Terug
Gepubliceerd op 15/01/2026

2026_MV_00021 - Mondelinge vraag van raadslid Stijn De Roo: De impact van het 3-30-300-principe op vergunningverlening

commissie mobiliteit, architectuur, stadsontwikkeling, stedenbouw en erfgoed (MASSE)
wo 14/01/2026 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: wo 14/01/2026 - 22:05
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Sami Souguir; Sven Taeldeman; Gert Robert; Stijn De Roo; Liesbet De Weder; Sophie Vanonckelen; Sarah Van Acker; Bob Cammaert; Mathieu Cockhuyt; Dilek Arici; Veerle Baert; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Bart Tembuyser; Patricia De Beule; Jenna Boeve; Christophe Peeters; Joris Vandenbroucke; Ruben  Haerens, dienst Bruggen, Wegen en Waterlopen; Saskia Opdebeeck , kabinet schepen Vandenbroucke; Lisa Van Bockstaele , fractie Voor Gent; Cedric Van De Velde , fractie CD&V; Lennert Hansen , kabinet Christophe Peeters; Philippe Van Wesenbeeck , dienst stedenbouw en ruimtelijke planning ; Tom Van Damme , N-VA fractie; Yves Roelandt, Mobiliteitsbedrijf; Anton Vandaele, Groen fractie

Afwezig

Veli Yüksel; Tom De Meester, Fractievoorzitter PVDA; Gaëlle De Smet; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Sabena Donkor; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Lies Vanpeperstraete; Anneleen Van Bossuyt, Fractievoorzitter N-VA; Pascal Vlaeminck; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter cd&v; Simon Smagghe; Julie Steendam; Yüksel Kalaz; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Maarten De Grauw; Emmanuelle Mussche; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme

Secretaris

Bart Tembuyser

Voorzitter

Jenna Boeve
2026_MV_00021 - Mondelinge vraag van raadslid Stijn De Roo: De impact van het 3-30-300-principe op vergunningverlening 2026_MV_00021 - Mondelinge vraag van raadslid Stijn De Roo: De impact van het 3-30-300-principe op vergunningverlening

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

In december 2023 werd het eindrapport over de modernisering van de Vlaamse groennormen gepubliceerd. In de beleidssamenvatting van dat rapport kwam de 3-30-300-regel naar voren. Die richtlijn streeft naar zicht op minstens 3 bomen vanuit een woning, naar 30% bladerdek op wijkniveau en naar toegang tot een park of groene ruimte op maximaal 300 meter van de woonplek.

In haar antwoord op mijn schriftelijke vraag van 13 maart 2024 meldde de toenmalig bevoegde schepen dat de stadsdiensten niet beschikken over data of methodieken om de 3-30-300-regel of het zicht van elke voordeur op bomen te meten, en dat er ook geen plannen zijn om dit op korte termijn te kwantificeren (2024_SV_00123).

In de beleidsverklaring van het stadsbestuur staat: “Meer groen in de stad maakt mensen gelukkiger, en speelt ook een cruciale rol in het klimaatrobuust maken van het openbaar domein. De nieuwe 3-30-300 groennorm is daarbij richtinggevend. Daarom streven we er bij elk project naar maximale ontharding en vergroening, en geven we waar relevant voldoende ruimte voor water.” De 3-30-300 regel wordt zo bijvoorbeeld als maatstaf voor kwalitatief groen genoemd bij grote nieuwe ontwikkelingen, zoals het Citadelpark, de Watersportbaan, The Loop, Afrikalaan, Fabiolalaan, Marseillestraat en ecowijk Gantoise.

In de budgetten van het meerjarenplan vinden we de 3-30-300 regel terug binnen Actieplan OD20010 (Realiseren van een klimaatrobuuste stad met een weerbaar watersysteem). “Het 3-30-300 concept is daarbij een nieuw kader dat helpt bij het creëren van groenere en gezondere stedelijke omgevingen en bijgevolg het verminderen van het risico op hittestress. In een koeltevisie en -strategie worden deze vergroeningsprincipes met (bouw)technische aanbevelingen op elkaar afgestemd met als doel de opwarming van onze stedelijke omgeving zoveel mogelijk te voorkomen en klimaatneutraal af te koelen.”

Ik had van de schepen graag een antwoord gekregen op de volgende vragen:

Indiener(s)

Stijn De Roo

Gericht aan

Christophe Peeters

Tijdstip van indienen

di 06/01/2026 - 09:14

Toelichting

  1. Hoe zal de stad Gent de 3-30-300-regel in de toekomst concreet opvolgen en toepassen binnen haar stedenbouwkundig en ruimtelijke beleid? Graag meer uitleg.
  2. Is het de bedoeling dat de 3-30-300-regel meegenomen wordt als beoordelingskader bij de behandeling van omgevingsvergunningen voor nieuwe ontwikkelingen en grootschalige bouwprojecten? Graag meer uitleg. 
  3. Welke diensten binnen de stadsorganisatie zijn verantwoordelijk voor de implementatie, opvolging en handhaving van de 3-30-300-regel in stedenbouwkundige en ruimtelijke dossiers?

Bespreking

Antwoord

De 3-30-300-regel is inderdaad een belangrijk en richtinggevend concept binnen het actuele debat over stedelijke vergroening, klimaatadaptatie en leefkwaliteit. Tegelijk is het belangrijk om duidelijk te zijn over wat vandaag al kan en wat nog verdere beleidsvertaling vereist.

  1. Hoe zal de stad Gent de 3-30-300-regel in de toekomst concreet opvolgen en toepassen binnen haar stedenbouwkundig en ruimtelijke beleid? Graag meer uitleg.

Vandaag is de 3-30-300-regel in Gent nog geen formeel vastgelegd beleidskader binnen de stedenbouwkundige en ruimtelijke regelgeving. Dat is geen onwil, maar een bewuste keuze in afwachting van duidelijkheid op hogere beleidsniveaus.

In juni 2024 werd immers de Europese natuurherstelverordening goedgekeurd. Artikel 8 daarvan legt vast dat:

  • het areaal stedelijk groen en boomkroonbedekking tot 2030 niet mag afnemen,
  • en dat vanaf 2031 een stijgende trend moet worden gerealiseerd.
  • Daarnaast stelt Europa expliciet dat in stedelijk gebied wordt gestreefd naar 30% boomkroonbedekking en naar toegankelijk groen in de nabijheid van de woonplek.

België moet deze doelstellingen vertalen in een nationaal natuurherstelplan, dat uiterlijk in 2026 aan Europa moet worden voorgelegd. In het voorjaar van 2026 wordt daarvoor een plan-MER in openbaar onderzoek verwacht. Pas na deze nationale doorvertaling kan Vlaanderen dit verder concretiseren in regelgeving of beleidskaders, en pas daarna kan een afdwingbare vertaling op lokaal niveau gebeuren.

Parallel hiermee lanceerde Vlaanderen de 3-30-300-regel als nieuwe groennorm. Er wordt algemeen van uitgegaan dat deze norm deel zal uitmaken van het Belgisch nationaal herstelplan, maar vandaag is nog niet duidelijk hoe dit concreet zal gebeuren, noch welke meet- en monitoringsmethodes zullen worden opgelegd, ondanks herhaaldelijke vragen vanuit de Stad Gent.

Dat betekent dat ook de Stad Gent zich momenteel nog in een voorbereidende en anticiperende fase bevindt.

Eén van de acties in het nieuwe Klimaatplan zal de opmaak van een koeltevisie en -strategie zijn, en daarin zal het 3-30-300 concept ook meegenomen worden.

Op dit moment wordt vergroening in het stedenbouwkundig en ruimtelijk beleid bepaald op basis van de principes uit Ruimte voor Gent en het groenstructuurplan. Beide plannen zijn goedgekeurd door de gemeenteraad. Deze dateren beide van voor de lancering van de nieuwe Vlaamse groennorm en houden hier nog geen rekening mee. Het opnemen van de 3-30-300-regel in dit ruimtelijk beleid is in principe een wijziging van dit ruimtelijk beleid en vergt goedkeuring door de gemeenteraad.

2. Is het de bedoeling dat de 3-30-300-regel meegenomen wordt als beoordelingskader bij de behandeling van omgevingsvergunningen voor nieuwe ontwikkelingen en grootschalige bouwprojecten? Graag meer uitleg.

Op dit moment wordt de 3-30-300-regel niet gebruikt als formeel beoordelings- of afwegingskader bij de behandeling van omgevingsvergunningen. Daar zijn meerdere, cumulatieve redenen voor:

  • De regel is niet juridisch verankerd in Vlaams of lokaal ruimtelijk beleid.
  • Er bestaan vandaag geen gevalideerde data of methodieken om elementen zoals:
    • zicht op minstens drie bomen vanuit elke woning,
    • boomkroonbedekking op wijkniveau,
    • of een uniforme interpretatie van “toegankelijk groen”
       objectief en juridisch robuust te meten.
  • De Europese natuurherstelverordening introduceert daarnaast nieuwe en deels dwingende bepalingen rond stedelijk groen die niet één-op-één samenvallen met de 3-30-300-logica, waardoor een ondoordachte lokale toepassing risico’s inhoudt.

Dat neemt niet weg dat de onderliggende principes van de 3-30-300-regel vandaag al sterk aanwezig zijn in het Gentse beleid. Bij nieuwe ontwikkelingen en grootschalige projecten sturen we maximaal aan op:

  • behoud van bestaande bomen,
  • bijkomende boomaanplant,
  • ontharding en vergroening,
  • voldoende nabij en toegankelijk groen,
  • en de versterking van groenblauwe netwerken en klimaatassen.

Daarnaast werkt de Stad vandaag al met bestaande instrumenten zoals:

  • afstandscriteria voor woongroen en wijkparken (150 m voor woongroen < 1 ha, 400 m voor wijkparken > 1 ha),
  • draagkrachtanalyses (onder meer 10 m² wijkpark per inwoner),
  • en ruimtelijke principes uit Ruimte voor Gent en het huidige groenstructuurplan.

3. Welke diensten binnen de stadsorganisatie zijn verantwoordelijk voor de implementatie, opvolging en handhaving van de 3-30-300-regel in stedenbouwkundige en ruimtelijke dossiers? 

De Stad Gent wil de 3-30-300-regel wel degelijk structureel meenemen in haar beleid, maar op een doordachte en juridisch correcte manier.

De Groendienst heeft de ambitie om de 3-30-300-principes te integreren bij de geplande actualisatie van het groenstructuurplan tijdens deze legislatuur. Daarbij wordt onder meer gekeken naar:

  • het beleidsmatig verankeren van maximaal boombehoud via het principe van boomvriendelijk ontwerpen, waarin ook de 3- en 30-regel een plaats kunnen krijgen,
  • en het sterker meenemen van de 300-meterregel bij de beoordeling en planning van nieuwe groenzones.

Deze oefening gebeurt in nauwe samenwerking met de dienst Stedenbouw, in het kader van de lopende oefening rond harmonisering van ruimtelijke kaders en regels, en met andere betrokken diensten binnen het Departement Stedelijke Ontwikkeling en de dienst Milieu en Klimaat.

Tegelijk benadrukken we dat een verdere concretisering pas mogelijk is zodra er duidelijkheid is over:

  • de Belgische en Vlaamse doorvertaling van de Europese natuurherstelverordening,
  • en de bijhorende verplichtingen, definities en monitoringsmethodieken.

Ondanks herhaaldelijke vragen vanuit de Stad zijn er echter nog geen data of methodieken beschikbaar om deze regel op een adequate manier te monitoren.

Besluit

De 3-30-300-regel is voor Gent vandaag een richtinggevend beleidskompas, geen afdwingbare norm. We passen de principes ervan al toe waar mogelijk, maar wachten bewust op duidelijkheid van hogere beleidsniveaus om tot een juridisch robuuste en werkbare Gentse vertaling te komen. Die vertaling zal onder meer haar plaats krijgen in de actualisatie van het groenstructuurplan en in de verdere uitwerking van een klimaatrobuuste en gezonde stad.

do 15/01/2026 - 11:28