De komende jaren komen twee evoluties samen: de verschuiving van een lokaal naar een bovenlokaal beleid voor cultuur, jeugd en sport, en extra investeringen om vrijetijdsparticipatie voor mensen in armoede te versterken. Dat biedt kansen: minder overlap, gedeelde administratie en een aanbod dat gemeentegrenzen overstijgt.
Het Vlaams Parlement keurde recent de beslissing van minister Gennez goed om het budget vanaf 2027 met 21% te verhogen, met als doel 190.000 extra mensen toegang te geven tot cultuur, sport en vrije tijd aan een verminderd tarief. De UiTPAS is daarbij een cruciaal instrument.
Lokale besturen kunnen tot 1 april 2026 een aanvraag indienen voor de werkingssubsidie voor een (boven)lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie
Beste raadslid,
Beste Sioen,
Eerst en vooral: ja, natuurlijk dient de Stad opnieuw een aanvraag in. Dat doen we elke legislatuur, en we hopen dat we opnieuw het maximale bedrag van 159.000 euro krijgen. Maar we moeten ook duidelijk zijn: dat bedrag volstaat al lang niet meer.
UiTPAS blijft een cruciaal instrument om financiële drempels weg te werken en ook mensen met een beperkt budget te kunnen laten participeren aan ons rijke cultureel en vrijetijds aanbod. Daarom heb ik als schepen van Cultuur extra budget voorzien deze legislatuur. En dat is ook nodig.
Het aantal pashouders en het gebruik blijven jaar na jaar stijgen — wat op zich goed nieuws is. Het toont dat UiTPAS werkt en dat we veel mensen bereiken. Maar dat succes zet het systeem ook onder druk, zeker nu PASOA‑middelen wegvallen en het reglement vrijetijdsparticipatie volledig door onszelf gefinancierd moet worden.
Daarom zullen we ook meer beperkingen moeten doorvoeren dan vroeger / zoals ik hier op eerdere vragen al antwoordde / zo niet: niet alleen onbetaalbaar voor ons, maar ook onbetaalbaar voor de partners, die dan helemaal uit het systeem dreigen te stappen - dat willen we natuurlijk vermijden.
Vandaag kiezen we ervoor om binnen ons eigen Gentse netwerk voor vrijetijdsparticipatie te blijven werken. Dat kan volgens het decreet nog tot 2033, en dat netwerk functioneert goed als overleg tussen stadsdiensten en partners.
De vraag naar een intergemeentelijke samenwerking willen we zeker onderzoeken, maar we moeten ook eerlijk zijn: dat is voor Gent geen evidente oefening. Onze UiTPAS‑regio overlapt niet met een mogelijke IGS‑regio, we hebben een eigen erfgoedcel—terecht voor een centrumstad—en alle randgemeenten zijn vandaag al aangesloten bij andere IGS‑verbanden. Dat betekent dat we voor een nieuw IGS zelfs een gemeente zouden moeten ‘losmaken’ uit een bestaande samenwerking en daar bovenop nieuwe structuren moeten opzetten. Dat creëert vooral extra complexiteit, niet minder.
Daarnaast valt vrijetijdsparticipatie breder dan cultuur, terwijl een IGS net vanuit de schepenen van cultuur wordt gestuurd. En om onze huidige trekkingsrechten te behouden, moeten er al tegen 2029 beslissingen vallen, terwijl we nog volop onderzoeken welke noden er gedeeld zijn met onze buren en wat de meerwaarde zou zijn voor Gent.
Kort gezegd:
er is geen weerstand tegen bovenlokale samenwerking.
Maar de manier waarop het decreet de structuren vastlegt, maakt het voor Gent een zeer complexe puzzel. Daarom onderzoeken we eerst grondig wat mogelijk is en of het effectief voordelen oplevert voor onze stad.