Het innen van boetes voor voertuigen uit het buitenland loopt vandaag met ernstige moeilijkheden. Van de 44,6 miljoen euro aan uitgeschreven boetes werd via de buitenlandse incassoprocedure slechts 6,25 miljoen euro effectief geïnd, een inningspercentage van amper 14%.
Specifiek voor LEZ-boetes is de balans gelijkaardig: tegenover 23 miljoen euro aan uitgeschreven boetes staat slechts 3,2 miljoen euro aan werkelijk geïnde bedragen. De buitenlandse inning blijkt daarmee quasi verwaarloosbaar. Bovendien zijn de incassobureaus die hiervoor worden ingezet peperduur, met marges tot 70%.
De oorzaak is structureel. Het overgrote deel van de LEZ-overtredingen wordt begaan door buitenlandse chauffeurs, en net die groep ontspringt grotendeels de dans. De inningspercentages verschillen sterk per land: Duitse overtreders betalen hun boete in amper 9% van de gevallen, terwijl Gentse automobilisten geen andere keuze hebben dan te betalen of de zone te mijden.
Dit creëert een fundamentele scheeftrekking: lokale bestuurders worden consequent gecontroleerd en gesanctioneerd, terwijl de handhaving ten aanzien van buitenlandse voertuigen in de praktijk onvoldoende afdwingbaar blijkt.
Een systeem dat slechts gedeeltelijk afdwingbaar is, ondermijnt niet alleen de rechtszekerheid, maar ook het maatschappelijk draagvlak van het beleid.
Bovendien treft de LEZ in de eerste plaats sociaal kwetsbare Gentenaars, die met een oudere wagen rijden en niet over de middelen beschikken om snel over te schakelen naar een nieuw voertuig. Zij ondervinden de gevolgen van de regelgeving het sterkst, terwijl buitenlandse overtreders er in de praktijk vaker aan ontsnappen. Dit leidt tot een ongelijke feitelijke impact.
Daarnaast werd vanuit het stadsbestuur reeds aangekondigd dat er tegen de zomer een studie zal worden uitgevoerd naar de werking en impact van de LEZ. Gezien deze geplande evaluatie en de huidige structurele problemen inzake handhaving en inning, is het aangewezen om tijdelijke opschortende maatregelen te nemen.
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om de huidige LEZ-reglementering met onmiddellijke ingang op te heffen, minstens tot na de afronding en bespreking van de aangekondigde studie naar de werking en impact van de LEZ.