond hondenpoep doorgaans in de winter ontstaan. Dan wordt het gras niet afgereden, en blijft hondenpoep dus langer liggen. Volgende maand rijden de grasmachines terug rond, en verdwijnt de hondenpoep in de grasmachines.
Maar laat me toch opnieuw benadrukken dat dit niet de gewenste situatie is. Het blijft zeer onaangenaam voor de chauffeurs van de grasmaaiers, zeker die eerste keer dat ze terug uitrijden na de winter.
Los daarvan, want u vroeg ook specifiek naar de opruimfrequentie van het Acaciapark, ruimt het DBSE (sociaal dienstenbedrijf) 2 keer per week zwerfvuil en sluikstort op in het park, ledigt IVAGO op weekdagen dagelijks de 5 afvalkorven, en staat de Groendienst in voor het groenonderhoud.
Via Regie Netheid zal voor dit park nu extra worden ingezet op sensibilisatie en handhaving. We zullen in de omgeving van het park gericht affiches en flyers verspreiden met de duidelijke boodschap dat opruimen verplicht is. Buurtbewoners kunnen mee affiches uithangen om het signaal te versterken.
De Gemeenschapswachten zullen in de buurt extra aanwezig zijn en hondeneigenaars aanspreken op hun verantwoordelijkheid.
We blijven inzetten op voldoende afvalkorven en het correct ledigen ervan, zodat niemand kan stellen dat er geen mogelijkheid is om zakjes weg te gooien.
Handhaving blijft mogelijk, al blijken vaststellingen op heterdaad in de praktijk moeilijk voor dit soort gedrag.
Binnen het bredere netheidsbeleid werken we aan structurele verbeteringen rond zwerfvuil en sluikstort. Deze problematiek wordt daarin meegenomen als voorbeeld van lokale overlast waar we met een combinatie van sensibilisering, aanwezigheid op het terrein en gerichte acties proberen het verschil te maken.
ma 09/02/2026 - 21:22Gent is, net als andere Europese steden, verplicht een geluidsactieplan op te stellen op basis van een geluidskaart, met als doel om omgevingslawaai te verminderen en tijdelijke pieken weg te werken. In dat kader kondigde de stad 55 maatregelen aan voor de komende vijf jaar. Daarbij wordt onder meer verwezen naar minder lawaaierige toeristenboten, bijkomende aandacht voor geluidswering bij bouwprojecten en overleg met de horeca- en evenementensector. Ook wordt gerekend op samenwerking met De Lijn, de NMBS en Vlaanderen.
Wat mij in het bijzonder interesseert, is hoe de stad binnen dit geluidsactieplan omgaat met horeca, nightlife en evenementen. In dat verband werd de Proeftuin Geluid opgestart, een overlegplatform tussen stadsdiensten, horeca-uitbaters en organisatoren, met als doel om preventief te werken, mogelijke problemen vooraf in te schatten en de leefbaarheid te bewaken via dialoog. Die insteek lijkt mij op zich een goede ingesteldheid.
Tegelijk tonen zowel objectieve cijfers als klachtenstatistieken aan dat geluidshinder door horeca en evenementen relatief beperkt is. Uit het onderzoek De Oorzaak van de Universiteit Antwerpen blijkt dat verkeer en bouw- en wegenwerken veruit de grootste bronnen van geluidshinder zijn. Slechts 5,7% van de respondenten geeft aan hinder te ondervinden van muziek uit horeca, en 4,9% van muziekfestivals.
Ook uit het antwoord op mijn eerdere schriftelijke vraag blijkt dat in 2025 slechts 139 personen klacht indienden over horeca, muziek of festivals, wat overeenkomt met ongeveer 0,05% van de Gentse bevolking.
Kan u een stand van zaken geven over het verloop van de Proeftuin Geluid? Hoe verloopt de samenwerking hierin met de horeca-, nightlife- en culturele sector?
Hoe zal de stad vermijden dat Gent strengere of afwijkende maatregelen invoert dan het Vlaamse kader, om zo een gelijk speelveld te behouden voor onze Gentse ondernemers?
Hoe garandeert u dat horeca-uitbaters, organisatoren, muzikanten en dj’s hun activiteiten en beroep op een werkbare manier kunnen blijven uitoefenen?
Naar aanleiding van mijn schriftelijke vraag en de cijfers over klachten van de voorbije 3 jaar pols ik graag naar uw visie omtrent de ‘macht van de klacht’? Wanneer is een klacht terecht en moet die gehandhaafd worden? Hoe kijkt u naar het evenwicht tussen beleving en leefbaarheid? Hoe leefbaar is een stad als die niet meer bruist?
Vindt u het fair dat organisaties zoals muziekcafés of horecazaken enorme kosten moeten dragen om geluidsoverlast tegen te gaan wanneer optredens indoor en vóór 22 uur plaatsvinden?
In het bestuursakkoord wordt het “agent of change”-principe opgenomen. Wie zich het laatst vestigt, staat in voor de beheersing van geluidsoverlast. Hoe staat u hier tegenover?
Gaat u hierover in overleg met schepen Vandenbroucke (Evenementen / Gentse Feesten) en schepen Bracke (Nightlife Council)?
Wat betreft je eerste twee deelvragen omtrent het geluidsactieplan. Dit betreft een actieplan dat we stadsbreed opgemaakt hebben in samenwerking met verschillende stadsdiensten. De diensten hebben veel contacten met de relevante Gentse actoren. Het geluidsactieplan is een 5-jaarlijkse Europese verplichting, en valt binnen de bevoegdheid van meerdere schepenen. We bouwen verder op een constant overleg tussen en met de diensten en de verschillende sectoren. Het participatieve traject behelst een openbaar onderzoek, dus opmerkingen kunnen nog steeds gemaakt worden. Op basis hiervan stellen we een overwegingsdocument op, waar we de opmerkingen aan acties koppelen. Maar u weet ook dat de participatie verder gaat, zoals blijkt uit de proeftuin geluid.
Die proeftuin geluid is een voorbeeld van hoe de stad in dit dossier staat. We willen zoveel als mogelijk mogelijk maken, maar met zo min mogelijk overlast. Dit vergt een hoog professioneel niveau, zowel bij de stadsdiensten als bij de sector. De professionalisering is een van de te weinig belichte elementen. Ik betreur het dat men wil laten doorschemeren dat de sector aan de ene kant zou staan en de stad aan de andere kant. Maar de realiteit werkt niet zo. Je hebt bewoners, je hebt muzikanten, je hebt organistoren, je hebt de stadsdiensten, … . Zowel van de organistoren als van de stadsdiensten mag een hoge graad van professionaliteit verwacht worden. Met de proeftuin bouwen we dus verder op die toegenomen professionaliteit. Ik noem hierbij graag een goed voorbeeld, nl. The Full Circle vorig jaar, met evenementen op vele verschillende plaatsen. Hierbij hebben sommige plaatsen een permanente vergunning. Maar andere locaties hadden deze niet, zoals Gent Dampoort. U weet ook dat dit gebouw niet de beste akoestische locatie heeft. Maar omdat de organisatie zo professioneel was, en hun opstelling geoptimaliseerd heeft, heeft de buurt er amper hinder van ondervonden. Het is dus perfect mogelijk feesten en nachtrust te combineren. Ik wil met de proeftuin verder de geluidsvergunningsvoorwaarden onderzoeken, rekening houdende met spreiding in tijd en ruimte.
Elke drie maanden vindt er een night life council plaats. Dit is een overleg tussen de diensten en de sector. Ik heb daar de randvoorwaarden van het proeftuinkader besproken. Ook onze diensten hebben al proactief de mogelijkheden voorgesteld aan de organisatoren.
Als schepen bevoegd voor geluidsnormen, vind ik dat discussies zich te veel focussen op geluidsnormen. Voor mij gaat het evenzeer over de graad van professionaliteit, over de opstelling, over de set, over de kennis. Dit heeft minstens een even grote rol op de impact naar de omgeving toe. Ik geef even het voorbeeld van Charlotte De Witte, en haar set aan de Stadshal vorig jaar versus de Kouter dit jaar. Vorig jaar waren er 12.000 tevreden mensen. Dit jaar waren er 6.000 mensen en vond men de set te stil. Ligt het dan aan de norm? Blijkbaar niet, want de opgelegde geluidsnorm in de vergunning was identiek dezelfde.
U suggereert dat we strenger zijn dan de rest van Vlaanderen. Ik weet niet waarop dit gebaseerd is. Het is niet zo dat we heiliger zijn dan de paus, zoals polemisten beweren. Steden zoals Mechelen hebben gelijkaardige kaders als Gent. Andere steden zoals Antwerpen en Kortrijk houden meer de handen tegen de borst, niet vrij beschikbaar. Ik weiger dan ook mee te gaan in het opzetten van de stad en de sector tegen elkaar.
Weet ook dat de impact van een lokaal bestuur soms overschat wordt. Als je kijkt naar de Vlarem wetgeving, blijkt dat we voor een behoorlijk aantal gevallen weinig impact hebben. Voor ingedeelde inrichtingen volgen we vnl. de Vlaamse wetgeving. Wanneer er uitzonderingen gevraagd worden, kunnen we wel zelf accenten toevoegen. Weet ook dat de inrichtingen met een permanente vergunning aanzienlijke investeringen gemaakt hebben. Dit doen ze om te kunnen blijven exploiteren. En we merken dat dit opbrengt en dat ze de vruchten kunnen plukken. Er zijn erg veel goede voorbeelden hiervan in Gent. Ik vind het belangrijk dat vaste organisatoren niet in de situatie komen dat zij wel die grote investeringen moeten doen, en dat toevallige organistoren zonder meer hun ding kunnen doen. Die investeringen in leefbaarheid van onze stad moeten beloond worden.
Wat betreft uw vraag omtrent de macht van de klacht, u noemt een percentage 0,05%. U zet het aantal klachten af tegen het totale aantal Gentenaren. Maar uw noemer klopt niet. De meeste evenementen hebben impact binnen een beperkte straal. Vandaar komen de meeste klachten. Je mag die 270.000 Gentenaren niet gebruiken. Ik interpreteer dit anders. Er gebeurt heel veel, en de Gentenaren zijn erg tolerant met slechts 139 klachten. Als ik er andere cijfers bijhaal, het geluidsonderzoek De Oorzaak, blijkt dat 5,7% van de respondenten last heeft van geluid afkomstig van horeca. Dit gaat over meer dan 15.000 Gentenaren. Weet ook dat we met een rechtssysteem zitten. We hebben regels die ontworpen worden door het Vlaams Parlement. Als iemand die regels overtreedt, moet de dader ervoor opdraaien. Vergelijk het met een bouwovertreding. Of er nu 1 of 100 klachten wijzen op een bouwovertreding. Als die overtreding vastgesteld wordt, moet de dader ervoor opdraaien. Als het gaat over klachten, moet je die serieus nemen. Ik lees even een melding voor die ik via ontvangen heb naar aanleiding van een evenement afgelopen weekend in Flanders Expo:
“We hebben zowel vrijdag als zaterdagnacht mega afgezien.. het was ECHT vreselijk! Die trillingen van die bassen (echt mijn hart) waren dus voelbaar tot bij ons aan de Heuvelpoort/Citadelpark.. Vannacht was ik het om 4u zoooo beu dat ik weer niet kon slapen en voor de eerste keer in mijn leven naar de politie heb gebeld. Ik dacht dat er ergens een kotfeest bezig was maar we vonden niet van waar het kwam en de politie meteen "ahja dat is door CDW en we hebben al enorm veel klachten gehad maar we kunnen er niets aan doen want is vergund maar het is de laatste nacht..". Dit even terzijde dus, ik heb dus niet veel kunnen slapen dit weekend.. Zooo blij dat het voorbij is! Echt zot dat dit tot hier en BP/Ekkergem reikte.”
Ik vind dus dat we klachten serieus moeten nemen. Maar je hoort me niet zeggen dat we die levendigheid niet moeten bewaren. Het draait voor mij rond evenwicht. Bewoners hebben ook recht op rust. Denk maar aan alle mensen die vroeg moeten opstaan, arbeiders, bakkers, kassierster Deborah, … maar ook aan onze kinderen en onze studerende jongeren. We moeten die balans dus bewaken.
Weet ook dat Gent bruist, we hebben meer dan 200 geluidsafwijkingen uitgereikt afgelopen jaar. Dit bovenop de 133 vaste vergunningen. Dit toont duidelijk dat we veel te doen hebben in onze stad.
Wat betreft je vraag of ik dat fair vind. Ik vind het moeilijk een moreel oordeel te vellen over iets wat geregeld is in Vlaamse wetgeving. Ik vind het fair dat permanente inrichtingen moeten investeren in akoestische maatregelen. Nu, het betreft voornamelijk Vlaamse regels. Als er een antwoord moet komen op deze vraag, moet dit komen vanuit Vlaanderen. We moeten maken dat er veel mogelijk is, maar ook dat de leefkwaliteit bewaakt wordt. De kritiek die u uit, is vooral gericht op Vlaamse wetgeving.
Wat betreft de vraag ivm agent of change, hier is de wetgeving niet opgericht. Die agent of change is voornamelijk gelinkt aan stedenbouw.
En tot slot, wat uw laatste vraag betreft, uiteraard wil ik in overleg met mijn collega schepenen Vandenbroucke en Bracke.
do 12/02/2026 - 15:52Een nieuwe studie van VITO (ism KU Leuven, Sciensano en University College London) geeft inzicht in het aantal toekomstige hittedagen waarmee steden geconfronteerd zullen worden. Voor de vijf Belgische steden in de studie (Antwerpen, Brussel, Charleroi, Luik en Gent) blijkt dat het gemiddeld aantal hittegolfdagen per jaar tegen 2100 minstens zal verdubbelen bij ongewijzigd beleid. Voor Gent gaat het om een stijging van 19 naar 47 dagen.
Opvallend is dat de studie aangeeft dat het effect binnen steden sterk kan verschillen. Zo zou de binnenstad sneller opwarmen dan de omgeving rond de Blaarmeersen.
Stad Gent zet reeds in op een aantal maatregelen die de studie aanbeveelt, zoals ontharding en vergroening. De vraag is echter of wijken die sterker getroffen worden door klimaatopwarming en waar de bevolking dus meer hittestress ervaart, ook een hogere prioriteit krijgen.
Collega Van Acker,
De nieuwe studie van VITO duwt ons nóg maar eens met de neus op de feiten. Het aantal hittedagen in onze stad zal inderdaad zeer sterk toenemen. Van 5 hittegolfdagen per jaar zou stijgen naar een 20-tal in 2050, ik ben dan 88, ik zal daar wel van afzien. In 2100, dan ben ik er niet meer bij, spreekt men over 50 hittegolfdagen per jaar. 50 hittegolfdagen, dat is bijna 2 maanden per jaar dat de Gentenaars een hittegolf gaan beleven, dat is gigantisch. Dit zal een serieuze impact hebben. Het stedelijke hitte-eiland effect kennen we allemaal. Dit effect versterkt de impact van hittegolven. In het centrum van Gent gaat men ervan uit dat het verschil met de buitengebieden tot 8°C zou kunnen bedragen, dat is immens! Het verschil tussen de Gentbrugse meersen en het centrum van de stad 8°C, dat is enorm. Dus het zou inderdaad wel goed zijn als we daar rekening mee houden.
Houden we er al systematisch rekening mee? Nee.
Er zijn grote gebieden in Gent waar een hitte-eiland effect is. Dat zijn gebieden met de meeste verharding, dat is het centrum, de 19de eeuwse gordel, en ook de bebouwde kom in Sint-Amandsberg, Ledeberg, enzovoort. (In Gent zijn er veel kwetsbare wijken voor hittestress, zoals de Binnenstad, Sluizeken Tolhuis Ham, Muide Meulestede, Dampoort, Ledeberg, Bloemekenswijk…)
Bij het project “Rewild the City” zijn er 3 pilootwijken waar we een heraanleg doen van grote delen van de wijk naar meer vergroening, meer ontharding, weg van dat hitte eiland-effect. 2 van de 3 pilootwijken, nl Sluizeken-Tolhuis-Ham en Ledeberg, zijn heel bewust gekozen, omdat dit kwetsbare wijken zijn voor de hitte.
Bij de keuze van heraanleg-projecten in de meest kwetsbare wijken zou het hitte-eiland effect nog meer moeten doorwegen. We gaan hieraan meer prioriteit moeten geven, want anders zouden bepaalde delen van de stad moeilijk leefbaar worden. Nu is het nog zo dat, ik weet dat nog van in de tijd dat ik schepen van openbare werken was, de heraanleg van de straten voor een groot stuk bepaald wordt door de staat van de rioleringen. Je kan je natuurlijk niet veroorloven dat de rioleringen in elkaar klappen en dus is de staat van de riolering nog altijd heel belangrijk in de keuze van de heraanleg van straten. Maar het is duidelijk, met de keuzes die we maken in projecten zoals Rewild The City, dat we meer rekening gaan houden met die kwetsbare wijken. Onze ervaringen bij Rewild The City zullen ons daarbij helpen.
Naast het project Rewild the city, nemen wij ook deel aan het Europese “Cool cities” project dat focust op de aanleg van koeltenetwerken. Dat zijn netwerken van koele routes en koelteplekken in stedelijke gebieden. Denk aan groenklimaatassen, schaduwroutes voor wandelen en fietsen in de stad, koele plekken buiten en binnen, enzovoort. Dit is een Europees project waar wij ook aan deelnemen en waar we proberen ook ervaringen op te doen om in te spelen op wat er aan het gebeuren is en meer koelte te voorzien.
We gaan met de aanbevelingen van de VITO-studie aan de slag: meer groen en meer ontharding kunnen een groot verschil maken.
Nog even aangeven dat we momenteel aan een verharding zitten in Gent van 38,7%. De verharding neemt nog steeds toe. Elke 9 dagen hebben we in Gent 1 hectare die helemaal verhard wordt. Dit gaat vrij snel omhoog. Het Vlaamse gemiddelde is 15,7% verharding. Per inwoner hebben we een iets aantal m2 minder verharding dan Vlaanderen omdat we in Gent veel dichter wonen. Die 1 ha per 9 dagen gaan we echt moeten vertragen, anders gaan we in de problemen komen. We kiezen resoluut voor ontharding en daar gaan we mee aan de slag.
Wat uw 2de vraag betreft: het departement FM wil dat onze stadsgebouwen en hun directe omgeving beter bestand zijn tegen de verwachte gevolgen van de klimaatverandering. Er zijn ontwerprichtlijnen bij FM “voor klimaatadaptieve stadsgebouwen” en die worden ook toegepast. In de ontwerprichtlijnen zijn verschillende zaken opgenomen over de reflectiewaarden van daken, aanbevelingen omtrent groendaken of variaties hierop, of dakbedekkingen met een lichte kleur.
We willen ook Gentenaars helpen om hun eigen woning klimaatadaptief in te richten en klimaatadaptief te verbouwen.
Alle Gentenaars kunnen gratis advies vragen aan de Energiecentrale. De Energiecentrale geeft gratis advies rond het koel houden van de woning. De focus daarbij ligt meer op de ramen dan op de daken, omdat daar meest winst te behalen is momenteel bij ons huidig woning-areaal.
Voor daken zetten we bij ons advies in de eerste plaats in op groendaken, die zorgen ook voor een koeler binnenklimaat en hebben nog meer positieve effecten in een stedelijke omgeving: bufferen van water, verhogen biodiversiteit, uitzicht op groen, …
Lichtgekleurde materialen als dakbedekking kunnen ook een rol spelen omdat ze het zonlicht weerkaatsen in plaats van te absorberen, dat is iets nieuws, we moeten dat eerst wat verder bestuderen. Maar alle mogelijke pistes om de effecten van de klimaatontwrichting tegen te gaan, zoals de hitte eilandeffecten en de extreme hittegolfdagen, zijn waardevol en gaan we verder onderzoeken en kijken of we die kunnen toepassen.
wo 11/02/2026 - 18:30Begin deze week werd een aanpassing aangekondigd in het plan van Minister van Cultuur Caroline Gennez om het Vlaams museumlandschap te hertekenen. Oorspronkelijk zou het Antwerpse M HKA zijn rol als museum verliezen, en zou zijn collectie overgeheveld worden naar het Gentse S.M.A.K, dat een Vlaams museum zou worden. Voor het S.M.A.K. en de Gentse cultuurbegroting in zijn geheel, betekende dat naar alle waarschijnlijkheid ook een financiële meevaller gezien de extra Vlaamse middelen die met deze hertekening zouden komen. Nu blijkt dat het Antwerpse M HKA zou toch zijn status als museum behoudt, en dus zijn collectie.
- Wat betekent deze aanpassing van het plan voor het SMAK, zowel op financieel vlak, als voor het oorspronkelijke plan omtrent het overnemen van de collectie?
- Wat is de laatste stand van zaken met betrekking tot de opstart en het verloop van de onderhandelingen hierover?
Dankjewel raadslid Steendam voor deze vraag en om opnieuw aandacht te vragen voor dit belangrijke dossier.
Zoals u aangeeft, heeft minister Gennez recent enkele bijsturingen gedaan aan het Vlaamse museumplan. Die wijzigingen hebben vooral betrekking op de situatie in Antwerpen, ze veranderen niets aan de kern voor Gent: het S.M.A.K. wordt een Vlaamse Instelling, zoals eerder beslist, met een transitie die blijft voorzien voor 2028. Ook het financieel engagement als gevolg van deze beslissing blijft ongewijzigd. Voor deze beslissing voelen we veel draagvlak, zowel binnen Gent, wat logisch is, maar ook buiten Gent. Er wordt in elk geval ook uitgekeken naar de manier waarop Gent dit grootstedelijk zal aanpakken. Dat is nu al duidelijk.
De betrokken musea werken de komende maanden samen aan een gedeelde toekomst voor het Vlaamse museale landschap. Die visienota, die tegen juni 2026 klaar moet zijn, zal focussen op samenwerking, publiekswerking, collectiebeheer en -onderzoek, goed bestuur, hedendaags artistiek en zakelijk leiderschap en internationale uitstraling. Patrick Allegaert wordt aangesteld om de Vlaamse musea in dit proces te begeleiden.
Wat de collecties betreft, is het belangrijk om opnieuw te benadrukken dat museale collecties nooit automatisch overdraagbaar zijn. Zowel bij M HKA als bij het S.M.A.K. is er sprake van:
werken van de Vlaamse Gemeenschap
werken die eigendom zijn van de Stad Gent of Antwerpen.
werken in handen van de musea zelf
langdurige bruiklenen van verzamelaars, kunstenaars en vriendenverenigingen
Een eventuele herverdeling of herorganisatie van collectieonderdelen kan dus alleen via grondig, inhoudelijk overleg tussen de betrokken musea. Dat overleg is lopende.
Dat was zo in het initiële plan, en dat is vandaag nog steeds zo.
Nu de Vlaamse Regering haar beslissing formeel heeft herbevestigd, worden de gesprekken met Vlaanderen verdergezet . Die onderhandelingen gaan over:
Collectie en inhoudelijke afstemming
Gebouw en infrastructuur
Personeel en governance Ik maak van de gelegenheid gebruik om nog eens te benadrukken dat we deze oefening met de grootste zorg voor het personeel zullen doen. Belangrijk engagement van Vlaanderen daarbij is dat alle personeel aan boord zal blijven.
De werkgroepen tussen de Stad, het departement Cultuur, AGB Kunsten en Erfgoed en het S.M.A.K. zijn hervat. We hebben ook een transitiecoördinator aangesteld om dit zorgvuldig te beheren.
Collega, dit moment is voor Gent veel meer dan een institutionele stap.
De transitie van het S.M.A.K. is een strategische hefboom voor ons stedelijk cultuurbeleid.
De samenwerking met Vlaanderen moet leiden tot een sterk inhoudelijk plan dat:
het S.M.A.K. klaarstoomt voor zijn Vlaamse rol,
samenwerking met de Gentse musea en cultuurspelers versterkt
samenwerking met andere domeinen zoals (creatieve) economie, onderwijs, welzijn, toerisme... verder uitbouwt
Actuele en Hedendaagse kunst tastbaar maakt voor zoveel mogelijk Gentenaars, van het museumkwartier tot diep in de wijken en deelgemeenten
Het is mijn ambitie om dit zoveel mogelijk samen met de sector vorm te geven. Daarbij zullen we ongetwijfeld ook de vruchten kunnen plukken van al het degelijk en gedragen werk dat de voorbije jaren geleverd werd in aanloop naar Gent 2030. De kennis en voorbereiding van dit traject is van onschatbare waarde en kunnen we meenemen in de ambitieuze oefening die we nu aanvatten.
Samen met S.M.A.K., de andere musea, de Cultuurdienst en het brede cultuurveld zetten we Gent nog veel sterker op de kaart als cultuurstad, en als dé stad voor hedendaagse en actuele kunst in het bijzonder.
Dat zal voor mij pas geslaagd zijn als we dat niet alleen in onze musea zelf, maar tot in het hart van onze wijken en deelgemeenten, tastbaar maken. Jullie weten dat het mijn diepe overtuiging is dat cultuur van en voor elke Gentenaar is. Ik zal deze Vlaamse erkenning dus ook aangrijpen als een kans om dat verder waar te maken. Dat sluit ook naadloos aan bij de doelstelling van minister Gennez.
Want Collega’s, laat me afronden met een punt dat we soms uit het oog verliezen in het debat van de voorbije maanden: het oorspronkelijke doel van het museumplan was – en blijft – om de fantastische collecties van onze Vlaamse musea veel meer zichtbaar te maken voor een veel breder publiek.
Vandaag is nog altijd:
te veel topcollectie niet te zien,
te weinig afgestemd tussen musea,
en niet altijd voldoende gecoördineerd in beheer en presentatie.
De Vlaamse hervorming wil precies daarin verandering brengen: meer tonen, beter samenwerken, sterker spreiden en internationaal profileren.
Dat is ook exact de rol die het S.M.A.K. binnen het museumlandschap opneemt!
En dat is ook exact de rol die ik voor het stedelijk cultuurbeleid weggelegd zie: onze instellingen ondersteunen om internationaal hogere toppen te scheren en dat steeds doen met beide voeten stevig op Gentse grond.
di 10/02/2026 - 15:13Ik ontving laatst een aantal klachten uit Wondelgem, meer bepaald van bewoners uit de Schoenerstraat en de omliggende straten, omtrent hun PMD-ophaling. De bewoners daar geven aan dat ze pas op 3 februari ’26 hun eerste PMD-ophaling gehad hebben. Gedurende heel januari stapelden de PMD-zakken in het straatbeeld zich op.
De inwoners in kwestie namen ook steeds contact op met IVAGO en elke keer werd er een reden gegeven voor de niet-ophaling (vb. stakingsdagen, het weer, onvoldoende personeel, …). Maar er werd tevens steeds gemeld door de diensten dat een inhaalronde zou volgen. Deze kwam er tot gisteren niet. De inwoners hekelen de gebrekkige en onduidelijke communicatie van IVAGO.
Ook in de pers lazen we recent hoe frustrerend deze laatste maand was voor de Gentenaars, wat betreft de afvalophaling. De schepen erkende ook de communicatieproblemen en gaf zelf aan dat heldere communicatie heel wat frustratie zou kunnen weghalen.
Daarom onderstaande vragen;
Ik heb het al op verschillende momenten gezegd: januari was geen voorbeeld van een vlotte ophaling. Door een samenloop van omstandigheden – onder andere de stakingen, die bovenop het winterweer kwamen – was verstoring helaas onvermijdelijk. Stakingen zijn er nu eenmaal op gericht om impact en overlast te creëren, en dat hebben we gevoeld.
Het kost tijd om zo’n situatie recht te trekken, zeker wanneer de vaste dienstverlening tegelijkertijd moet blijven draaien. Ondertussen verlopen de rondes opnieuw normaal, en waar het mogelijk was, hebben de ploegen tussentijds extra ophalingen uitgevoerd.
Ook over de communicatie hebben we eerder al gesproken. Die moet beter, duidelijker en consistenter. Daarom zal communicatie een duidelijke plaats krijgen in het intern beleidsplan van IVAGO voor de komende jaren.
Intussen zijn er al een aantal vaststellingen waarmee IVAGO aan de slag gaat:
De samenwerking tussen de operationele diensten en de backoffice kan sterker. Externe communicatie kan pas helder zijn als operationele problemen snel en gestructureerd worden doorgegeven.
De systemen die de rondes beheren en monitoren, zijn cruciaal. Hoe meer die systemen automatisch en ‘live’ opvolgen – zonder afhankelijk te zijn van meldingen door de ploegen – hoe sneller problemen kunnen worden opgemerkt en aangepakt. Deze systemen zijn aan vernieuwing toe en worden momenteel herontwikkeld.
We werken aan een intern plan waarin onder andere vastligt:
Vandaag is communicatie op straat- of rondevlak nog niet mogelijk. Maar op langere termijn willen we daar naartoe, ondersteund door data uit de vernieuwde IT-systemen. In een ideale situatie kunnen we via apps en AI-platformen zelfs één-op-één met burgers communiceren over hun straat.
Ondertussen kan de website al fungeren als primaire bron voor actuele operationele info. We denken daarbij aan een aparte pagina waar per zone of straat alle informatie over rondes en afwijkingen gebundeld wordt. Bij grote verstoringen kunnen we dat extra zichtbaar maken via banners, meldingen en communicatie via pers en sociale media.
De RecycleApp is vandaag het belangrijkste directe kanaal naar de burger, omdat iedereen zich registreert op basis van adres. IVAGO wil die app nog actiever inzetten, onder meer via gerichte pushberichten.
Daarnaast volgen we ook de Vlaamse MijnBurger-app (en MijnGent voor de lokale variant) op. Die biedt nu al toegang tot de afvalkalender en meldingen zoals sluikstort. IVAGO bekijkt de verdere mogelijkheden van deze app in samenwerking met de stadsdiensten.
ma 09/02/2026 - 21:28De vzw School van Toen zal het pand in Klein Raamhof op middellange termijn (normaliter 2028) moeten verlaten. De vzw heeft een mooie collectie in beheer, die ontstond uit het schoolerfgoed van het Gentse stedelijk onderwijsnet en later aangevuld werd met talloze schenkingen, onder meer van de UGent en het Gemeenschapsonderwijs.
De collectie bestaat uit archiefdocumenten maar ook uit andere stukken: schoolmateriaal, PMS-toestellen, handwerken, memorabilia, rekwisieten... Twee derde daarvan is al gepubliceerd op Erfgoedinzicht.
De vzw 'De Vrienden van de School van Toen' zoekt een ander onderkomen voor de collectie maar wil zelf graag eigenaar blijven.
Welke stappen plant de schepen te ondernemen om de collectie van de School van Toen voor 2028 een nieuwe thuis te geven?
Is er recent nog overleg gehouden met de vzw over een oplossing voor hun collectie? Zo ja, wat is de stand van zaken?
Welke pistes worden onderzocht: is het een optie om de collectie onder te brengen in het Archief Gent? Of hoort ze thuis in een museumcollectie?
Dankjewel collega voor deze vraag.
Laat me graag beginnen met te benadrukken hoeveel waardering wij hebben voor de werking van de School van Toen en de inzet van de vrijwilligers. Wie ooit binnenstapte in het gebouw aan het Klein Raamhof weet hoe bijzonder deze plek is: een teletijdmachine die je mee terugneemt naar het klaslokaal van honderd jaar geleden. Een schatkamer van wandplaten, oude schriften, schoolbanken, foto’s, didactisch materiaal en objecten die vertellen hoe onderwijs en opvoeding er vroeger uitzagen. Het is erfgoed dat door generaties Gentenaars gekoesterd wordt, en door honderden leerlingen die er jaarlijks op bezoek komen.
Zoals intussen bekend is, stopt de werking zoals we die vandaag kennen in 2028. De School van Toen heeft in december van onze dienst Facilitair Management de officiële melding gekregen dat het gebouw vanaf 2028 te koop zal worden aangeboden. Tot dan kunnen zij hun werking verderzetten op dezelfde locatie. Onze grootste zorg is dan ook om een duurzame toekomst te verzekeren voor de collectie én het archief.
Er is de voorbije weken opnieuw constructief overleg geweest met de vzw, zowel via AGB Kunsten & Erfgoed, via de Erfgoedcel, als vanuit ons kabinet. Het doel is om samen te zoeken naar formules waarbij het beheer, de bewaring en de toegankelijkheid voor het publiek gegarandeerd blijven.
Vandaag worden verschillende pistes onderzocht. Binnen AGB Kunsten & Erfgoed lopen er gesprekken met het Industriemuseum en het Huis van Alijn, die allebei in januari hebben plaatsgevonden. Daarnaast bekijken we ook of een deel van de collectie kan aansluiten bij het Huis van Kina, gezien de sterke inhoudelijke link met pedagogisch erfgoed. Dit zijn logische pistes omdat het merendeel van de collectie niet enkel uit archief bestaat, maar uit museale objecten.
We zijn dus volop in gesprek met de School van Toen, en we zullen met de grootste zorg en in samenwerking bekijken wat de beste oplossingen zijn — zowel voor het beheer van de collectie als voor het archief. Het is de bedoeling van de stad om deze waardevolle verzameling te borgen, en om het jarenlange werk van de vrijwilligers levend te houden en te blijven ontsluiten voor toekomstige generaties.
Collega, dit is erfgoed dat veel verder gaat dan nostalgie. Het is een belangrijke spiegel van onze onderwijsgeschiedenis, van sociale evoluties en van de manier waarop kinderen in onze stad leefden en leerden. We gaan hier als stad onze verantwoordelijkheid in nemen, stap voor stap, en we blijven actief meewerken aan een duurzame oplossing tegen 2028.
di 10/02/2026 - 15:08