De verordening (EU) 2024/1991 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2024 inzake natuurherstel en tot wijziging van Verordening (EU) 2022/869;
Het Bestuursakkoord 2025-2030 van Voor Gent - Groen van 12 november 2024:
- “Ons openbaar groen is de tuin van alle Gentenaars. We houden vast aan de streefcijfers van de Gentse groennorm en willen dat elke Gentenaar op 150 meter van een stukje openbaar groen kan genieten en op 400 meter van een wijkpark van 1ha woont. Nieuwe parken en groenzones komen prioritair in de kwetsbare wijken. Daarenboven introduceren we de 3-30-300 regel van professor Konijnendijk als maatstaf bij grote nieuwe ontwikkelingen en als streefdoel bovenop de groennorm. Op het openbaar domein streven we een netto-ontharding van 30% na.”
Het Meerjarenplan 2026-2031 (opmaak 2026):
- “Meer groen in de stad maakt mensen gelukkiger, en speelt ook een cruciale rol in het klimaatrobuust maken van het openbaar domein. De nieuwe 3-30-300 groennorm is daarbij richtinggevend. Daarom streven we er bij elk project naar maximale ontharding en vergroening, en geven we waar relevant voldoende ruimte voor water.”
- “We blijven voluit inzetten op ontharden en vergroenen van het openbaar domein met de nieuwe 3-30-300 groennorm als kompas. […] Ook bij grote nieuwe ontwikkelingen […] zorgen we voor kwalitatief groen met de 3-30-300 regel als maatstaf.”
- “We moeten sneller ontharden en vergroenen. Het 3-30-300 concept is daarbij een nieuw kader dat helpt bij het creëren van groenere en gezondere stedelijke omgevingen en bijgevolg het verminderen van het risico op hittestress. In een koeltevisie en -strategie worden deze vergroeningsprincipes met (bouw)technische aanbevelingen op elkaar afgestemd met als doel de opwarming van onze stedelijke omgeving zoveel mogelijk te voorkomen en klimaatneutraal af te koelen.”
De verklaringen van schepen Christophe Peeters in de gemeenteraadscommissie MASSE van 14 januari 2026;:
- “dat ik toch absoluut zou willen opletten om blindelings en bijna dogmatisch vast te pinnen op 3-30-300 [en] dat we met die 3-30-300 niet in een verhaal mogen komen van een zeker absolutisme”;
- “Laat die 3-30-300 dan vooral een richtsnoer zijn. […] We gebruiken dus met andere woorden dit vandaag als een kompas, als een beleidsrichting, maar niet, of nog niet, als een afdwingbare norm”;
- “Op dit moment kunnen wij, in afwachting dat de vertaling van de Europese natuurherstelwet naar enerzijds een Belgisch en daarna een Vlaams kader niet is vastgelegd, heeft het geen zin om dit vandaag verordenend vast te leggen.”
De verklaringen van gemeenteraadslid Sven Taeldeman in de gemeenteraadscommissie MASSE van 14 januari 2026;
- “Iedere boom telt hier in de stad. […] Hier en daar glipt er nog wel eens een boom tussen de mazen van het net.”
De natuurherstelverordening voorziet geen 3-30-300 en de indiening van het nationale herstelplan wordt pas tegen december 2026 verwacht. De goedkeuring ervan door de Europese Commissie is voorzien tegen december 2027. Pas in 2028 worden de uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie verwacht, die een richtinggevend kader zullen voorzien voor het bepalen van bevredigende niveaus van stedelijke groene ruimte en stedelijke boomkroonbedekking.
Het Gents stadsbestuur stelt de 3-30-300 voor als “regel”, “maatstaf”, “streefdoel”, “norm”, “concept”, “kader”, “richtsnoer”, “principe”, “kompas” en “beleidsrichting”.
Hierdoor blijft onduidelijk of de 3-30-300 in de advies- en vergunningverlening feitelijk als bindend en afdwingbaar geldt. Deze onduidelijkheid kan aanleiding geven tot een ongelijke behandeling van zowel advies- als vergunningsaanvragen. Het is daarom aangewezen dat de toepassing van de 3-30-300 voor burgers, bedrijven, verenigingen en andere betrokkenen op een duidelijke manier wordt afgebakend.
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om - zolang er geen vertaling is van de Europese natuurherstelwet naar een Gents kader - bij de behandeling van advies- en vergunningsaanvragen de 3-30-300 niet als een weigeringsgrond te hanteren;
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om - zolang er geen vertaling is van de Europese natuurherstelwet naar een Gents kader - bij de inrichting van de stad de 3-30-300 niet als een dwingende of bindende bepaling te laten gelden.