Mevrouw de schepen,
Enkele weken geleden zag ik hoe u samen met onder andere Vlaams minister De Ridder trots de eerste spadesteek gaf voor de bouw van het nieuwe hoogspanningsstation Baekeland.
Dit station zal ons elektriciteitsnet voorzien van de broodnodige extra capaciteit. Een vraag die al langer leefde bij bedrijven in en rond onze Gentse haven.
Dankzij deze investering geven we energie-intensieve bedrijven toegang tot meer volumes elektriciteit en krijgen Gentse havenbedrijven ook een betere aansluiting op groene stroom uit de Noordzee.
Ik juich het enorm toe dat Gent, Vlaanderen en North Sea Port samen aan de kar trekken voor de verduurzaming van onze industrie. Door zo de huidige problemen rond netcongestie en wachtrijen voor aansluitingen aan te pakken, geven we een boost aan de hele industrie in de omgeving.
Ik stel u dus graag volgende vragen:
1. Hoe beoordeelt u het strategisch belang van het hoogspanningsstation Baekeland voor de toekomstige ontwikkeling van North Sea Port en de Gentse economie in het algemeen?
2. Verwacht u, naast de bedeling aan de al bestaande grote spelers in de omgeving, dankzij dit project ook nieuwe spelers in de haven aan te trekken?
3. Welke verdere mogelijkheden voor onze stad ziet u als schepen om optimaal gebruik te maken van deze grootschalige investering in het havengebied?
Het nieuwe hoogspanningsstation Baekeland is van cruciaal strategisch belang, zowel voor de omgeving North Sea Port als voor de Gentse economie.
Met de investering van Elia van 400 miljoen euro wordt Baekeland een echt sleutelknooppunt in het Belgische elektriciteitsnet. Er komt een nieuw 380 kV-hoogspanningsstation en de capaciteit van het 150 kV-net stijgt met 40%. Concreet betekent dat meer zekerheid, meer capaciteit en meer flexibiliteit om onze industrie te ondersteunen in haar noodzakelijke elektrificatie en decarbonisatie.
Toegang tot voldoende, betrouwbare en betaalbare elektriciteit is vandaag een doorslaggevende vestigingsfactor. De vraag naar stroom blijft stijgen, terwijl we in Vlaanderen steeds vaker horen dat bedrijven geen aansluiting meer krijgen omdat het net vol zit. Dat zijn ondernemingen die willen investeren, die willen groeien en verduurzamen, maar die letterlijk tegen de limieten van het net botsen. Als we die bottleneck niet wegwerken, riskeren we dat investeringen stilvallen en jobs verloren gaan.
Dankzij deze infrastructuur krijgt onze haven en de omliggende industrie toegang tot grotere volumes elektriciteit, rechtstreeks verbonden met de stroom die wordt opgewekt in de Noordzee.
Dit is letterlijk de verbinding tussen de duurzame energieproductie en onze industriële toekomst.
Een eerste concreet voorbeeld is er al: staalproducent ArcelorMittal, een van onze grootste werkgevers, heeft zopas een contract met Elia ondertekend om vanaf 2030 rechtstreeks aan te sluiten op het net. Dat is essentieel om hun ovens elektrisch te kunnen uitbaten en zo de CO₂-uitstoot drastisch te verminderen.
Het perfecte voorbeeld om aan te tonen hoe belangrijk Baekeland is voor de competitiviteit én de duurzaamheid van onze industrie.
Voor de stad is dit een duidelijk hefboomproject. Het laat ons toe de haven verder te ontwikkelen als een centrum voor duurzame industrie en tegelijk de energietransitie te realiseren. Het project versterkt de zekerheid van de energievoorziening niet alleen voor bedrijven, maar ook voor onze inwoners. Ook bij hen blijft de vraag naar elektriciteit stijgen, onder meer door het gebruik van elektrische wagens, warmtepompen, enz.
Met Baekeland zetten we Gent en North Sea Port stevig op de kaart als een sterk industrieel en energetisch knooppunt, op een manier die toekomstbestendig is.
do 12/02/2026 - 19:43In de stad Leuven werd recent beslist om zogenaamde ‘terrasnagels’ te plaatsen in het straatbeeld om de grenzen van vergunde horecaterrassen duidelijk aan te duiden. Op die manier wordt zichtbaar tot waar tafels, stoelen en andere terraselementen mogen reiken.
Deze maatregel dient niet alleen om discussies te vermijden, maar ook om de handhaving te vergemakkelijken en de toegankelijkheid te garanderen. Om te weten hoe we in Gent omgaan met de handhaving en afbakening van vergunde terrassen, heb ik volgende vragen:
Heeft stad Gent reeds onderzoek gedaan of plaatsen van fysieke markeringen, zoals terrasnagels of gelijkaardige systemen, een meerwaarde kunnen zijn voor de handhaving van vergunde terrassen?
a. Zo ja, wat waren de resultaten hiervan?
b. Zo nee, is de stad bereid om dit te onderzoeken?
Welke maatregelen gebruikt de stad Gent momenteel om grenzen van terrassen duidelijk zichtbaar te maken en hoe gebeurt de controle hierop?
Ik heb aan collega Baert al in een schriftelijk vraag laten weten dat ik de dienst vorig jaar al de opdracht heb gegeven om te onderzoeken hoe we terrasafbakeningen visueel zichtbaar kunnen maken op de grond. Zo is het zowel voor uitbaters, personeel, klanten als handhavers veel sneller zichtbaar wanneer een terras buiten zijn vergunde zone staat.
We hebben in deze stad een tiental jaar meetpuntnagels gebruikt als fysieke afbakening van terrasvergunningen. De toenmalige Dienst Administratie ging elk nieuw vergund terras markeren met tijdelijke fluor verf. De Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen plaatste vervolgens de nagels. Rond 2023 werd deze praktijk minder en minder toegepast door de werklast en uiteindelijk datzelfde jaar definitief afgeschaft.
Momenteel worden alle nieuwe terrassen na afleveren vergunning gemarkeerd met tijdelijke wegmarkeringsverf die maximum 6 maanden zichtbaar blijft. In de praktijk is dat vaak minder lang, soms door toedoen van derden. Tenzij een uitbater hardnekkig blijft overtredingen begaan wordt deze markering ook niet opnieuw uitgevoerd.
Voor controles heeft onze dienst deze markering niet noodzakelijk nodig. Zij beschikken uiteraard over een exacte tekening. Voor de politie is het wel moeilijker om controles uit te voeren zonder markering.
U hoort mij al aankomen, collega Naeyaert. Ik kan u vanavond in primeur meegeven dat we onze terrassen opnieuw met nagels gaan afbakenen. Ons onderzoek wees uit dat het esthetisch en praktisch de beste oplossing is om terrasafbakeningen permanent zichtbaar te maken voor uitbaters, personeel, klanten en handhavers. Terrassen zijn een absolute economische en sociale meerwaarde voor onze stad, maar ik zie te vaak dat de vergunning niet wordt gerespecteerd en daar gaan we strenger op toezien. Terrasnagels zullen een deel van de oplossing zijn, ook sensibilisering en een effectieve handhaving wil ik verder uitbouwen.
Er wordt nog gekeken welke nagels we het best gebruiken en hoe we dit in de praktijk gaan uitrollen dus ik kan nog geen timing meegeven, maar binnen onafzienbare tijd zullen terrasnagels opnieuw hun intrede doen in onze stad.
do 12/02/2026 - 19:13Sinds september 2024 zijn er wegenwerken aan de Braemkasteelstraat en omgeving, met momenteel de laatste fase aan de Emanuel Hielstraat en het Gentbruggeplein. De werken lopen minstens tot eind april en kenden in het verleden al meerdere vertragingen.
Hoewel de handelszaken bereikbaar blijven, vrezen zij voor klantenverlies door de langdurige werfsituatie. Negen handelaars uit de buurt nemen daarom zelf het initiatief om klanten te blijven aantrekken via een gezamenlijke spaarkaartactie. Deze actie onderstreept dat de economische druk groot is. Bovendien kwamen niet alle betrokken handelaars in aanmerking voor een hinderpremie, onder meer door de afbakening van de werfzone.
Om te bekijken wat de stad kan doen voor de handelaars, heb ik volgende vragen:
Welke ondersteuning is vandaag mogelijk voor handelaars die hinder ondervinden, maar geen hinderpremie ontvingen?
Ziet de schepen mogelijkheden voor bijkomende maatregelen, zoals financiële ondersteuning, promotionele acties of extra omkadering via de dienst Economie?
Zoals u wellicht weet heeft de Vlaamse regering beslist om sinds 1 januari van dit jaar de forfaitaire hinderpremie van €2.000 af te schaffen. Een Vlaamse sluitingspremie bestaat wel nog steeds. Die is aan te vragen onder specifieke voorwaarden.
Eerst en vooral moet er ernstige hinder door wegenwerken zijn, dit wil zeggen dat:
-De rijbaan geheel of gedeeltelijk afgesloten wordt;
-De werken een oppervlakte hebben van meer dan 50 m2;
-De werken minstens 30 opeenvolgende dagen duren.
De sluitingspremie is er specifiek voor kleine ondernemingen en richt zich voornamelijk op de detailhandel, de horeca en diensten waarbij ter plaatse een persoonlijk en direct klantencontact is. Deze zaken mogen maximum 9 werknemers in dienst hebben en moeten vaste openingsuren hebben.
De sluitingspremie bedraagt € 80 per sluitingsdag. Hiervoor moet de zaak minstens 21 opeenvolgende kalenderdagen sluiten. De premie kan meerdere keren aangevraagd worden per periode van 30 dagen.
Het wegvallen van de Vlaamse hinderpremie kan financieel niet opgevangen worden door Stad Gent. Dat is een lijn die we steeds gevolgd hebben. We kunnen onmogelijk elke handelaar compenseren voor wegenwerken, maar via Travak proberen we bij werken met een heel grote impact acties te voorzien die de handelaars extra in de kijker zetten. De duur van de werken (3 ipv 6 maanden) en het aantal handelaars (minder dan 15 handelaars) zorgt er in dit geval echter voor dat zij hier buiten vallen.
De handelaars hebben geen steun gevraagd bij Puur Gent, maar na hun communicatie in de pers heeft Puur Gent contact met hen opgenomen en is door het Dagelijks Bestuur eergisteren beslist om hun retroactief een subsidie ondersteuning handelsiniatieven toe te kennen voor al hun kosten (1.900 EU). Dit reglement wordt momenteel herzien en één van de aanpassingen is dat handelaars 100% van hun handelsiniatief kosten kunnen terugkrijgen als ze getroffen worden door wegenwerken, tov 60% bij een standaard handelsiniatief.
Ook zal PuurGent de handelaars op en rond het Gentbruggeplein extra in de kijker zetten op social media. Zo zal een influencer binnenkort content maken over de handelaars, zeker over die gelegen in de werfzone. Content die zal gedeeld worden via de kanalen van PuurGent, met een groot bereik (25.000 volgers op Facebook en 23.000 op Instagram).
do 12/02/2026 - 19:22In december 2025 heeft de Europese Commissie haar plan voor betaalbare huisvesting bekendgemaakt, dat nieuwe financieringsmogelijkheden en -instrumenten biedt om woningtekorten doeltreffender aan te pakken. Het plan zou lokale en regionale overheden ondersteunen bij het uitwerken van oplossingen voor een belangrijke uitdaging waar we overal in Europa mee worstelen: toegang garanderen tot betaalbare, duurzame en goede woningen. Bedoeling van het plan is om investeringen aan te jagen via een nieuw pan-Europees platform. Dat zou al in 2026 van start gaan.
Dank u wel voor uw vraag raadslid Van Acker,
De Europese Commissie keurde in december 2025 het Europees Plan voor Betaalbare Huisvesting goed. Dit plan bevat strategieën voor betaalbaarheid, renovatie en vermindering van administratieve barrières.
Het plan richt zich op het aanpakken van de structurele woningcrisis in Europa. Het plan bevestigt wonen als een grondrecht en focust op het vergroten van het aanbod, het mobiliseren van investeringen en het beschermen van kwetsbare groepen.
Het staat zeker op de radar van de Dienst Wonen, meer zelfs, we willen er actief mee aan de slag om meer budgetten naar Gent te halen. Er is al jaren een nauwe band met Europa via verschillende Europese programma’s waar we aan deelnamen (UIA, URBACT) want dit sluit absoluut aan bij de noden en doelstellingen van de Stad Gent. Dus gaan we ook met dit Plan voor Betaalbare Huisvesting aan de slag.
De Europese Unie heeft de huisvestingscrisis aangemerkt als een urgente prioriteit, dit heeft geleid tot een reeks initiatieven, waaronder de aankondiging van de allereerste EU-top over huisvesting, later dit jaar. Deze top en de bijbehorende beleidsplannen richten zich op het betaalbaar maken van woningen, die voor veel Europeanen onbereikbaar zijn geworden.
Ik kijk dit met veel optimisme tegemoet. Eind vorig jaar mocht ik nog samen met de Mayors for Housing een overleg in Brussel bijwonen om een lans te breken voor betaalbaar wonen. Ik merkte daar dat men de verschillende problematieken die spelen rond de wooncrisis in Europa ernstig neemt. De wooncrisis is dus niet alleen in Gent, bijzonder veel Europese steden ervaren dezelfde problemen. Het is daarom belangrijk dat we in Europa de krachten bundelen.
De Stad Gent is lid van het Europees Platform ter bestrijding van dakloosheid (EPOCH), als gevolg van het URBACT ROOF project dat liep van 2019 tot 2022 over het beëindigen van dakloosheid via huisvesting tegen 2040. Deze werkgroep wordt getrokken door de Europese Commissie (EC) en Council for Europe Bank (CEB), de sociale ontwikkelingsbank voor Europa.
In april 2024 ondertekende de Stad Gent, samen met een 35-tal andere Europese steden, de ‘Housing for All-act’, een oproep naar de Europese Commissie om prioriteit te geven aan betaalbaar en kwalitatief wonen.
Tegelijk werd in 2024 een nota van de Stad Gent (dienst Wonen in samenwerking met POOW-cel van het OCMW en Thuispunt Gent) met Europese funding noden om dakloosheid te beëindigen via huisvesting zeer goed onthaald bij de Europese Commissie en de Council for Europe Bank.
De Europese Commissie en het CEB hebben heel wat fundingsopties:
En nu is het dus het plan voor betaalbare huisvesting waar men dus nog meer wil realiseren. Men wil in het derde kwartaal van 2026 komen met een initiatief om de toegang tot die financieringsmogelijkheden te verbeteren en ook wil men weer 10 miljard euro vrijmaken voor investeringen in betaalbaar wonen.
Dat is zeer goed nieuws vvoor de steden. Wij moeten zorgen dat wij als stad die daar steeds voortrekker in geweest is, daar een pak budget binnnenhalen om meer betaalbaar wonen te voorzien.
In 2025 volgden bilaterale gesprekken met de betrokken diensten en CEB-officers. In de loop van 2026 zullen de fundingsopportuniteiten geconcretiseerd worden, dit kan zowel over leningen als over subsidies gaan.
ma 16/02/2026 - 12:09In verschillende wijken in Gent horen we signalen dat het aantal marktkramers op onze lokale markten afneemt. Bezoekers en buurtbewoners maken zich daar zorgen over. Markten zijn natuurlijk niet alleen plekken waar je boodschappen doet, maar ook belangrijke ontmoetingsplekken die zorgen voor verbondenheid en levendigheid in onze Gentse wijken.
Ik werd recent aangesproken over de markt op het Van Beverenplein. Volgens de buurtbewoners zouden daar opnieuw enkele handelaars stoppen. Ik hoor dus heel wat signalen die de indruk voeden dat het voor marktkramers steeds moeilijker actief wordt te blijven en er mee rond te komen.
– Heeft het stadsbestuur zicht op een algemene daling van het aantal marktkramers op Gentse markten, en specifiek op het Van Beverenplein?
– Welke oorzaken ziet u hiervoor? Valt dit te verklaren door bijvoorbeeld de prijs van standplaatsen, het aantal bezoekers, administratieve lasten of andere factoren?
– En hoe kijkt u vanuit uw bevoegdheid naar de toekomst van wijkmarkten, zowel als economische activiteit voor handelaars als sociale ontmoetingsplek voor bewoners?
Op de zondagsmarkt van het Van Beverenplein waren er in 2020 36 abonnementen en vorig jaar 34. Op zich is er daar dus geen sterke daling vast te stellen. Januari is wel traditioneel de maand met de laagste opkomsten van zowel marktkramers als bezoekers: veel zieken, veel marktkramers in verlof en vaak weinig uitnodigend weer. De losse plaatsen, waar marktkramers zonder abonnement kunnen opstaan, zullen dus waarschijnlijk ook minder ingevuld zijn in deze periode.
Ik zoom wel graag even uit naar marktkramers in het algemeen. Sinds 2025 zijn er geen Belgische cijfers meer beschikbaar over het aantal marktkramers. Vlaanderen schafte in 2024 de leurkaart af, het vroegere identificatiemiddel voor ambulante handel. Met de invoering van nieuwe Europese NACE codes verdween ook de aparte code voor marktkramers. Het maakt niet uit hoe je iets verkoopt maar enkel wat je verkoopt is bepalend. Daardoor wordt elke handelaar – of die nu online, in een winkel of op de markt staat – in dezelfde categorie geplaatst.
In 2024, het laatste jaar waarvan we marktkramers data hebben stopte een recordaantal Belgische marktkramers (1.045). Het ging om het hoogste aantal van de voorbije tien jaar. Er kwamen in 2024 ook 575 nieuwe marktkramers bij. Dat cijfer lag in de lijn met de voorbije jaren, maar ligt nog steeds een pak lager dan vóór corona, toen er jaarlijks 750 à 850 starters werden genoteerd.
Heel wat marktkramers die stoppen, doordat ze de pensioenleeftijd hebben bereikt, vinden geen overnemer, bijvoorbeeld omdat hun kinderen in andere jobs actief zijn. Er zijn ook de veranderende koopgewoontes van de consument, die bijvoorbeeld vaker voor een supermarkten kiezen die steeds ruimere openingsuren en -dagen hebben of thuisbezorging aanbieden. En uiteraard heeft e-commerce ook op markten een impact.
Wijkmarkten zijn wat mij betreft een zeer goed gegeven, maar dan moet dit maximaal van onderuit groeien en gedragen worden. De zaterdagmarkt in Drongen en de boerenmarkt in Mariakerke zijn daar heel goede voorbeelden van. Die zijn er gekomen op vraag van bewoners en hebben enkele sterke lokale trekkers die deze markten blijven in the picture zetten.
Een markt is ook een sociale ontmoetingsplek, maar het economisch gegeven van een markt komt eerst. Vanuit Buurtwerk zijn er in het verleden twee boerenmarkten opgericht, in Nieuw Gent en de Watersportbaan en beiden waren geen lang leven beschoren. Als marktkramers onvoldoende omzet kunnen draaien blijven ze weg en zodra er kramen verdwijnen komen er minder bezoekers wat opnieuw minder omzet betekent en resulteert in een neerwaartse spiraal.
do 12/02/2026 - 19:37In de commissie FJEWD van juni 2025 stelde ik u een vraag over de sokkel van het standbeeld van Jacob Van Artevelde op de Vrijdagmarkt. Deze sokkel wordt jammer genoeg vaak gevandaliseerd. U antwoordde toen dat er een speciale dampdoorlatende minerale verf werd gebruikt op deze sokkel omdat de beste oplossing was om schade te voorkomen aan de natuursteen.
Na het scholierenprotest in januari was Jacob jammer genoeg weer het slachtoffer van onbezonnen graffiti. Deze graffiti is inmiddels overschilderd maar is toch nog leesbaar.
Graag had ik hierover volgende vragen gesteld:
Dank u wel voor uw vraag en voor de opvolging ervan.
De sokkel van het standbeeld van Jacob Van Artevelde is uitgevoerd in natuursteen en vraagt daardoor een zeer voorzichtige aanpak.
Zoals in deze commissie vorig jaar al werd toegelicht, kan de sokkel niet worden bekleed met klassieke, afsluitende coatings zonder risico op schade of verkleuring. Daarom gebruiken we een dampdoorlatende minerale verf op silicaatbasis.
Die keuze is bewust gemaakt om te vermijden dat vervuiling diep in de natuursteen doordringt en om structurele schade op lange termijn te voorkomen.
Na vandalisme wordt de graffiti zo zorgvuldig mogelijk verwijderd en wordt de sokkel nadien opnieuw bijgewerkt met datzelfde dampopen verfsysteem. Omdat we geen afsluitende beschermlaag kunnen gebruiken, kunnen bij herhaald vandalisme lichte sporen zichtbaar blijven.
Wat bijkomende of andere maatregelen betreft, blijf ik bij wat eerder is gezegd.
De diensten hebben de markt verkend, maar er bestaat vandaag geen dampdoorlatende antigraffiti-coating waarvoor garanties kunnen worden gegeven op deze natuursteen.
Een dergelijke coating zou net schade kunnen veroorzaken, en dat willen we uiteraard vermijden.
We blijven dit dossier actief opvolgen. We zetten in op snelle signalering en zorgvuldige herstelling, en we blijven samen met de diensten evalueren of er binnen de erfgoedcontext betere oplossingen mogelijk worden.
do 12/02/2026 - 20:28Sinds begin december is de digitale balie actief voor het ondernemerspunt van Gent. Dit Vlaams gesubsidieerde project ‘Digitale Balie’ is een onderdeel van het initiatief ‘Gemeente zonder Gemeentehuis’. Ondernemers en aspirant-ondernemers kunnen nu dus ook videobellen via teams met het ondernemerspunt om een antwoord te krijgen op hun vragen zonder zich hiervoor te moeten verplaatsen naar het fysiek loket.
Graag had ik hierover volgende vragen gesteld:
Stad Gent is trekker van het Vlaams gesubsidieerde project Digitale Balie – Gemeentehuis van de Toekomst. De digitale balie is een nieuw kanaal binnen onze dienstverlening, als extra aanvulling op de bestaande kanalen en om onze dienstverlening uit te breiden, laagdrempelig en toegankelijk te houden. Het uitgangspunt van de digitale balie is het beste van twee werelden combineren om een toekomstgerichte dienstverlening aan te bieden: burgers behouden het persoonlijke contact met een medewerker zonder zich fysiek te moeten verplaatsen. De ondernemer kan dus zelf kiezen van waaruit zij/hij de afspraak volgt, nl wanneer het het beste past, van thuis uit, van op het werk, …
Het Ondersteuningspunt Ondernemers Gent (OOG) is mee ingestapt in het project als pilootdienst sinds november 2025. Met het OOG hebben we gekozen om de digitale balie flexibel in te bouwen in het loket. Vandaag kunnen ondernemers advies bekomen via een videogesprek. Op heden staat het videogesprek open voor een algemeen infogesprek starten met een onderneming – algemeen infogesprek advies ondernemen. Vandaag betreft het informatieve gesprekken. Er is nog mogelijkheid om andere onderwerpen ook open te zetten voor de digitale balie ikv verdere dienstverlening, zoals een infogesprek horeca / horeca-attest aanvragen.
Het OOG heeft in december 0 videogesprekken gehad tov 44 fysieke loketgesprekken (rekening houden met de collectieve sluiting en eindejaarsperiode). In januari hebben we 5 videogesprekken gehad tov 120 fysieke loketgesprekken.
De eerste informele reacties van de ondernemers en medewerkers zijn positief.
Vanuit het project wordt het gebruikersonderzoek uitgevoerd door Profacts. Dit gebeurt door middel van gebruikerstesten, verschillende focusgroepen en kwantitatieve gebruikersbevragingen. Specifiek voor Gent worden gebruikers die reeds een gesprek hadden via de digitale balie bevraagd over hun ervaring. Er wordt geen onderscheid gemaakt in de doelgroepen (burgers of ondernemers) bij de gebruikerstesten en evaluatie. Bovendien worden enkel gebruikers gecontacteerd die hebben aangegeven dat ze mogen bevraagd worden. De eerste representatieve resultaten worden verwacht ten vroegste in april.
do 12/02/2026 - 19:51In de commissie FJEWD van juni stelde ik u een vraag over de restauratie van het noordelijk bijgebouw van het Gravensteen. Ik vroeg toen onder andere of de subsidiedeadline van 31 juli 2026 zou gehaald worden. U antwoordde toen dat deze restauratie geïntegreerd was in het grotere project ‘Timecastle’ dat toen nog deel was van lopende onderhandelingen. Deze onderhandelingen zijn inmiddels afgelopen en er is beslist om de verregaande ingrepen, met name de lift en het paviljoen, niet uit te voeren. Er is echter nog steeds 3,6 miljoen euro voorzien om onder andere het dak en de personeelsruimtes te restaureren.
Graag had ik hierover volgende vragen gesteld:
Het klopt dat er is beslist om een aantal elementen die in het bredere project ‘Timecastle’ kaderden, niet te realiseren. Dat betekent dat dit project opnieuw uitgetekend zal worden, in deze nieuwe context. De werken die in deze legislatuur voorzien worden, vormen deels een verantwoording voor de subsidie aan het hefboomproject ‘Time Castle’. We starten dit jaar met de prioriteit, namelijk dringende restauratiewerken en het optimaliseren van personeels- en bezoekersvoorzieningen. Een concrete tijdlijn kan ik dus nog niet meegeven.
Na het aanpakken van de meest prangende zaken wordt die tijdlijn opgesteld en wordt er een prioriteit gemaakt van de restauratie van onder andere het Noordelijke Bijgebouw, herstelwerken aan de daken, en dergelijke meer. Wij dragen hier in Gent immers zorg voor ons erfgoed, door daar de prioriteit aan te geven.
En uw laatste twee vragen zijn nogal voor de hand liggend. We herzien het project, dus zullen uiteraard geen gebruik kunnen maken van de eerdere Vlaamse middelen. Als je een subsidie krijgt voor iets dat je daarna niet meer gaat doen, dan is het nogal raar om die wel te willen opstrijken. Daar is rekening mee gehouden in de herziening van het project.
Voor de Vlaamse relancesubsidie is uitstel gevraagd omdat die deadline logischerwijze ook niet gehaald kan worden.
Het Buurtcentrum Bloemekeswijk speelt al jaren een belangrijke rol in het sociaal weefsel van de buurt. Van cabaretgroepen, carnavalsgroepen, tot Belgisch-Congolese vzw’s die inzetten op vrouwen en vzw jong die er evenementen organiseert. Heel diverse organisaties, groepen en inwoners kunnen er terecht. Voor de meest uiteenlopende zaken: infoavonden, concerten, eetactiviteiten,...
Nu het pand voorkomt op de lijst van ter vervreemde panden, heerst er een grote bezorgdheid over het mogelijke verdwijnen van het buurtcentrum. Het Buurtcentrum is niet gewoon maar een “zaal", het is een laagdrempelige ontmoetingsplek en sociaal ankerpunt voor de buurt.
De bezorgde burgers kwamen te weten dat er gekeken wordt naar het Balenmagazijn als oplossing. Het aangeboden alternatief van de Balenmagazijn kan echter geen volwaardige vervanging zijn voor het buurtcentrum nu. De hogere huurprijs maakt het minder toegankelijk maar er is bijvoorbeeld ook een gebrek aan podium- en ondersteunende faciliteiten, er zijn beperkingen rond keuken- en tooggebruik. Daarnaast is de locatie ook een pak minder goed bereikbaar en toegankelijk, zeker voor minder mobiele mensen en tijdens de wintermaanden.
1. Hoe verzekeren we dat de werking van dit buurtcentrum kan worden verdergezet na een eventuele verkoop?
2. Klopt het dat er gekeken wordt naar het Balenmagazijn als alternatief? Hoe zal er dan tegemoetgekomen worden aan de bedenkingen rond en beperkingen van deze zaal ten opzichte van het huidige buurtcentrum?
3. Welke mogelijke alternatieven worden er nog bekeken om dit buurtcentrum en zijn belangrijke rol als sociaal weefsel binnen de buurt te kunnen behouden?
Dank u wel voor uw vraag.
Laat me beginnen met dit: het Buurtcentrum Bloemekeswijk is een plek waar mensen elkaar vinden, waar verenigingen geworteld zijn en waar heel wat gemeenschappen zich thuis voelen. We erkennen het sociale weefsel dat daar gegroeid is. Daarom wil ik meteen starten met duidelijk te maken dat er geen vervreemding zal plaatsvinden van het huidige pand zolang er geen volwaardige oplossing is voor een belangrijke schakel zoals het buurtcentrum.
We gaan geen sociaal ankerpunt loslaten zonder perspectief.
De Bloemenkenswijk zit vandaag in een bredere stadsvernieuwingsdynamiek. In zo'n context bekijken we ons patrimonium altijd in samenhang: waar kunnen we functies beer clusteren, waar kunnen gebouwen efficiënter ingezet worden, en vooral, hoe zorgen we dat de buurt daar sterker van wordt?
Wat het Balenmagazijn betreft: ja, dat gebouw wordt mee bekeken binnen de ruimere oefening rond wijkinfrastructuur. Maar het is vandaag geen vaststaand alternatief en zeker geen één-op-één vervanging. De opmerkingen die u aanhaalt rond kostprijs, faciliteiten, bereikbaarheid en toegankelijkheid – zijn reëel en maken deel uit van het lopende onderzoek. We willen geen oplossing op papier, maar een oplossing die in de praktijk werkt voor verenigingen en bewoners.
Daarnaast worden ook andere pistes onderzocht binnen de wijk, onder meer in samenhang met U-Connect, de plinten van Thuispunt Gent en andere bestaande buurtvoorzieningen. Het vertrekpunt hier is niet: “wat doen we met dit pand?”, maar wel: “hoe verzekeren we dat ontmoeting, cultuur en gemeenschapsvorming in de Bloemekenswijk kunnen blijven groeien?”
Dat onderzoek wordt binnenkort concreet opgestart, samen met de betrokken diensten. Ik vind het belangrijk dat ook de gebruikers en de buurt daarin gehoord worden. We kiezen voor zorgvuldigheid boven snelheid. Maar nogmaals: zonder degelijk alternatief, geen vervreemding.
do 12/02/2026 - 20:07Er zijn verschillende stadsgebouwen in deelgemeente Sint-Kruis-Winkel. Sommige zijn op de lijst te vervreemden stadsgebouwen beland, met name het voormalig LDC in Sint-Kruis-Winkeldorp 63 en de Heilig Kruiskerk op adres Sint-Kruis-Winkeldorp 67. Andere gebouwen blijven in beheer bij de Stad.
Bij de bewoners van Sint-Kruis-Winkel leven veel vragen over de herbestemming van de stadsgebouwen. Ze willen weten welke dienstverlening de Stad in hun deelgemeente blijft voorzien en waar, welke verenigingen een plek zullen krijgen...
Dank u wel voor uw vraag.
Ik begrijp ze heel goed, want in Sint-Kruis-Winkel leven vandaag inderdaad veel vragen. En dat is ook logisch: wanneer gebouwen veranderen, raakt dat niet alleen stenen, maar ook mensen, verenigingen en het dagelijkse leven in een deelgemeente.
Laat me eerst iets zeggen over de gebouwen die u aanhaalt.
Het ruimere plaatje voor Sint-Kruis-Winkel is geen verhaal van “gebouwen afstoten”, maar van heldere keuzes maken over waar we als Stad blijven investeren.
Zo is er deze legislatuur budget voorzien voor de renovatie van een gebouw dat inzet op meervoudig gebruik: ruimte voor jeugd en ontmoeting, maar ook mogelijkheden voor andere buurtfuncties. We onderzoeken momenteel hoe we in dit gebouw maximaal verschillende noden kunnen combineren — bijvoorbeeld door ook een gedeelde plek te voorzien waar Burgerzaken op bepaalde momenten kan werken, zodat we nabije dienstverlening in de deelgemeente kunnen garanderen.
Een ander gebouw, het voormalige Dorpspunt werd al in 2023 gesloten. Vandaag zien we daar kansen om het pand te herbestemmen, onder meer dankzij beschikbare Vlaamse subsidies voor kinderopvang. We staan aan het begin van gesprekken met een mogelijke uitbater. Meer kinderopvang in Sint-Kruis-Winkel zou uiteraard een heel mooie zaak zijn.
De huidige gebruikers hebben eerder al de boodschap gekregen dat zij niet structureel in dit gebouw kunnen blijven. Wat we wél doen, is hen tijdig informeren én via onze wijkregie meedenken over mogelijke alternatieven in de buurt.
En dan is er nog de Heilig-Kruiskerk. Die stond al langer op de lijst voor herinvulling. Tijdens de vorige legislatuur is er bewust ruimte gemaakt voor een tijdelijke invulling, met middelen uit het wijkbudget. Dat initiatief heeft veel losgemaakt en veel mensen samengebracht, maar tegelijk heeft de evaluatie ook duidelijk gemaakt dat een duurzame werking moeilijk blijft zolang het gebouw nog gedeeltelijk in gebruik is voor erediensten. Daarom wordt vandaag gekeken naar een vervreemding, via verkoop of een marktconforme erfpacht. Dat onderzoek gebeurt zorgvuldig, met betrokkenheid van de diensten, en met aandacht voor wat dit gebouw kan betekenen voor de buurt op langere termijn.
Kortom, we laten Sint-Kruis-Winkel niet los. Buurtgerichte infrastructuur, ruimte voor verenigingen, kinderopvang, dienstverlening vormen samen een mooi nieuw verhaal.
Verhuisbewegingen bekijken wen niet alleen technisch, maar in de eerste plaats menselijk en wijkgericht, samen met de betrokken diensten en de wijkregie. En ik blijf hierover graag in gesprek, ook met de bewoners en de verenigingen ter plaatse.
do 12/02/2026 - 20:11