Sinds de start van het zomerseizoen lokken de Blaarmeersen opnieuw massa’s volk, met pieken tot maar liefst 6.500 bezoekers per dag. Dat is op zich goed nieuws voor wie wil genieten van recreatie in onze stad, maar die drukte brengt helaas ook opnieuw ernstige veiligheidsproblemen met zich mee.
Uit een recent antwoord van de burgemeester op de schriftelijke vraag van Jonas Naeyaert blijkt dat de politie sinds april al 81 processen-verbaal heeft opgesteld in en rond het domein. Het gaat daarbij niet om kleine akkefietjes, maar onder meer om drugsbezit, diefstallen met verzwarende omstandigheden, fietsdiefstallen, diefstallen uit voertuigen, exhibitionisme, illegaal wapenbezit, verstoring van de openbare orde, slagen en verwondingen, en zelfs voyeurisme ten aanzien van een minderjarige.
Daarnaast werden ook 18 GAS-boetes uitgeschreven, vooral voor het beklimmen van de omheining van de afgesloten strandzone en voor wildplassen.
Tegenover die cijfers staat dat er dit seizoen geen enkel plaatsverbod werd opgelegd. Er werden amper twee toegangsverboden uitgereikt: één wegens druggerelateerde overlast en één wegens grensoverschrijdend gedrag.
De burgemeester noemt de start van het seizoen, ondanks deze cijfers, “relatief rustig”. Voor het Vlaams Belang is dat moeilijk te rijmen met de feiten op het terrein.
Wie naar de Blaarmeersen komt om te ontspannen, met kinderen of gezin, moet dat veilig kunnen doen. Wie overlast veroorzaakt, geweld pleegt, steelt of zich schuldig maakt aan grensoverschrijdend gedrag, hoort daar niet thuis.
Daarom heb ik volgende vragen:
Vindt de burgemeester het normaal dat er tegenover 81 processen-verbaal amper twee toegangsverboden en geen enkel plaatsverbod staan? Hoe verklaart hij dat verschil?
Welke criteria worden vandaag gebruikt om al dan niet een plaatsverbod op te leggen? Waarom werd dit instrument dit seizoen nog niet ingezet, zelfs niet bij zwaardere feiten zoals illegaal wapenbezit of voyeurisme ten aanzien van een minderjarige?
Is de burgemeester bereid om het beleid rond plaatsverboden te verstrengen en dit instrument sneller en vaker in te zetten tegen amokmakers en overlastplegers aan de Blaarmeersen?
Geachte collega Deckmyn,
Laat mij vooreerst heel duidelijk zijn: de veiligheid in de Blaarmeersen is en blijft voor ons een absolute prioriteit. We spreken over een domein dat in het zomerseizoen dagelijks duizenden bezoekers aantrekt, met pieken tot 6.500 mensen. Dat wijst op het succes van de Blaarmeersen maar brengt onvermijdelijk ook uitdagingen met zich mee op vlak van ordehandhaving.
De afgelopen jaren hebben we als stadsbestuur heel wat geïnvesteerd om de veiligheid te verhogen. De strandzone is afgesloten met een omheining, we werken met reservaties en toegangscontroles. Er hangen camera’s. Op vlak van aanwezigheid op het terrein, werken we met een gelaagde werking, met de aanwezigheid van sfeerbeheerders, private bewaking en politie. Op die manier kan er snel en adequaat gereageerd worden.
De Blaarmeersen is, in tegenstelling tot een aantal jaren geleden, opnieuw een plek geworden waar Gentenaars graag naar toe gaan.
Collega Deckmyn
Ik heb niet gezegd dat de seizoenstart rustig is verlopen. Dit is een inschatting van de korpsleiding. Op basis van hun ervaring, op basis van hun inzet op het terrein. Er zijn diverse kleinere incidenten en vormen van overlast vastgesteld, waarvoor gericht werd opgetreden door politie en partners. Maar geen grote escalaties, ondanks de grote bezoekersaantallen.
Zoals aangegeven, de politie treedt actief en kordaat op. Het aantal PV’s toont dit aan.
Om dan op uw vragen in te gaan.
De toegangsverboden en plaatsverboden vallen onder een ander juridisch kader en kunnen niet automatisch volgen uit elk pv.
Een toegangsverbod is voorbehouden voor ernstige feiten, zoals fysiek grensoverschrijdend gedrag, agressie, druggerelateerde feiten, zware vernielingen of diefstallen. Die maatregel is bovendien beperkt tot de strandzone en moet steeds proportioneel zijn. In dat kader werden dit seizoen ook effectief 2 toegangsverboden opgelegd.
Een plaatsverbod gaat nog een stap verder. Dat grijpt rechtstreeks in op een fundamenteel recht, namelijk de vrije bewegingsvrijheid. In een rechtsstaat betekent dat dat we daar bijzonder zorgvuldig mee moeten omgaan.
De wet – meer bepaald artikel 134sexies van de Nieuwe Gemeentewet – legt hiervoor een strikte procedure op. Concreet betekent dit:
Pas wanneer na zo’n verwittiging opnieuw feiten worden gepleegd die de openbare orde verstoren, kan een plaatsverbod effectief worden opgelegd.
Dat verklaart waarom er niet automatisch plaatsverboden volgen uit elk ernstig feit. Niet elk strafbaar feit voldoet immers aan het criterium van ordeverstoring, en de procedure moet juridisch correct worden doorlopen.
Dat betekent echter niet dat we dit instrument niet gebruiken.
Integendeel: sinds de start van het seizoen werden reeds zes schriftelijke verwittigingen opgesteld en betekend, precies als noodzakelijke stap richting een mogelijk plaatsverbod.
Ook in het verleden hebben we dit instrument al meermaals effectief toegepast. De afgelopen 5 jaren heb ik al 18 plaatsverboden opgelegd, waarvan 3 in de Blaarmeersen. Als er een onderbouwd dossier is, zal ik het niet nalaten om dit instrument te gebruiken.
Mijnheer Deckmyn, wij leven in een rechtsstaat. Dat betekent dat wij enerzijds kordaat moeten optreden tegen overlast en criminaliteit, maar anderzijds ook de fundamentele rechten van elke burger moeten respecteren.
Een plaatsverbod is geen sanctie, maar een preventieve maatregel. Het doel is het voorkomen van verdere verstoring van de openbare orde. Net daarom moet die maatregel voldoen aan de beginselen van proportionaliteit, redelijkheid en correcte motivering.
Laat mij daarom duidelijk zijn: wanneer de feiten ernstig zijn én aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan, zal ik niet aarzelen om een plaatsverbod op te leggen. Maar we doen dat altijd binnen het wettelijk kader, zodat beslissingen ook juridisch standhouden.
Onze aanpak in de Blaarmeersen is er één van:
We blijven de situatie nauwgezet opvolgen en sturen bij waar nodig, maar steeds met respect voor de rechtsprincipes die ons binden.
Dit is de kracht van een bestuur dat veiligheid ernstig neemt én rechtszekerheid garandeert.
Mathias De Clercq
Burgemeester