Terug
Gepubliceerd op 12/02/2026

2026_MV_00003 - Mondelinge vraag van raadslid Jonas Naeyaert: Aanpak van achterblijvende schoolprestaties bij jongeren

commissie welzijn, werk, onderwijs, participatie en personeel (WWOPP)
di 10/02/2026 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: wo 11/02/2026 - 08:08
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Els Roegiers; Laura Schuyesmans; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PVDA; Tom Van Dyck; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Burak Nalli; Wouter Decoodt

Afwezig

Yüksel Kalaz; Sophie Vanonckelen; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Maarten De Grauw; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme

Secretaris

Tom Van Dyck

Voorzitter

Dilek Arici
2026_MV_00003 - Mondelinge vraag van raadslid Jonas Naeyaert: Aanpak van achterblijvende schoolprestaties bij jongeren 2026_MV_00003 - Mondelinge vraag van raadslid Jonas Naeyaert: Aanpak van achterblijvende schoolprestaties bij jongeren

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Tijdens de commissie WWOPP van 2 december werd aangegeven dat er momenteel geen aparte of specifieke aanpak wordt voorzien voor jongens binnen het beleid rond jeugddelinquentie en preventie. Nochtans tonen verschillende statistieken aan dat jongens duidelijk oververtegenwoordigd zijn in indicatoren zoals schooluitval, problematisch schoolgedrag en betrokkenheid bij jeugddelinquentie. In Vlaanderen bijvoorbeeld verliet in het schooljaar 2022-2023 maar liefst 15,8% van de jongens vroegtijdig de schoolbanken tegenover 10,4% van de meisjes.  

Aangezien preventie van jeugddelinquentie en het terugdringen van schooluitval in belangrijke mate op schoolniveau plaatsvinden, rijst de vraag in welke mate het huidige beleid voldoende is afgestemd op de specifieke noden van jongens met achterblijvende schoolprestaties. Zeker wanneer andere doelgroepen wel een verfijnde aanpak krijgen.

Daarom heb ik hierover de volgende vragen. 

Indiener(s)

Jonas Naeyaert

Gericht aan

Evita Willaert

Tijdstip van indienen

do 11/12/2025 - 12:07

Toelichting

  1. Welke bestaande maatregelen binnen het stedelijk onderwijs in Gent richten zich vandaag op het vroegtijdig detecteren en begeleiden van leerlingen — en in het bijzonder jongens — met achterblijvende schoolprestaties? 

  1. Is de schepen bereid om, in samenwerking met scholen, CLB’s en jeugdhulp, te onderzoeken of er alsnog een meer gerichte aanpak nodig is binnen het stedelijk onderwijs- en jeugdbeleid om deze problematiek aan te pakken? 

  1. Welke bijkomende preventieve maatregelen of schoolgerichte interventies worden momenteel overwogen om deze problematiek structureel aan te pakken en schooluitval bij jongens te verminderen? 

Bespreking

Antwoord

Beste raadslid Naeyaert

Ik wil eerst ingaan op wat u aanhaalt over de ‘verfijnde aanpak voor andere doelgroepen’. We voeren geen doelgroepenbeleid binnen onderwijs zoals u lijkt te suggereren. We voeren een beleid dat gebaseerd is op cijfers, onderzoek en waarbij we vanuit een geobjectiveerde analyse initiatieven ontwikkelen die de leer- en ontwikkelingskansen van kinderen en jongeren doen groeien. Dat bepaalde indicatoren soms samenvallen met een groep, wil ik gerust bijtreden. 

Dat geldt ook voor jongens. Het klopt dat ze in een aantal statistieken oververtegenwoordigd zijn, en bijvoorbeeld vaker zonder kwalificaties uitstromen. Dat geldt algemeen in Vlaanderen, en dat zien we dus ook in Gent. Mijn conclusie is niet dat we het beleid moeten hertalen naar een specifieke focus op jongens, wel dat de inspanningen hierrond nodig blijven.

Binnen die inspanningen, zowel vanuit de scholen zelf als vanuit het flankerend beleid, kan de aanpak wel een focus krijgen die jongens meer aanspreekt.  Er wordt met hen aan de slag te gegaan door thema’s, activiteiten naar voor te schuiven die dichter bij hun interesses liggen. 

Of anders gezegd. Net door die geobjectiveerde en gerichte aanpak zullen jongens wellicht meer bereikt worden in de trajecten die we ontwikkelden. Het Onderwijscentrum Gent heeft een uitgebreide werking rond vroegtijdig schoolverlaten en schoolbinding, in samenwerking met verschillende partners. Die kwam de afgelopen maanden verschillende keren aan bod, zowel in deze Commissie als tijdens het vragenuurtje op de gemeenteraad. 

Die trajecten zijn niét gericht op specifieke, vooraf bepaalde doelgroepen: dit zijn geen initiatieven die specifiek op jongens gericht zijn, net zoals ze niet specifiek op andere doelgroepen – zoals bijv. meisjes – gericht zijn. Ze vertrekken steeds vanuit de noden en vragen van de scholen en de leerlingen, en begeleiden daar waar de noden het hoogst zijn. In die zin kan er, als scholen dat nodig hebben, dus ook gewerkt worden rond specifieke vragen over jongens. 

Dat zijn de specifieke initiatieven binnen het flankerend onderwijsbeleid. Maar bij de aanpak van schooluitval zijn in eerste instantie natuurlijk de scholen en de CLB’s aan zet. Aandacht hebben voor wie het lastig heeft en dreigt uit te vallen, is deel van de brede basiszorg op elke school.  

Binnen het Stedelijk Onderwijs kwam het kader daarrond tot stand vanuit het pilootproject: ‘diversiteit netwerkt!’, gesubsidieerd door de Vlaamse Overheid. In dit project werkten lerarenopleidingen en scholen intensief samen rond brede basiszorg. 

Met dit kader wil het Stedelijk Onderwijs (toekomstige) leraren en schoolteams versterken in het creëren van een sterke brede basiszorg in de klaspraktijk. Dat betekent: de ontwikkeling van alle leerlingen stimuleren, en problemen voorkomen door een krachtige leeromgeving te bieden. De Pedagogische Begeleidingsdienst van het Stedelijk Onderwijs stimuleert teams om hun praktijk op dat vlak onder de loep te nemen en in te zetten op een evidence-informed aanpak.

Want dat is belangrijk: dat er op scholen voldoende kennis en reflectie aanwezig is, dat schoolteams inclusief werken: zoeken naar welke aanpak werkt voor leerlingen en zich bewust zijn van bepaalde dynamieken of stereotypen rond gender.  

Een voorbeeldje: De Standaard maakte bij het begin van vorig schooljaar een mooie reeks over jongens in het onderwijs, vanuit dezelfde vaststelling die u maakt. Daar wijzen onderzoekers er bijvoorbeeld op dat in het onderwijs zaken die we stereotiep meer met meisjes associëren (rustig zijn, stil zitten, netjes werken) in het onderwijs beloond worden, terwijl jongens net vaker berispt worden wanneer ze bijvoorbeeld luid zijn in de klas. Het is belangrijk dat we ons bewust zijn van dit soort onbewuste stereotypen. 

Vandaar ook de focus van het Stedelijk Onderwijs binnen het kader Brede Basiszorg op 'Positief klasklimaat met aandacht voor ex-/inclusie'. Met die component kom je tegemoet aan sociale, emotionele en gedragsmatige behoeften van alle leerlingen om zo een positief klasklimaat te stimuleren. Ik wil dat even beklemtonen. Alle leerlingen dus, met aandacht voor hun specifieke ontwikkeling en interesses. Laat ons dat niet verengen tot enkel jongens. 

Ook in het jeugdwerk en jeugdbeleid is er aandacht voor jongens. De vaststelling is zelfs dat het evenwicht daar te veel is verschoven naar jongens. Het inrichten van de buitenruimte is daar een goed voorbeeld van. Pleintjes hebben een plek voor voetbal, fitness en calisthenics, maar daar zien we minder meisjes aan deelnemen. Zij verdienen ook aandacht. Maar laat ons dit debat niet zo versimpelen tot een tweedeling jongens-meisjes. Laat ons daar het debat genuanceerd voeren. Ik wil niet gezegd hebben dat meisjes niet ook graag tegen een bal sjotten. Iedereen moet zich gewoon welkom voelen. 

De bottomline is: bereiken we die jongeren die we willen en moeten bereiken? We doen dat op een onderbouwde manier. En waar nodig, gebeurt de invulling op maat.

 

di 10/02/2026 - 19:28