Zoals de voorbije jaren konden Gentenaars de overgang van oud naar nieuw vieren met een georganiseerd en gecontroleerd nieuwjaarsevent aan Portus Ganda, met geluidsarm en diervriendelijk vuurwerk, lasers, vlammenspuwers en muziek. Daarnaast geldt in Gent een algemeen permanent verbod op het afsteken van vuurwerk door particulieren, met slechts één beperkte uitzondering: op oudejaarsnacht tussen middernacht en 1 uur. Er geldt ook een verbod op het bezit van vuurwerk tussen 18u en 6u ’s ochtends en dat van 15 oktober tot en met 31 januari, behalve op oudjaar van middernacht tot 1 uur.
Ondanks deze duidelijke regels en het voorziene alternatief werd ook dit jaar opnieuw ernstig onverantwoord en gevaarlijk gedrag vastgesteld.
Ook ver buiten het toegelaten tijdsvenster werd vuurwerk ontstoken, wat in bepaalde buurten een gevoel van onveiligheid creëert en het vrij gebruik van het publieke domein onder druk zet. Daarnaast werden vuurwerkprojectielen gericht en gegooid naar politiemensen en naar omstaanders die enkel kwamen kijken.
Dat er geen gewonden vielen verandert niets aan het onaanvaardbare karakter van de feiten. Tegelijk wordt vastgesteld dat het gebruikte vuurwerk jaar na jaar zwaarder en krachtiger wordt, met een steeds groter risico voor personen, hulpdiensten en aanzienlijke schade.
Naast het veiligheidsaspect is er de aanhoudende impact op het dierenwelzijn en de leefkwaliteit. De knallen en lichtflitsen veroorzaken paniek bij huisdieren en andere dieren, met ontsnappingen en verwondingen tot gevolg. Voor een stad waar naar schatting 70% van de inwoners een huisdier heeft, is oudejaarsnacht voor velen uitgegroeid tot een moment van stress en overlast. Daarbovenop komt de vervuiling van de publieke ruimte door fijn stof, afvalresten en materiële schade.
Verschillende steden hebben de voorbije jaren gekozen voor een totaalverbod op particulier vuurwerk. De ervaring leert echter dat dit op zich geen afdoende oplossing biedt: ook in steden met een totaalverbod blijven overlast, illegaal vuurwerkgebruik en incidenten hardnekkig bestaan.
Een verbod zonder greep op de beschikbaarheid van vuurwerk verschuift het probleem, maar lost het niet op. Het Nederlandse verbod toont de juiste richting aan.
De vaststelling is dan ook helder: zolang vuurwerk vrij verkrijgbaar blijft, blijft handhaving op het terrein dweilen met de kraan open. Onverantwoord gedrag kan niet structureel worden ingeperkt met tijdsbeperkingen of lokale verboden alleen. Een effectieve aanpak vereist dat de bron van het probleem wordt aangepakt.
Een lokaal verbod of verdere beperking van het toegelaten tijdsvenster volstaat niet en biedt geen duurzaam antwoord op de veiligheidsrisico’s, de overlast en het dierenleed. Enkel een nationaal verbod op de verkoop en het gebruik door particulieren van vuurwerk kan leiden tot een wezenlijke vermindering van incidenten en misbruik.
Aangezien het verbieden van de verkoop van vuurwerk een federale bevoegdheid is, dringt een duidelijke federale beleidskeuze zich op. Zonder die stap blijven lokale besturen jaar na jaar geconfronteerd met dezelfde problemen.
Initiatiefrecht
Artikel 1
De gemeenteraad roept de Federale Regering op om het initiatief te nemen tot het invoeren van een algemeen verbod op de verkoop aan en het gebruik door particulieren van vuurwerk, met uitzondering van pyrotechnische artikelen van categorie F1.
Artikel 2
De gemeenteraad verzoekt het college van burgemeester en schepenen om, na de invoering van een verbod op de verkoop aan en het gebruik door particulieren van vuurwerk, met uitzondering van pyrotechnische artikelen van categorie F1, een aangepast politiereglement aan de gemeenteraad voor te leggen.