Begin november lazen we in De Standaard dat de Brusselse nightlife en clubscene aan de alarmbel trekt. Verschillende bekende clubs zoals Bonnefooi, Spirito en Reset kondigden hun sluiting aan. Volgens de organisatie van Brussels by Night, de vertegenwoordiger van het Brusselse nachtleven, liggen de oorzaken bij stijgende huurprijzen, personeelskosten, klachten over geluidsoverlast en te lage inkomsten door een een veranderend drankverbruik.
In april stelden collega Stefaan De Winter en ik al een vraag over de geluidsnormen voor muziek- en danscafés aan schepen Watteeuw. Onder andere om te kijken hoe in het beleid een evenwicht gevonden kan worden tussen een bruisende en een leefbare stad, met haalbare geluidsnormen en lasten voor de uitbaters.
In Gent is de Nightlife Council het aanspreekpunt voor de sector. Het is belangrijk om hen bij het beleid van de stad te betrekken en de nightlifescene in Gent, die we als immaterieel erfgoed mogen beschouwen, te beschermen. Nightlife en evenementen zijn niet enkel ontmoetingsmomenten en feestjes, ze hebben ook een positieve impact op ons welzijn, de economie, de werkgelegenheid en de aantrekkelijkheid van onze stad.
Ik had dan ook graag enkele vragen gesteld aan de schepen over hoe we onze nightlife sector in Gent kunnen beschermen:
Er is niet echt een wettelijke definitie voor een nachtclub, maar in het actieplan nightlife hebben we enkele jaren geleden samen met de sector nightlife als volgt gedefineerd:
“Nightlife draait rond collectieve muziekbeleving – rond een plek waar mensen samenkomen om naar muziek te luisteren en te kunnen dansen.”
Dat laatste kan op house en techno, maar evengoed op hiphop, reggae, rock en jazz. Muzikaal is deze definitie van nightlife dus breder dan wat er pakweg in de jaren 90 onder werd verstaan (cfr. elektronische muziek). Bovendien is nightlife vandaag zowel de nacht als de muren van een club of indoorlocatie ontgroeid; party’s en festivals, waarvan het publiek in hoofdzaak komt om te dansen, vinden steeds vaker ook overdag of outdoor plaats. Met andere woorden: in onze definitie omvat ‘nightlife’ uitgaanscultuur in het algemeen. Al blijven – het volledig landschap in acht genomen – open air-evenementen uitzonderingen en concentreert het nightlife-aanbod zich in hoofdzaak ‘s nachts in clubs, cafés en andere indoorlocaties die zich daartoe lenen.”
Aangezien het begrip nachtclub niet is gedefinieerd en er ook geen specifieke nace-code voor bestaat is het moeilijk om er een specifiek aantal op te kleven. Bovendien blijkt ook uit onze definitie van nightlife dat het zowel om sedentaire uitbatingen gaat als nomadische.
Voor Gent komt dat neer op:
Eind november kwam Brussels by night een toelichting geven over de Brusselse problematiek aan onze Council en de uitdagingen zijn vergelijkbaar, maar er zijn zeker ook nuances te maken.
Jarenlang werden de strengere Gentse geluidsnormen voor events, muziek- en danscafés als een knelpunt beschouwd. Dankzij overleg tussen de sector en schepen Watteeuw is er een aangepast proeftuinkader vastgelegd dat de sector meer ruimte zal geven.
Daarnaast blijven klachten over geluidsoverlast wel een terugkerend probleem. De preventiedienst, politie en Dienst Toezicht werken volgens een bepaald kader om die issues aan te pakken. Voor een event als de Gentse Feesten worden ook proactieve afstellingen van geluidsinstallaties gedaan om de kans op klachten te minimaliseren en toch een voldoende geluidsbeleving mogelijk te maken voor bezoekers.
Over stijgende huurprijzen en personeelskosten zijn er in Gent minder concrete cijfers beschikbaar, maar de sector geeft aan dat de hoge investeringskost voor geluidsisolatie en de nood aan een evenwicht tussen leefbaarheid en nightlife belangrijke uitdagingen blijven. De Stad erkent het belang van nightlife voor economie, werkgelegenheid en cultuur en probeert via overleg, onder meer met de Nightlife Council, en via initiatieven zoals het onderzoeken van het agent of change-principe oplossingen te vinden.
De Gentse Nightlife Council komt vier keer per jaar samen en fungeert als het vaste overlegplatform tussen de stad en de nightlifesector. Het doel is een open dialoog over diverse thema’s die de sector aanbelangen zoals geluidsnormen, veiligheid, inclusiviteit en duurzaamheid, vergunningenbeleid, enz. Sinds eind vorig jaar heeft de Gentse Nightlife Council een doorstart gemaakt. De raad wordt nu getrokken vanuit de sector zelf, met een faciliterende rol vanuit Dienst Economie, dit betekent ook dat de voorzitter nu uit de sector komt. Aangezien de vergaderingen van de nightlife council nu voor alle nightlifespelers toegankelijk zijn en niet enkel meer voor verkozen leden stellen we vast dat er veel meer aanwezigen zijn en de interactie sterker is.
Om te besluiten, collega Sioen:
We blijven de sector ondersteunen door via de council de dialoog en samenwerking tussen alle betrokken stadsdiensten en de sector te versterken. We onderzoeken verder hoe we het agent of change principe in stedenbouwkundige regelgeving kunnen verankeren en in het algemeen kijken we daar naar een harmonisering (en dus vereenvoudiging) van regels. We faciliteren verder het organiseren van events en we sturen de geluidsnormen gericht bij in samenspraak met de sector.
do 15/01/2026 - 20:47Eind september introduceerde minister Depraetere haar Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan aan experten en belangenorganisaties. Op dinsdag 21 oktober 2025 stond het officiële lanceringsmoment gepland in het Vlaams Parlement. Het plan bepaalt de prioriteiten voor de periode 2025–2029 en dit kwam tot stand na een uitgebreid participatietraject met aanspreekpunten, jeugdsector, middenveldorganisaties, lokale besturen, experten én kinderen en jongeren zelf.
Deze prioriteiten zijn: ‘Ruimte om jong te zijn’, ‘Goed in je vel’, ‘Samenleven in solidariteit’ en ‘De weg naar volwassenheid’, en daar zijn telkens ook projectoproepen en acties aan gekoppeld.
Bij het directe participatieproces werd er extra aandacht besteed aan ondervertegenwoordigde of 'weinig gehoorde' groepen van kinderen en jongeren. Ook 2 Gentse partners uit het middenveld werkte samen met één van de 10 doelgroepen van kinderen en jongeren die vaak ondervertegenwoordigd zijn in het beleid. Vzw Caritas focuste op "Kinderen en jongeren op de vlucht” en Basischool De Panda ging met "Heel jonge kinderen van het 3e kleuterklas en 3e leerjaar” aan de slag.
Hoewel dit een bovenlokaal beleidsplan is, is het mee tot stand gekomen met input uit lokale besturen en heeft het ook een weerslag op het lokale jeugdbeleid. Daarom heb ik volgende vragen:
Heeft de schepen ambities om in te spelen op enkele projectoproepen vanuit het JKP? Waar liggen de thematische prioriteiten voor de schepen? Hoe gaat de schepen aan de slag met dit plan binnen haar eigen bevoegdheden?
Hoe zal de schepen transversaal te werk gaan om de andere schepenen en ook de andere diensten erop attent te maken dat men steeds vertrekt vanuit een leefwereldperspectief van kinderen en jongeren (bijvoorbeeld: mobiliteit, kindnorm, verkeersveilige en actieve verbindingen, inrichting publieke ruimte, vrije tijd, ...)?
Hoe zal de schepen het Gentse jeugdwerk (maar ook “niet-georganiseerde jeugd”) betrekken bij de implementatie van het JKP op lokaal niveau? Wordt er ook in gesprek gegaan met ondervertegenwoordigde of 'weinig gehoorde' groepen van kinderen en jongeren?
Vraag 1: Ambities rond projectoproepen vanuit het JKP
“Ja, absoluut. Als er opportuniteiten zijn, willen we daar zeker op inspelen. We moeten wel realistisch blijven: veel steden en gemeenten zijn op zoek naar extra middelen, dus we zijn niet alleen. Wat mij vooral geruststelt, is dat onze Gentse prioriteiten heel mooi aansluiten bij het Vlaamse jeugd- en kinderrechtenplan. Dat bevestigt dat we op de juiste weg zitten.
Voor Gent blijven vijf accenten belangrijk:
Eén, mentaal welzijn. Wij zetten sterk in op preventie, via jeugdwerk en vrije tijd als hefboom. Vlaanderen legt extra nadruk op digitale weerbaarheid en suïcidepreventie, wat ons werk versterkt.
Twee, inclusie en gelijke kansen. Dat is voor ons een basisprincipe: een inclusief beleid en gerichte werkingen voor kwetsbare jongeren. Vlaanderen legt daar ook de focus op, bijvoorbeeld rond inclusieve vrije tijd.
Drie, participatie. Wij willen inspraak voor alle leeftijden, met extra aandacht voor tieners. Vlaanderen organiseert trajecten rond thema’s zoals klimaat en digitaal welzijn.
Vier, ruimte en infrastructuur. Wij investeren in multifunctionele infrastructuur, Vlaanderen ondersteunt kindvriendelijke publieke ruimte.
En vijf, samenwerking tussen sectoren. Dat doen we al, maar het Vlaamse plan geeft daar nog een extra duw in de rug.
Kortom: het Vlaamse plan bevestigt onze keuzes en geeft ons extra slagkracht.”
Vraag 2: Transversaal werken
“Transversaal werken doen we eigenlijk al heel vaak. Denk aan mobiliteit, kindvriendelijk wonen… Onze stadsdiensten werken goed samen, en de jeugddienst zorgt ervoor dat het thema jeugd overal op de kaart blijft staan. Een mooi voorbeeld is de samenwerking tussen groendienst en jeugddienst: bij de heraanleg van parken en speelpleinen organiseren we altijd inspraakmomenten met kinderen en jongeren.
Voor de toekomst willen we dat nog versterken. We plannen om per bevoegdheid in gesprek te gaan met collega-schepenen en hun kabinetten. De jeugddienst zorgt voor input, en samen met mijn medewerker gaan we dat toelichten.
En eerlijk? Kinderen en jongeren dagen ons zelf uit om transversaal te werken. Zij sporten, spelen, gaan uit… Hun leefwereld stopt niet bij één beleidsdomein. Het is onze opdracht om hun stem te versterken, niet alleen in jeugdbeleid, maar overal.”
Vraag 3: Betrekken van jeugdwerk en niet-georganiseerde jeugd
“We willen het Gentse jeugdwerk maximaal betrekken. De jeugddienst ondersteunt het middenveld om projecten in te dienen, en waar mogelijk kijken we ook of we als stad zelf kunnen indienen.
Maar het gaat niet alleen om georganiseerd jeugdwerk. Via onze participatieaanpak – de jeugdraad, Thuis in ’t Stadhuis, en onze zoektocht naar tienerparticipatie – bereiken we heel veel kinderen en jongeren, ook zij die niet in het jeugdwerk zitten.
Daarnaast zijn er initiatieven zoals Alles Kan en het brede jeugd(welzijns)werk. Dat zijn sterke manieren om jongeren te betrekken die we anders moeilijk bereiken. En ja, we willen ook in gesprek gaan met groepen die vaak minder gehoord worden. Dat is voor ons een evidentie.”
vr 16/01/2026 - 10:17Tijdens de commissie FJEWD van 4 december verklaarde schepen El Bazioui dat het “onrealistisch” is om te verwachten dat alle zware voertuigen van Stad Gent tegen 2030 elektrisch of emissievrij zouden zijn.
Deze uitspraak roept vragen op over de haalbaarheid en proportionaliteit van de verplichtingen die de stad tegelijk wil opleggen aan private spelers binnen de R40, in het kader van de uitrol van emissievrije stadslogistiek. Deze doelstelling werd in 2023 vastgelegd en herhaald in het bestuursakkoord.
a.) Stimulansen?
b.)Overgangsregelingen?
c.)Welke uitzonderingen gaan er tellen voor bepaalde voertuigtypes of sectoren?
d.)Welke fasen zijn er nog en welke nemen we nu in?
In 2023 hebben we inderdaad een plan stedelijke logistiek goedgekeurd waarin deze maatregel was opgenomen. Om zero-emissie stadslogistiek te verwezenlijken moeten ondernemers voldoende lange investeringshorizon hebben. Daarom werd toen voor 2030 gekozen.
Een belangrijke voorwaarde was de nood aan een Vlaamse kader. Een uniform regelgevend kader zorgt voor enerzijds een grotere impact en verhindert anderzijds een lappendeken van verschillende stedelijke kaders die extra rompslomp creëren voor ondernemers.
Stad Gent heeft daarom het Zero-Emissie Stadslogistiek beleid van de Vlaamse Overheid intensief opgevolgd en deelgenomen aan het stakeholdertraject de voorbije 2 jaar. Het doel van dit project was om tot een gedragen kaderovereenkomst te komen tussen de Vlaamse overheid, de lokale besturen en de logistieke sector. Die kaderovereenkomst had als doel een heldere regelgeving te creëren die voor iedereen haalbaar is.
Sinds de nieuwe Vlaamse Regering ligt het beleid rond Zero-Emissie Stadsdistributie echter stil. Tijdens de Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken van 6 februari 2025 gaf minister van Mobiliteit Annick De Ridder aan dat ze de kaderovereenkomst niet in een decreet zal omzetten en deze wil evalueren.
Samengevat: Aangezien een Vlaams kader ontbreekt, hebben we de doelstelling van zero-emissie stadslogistiek in 2030 losgelaten. De voorziene budgetten zijn dan uiteraard ook opgenomen in de besparingen. Er is dus geen sprake meer van stimulansen, overgangsmaatregelen en fasering van een zero-emissie zone.
do 15/01/2026 - 21:05De Stad Gent heeft verschillende contracten lopen met Israëlische bedrijven die actief betrokken zijn bij de illegale bezetting van Palestina en de genocide in Gaza. Het gaat met name over de UFED 4PC-software van het Israëlische bedrijf Cellebrite, video-analyse-software van BriefCam en draadloze communicatie-software van Radwin die ondermeer ingezet wordt voor de Gentse LEZ-camera’s.
Dit is in strijd met het beleid van de stad Gent om alle producten te weren van Israëlische bedrijven die winsten genereren uit de illegale bezetting van de Palestijnse gebieden en de genocide in Gaza, zoals goedgekeurd op de gemeenteraad van november 2023 en omgezet in concrete beleidslijnen in maart 2024. Het engagement tegenover dit aankoopbeleid werd herhaald met een motie aangenomen door de meerderheid in september 2025.
Tijdens diezelfde gemeenteraad van september 2025 stelde de meerderheid voor om pas de contracten te stoppen eens er gepaste alternatieven gevonden werden. Specifiek voor het contract met Cellebrite verbindt het stadsbestuur een overstap van Cellebrite aan een federale, gelijktijdige migratie op niveau van parket, federale politie en Vlaamse politiezones. Deze oproep stuurde het stadsbestuur ook per brief aan bevoegd Minister Quintin. Uit zijn verklaringen tijdens de Commissie Binnenlandse Zaken van 8 september kunnen we afleiden dat er daartoe geen federale stappen ondernomen worden.
Uit een antwoord van de schepen op een schriftelijke vraag van Julie Steendam van augustus 2025 bleek dat nog niet alle alternatieven voor Cellebrite onderzocht werden in Gent, met name OpenText EnCase (OpenText, Canada) en Oxygen Forensic Detective (Oxygen Forensics, VS). Voor Radwin en BriefCam blijkt dat het ‘overschakelen van naar een alternatief voor alle gebruikers samen bekeken wordt’. De contracten zijn dus nog niet definitief stopgezet.
Wat zijn de volgende stappen van het stadsbestuur om zelfstandig van deze contracten af te geraken?
Hoe ver staat het haalbaarheidsonderzoek voor een overstap voor de 3 toepassingen?
Meerdere Gentse diensten sluiten momenteel nieuwe raamakkoorden af. Wordt er actief steun geboden en onderzocht opdat hierin geen nieuw gebruik van deze 3 toepassingen in begrepen zit?
Wat was de officiële reactie van minister Quintin op de brief van het Gentse stadsbestuur?
Bedankt voor uw opvolgvraag.
We ontvingen recent schriftelijk antwoord van minister Quintin op onze brief dd. 01/08/2025. Daarin zegt de minister dat hij de “bezorgdheden op vlak van ethische implicaties” begrijpt en “aan de Federale politie zal vragen om aandacht te schenken aan het verzoek van de stad Gent”.
Voor zover wij zicht hebben op wat er bovenlokaal gebeurt is deze kwestie verder besproken op het niveau van de federale politie en richting Europol. We blijven dit vanuit Gent verder opvolgen.
Gezien de geopolitieke evoluties, wordt het denk ik voor iedereen duidelijk dat we er belang bij hebben om als Europa zoveel mogelijk onafhankelijk te worden op vlak van IT.
Wat zijn de volgende stappen van het stadsbestuur om zelfstandig van deze contracten af te geraken?
Voor de hardware van Radwin werd het onderhoudscontract reeds stopgezet en wordt al een tijd geen nieuwe apparatuur meer besteld van dit merk. Er is dus geen financiële verbintenis meer. Hier is al een alternatief gekozen, namelijk Cambium, en we gaan de komende tijd de aanwezige toestellen gradueel vervangen. Vandaag gaat er al geen euro meer naar Radwin en dat moet ook zo blijven.
De politie onderzoekt verder de mogelijkheden van een alternatief voor de Briefcam software . Er is eigen research gedaan, inclusief het uittesten adhv demo. De politiediensten zijn positief over de mogelijkheden en functionaliteiten en bekijken momenteel nog de technische onderbouw, maar voorlopig ziet dat er ook goed uit. Men denkt dit binnenkort te kunnen afronden, in het perspectief van het aflopen van het contract met Briefcam dit voorjaar.
Voor Cellebrite blijven we pleiten en opvolgen dat er een bovenlokale aanpak komt voor alle lokale besturen. Van zodra er een uniform alternatief is kunnen alle politiezones, de federale politie en justitiële diensten overstappen. Gezien de afhankelijkheden en de samenwerking binnen de geïntegreerde politie (lokaal & federaal) en met de gerechtelijke overheden (parket), en dat haalde ik al aan eerder, is het niet verstandig om als enige politiezone op een alternatief over te stappen. Vanuit Gent blijven we druk uitvoeren en evoluties op bovenlokaal niveau opvolgen, zoals ik aangaf in het antwoord op de eerste vraag.
Hoe ver staat het haalbaarheidsonderzoek voor een overstap voor de 3 toepassingen?
Zie vraag 2.
Meerdere Gentse diensten sluiten momenteel nieuwe raamakkoorden af. Wordt er actief steun geboden en onderzocht opdat hierin geen nieuw gebruik van deze 3 toepassingen in begrepen zit?
Zoals toegelicht is de toepassing van Radwin en Briefcam al stopgezet of aflopend. Voor Cellebrite is er een lopend contract.
Vanuit District09 wordt in nieuwe bestekken die opgemaakt worden systematisch verwezen naar de stadsclausule rond Producten gelinkt aan illegale bezetting Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Alle entiteiten uit de bredere groep Gent kregen ondertussen een schrijven om de aandacht te vestigen op deze clausule.
Gent was de eerste stad in Vlaanderen die deze clausule inschreef in bestekken aan stadzijde om bedrijven te screenen op hun medeplichtigheid aan de bezettingspolitiek van Israël. Gent blijft hierin een voortrekker en geeft het goede voorbeeld. We roepen hogere overheden op om ons daarin te volgen.
do 15/01/2026 - 21:26De voorbije maanden hebben we het hier al meermaals gehad over de fameuze lijst van stadsgebouwen die het stadsbestuur wil verkopen of in erfpacht geven. Via een stadswebsite kunnen geïnteresseerden zich ook aanmelden om interesse te tonen in 1 of meerdere panden of meer info opvragen.
Graag had ik hierover volgende vragen gesteld:
Dank je wel voor deze vraag, collega. Dit is een belangrijk project voor onze stad: het gaat niet alleen over gebouwen, maar over nieuwe kansen voor buurtwerking, creativiteit en samenwerking. We willen dat deze panden een tweede leven krijgen en dat dit gebeurt op een open, transparante en participatieve manier.
Stand van zaken: veel interesse en enkele populaire panden
De respons tot nu toe is heel positief. Er zijn al 295 personen die hebben aangegeven dat ze op de hoogte willen blijven van toekomstige verkopen of erfpachten.
De meeste geïnteresseerden willen informatie over alle panden, een veel kleinere groep focust op één specifiek gebouw.
De panden die voorlopig het meest aandacht krijgen zijn:
Pastorie Sint-Martinus Ekkergem
Sint-Machariuskerk
Drongenhofkapel
Huis Bolle
Maar ook daar gaat het om een beperkt aantal concrete geïnteresseerden, vaak in combinatie met mensen die voor alles openstaan.
Hoe werken we? Transparantie en gelijke kansen
Belangrijk om te benadrukken: er gebeurt geen selectie of beoordeling van aanvragen op dit moment. Iedereen die zich inschrijft om op de hoogte te blijven, zal ook effectief op de hoogte gehouden worden.
Wanneer een pand in verkoop of erfpacht gaat, zal dat openbaar gecommuniceerd worden, zodat iedereen zich kandidaat kan stellen.
De procedures zijn volledig transparant en hierover zullen we actief communiceren.
Welke vragen krijgen we en hoe beantwoorden we die?
De meest gestelde vraag is: “Wat is de timing?”
Ons antwoord: het traject start begin 2026 en zal enkele jaren duren. Een exacte timing per locatie is nog niet gekend.
We willen ook helder communiceren: als we merken dat een vraag relevant is voor meerdere geïnteresseerden, voegen we die toe aan de Q&A op de website:
=> https://stad.gent/nl/over-gent-stadsbestuur/stadsbestuur/wat-doet-het-bestuur/nieuwe-bestemming-gebouwen-stad-gent#veelgestelde-vragen
Planning: wat komt er nu?
Het traject is opgestart, maar een gedetailleerde planning per gebouw kunnen we nog niet geven.
Wat wel vaststaat is dat we in 2026 zullen starten.
Alle contactpersonen die hun interesse hebben doorgegeven, worden dan persoonlijk op de hoogte gebracht.
Globaal kunnen we zeggen dat dit het beeld geeft dat de interesse breed is:
Middenveldorganisaties en verenigingen allerhande
Bedrijven
Vrije beroepen
Horeca
....
Dit project is een kans om samen met bewoners, organisaties en ondernemers onze stad vorm te geven. We doen dit stap voor stap, met open communicatie en gelijke kansen voor iedereen.
Ik kijk ernaar uit om in 2026 de eerste concrete stappen te zetten en samen nieuwe verhalen te schrijven.
In Gent zijn er steeds meer mensen die dringend nood hebben aan een betaalbare en stabiele woning, maar die vastlopen in lange wachtlijsten, complexe procedures of een gebrek aan geschikte begeleiding. Voor mensen in een kwetsbare woonsituatie – zoals dak- en thuisloze personen, gezinnen in transitwoningen, mensen die hun woning verliezen door brand of onbewoonbaarheid, of mensen die uitstromen uit een opvang- of zorgtraject – is een snelle en goed begeleide toeleiding naar een duurzame woonoplossing cruciaal.
In deze winterperiode is de nood aan een snelle oplossing voor (dreigend) dak- en thuislozen extra groot.
In het ROOF-actieplan is daarin voorzien in een snelle herhuisvesting, onder meer via samenwerking met sociale woonactoren, welzijnspartners en de private huurmarkt. Ik geloof heel hard in deze aanpak, maar wil graag zicht krijgen op de concrete werking, de resultaten en de verdere ambities.
Daarom volgende vragen voor de schepen :
Hoe wordt de snelle herhuisvesting vandaag concreet georganiseerd in Stad Gent, en welke doelgroepen worden prioritair bereikt?
Over hoeveel dossiers ging het in 2024 en 2025, en hoeveel mensen of gezinnen konden effectief doorstromen naar een duurzame woonoplossing?
Welke rol spelen transitwoningen, sociale huurwoningen en de private huurmarkt binnen dit traject van versnelde toeleiding?
Waar ziet de stad vandaag de grootste knelpunten in de versnelde herhuisvesting (bijvoorbeeld aanbod, betaalbaarheid, begeleiding, administratieve drempels)?
Welke bijkomende maatregelen of investeringen plant het stadsbestuur om de versnelde toeleiding verder te versterken, zeker in het licht van de aanhoudende wooncrisis?
Dank u wel voor uw vraag raadslid Ben Chikha,
In 2022 hebben we het ROOF-actieplan goedgekeurd voor het beëindigen van dakloosheid van wettig verblijvende Gentenaars.
Dit plan steunt op 2 grote poten:
Om dakloosheid aan te pakken steunen we het plan op 3 types van woonoplossingen: Snelle herhuisvesting, Housing First en Wonen met zorg en ondersteuning. De grens tussen deze systemen en doelgroepen is niet altijd even scherp. Soms lopen de types door elkaar.
Maar snelle herhuisvesting richt zich op huishoudens die recent dakloos werden of dreigen te worden en lichte problemen hebben tot herhuisvesting. De woonoplossing bestaat uit een betaalbare en kwaliteitsvolle (sociale of private) huurwoning met tijdelijke herhuisvestingsbegeleiding.
Dit valt in voor de sociale huurwoningen in belangrijke mate samen met het
nieuwe systeem van versnelde toewijs (pijler 2) dat sinds 2024 van kracht is. Dat is het systeem waarin we bepaalde doelgroepen versneld gaan herhuisvesten in sociale woningen.
In 2024 kregen 107 gezinnen een versnelde toewijzing via pijler 2. Dat waren 139 volwassenen en 97 kinderen.
In 2025 kregen 107 gezinnen een versnelde toewijzing . Dat waren 122 volwassenen en 80 kinderen. Dit zijn wel voorlopige cijfers, het kunnen er nog iets meer zijn.
De voorbije twee jaren hebben in totaal 438 (dreigend) dak- of thuislozen, waarvan 177 kinderen, een versnelde toewijzing gekregen, via pijler twee naar een sociale woning.
Er stromen ook (dreigend) dak- of thuislozen in bij sociale huisvesting via de reguliere toewijzing (pijler 1). Er wordt niet gemonitord om hoeveel dit precies gaat.
Ook de toeleiding naar de private markt maakt deel uit van de oplossing. Maar daar blijft de betaalbaarheid een groot probleem, wat leidt tot lange zoektochten en er dus weinig sprake is van versnelde herhuisvesting.
Dit kan wat getemperd worden door tijdelijke huisvestingsinitiatieven zoals transitwoningen. Ook voor acute situaties van dak- en thuisloosheid zetten we vandaag onder andere in op tijdelijke verblijfsvormen met begeleiding. (oa opvang en oriëntatie jongeren, CAW-opvang, gezinsopvang dakloze gezinnen, transitwoningen en Project Leegstand). Dit doen we noodgedwongen omdat er vandaag onvoldoende betaalbaar aanbod is, TPG werkt hier zoals u weet naarstig aan.
Een onderdeel van de begeleiding in deze tijdelijke huisvesting is samen met de cliënt op zoek gaan naar een duurzame woonoplossing. Dit kan op de sociale huurmarkt zijn of op de private huurmarkt.
Als we nu specifiek kijken naar de Transitwoningen dan geeft dat een idee over hoe die herhuisveting loopt.
Er zijn momenteel 43 transitwoningen die voor zes maanden kunnen bewoond worden, verlengbaar met zes maanden als het gezin geen structurele oplossing gevonden heeft.
In 2024 werd 42 keer een transitwoning toegewezen. 14 gezinnen konden na hun verblijf in de transitwoning een sociale woning huren, 6 vonden een private huurwoning, 1 een privé koopwoning, 2 konden terug naar hun oorspronkelijke woning en 2 verlieten de transitwoing zonder duurzame woonoplossing.
In 2025 werd 37 keer een transitwoning toegewezen. 15 gezinnen konden na hun verblijf in de transitwoning een sociale woning huren, 7 vonden een private huurwoning, 1 een privé koopwoning, 1 een assisitentiewoning, 13 konden terug naar hun oorspronkelijke woning en 7 verlieten de transitwoing zonder duurzame woonoplossing.
Deze tijdelijke woonoplossingen werken dus als een buffer tussen dakloosheid en duurzame huisvesting.
Waar zijn de grootste drempels?
Het grootste knelpunt zit in het aanbod. Er is onvoldoende aanbod aan reguliere woonoplossingen voor degene die dakloos zijn of dreigen te worden.
Om het systeem van versnelde herhuisvesting ten volle te kunnen ontwikkelen moet het globaal aanbod vergroten.
Nu zijn we te veel de schaarste aan het verdelen.
Het aanbod huisvesting is tout court te beperkt voor de ganse groep die dak- en thuisloos is om de jaarlijkse nieuwe instroom op te vangen en een antwoord te bieden op de mensen die chronisch dakloos zijn. Daarnaast is voor een deel van de diverse groep ook nood aan flankerende begeleiding op maat.
Dus enerzijds moeten we hard inzetten op de globale stijging van het aantal sociale woningen, anderzijds moeten we ook inzetten op een toegankelijke betaalbare private huurmarkt. Zeker voor gezinnen met veel kinderen zijn er te weinig herhuisvestingsmogelijkheden.
Naast het voorzien in snelle herhuisvesting is het ook van groot belang om in te zetten op preventie van dak- en thuisloosheid (onderdeel van het ROOF-plan). We zetten komende legislatuur dan ook in op de uitbreiding van begeleiding in kader van preventie van uithuiszetting.
Ook de andere types van woonoplossingen voor daklozen (Housing First en Wonen met zorg en ondersteuning) zijn een essentieel deel van ons plan om dakloosheid te beëindigen. We willen deze legislatuur 50 Housing First woningen in huur nemen, een extra site Robuust wonen realiseren, een zorghostel uit de grond stampen,….
Maar de belangrijkste oplossing is dus het globaal aanbod sociaal en betaalbaar wonen vergroten, want dan wordt de toegang tot duurzame huisvesting ook voor dak- en thuislozen mogelijk.
Ondertussen zetten we ook nog in op het versterken van die tijdelijke oplossingen.
Stad Gent bouwt momenteel 9 bijkomende transitwoningen die eind 2026 in gebruik kunnen genomen worden.
We zetten ook in op de uitbreiding van het project leegstand (oa doorgangswoningen voor erkend vluchtelingen).
vr 16/01/2026 - 10:19