De stad Gent stelt vandaag verschillende open huizen ter beschikking. Dit zijn laagdrempelige ontmoetingsplekken, voornamelijk voor 55-plussers, met een belangrijke sociale, verbindende en preventieve functie in de buurt. Ze worden in grote mate gedragen door vrijwilligers.
Tijdens de bespreking van het meerjarenplan werd duidelijk dat de stad een aanzienlijk deel van haar stedelijk patrimonium wil verkopen, verpachten of herbestemmen. In dat kader werd ook expliciet aangegeven dat deze strategie gevolgen kan hebben voor bestaande functies, zoals open huizen, buurthuizen en bibliotheken.
In de lijst van te vervreemden panden zien we dat er een tiental open huizen die daarin zijn opgenomen, effectief dreigen te verdwijnen of hun huidige werking verliezen. Dat wordt intussen ook bevestigd in de praktijk. Zo lazen we recent dat Open Huis Azalea en Open Huis Ter Biest een nieuwe invulling krijgen als kinderopvanglocatie. Daarnaast kregen ook andere open huizen te maken met huuropzeg of verhuisplannen, zoals Open Huis Bassijn + bolbaan, Open Huis De Blomme en Jan Yoens.
De stad stelt dat diensten die verdwijnen een nieuw onderkomen zullen krijgen in de buurt. Het is echter onduidelijk hoe deze beslissingen tot stand komen, hoe het overleg met de betrokkenen verloopt, wie daarbij wordt betrokken en tegen wanneer dit alles wordt uitgevoerd. Bovendien stellen we vast dat niet alle betrokken locaties expliciet opduiken in de lijst van te vervreemden panden. Zo stond het open huis in Mariakerke niet op die lijst, terwijl we ook daar signalen ontvangen dat een verhuis zou worden voorbereid.
Gezien het grote belang van open huizen voor hun gebruikers, vrijwilligers en de buurt, is transparantie over deze procedures en beslissingen essentieel.
Hoe verloopt concreet de procedure wanneer een open huis of buurthuis wordt herbestemd, verkocht of moet verhuizen?
Wordt er telkens een participatietraject voorzien?
a. Zo ja, hoe wordt dat georganiseerd en hoe worden de resultaten ervan meegenomen in de besluitvorming?
b. Welke betrokken actoren worden hierin meegenomen?
Kan de schepen bevestigen of het open huis in Mariakerke effectief zal moeten verhuizen, ondanks het feit dat dit pand niet voorkomt op de lijst van te vervreemden panden?
a. Indien ja, hoe verloopt of zal het overleg hierover verlopen en wat is de timing van deze beslissing?
Zijn er nog Open Huizen die zullen verdwijnen of worden herbestemd die niet op de lijst van te vervreemden panden stonden?
Beste raadslid De Beule, beste raadslid Naeyaert,
Bedankt om uw vragen te stellen en bezorgdheden te delen. Het is goed dat we tijdens deze commissie hier even bij stil staan, want ik kan niet genoeg benadrukken dat we de denkoefening rond de Open Huizen met veel zorg doen. Een gebouw vervreemden is één ding, zomaar bezoekers en vrijwilligers aan hun lot overlaten iets heel anders. Dat gaan we absoluut niet doen.
Eerst nog even deze oefening kaderen:
De plannen voor de Open Huizen kaderen in een ruimer vraagstuk: hoe maken we buurten leeftijdsvriendelijker? Daarbij willen we in elke buurt een plek voor ontmoeting, maar ook meer hulp- en dienstverlening voor ouder wordende Gentenaars. Daarom komen er bijvoorbeeld drie extra lokale dienstencentra. Twee daarvan zijn Open Huizen die we uitbouwen en professionaliseren tot volwaardige lokale dienstencentra, met meer dienstverlening voor ouderen en meer ondersteuning voor de vrijwilligers.
Voor andere Open Huizen bekijken we hoe we activiteiten stap voor stap kunnen toeleiden naar een lokaal dienstencentrum of een andere buurtvoorziening vlakbij, nog andere zullen gewoon op de huidige locatie blijven.
En daarom wil ik graag eerst wat foutieve informatie of berichten de wereld uit helpen.
Info dat het OH Mariakerke zou moeten verhuizen klopt niet, dit blijft op huidige locatie bestaan.
Het klopt niet dat deze open huizen zomaar sluiten. We maken een doordachte oefening waarbij we alle ontmoetingsplekken in de buurt in kaart brengen, samenwerkingen zien en zorgen dat zowel gebruikers als vrijwilligers een plek in hun buurt gegarandeerd zien.
Om enkele concrete voorbeelden te geven:
De werking van Open Huis Nieuw Gent kantelt in het buurtcentrum op het Rerum Novarumplein, dat een buurthuis wordt.
De locatie van Open Huis Jan Yoens verdwijnt door de bouw van nieuwe sociale woningen op die plek. Open Huis De Blomme ligt op enkele straten hiervandaan en de vrijwilligers en gebruikers kunnen daar terecht (vele doen zelfs daar ook al vrijwilligerswerk).
Open Huis De Blomme zal zelf, net als het buurtcentrum van de Stad in die wijk, in een later stadium mee verhuizen naar een nieuwe locatie waar alle buurtgerichte infrastructuur wordt samengebracht. De mogelijke pistes hiervoor zijn nog in onderzoek, tot dan zal de werking daar gegarandeerd blijven.
Open Huis Krekelberg weet ook al langer dat zij op lange termijn niet op hun huidige plek kunnen blijven, maar de werking is heel actief en willen we graag verderzetten in de onmiddellijke omgeving, bijvoorbeeld in de Heilig Hart kerk. We bekijken samen met hen de modaliteiten van een verhuis op termijn.
Ook van een aantal andere Open Huizen zal het gebouw de komende jaren een andere bestemming krijgen. Voor elk van deze open huizen (OH Azalea, OH Bassijn, OH Ter Biest, OH Otterken en OH Robinia) werken onze diensten aan een aanpak op maat, in overleg met de vrijwilliger.
Open Huis Wondelgem zal pas verhuizen als er ruimte wordt voorzien in de plint van de nieuwe sociale woningen in Wondelgem. Dit zal sowieso niet de komende jaren gerealiseerd worden.
Voor alle duidelijkheid: verschillende van die beslissingen zijn in het verleden al gevallen, en staan los van de meest recente beslissing. Die Open Huizen en hun voorzitters zijn dus al langer op de hoogte van een verhuis of het samenvloeien met een andere ontmoetingsplaats.
Er ligt dus geen timing vast, net omdat we deze trajecten in overleg doen met iedereen die betrokken is en omdat de timing van een andere bestemming vaak nog niet duidelijk is.
Ik realiseer mij dat dit een grote verandering is voor iedereen die bij de Open Huizen betrokken is, en de werkingen zoals we ze vandaag kennen niet helemaal in dezelfde vorm ergens anders kunnen verdergezet worden maar we proberen in die gewijzigde situatie toch zoveel mogelijk van de activiteiten en vooral de sociale netwerken te behouden. Daarom willen we samen met veel zorg een traject op maat van elk Open Huis aangaan en samen het goede moment kiezen om het gebouw te verlaten.
Hoe gaan we te werk?
Alle Open Huizen, zowel hun vrijwilligers als hun gebruikers, worden opgevolgd door een medewerker van OTV of LDC. De eerste gesprekken met de voorzitters van alle Open Huizen hebben reeds plaats gevonden en de komende tijd zullen er nog veel gesprekken volgen, zowel individueel als in groep.
De gebruikers gaan we informeren over andere ontmoetingsplaatsen in hun buurt. We hebben een enorm mooi aanbod binnen onze LDC’s en buurtcentra. We hebben extra aandacht voor kwetsbare gebruikers en laten hen niet los.
Vrijwilligers kunnen hun inzet verderzetten binnen hun eigen buurt in een LDC of buurthuis. Maar daarnaast kunnen er ook uiteraard nog andere pistes van vrijwilligerswerk met hen bekeken worden. We begeleiden hen hierin en leiden toe naar andere diensten, organisaties of verenigingen die vrijwilligers heel graag zien komen.
Wat de inboedel van de open huizen betreft, zoals de biljarttafels waarnaar verwezen wordt, hebben we nog geen afspraken gemaakt. We zullen dit per locatie bekijken en zoeken naar de mogelijkheden van een herbestemming van het materiaal. Vanzelfsprekend hopen we dat we zoveel mogelijk aan de specifieke wensen van de mensen kunnen voldoen en zullen we dit dan ook onderdeel laten uitmaken van de trajecten die de diensten samen met alle betrokkenen van de Open Huizen lopen. Want mijn grootste zorg is vanzelfsprekend de vrijwilligers en de bezoekers.
di 03/02/2026 - 15:56