Ik kaartte in deze commissie in september de stopzetting aan van de federale participatiemiddelen (PAS/PASOA) vanuit de POD MI
Deze vraag maakte ook elders verontwaardiging los, want in totaal gaat het over een besparing van 15 miljoen euro die rechtstreeks bij mensen, ook kinderen, in kansarmoede wordt weggehaald.
Ik hoor dan ook graag naar de evolutie in dit dossier.
De schepen liet weten in overleg te zullen gaan met bevoegde minister Van Bossuyt. Heeft dit overleg reeds plaatsgevonden en wat was het resultaat?
Werd het wegvallen van deze middelen binnen VVSG reeds aangekaart?
De Brusselse OCMW's trekken naar de raad van state om de beslissing aan te vechten; overweegt ons OCMW een gelijkaardige stap, al dan niet samen met andere OCMW's?
Beste collega Vanonckelen,
De deelname van alle mensen aan onze samenleving vind ik ontzettend belangrijk. Mensen met minder mogelijkheden tot maatschappelijke participatie verdienen bijzondere aandacht. De PASOA-middelen vormden een belangrijke hefboom om financiële drempels weg te nemen bij mensen met beperkt budget.
U hoort mij spreken in de verleden tijd, collega. De bevoegde minister Anneleen Van Bossuyt besliste vorig jaar om deze steun stop te zetten: een bijzonder asociale beslissing die ik meermaals publiekelijk heb afgekeurd. Helaas is dit alweer een maatregel waar we als lokaal bestuur machteloos tegenover staan. Het komt immers de minister toe te kiezen of ze gezinnen in armoede op het vlak van sociale participatie wil ondersteunen. Mocht ik in haar schoenen staan, dan zou ik dat vanzelfsprekend wél doen. De minister koos er echter voor deze steun wel te schrappen. Waarvan akte.
We hebben dit inderdaad ook aangekaart bij de VVSG. Die heeft dit punt na de beslissing van de minister geagendeerd tijdens het vaste overleg met de POD MI. De POD MI heeft dit punt niet prioritair op haar actief op te volgen punten staan.
Er is vanuit VVSG geprobeerd om gezamenlijk te communiceren met de Brusselse OCMW’s, maar zij hebben ervoor gekozen om zelfstandig verdere stappen te ondernemen. Na overleg en rondvraag bij de minister is vastgesteld dat er geen bijkomende elementen beschikbaar waren die de genomen beslissing konden wijzigen. Wij waren niet vooraf geïnformeerd over de demarche van de Brusselse OCMW’s, net zoals de VVSG dat niet was.
Hoewel het aanvechten van deze beslissing een zekere symbolische waarde kan hebben, kies ik er in mijn prioriteiten voor om te focussen op dossiers waar ik daadwerkelijk impact kan realiseren. Indien de Raad van State de beslissing zou vernietigen, kan Stad Gent zich daarbij aansluiten, al wordt volgens de VVSG de kans op een dergelijke uitspraak als zeer beperkt ingeschat.
wo 14/01/2026 - 11:57