Terug
Gepubliceerd op 05/02/2026

2026_MV_00032 - Mondelinge vraag van raadslid Sophie Vanonckelen: Uitbreiding Winternachtopvang

commissie welzijn, werk, onderwijs, participatie en personeel (WWOPP)
di 13/01/2026 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: di 13/01/2026 - 22:48
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Els Roegiers; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Stefaan De Winter; Maarten De Grauw; Dilek Arici; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Burak Nalli; Wouter Decoodt

Afwezig

Yüksel Kalaz; Ronny Rysermans; Sabena Donkor; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen

Secretaris

Maarten De Grauw

Voorzitter

Dilek Arici
2026_MV_00032 - Mondelinge vraag van raadslid Sophie Vanonckelen: Uitbreiding Winternachtopvang 2026_MV_00032 - Mondelinge vraag van raadslid Sophie Vanonckelen: Uitbreiding Winternachtopvang

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Met de temperaturen van de laatste weken is het noodzakelijk dat we als stad onze verantwoordelijkheid tegenover dak- en thuisloze Gentenaren opnemen, ook al binden bovenlokale overheden nu net in op deze ondersteuning.
We konden vernemen dat de stad bijkomend aan het huidige aanbod extra hotelkamers voor de opvang van daklozen in gebruik heeft genomen.

Ook de NMBS houdt verschillende stations bewust open, zoals het station van Gent-Sint-Pieters.

Indiener(s)

Sophie Vanonckelen

Gericht aan

Astrid De Bruycker

Tijdstip van indienen

di 06/01/2026 - 14:50

Toelichting

Welke pistes werden nog onderzocht rond uitbreiding van de opvang in brede zin, en waarom werd precies voor deze piste gekozen? 

Opvang in een hotel is minder evident voor een deel van de daklozen, hoe gebeurt de toeleiding?

Het hotel dat de opvang doet bevindt zich eerder aan de rand van de stad, hoe gebeurt de begeleiding/opvolging van de daklozen? 

Hoe wordt deze opvangvorm door de daklozen zelf geëvalueerd, hebben we daar zicht op? 

Wat is de situatie in de stations Gent-Sint-Pieters en Dampoort? Wie monitort dit? Is er overleg tussen het stadsbestuur en de NMBS?

Bespreking

Antwoord

Dankuwel mevrouw Vanonckelen voor deze vragen. Een hele boterham. Ik zal ze samen met u overlopen, maar eerst moet er mij nog iets heel belangrijk van het hart. 

Uw vragen gaan over opvang. Terecht. Want we zetten deze winter opnieuw in op opvang voor heel wat mensen. Mensen die zich in een moeilijk situatie bevinden. Maar ik wil toch benadrukken dat mijn focus blijft liggen op het aanbieden van structurele oplossingen. Wonen. In een goed huis, van goede kwaliteit, met woonzekerheid. Betaalbaar. Vanuit een stabiele woonsituatie kunnen we best een kwalitatief leven uitbouwen. Voor een gezin zorgen, gaan werken.  

En wat voor mij, als schepen van gezondheid ook heel belangrijk is: mensen een plaats bieden waar ze rust kunnen vinden, waar ze niet in constante stress moeten leven, waar zij en hun kinderen kunnen leven en opgroeien. In een gezonde omgeving. Een veilige plaats waar ze voor andere mensen zorgen. Voor zichzelf kunnen zorgen.  

Maar in bepaalde situaties is opvang nog altijd nodig. Omdat we bijvoorbeeld een antwoord moeten bieden op acute noodsituaties. Dat was en is ook deze winter weer het geval. 

Uw eerste vraag ging over de onderzochte pistes rond opvang. Dat waren er heel wat. 

We hebben een screening gedaan van alle leegstaande panden en panden die leeg zouden komen te staan. We gebruikten daarbij een lijst met minimale kwaliteitseisen. Dat gaat dan bijvoorbeeld over goed sanitair, bereikbaarheid en brandveiligheid. De panden die in aanmerking kwamen, werden dan ook bezocht en grondig bekeken. Geen enkel pand was instapklaar. Vaak was er nog een grote renovatiekost aan verbonden. En vooral, die renovatie zou te lang duren. 

Half november start de 'warme winter'. Voor wie die term niet kent: dit slaat op het moment dat het een pak kouder wordt. We schakelen dan een versnelling hoger op het vlak van daklozenbeleid. We hebben toen, net als eerdere jaren, hotelkamers ingeschakeld, omdat de druk op de reguliere nachtopvang te groot werd. Dit werd heel positief ervaren. Mensen kunnen er langere tijd blijven en ook overdag kunnen ze er blijven. Ze moeten niet telkens de straat weer op. Daardoor kunnen ze meer rust ondervinden. Ik heb toen beslist om die hotelopvang verder op te schalen. Dit was een weloverwogen beslissing. Het opknappen van de leegstaande panden zou te traag en te duur geweest zijn. In het hotel konden we heel snel schakelen en meteen 30 bedden vrijmaken. 

U vroeg ook hoe de toeleiding gebeurt in de hotelopvang.  

Die wordt heel nauw opgevolgd en gecoördineerd door het OCMW, samen met de nachtopvanglocaties Huize Triest en het CAW. Zij kennen de mensen, zij kunnen best een goede inschatting maken. 

Bij de selectie hanteren we duidelijke criteria. Het gaat in de eerste plaats om mensen die de voorbije maanden zeer vaak in de nachtopvang verbleven hebben. Daarnaast kijken we ook expliciet naar extra kwetsbare mensen, bijvoorbeeld door hun problematiek of omdat het om gezinnen gaat. 

Door die aanpak creëren we opnieuw ruimte in de reguliere nachtopvang. Die plaatsen kunnen dan gebruikt worden door mensen die er minder frequent nood aan hebben, of door mensen met een zó complexe problematiek dat er ’s avonds en ’s nachts professionele begeleiding nodig is, gewoon uit veiligheidsoverwegingen. 

Wat we met die hotelopvang willen doen, is mensen voor een iets langere periode 24 uur op 24 een dak boven het hoofd geven. Dat geeft hen — en ook de hulpverlening — wat ademruimte. Van daaruit kan er rustiger en gerichter gewerkt worden aan de volgende stappen in hun traject. Dat is vanuit de beperkingen van de klassieke nachtopvang vaak moeilijker. 

U vroeg ook naar de begeleiding en opvolging 

Elke gebruiker van de nachtopvang loopt sowieso een traject rond dakloosheid. Ze doen dit met de hulpverlener die hen toeleidt naar de nachtopvang. 

Daarnaast gaan verschillende hulpverleners langs in het hotel om hun cliënt te zien, in functie van het traject uit dakloosheid. 

Er is ook zeer frequent een straathoekwerker aanwezig. Die kan ook preventief werken en ervoor zorgen dat alles beheersbaar blijft. Die persoon is ook een aanspreekpunt, zowel voor het hotelpersoneel als voor de mensen die er verblijven. De straathoekwerker kan snel ingrijpen of bijsturen waar nodig. 

We werken telkens met cycli van maximaal veertien dagen. Ik zei het al meermaals: ik wil mensen zoveel mogelijk rust bieden. Op die manier is er minder dagdagelijkse stress. Als er een verlenging nodig is, na die twee weken, dan kan dat na overleg tussen de gebruiker en de hulpverlener.  

Mevrouw Vanonckelen, u vroeg ook naar een evaluatie hiervan. We zijn nog maar net gestart, dus het is niet zo dat er al een formele evaluatie plaats vond. Dat zal wel gebeuren. We deden wel al een korte bevraging van de toeleiders en de gebruikers. Zij zijn heel positief over de inzet van hotelbedden. Ze waarderen vooral de rust van het langere verblijf. Niet elke dag moeten inbellen stellen ze op prijs. Ze ervaren ook meer autonomie. Ze kunnen bijvoorbeeld kiezen wanneer ze zich wassen of iets eten. Dat is echt een meerwaarde. 

Die rust en autonomie zorgt zelfs al voor kleine successen in het traject uit dakloosheid. We zien bijvoorbeeld dat gebruikers van de hotelopvang al meer medische opvolging aanvragen, activeringstrajecten naar werk opstarten of meer contact zoeken met maatschappelijk werkers. Dit zijn kleine successen, maar ze zijn van groot belang voor het welzijn van de mensen. 

En dan ben ik bij uw laatste vraag gekomen, over de stations Gent-Sint-Pieters en Dampoort. 

Hiervoor is er structureel overleg voorzien, met verschillende stadsdiensten en vertegenwoordigers van de NMBS. Zo kunnen we de situatie goed monitoren en zijn we op de hoogte van het aantal slapers in het station en de situatie tijdens de nacht.  

Overdag zijn er heel wat hulpverleners actief in de stations: de vaste straathoekwerkers, de vindplaatsgerichte werkers, de straatverpleegster en mobiel team GGZ. Zij spreken actief dakloze personen aan. En ze zijn ook de aanspreekfiguren voor het NMBS-personeel. Tijdens de vorstpatrouilles gaan de straathoekwerkers ook ’s avonds en/of ‘s nachts langs in de stations.

 

Collega's, dit was een hele boterham. Het is ook niet niks, wat we allemaal doen rond opvang. 

Maar ik wil toch nog graag afsluiten met te vermelden dat opvang maar een heel klein stukje van de puzzel is. Een klein onderdeeltje van mijn beleid rond dak- en thuisloosheid. 

Ik zal altijd zoveel als mogelijk toeleiden naar wonen. Daarom voorzie ik ook in alle initiatieven voldoende begeleiding. Zodat mensen uit dakloosheid geraken. We doen dit bij de opvanglocaties zelf, maar bijvoorbeeld ook in de dagopvang. In de Pannestraat, een van de inloopcentra, zijn er sinds deze winter tal van groepswerkingen. Die zijn gericht op zoeken naar woningen, op Nederlands leren, digitale vaardigheden aanleren, en ook, zoals je van mij als schepen van gezondheid kan verwachten, sessies gericht op mentaal welzijn. Want, we geven mensen niet alleen opvang. We geven ze ook perspectief.  

do 15/01/2026 - 11:58