Recente stelde ik een schriftelijke vraag over medische controles met betrekking tot arbeidsongeschiktheidsattesten bij personen met een (equivalent) leefloon. Wanneer over die arbeidsongeschiktheid twijfel bestaat dan kan de maatschappelijk assistent een medische controle aanvragen. Mensen met een leefloon op arbeidsactieve leeftijd en in goede gezondheid worden immers verondersteld werkbereid te zijn.
In het antwoord op mijn vraag licht de schepen toe dat er in 2024 geen controles werden verricht omdat een uitgeschreven opdracht niet gegund geraakte. In 2025 was dat uiteindelijk wel het geval, maar het oorspronkelijk voor een jaar voorziene proefproject liep slechts van september tot – zoals ik het toch begrijp – december. Momenteel wordt een nieuwe opdracht voorbereid (met een budget van 19.000 euro of maximaal 130 controles per jaar), maar voorlopig zijn er klaarblijkelijk geen nieuwe controles mogelijk. De schepen vermeldt ook dat de bestaande aanpak moet herzien worden op basis van een grondige evaluatie.
Qua cijfers vonden er tijdens de maanden september-december 2025 uiteindelijk 10 controles plaats. In 5 gevallen volgde de controlearts het advies van de behandelende arts van de leeflooncliënt, in 4 gevallen werd dit substantieel bijgesteld: 2 personen werden geacht 4/5 te kunnen werken (in plaats van halftijds), 2 andere personen werden geacht voltijds te kunnen werken mits voorwaarden. In één geval tenslotte kwam de betrokkene niet opdagen. In 50% van het – beperkte – aantal gevallen was er dus reden tot bijsturing.
Het beperkte aantal controles op zich kan misschien in verband gebracht worden met de volgende eerder afremmende passage in het ‘Kader OCMW Gent inzake medische controles arbeids(on)geschiktheid leeflooncliënten’: “We hebben budgettair een beperkt aantal medische controles die we kunnen aanvragen op jaarbasis, weeg dus zorgvuldig af of een medische controle nodig is."
1. Waarom moet de bestaande aanpak herzien worden? Wat zijn de pijnpunten? Wat zijn tot nu toe de belangrijkste inzichten van de lopende evaluatie?
2. Tegen wanneer zal de nieuwe opdracht uitgeschreven worden? Vanaf wanneer zullen MA’s terug medische controles kunnen aanvragen? Ondertussen is dit niet mogelijk?
3. Hoe evalueert de schepen het beperkte aantal van 10 controles? Voelen MA’s zich niet te zeer afgeremd om een controle aan te vragen?
Beste collega Rogiers,
Dank voor uw vragen. Ik licht graag toe hoe wij vandaag met medische controle omgaan en waarom we het proces verder optimaliseren.
Eerst en vooral: medische controles zijn een instrument binnen een activeringstraject. Ze zijn nooit een doel op zich! Ons OCMW heeft niet de taak, noch de capaciteit om medische beoordelingen van artsen te controleren. Onze opdracht is wél mensen begeleiden naar wat voor hen haalbaar is op het vlak van activering. In dat kader kan een medische controle nuttig zijn, als bijkomende expertise die duidelijkheid geeft over resterende mogelijkheden, tijdelijke beperkingen of noodzakelijke aanpassingen. Daarnaast is er zeer uitzonderlijk het vermoeden dat er iets niet juist zit, bijvoorbeeld een verdacht langdurig zieketebriefje terwijl er geen enkele indicatie lijkt. Ook dan is een controlearts belangrijk.
Hierin zijn wij als Gent koploper. Lange tijd hadden we een eigen controlearts (0.5VTE) in dienst en nu voorzien we jaarlijks budget, 19 000 euro, om deze extern in te schakelen. Daarnaast voorziet onze psychologische dienst, je weet wel die dienst die wij helemaal zelf bekostigen, ook in de controle van mensen met leefloon die omwille van psychosociale klachten ontzien worden in hun activeringstraject. Die dienst gaf vorig jaar nog 188 werkadviezen. Vele lokale besturen toonden zich al geïnteresseerd in onze aanpak. Antwerpen kopte deze zomer met de titel dat het de arbeidsongeschiktheid van leefloners gaat controleren, wel: wij doen dat al jaren.
Dat cijfer van tien controles geeft dus ook een erg vertekend beeld. Hoe dan ook hebben wij geen target verbonden aan de controles. Neen, wij voorzien budget dat ons in staat stelt om controles uit te voeren wanneer dat in een activeringstraject nodig wordt geacht. Dat is ten alle tijden maatwerk. En maatschappelijk werkers worden hier allerminst in afgeremd. De controlemogelijkheid wordt georganiseerd op expliciete vraag van de maatschappelijk werkers, via de Werkgroep Activering (die de lijn bewaakt voor Dienst Activering en Werk en Sociale Dienst). Het geringe aantal doorverwijzingen heeft eerder te maken met de late opstart door strenge GDPR-vereisten, dan wel met het afremmen van de maatschappelijk werkers.
We zijn ervan overtuigd dat de volgende opstart veel vlugger zal lopen. Als alles goed gaat, met name de timing van de hele procedure gevolgd kan worden, dan kunnen we opnieuw starten in april. We zoeken een externe partner voor direct 48 maanden.
Uit de evaluatie nemen we de volgende zaken mee:
Gezien Gent pionier is, konden we ons niet beroepen op voorbeelden. Hierdoor moesten we bijgevolg de procedure zelf uitdenken, zowel voor onszelf, als voor de partner.
Gezien de strenge GDPR-richtlijnen was er grondige afstemming nodig met de DPO-ambtenaar ivm een sluitende datauitwisselingsovereenkomst. Dit is niet nodig bij het vervolg, de datauitwisselingsovereenkomst is geïntegreerd in het bestek.
In de meeste gevallen volgt de controlearts het initiële advies, maar bracht het extra info mee in functie van het activeringstraject.
Voor de aanbieder was het een experiment om, naast fysieke consulten, ook digitale consulten te organiseren, met daarvoor specifiek opgeleide artsen. Ook voor de aanbieder was het een pilootproject.
Collega, wij versterken met deze nieuwe opdracht een instrument dat al lange tijd deel uitmaakt van onze activeringsaanpak. Met de inzichten uit het pilootproject en een stabiele meerjarige overeenkomst zijn we klaar voor een efficiëntere en snellere werking in de komende jaren.
wo 11/02/2026 - 13:46