Gent is, net als andere Europese steden, verplicht een geluidsactieplan op te stellen op basis van een geluidskaart, met als doel om omgevingslawaai te verminderen en tijdelijke pieken weg te werken. In dat kader kondigde de stad 55 maatregelen aan voor de komende vijf jaar. Daarbij wordt onder meer verwezen naar minder lawaaierige toeristenboten, bijkomende aandacht voor geluidswering bij bouwprojecten en overleg met de horeca- en evenementensector. Ook wordt gerekend op samenwerking met De Lijn, de NMBS en Vlaanderen.
Wat mij in het bijzonder interesseert, is hoe de stad binnen dit geluidsactieplan omgaat met horeca, nightlife en evenementen. In dat verband werd de Proeftuin Geluid opgestart, een overlegplatform tussen stadsdiensten, horeca-uitbaters en organisatoren, met als doel om preventief te werken, mogelijke problemen vooraf in te schatten en de leefbaarheid te bewaken via dialoog. Die insteek lijkt mij op zich een goede ingesteldheid.
Tegelijk tonen zowel objectieve cijfers als klachtenstatistieken aan dat geluidshinder door horeca en evenementen relatief beperkt is. Uit het onderzoek De Oorzaak van de Universiteit Antwerpen blijkt dat verkeer en bouw- en wegenwerken veruit de grootste bronnen van geluidshinder zijn. Slechts 5,7% van de respondenten geeft aan hinder te ondervinden van muziek uit horeca, en 4,9% van muziekfestivals.
Ook uit het antwoord op mijn eerdere schriftelijke vraag blijkt dat in 2025 slechts 139 personen klacht indienden over horeca, muziek of festivals, wat overeenkomt met ongeveer 0,05% van de Gentse bevolking.
Kan u een stand van zaken geven over het verloop van de Proeftuin Geluid? Hoe verloopt de samenwerking hierin met de horeca-, nightlife- en culturele sector?
Hoe zal de stad vermijden dat Gent strengere of afwijkende maatregelen invoert dan het Vlaamse kader, om zo een gelijk speelveld te behouden voor onze Gentse ondernemers?
Hoe garandeert u dat horeca-uitbaters, organisatoren, muzikanten en dj’s hun activiteiten en beroep op een werkbare manier kunnen blijven uitoefenen?
Naar aanleiding van mijn schriftelijke vraag en de cijfers over klachten van de voorbije 3 jaar pols ik graag naar uw visie omtrent de ‘macht van de klacht’? Wanneer is een klacht terecht en moet die gehandhaafd worden? Hoe kijkt u naar het evenwicht tussen beleving en leefbaarheid? Hoe leefbaar is een stad als die niet meer bruist?
Vindt u het fair dat organisaties zoals muziekcafés of horecazaken enorme kosten moeten dragen om geluidsoverlast tegen te gaan wanneer optredens indoor en vóór 22 uur plaatsvinden?
In het bestuursakkoord wordt het “agent of change”-principe opgenomen. Wie zich het laatst vestigt, staat in voor de beheersing van geluidsoverlast. Hoe staat u hier tegenover?
Gaat u hierover in overleg met schepen Vandenbroucke (Evenementen / Gentse Feesten) en schepen Bracke (Nightlife Council)?
Wat betreft je eerste twee deelvragen omtrent het geluidsactieplan. Dit betreft een actieplan dat we stadsbreed opgemaakt hebben in samenwerking met verschillende stadsdiensten. De diensten hebben veel contacten met de relevante Gentse actoren. Het geluidsactieplan is een 5-jaarlijkse Europese verplichting, en valt binnen de bevoegdheid van meerdere schepenen. We bouwen verder op een constant overleg tussen en met de diensten en de verschillende sectoren. Het participatieve traject behelst een openbaar onderzoek, dus opmerkingen kunnen nog steeds gemaakt worden. Op basis hiervan stellen we een overwegingsdocument op, waar we de opmerkingen aan acties koppelen. Maar u weet ook dat de participatie verder gaat, zoals blijkt uit de proeftuin geluid.
Die proeftuin geluid is een voorbeeld van hoe de stad in dit dossier staat. We willen zoveel als mogelijk mogelijk maken, maar met zo min mogelijk overlast. Dit vergt een hoog professioneel niveau, zowel bij de stadsdiensten als bij de sector. De professionalisering is een van de te weinig belichte elementen. Ik betreur het dat men wil laten doorschemeren dat de sector aan de ene kant zou staan en de stad aan de andere kant. Maar de realiteit werkt niet zo. Je hebt bewoners, je hebt muzikanten, je hebt organistoren, je hebt de stadsdiensten, … . Zowel van de organistoren als van de stadsdiensten mag een hoge graad van professionaliteit verwacht worden. Met de proeftuin bouwen we dus verder op die toegenomen professionaliteit. Ik noem hierbij graag een goed voorbeeld, nl. The Full Circle vorig jaar, met evenementen op vele verschillende plaatsen. Hierbij hebben sommige plaatsen een permanente vergunning. Maar andere locaties hadden deze niet, zoals Gent Dampoort. U weet ook dat dit gebouw niet de beste akoestische locatie heeft. Maar omdat de organisatie zo professioneel was, en hun opstelling geoptimaliseerd heeft, heeft de buurt er amper hinder van ondervonden. Het is dus perfect mogelijk feesten en nachtrust te combineren. Ik wil met de proeftuin verder de geluidsvergunningsvoorwaarden onderzoeken, rekening houdende met spreiding in tijd en ruimte.
Elke drie maanden vindt er een night life council plaats. Dit is een overleg tussen de diensten en de sector. Ik heb daar de randvoorwaarden van het proeftuinkader besproken. Ook onze diensten hebben al proactief de mogelijkheden voorgesteld aan de organisatoren.
Als schepen bevoegd voor geluidsnormen, vind ik dat discussies zich te veel focussen op geluidsnormen. Voor mij gaat het evenzeer over de graad van professionaliteit, over de opstelling, over de set, over de kennis. Dit heeft minstens een even grote rol op de impact naar de omgeving toe. Ik geef even het voorbeeld van Charlotte De Witte, en haar set aan de Stadshal vorig jaar versus de Kouter dit jaar. Vorig jaar waren er 12.000 tevreden mensen. Dit jaar waren er 6.000 mensen en vond men de set te stil. Ligt het dan aan de norm? Blijkbaar niet, want de opgelegde geluidsnorm in de vergunning was identiek dezelfde.
U suggereert dat we strenger zijn dan de rest van Vlaanderen. Ik weet niet waarop dit gebaseerd is. Het is niet zo dat we heiliger zijn dan de paus, zoals polemisten beweren. Steden zoals Mechelen hebben gelijkaardige kaders als Gent. Andere steden zoals Antwerpen en Kortrijk houden meer de handen tegen de borst, niet vrij beschikbaar. Ik weiger dan ook mee te gaan in het opzetten van de stad en de sector tegen elkaar.
Weet ook dat de impact van een lokaal bestuur soms overschat wordt. Als je kijkt naar de Vlarem wetgeving, blijkt dat we voor een behoorlijk aantal gevallen weinig impact hebben. Voor ingedeelde inrichtingen volgen we vnl. de Vlaamse wetgeving. Wanneer er uitzonderingen gevraagd worden, kunnen we wel zelf accenten toevoegen. Weet ook dat de inrichtingen met een permanente vergunning aanzienlijke investeringen gemaakt hebben. Dit doen ze om te kunnen blijven exploiteren. En we merken dat dit opbrengt en dat ze de vruchten kunnen plukken. Er zijn erg veel goede voorbeelden hiervan in Gent. Ik vind het belangrijk dat vaste organisatoren niet in de situatie komen dat zij wel die grote investeringen moeten doen, en dat toevallige organistoren zonder meer hun ding kunnen doen. Die investeringen in leefbaarheid van onze stad moeten beloond worden.
Wat betreft uw vraag omtrent de macht van de klacht, u noemt een percentage 0,05%. U zet het aantal klachten af tegen het totale aantal Gentenaren. Maar uw noemer klopt niet. De meeste evenementen hebben impact binnen een beperkte straal. Vandaar komen de meeste klachten. Je mag die 270.000 Gentenaren niet gebruiken. Ik interpreteer dit anders. Er gebeurt heel veel, en de Gentenaren zijn erg tolerant met slechts 139 klachten. Als ik er andere cijfers bijhaal, het geluidsonderzoek De Oorzaak, blijkt dat 5,7% van de respondenten last heeft van geluid afkomstig van horeca. Dit gaat over meer dan 15.000 Gentenaren. Weet ook dat we met een rechtssysteem zitten. We hebben regels die ontworpen worden door het Vlaams Parlement. Als iemand die regels overtreedt, moet de dader ervoor opdraaien. Vergelijk het met een bouwovertreding. Of er nu 1 of 100 klachten wijzen op een bouwovertreding. Als die overtreding vastgesteld wordt, moet de dader ervoor opdraaien. Als het gaat over klachten, moet je die serieus nemen. Ik lees even een melding voor die ik via ontvangen heb naar aanleiding van een evenement afgelopen weekend in Flanders Expo:
“We hebben zowel vrijdag als zaterdagnacht mega afgezien.. het was ECHT vreselijk! Die trillingen van die bassen (echt mijn hart) waren dus voelbaar tot bij ons aan de Heuvelpoort/Citadelpark.. Vannacht was ik het om 4u zoooo beu dat ik weer niet kon slapen en voor de eerste keer in mijn leven naar de politie heb gebeld. Ik dacht dat er ergens een kotfeest bezig was maar we vonden niet van waar het kwam en de politie meteen "ahja dat is door CDW en we hebben al enorm veel klachten gehad maar we kunnen er niets aan doen want is vergund maar het is de laatste nacht..". Dit even terzijde dus, ik heb dus niet veel kunnen slapen dit weekend.. Zooo blij dat het voorbij is! Echt zot dat dit tot hier en BP/Ekkergem reikte.”
Ik vind dus dat we klachten serieus moeten nemen. Maar je hoort me niet zeggen dat we die levendigheid niet moeten bewaren. Het draait voor mij rond evenwicht. Bewoners hebben ook recht op rust. Denk maar aan alle mensen die vroeg moeten opstaan, arbeiders, bakkers, kassierster Deborah, … maar ook aan onze kinderen en onze studerende jongeren. We moeten die balans dus bewaken.
Weet ook dat Gent bruist, we hebben meer dan 200 geluidsafwijkingen uitgereikt afgelopen jaar. Dit bovenop de 133 vaste vergunningen. Dit toont duidelijk dat we veel te doen hebben in onze stad.
Wat betreft je vraag of ik dat fair vind. Ik vind het moeilijk een moreel oordeel te vellen over iets wat geregeld is in Vlaamse wetgeving. Ik vind het fair dat permanente inrichtingen moeten investeren in akoestische maatregelen. Nu, het betreft voornamelijk Vlaamse regels. Als er een antwoord moet komen op deze vraag, moet dit komen vanuit Vlaanderen. We moeten maken dat er veel mogelijk is, maar ook dat de leefkwaliteit bewaakt wordt. De kritiek die u uit, is vooral gericht op Vlaamse wetgeving.
Wat betreft de vraag ivm agent of change, hier is de wetgeving niet opgericht. Die agent of change is voornamelijk gelinkt aan stedenbouw.
En tot slot, wat uw laatste vraag betreft, uiteraard wil ik in overleg met mijn collega schepenen Vandenbroucke en Bracke.
do 12/02/2026 - 15:52