Terug
Gepubliceerd op 05/02/2026

2026_MV_00024 - Mondelinge vraag van raadslid Veerle Baert: structurele belemmeringen bij inschrijving kind met motorische beperking

commissie welzijn, werk, onderwijs, participatie en personeel (WWOPP)
di 13/01/2026 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: di 13/01/2026 - 22:48
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Els Roegiers; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Stefaan De Winter; Maarten De Grauw; Dilek Arici; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Burak Nalli; Wouter Decoodt

Afwezig

Yüksel Kalaz; Ronny Rysermans; Sabena Donkor; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen

Secretaris

Maarten De Grauw

Voorzitter

Dilek Arici
2026_MV_00024 - Mondelinge vraag van raadslid Veerle Baert: structurele belemmeringen bij inschrijving kind met motorische beperking 2026_MV_00024 - Mondelinge vraag van raadslid Veerle Baert: structurele belemmeringen bij inschrijving kind met motorische beperking

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Ouders van kinderen met een motorische beperking moeten, in hun zoektocht naar een reguliere school, een aanzienlijk zwaarder traject doorlopen dan andere ouders.

Er wordt van hen verwacht dat ze :

  • een top 5 van scholen samenstellen op pedagogische en methodische gronden,
  • deze scholen één voor één bezoeken en screenen op fysieke toegankelijkheid,
  • frequent moeten afhaken om louter infrastructuurredenen (geen lift, geen traplift, beperkte toegankelijkheid, … )
  • vaststellen dat de scholen die wel toegankelijk zijn,  vaak buiten het afstandscriterium vallen,
  • hun kind aanmelden met een grote kans op weigering,
  • pas nadien via klacht en beoordeling de situatie laten bekijken.

Dit betekent concreet dat ouders van een kind met extra zorgnoden meer scholen moeten bezoeken, meer gesprekken moeten voeren en meer administratie moeten doorlopen, bovenop de intensieve zorg die het kind al nodig heeft.

Indiener(s)

Veerle Baert

Gericht aan

Evita Willaert

Tijdstip van indienen

di 06/01/2026 - 10:47

Toelichting

  1. Waarom primeert afstand op toegankelijkheid ?
  2. Waarom moet een kind eerst geweigerd worden alvorens de rechten kunnen beoordeeld worden ?
  3. We ijveren toch allemaal voor een inclusief onderwijs; ook in onze Stad ?
  4. Kan de procedure een stuk eenvoudiger gemaakt worden voor ouders van kinderen met extra zorgnoden ?

Bespreking

Antwoord


Beantwoord samen met IR 6  2026_MV_00023 - Mondelinge vraag van raadslid Lies Vanpeperstraete: Toegankelijke scholen

Beste collega’s Vanpeperstraete en Baert

Dank jullie wel om dit thema op de agenda te zetten. Jullie vragen vertrekken vanuit een gezin dat vandaag op zoek is naar een school voor hun dochter met een beperking. Ze hebben zich ook rechtsreeks tot mij gewend, en hun verhaal raakt. Niet alleen omdat het over een kind gaat, maar omdat het staat voor een bredere realiteit, van te veel ouders en te veel kinderen. Ouders die al zoveel zorg dragen, en daarbovenop nog eens door een ingewikkeld parcours moeten om een plek te vinden waar hun kind welkom is. Dat mogen we niet aanvaarden.

Mevrouw Baert. U vroeg: ‘We ijveren toch allemaal voor een inclusief onderwijs, ook in onze stad?’ Ja, absoluut. Dat voel ik overal. Bij ouders, bij scholen, bij partners, in het beleid. Maar tegelijk moeten we eerlijk zijn: tussen de ambitie en de dagelijkse praktijk zit nog een kloof.

Ik nam enkele weken geleden deel aan een rondetafel van de  Stedelijke Adviesraad voor Personen met een Handicap. De Adviesraad koos “Recht op onderwijs” als één van de belangrijkste pijlers in haar memorandum voor de komende legislatuur. Het gesprek was een uitwisseling over toegankelijk en inclusief onderwijs, waar de komende jaren op verder gebouwd kan worden. Daar zaten ouders, ervaringsdeskundigen, het Stedelijk Onderwijs (Stedelijk CLB, SOG en Pilar), en organisaties samen met mezelf rond de tafel. Het was een warm, eerlijk en constructief gesprek. Er werd niet alleen benoemd waar kansen liggen, maar er werd ook echt benoemd wat moeilijk loopt. Dat biedt kansen om de volgende jaren concrete acties op te zetten. Ook op het LOP Basisonderwijs kwam dit uitgebreid aan bod in een overleg tussen de verschillende onderwijspartners in de stad. Dat zal een vervolg krijgen in een werkgroep die wordt opgestart. 

Minister Demir publiceerde eerder de nota Scholen voor Iedereen. Die nota stippelt het pad uit richting 2040 om Vlaanderenbreed tot inclusief onderwijs te komen. Het heeft er mee voor gezorgd dat het bestaande debat zich sneller zal moeten vertalen naar concreet beleid en dat is op zich een goede zaak. Er zijn nog heel wat vraagtekens en er bestaat niet bij iedereen overeenstemming over wat moet worden begrepen onder ‘inclusief onderwijs’, maar ook hiermee zetten we een stap in een richting die meer kinderen echte kansen zal bieden. De invulling van ‘inclusiviteit’ zit op een spectrum. Sommigen willen totale inclusie en de afschaffing van het buitengewoon onderwijs, anderen zien dat meer als een toenadering tussen gewoon en buitengewoon onderwijs. Stedelijk Onderwijs wil alvast verschillende dossiers indienen om één of meerdere scholen te laten deelnemen als pioniersschool aan het proefproject in het kader van ‘Scholen voor iedereen’.

Dus ‘ja!’, we ijveren allemaal voor inclusief onderwijs. Dat besef is overal aanwezig. In de bredere samenleving, binnen onderwijs en bij onderwijspartners. Maar wanneer het gaat over het omzetten van een recht in de praktijk zien we verschillende snelheden en draagkracht bij scholen.

Binnen het onderwijs bestaan vandaag al mooie verhalen van ouders, kinderen en schoolteams die elkaar vinden en samen een volwaardig traject uitbouwen. Het kan dus. Maar tegelijk zijn er de drempels waar zowel ouders als scholen op botsen.

Ik ontvang weinig signalen dat kinderen met een beperking niet welkom zouden zijn in het gewoon onderwijs. In onze scholen zitten heel wat kinderen met zichtbare en minder zichtbare beperkingen: kinderen met ASS, ADD, maar evengoed met leerstoornissen … Soms met een verslag, soms zonder. Soms met leersteun, soms zonder.

Scholen hebben doorheen de jaren zelf ervaring en expertise opgebouwd om hen te ondersteunen en eerlijke kansen te bieden in het onderwijs. Ze worden ondersteund door CLB, door de leersteuncentra — voor onze stedelijke scholen is dat LSC Pilar — en door de pedagogische begeleiding. Er zijn vormingen, er is overleg, er is ervaring.

Er is geen specifieke begeleiding om ouders toe te leiden naar – wat u noemt, mevrouw Vanpeperstraete ’een ‘goede school’. Scholen zijn – zoals u zelf aangeeft – verplicht om redelijke aanpassingen door te voeren. Daarover bestaat wel debat. Ik verwijs naar het gesprek met SAPH waar ik aanwezig was. Daar werd gesteld dat inderdaad niet elke aanpassing als ‘redelijk’ kan beschouwd worden. Maar tegelijk werd daaraan gekoppeld dat veel van wat we ‘redelijke aanpassingen’ noemen, zouden moeten kunnen verschuiven naar de brede basiszorg die elke school moet uitrollen. Omdat het de weg is naar meer inclusief onderwijs, en omdat ook andere leerlingen daar baat bij hebben. In het gesprek werd ook gewezen op het belang van kennis: goed weten wat het wettelijk kader is, wat er allemaal mogelijk is, en dat redelijke aanpassingen soms ook écht in kleine wijzigingen kunnen schuilen. Dat alles natuurlijk samen met de ervaringsdeskundigen, de ouders en leerlingen zelf. En dat gebeurt ook echt op scholen, zoals ook benoemd werd rond de tafel.

Jullie vertrekken in deze van een situatie voor kinderen met een motorische beperking. Deze mensen ervaren een bijkomende drempel: de toegankelijkheid van schoolgebouwen. Veel scholen zijn oud. Soms is er geen lift. Soms is er wel een lift, maar zijn bepaalde delen van het gebouw toch niet bereikbaar. Soms zijn er drempels, smalle doorgangen, trappen, beperkte circulatie. Ook daar ligt dus werk op de plank. 

Toegankelijkheid is geen extraatje. Het is een basisvoorwaarde. Onze ambitie is helder: elke leerling moet zich welkom, veilig en vrij kunnen bewegen in onze schoolgebouwen. We starten met een stadsbreed project rond fysieke toegankelijkheid — drempels weg, vlotte circulatie, liften waar nodig — en bouwen verder richting zintuiglijke, cognitieve en participatieve toegankelijkheid. Nieuwbouw en renovaties worden afgestemd op de GRO-duurzaamheidsmeter en het Vlaams Toegankelijkheidscharter. Bij nieuwe schoolgebouwen streven we steeds de hoogste toegankelijkheidsnormen na. Ook bij renovaties gaat aandacht naar toegankelijkheid, waarbij het realiseren wel veelal samenhangt met de grootte van het project.  We voorzien deze legislatuur ook middelen via het MAKE-T fonds (dat staat voor Meervoudig gebruik, Asbestsanering, Klimaatbewustheid, Erfgoedrenovatie en Toegankelijkheid). Zo maken we van elke school een plek waar elk kind kan groeien.

Maar ook … We moeten telkens nagaan wat er hier en nu kan gebeuren. Het is niet omdat de lift er niet is, dat je zomaar kan weigeren. Scholen moeten out of the box durven denken. In goed overleg met het team, maar ook het gezin zelf. 

Mevrouw Baert. U maakt de link met de aanmeldprocedure.

De organisatie van de inschrijvingen in onderwijs zijn geregeld in een Vlaams decreet. De Gentse scholen maken daarover netoverschrijdend bijkomende afspraken, binnen de grenzen van dat decreet, in het LOP Basisonderwijs. Er is Vlaams geen specifieke aandacht voor kinderen met beperkingen. Dat is niet logisch. Dat is niet rechtvaardig. En dat moeten we durven zeggen.

Maar het is niet iets wat we lokaal kunnen oplossen. De pen van het inschrijvingsdecreet ligt bij de Vlaamse regering.

Wat we wél kunnen doen, is dit blijven aankaarten. In het LOP. Bij collega’s in het Vlaams Parlement. En in elk overleg waar we mee aan tafel zitten.

Want als we inclusief onderwijs ernstig nemen, dan moeten we ook de drempels in de inschrijvingsprocedure onder ogen durven zien. Ouders mogen niet de last dragen van een systeem dat nog niet is meegegroeid. Ik noemde al de pioniersscholen waarvoor het Stedelijk Onderwijs zich kandidaat zal stellen. Deze scholen zullen regelluwte krijgen, en het is het voornemen om na te gaan of bijzondere aandacht kunnen geven aan deze groep leerlingen bij het aanmeldproces. Ik hoop dat er in het kader van die regelluwte vanuit Vlaanderen ook zal gekeken worden naar het aanmeldproces, want dit overstijgt de individuele school natuurlijk. Maar het is wel één van de voorwaarden om de weg naar ‘scholen voor iedereen’ te kunnen plaveien.

En we moeten blijven investeren in toegankelijke infrastructuur, in ondersteuning voor scholen, in samenwerking tussen partners. Want inclusief onderwijs is geen slogan. Het is een werkwoord. En het vraagt inzet van iedereen.

 
wo 14/01/2026 - 09:59