De afgelopen maanden kregen we signalen over de manier waarop Stad Gent omgaat met opritten en aanpassingen aan het openbaar domein. Het gaat daarbij niet alleen om de hoogte van de aangerekende kosten, maar vooral om de vraag of burgers in gelijkaardige dossiers ook gelijkaardig behandeld worden.
Eerder werd in commissie MASSE al toegelicht dat werken aan trottoirs en opritten op het openbaar domein niet door burgers zelf mogen worden uitgevoerd en dat de stad daarvoor een retributie aanrekent. De stad stelde toen dat die tarieven marktconform zijn en zelfs onder het gemiddelde van de relevante onderhoudscontracten liggen. Na mijn tussenkomst in de commissie kreeg ik echter nog meer dossiers doorgestuurd van burgers die met hetzelfde beleid te maken kregen.
Uit deze dossiers die ons nu bereiken, rijst een ernstiger probleem dan louter de hoogte van de prijs. In een eerste dossier werd een burger geconfronteerd met een onkostennota “aanleg nieuwe oprit”. De burger betaalde deze factuur zonder verweer.
In een tweede, sterk gelijkaardig dossier ontving een andere burger een brief waarin werd gesteld dat het stuk oprit op het openbaar domein “niet correct” was aangelegd, dat de stad dit opnieuw zou aanleggen en dat daarvoor een factuur zou volgen. De burger nam contact op met de diensten en na wat mailverkeer heen en weer moest de factuur niet meer betaald worden, omdat men anders “specifiek en individueel” de pijlen zou richten in een straat waar “alle andere opritten niet ok zijn”, en omdat een escalatie het beleid mogelijk minder zou doen steunen. Er werd daarom voorgesteld in dit dossier niet aan te dringen op betaling.
Dat is problematisch. Niet omdat een bestuur nooit beleidsruimte zou mogen hebben, maar omdat gelijkaardige dossiers dan ogenschijnlijk niet op dezelfde manier worden behandeld. Voor de ene burger volgt effectief een factuur, voor de andere wordt voorgesteld om net niét aan te dringen op betaling. Dat roept vragen op over gelijke behandeling, rechtszekerheid en behoorlijk bestuur. We hebben ook een interne nota van de dienst zelf kunnen inkijken waarbij bovendien expliciet verwezen wordt naar deze twee dossiers als voorbeeld van dergelijke ongelijke behandeling. Dat document is uiteraard geen neutrale eindvaststelling, maar het bevestigt wel dat ook intern dit als een probleem wordt gezien.
Ten slotte valt op dat dit geen nieuw spanningsveld is. Al in haar jaarverslag 2014 stelde de Gentse Ombudsdienst dat het aangerekende tarief voor aanleg van trottoir en oprit redelijk en evenredig moest zijn met de effectief gemaakte kosten, dat die kosten gemotiveerd moesten worden, en dat men zelfs moest overwegen om de burger onder strikte voorwaarden zelf te laten aanleggen met controle achteraf. Met andere woorden: de discussie over proportionaliteit, motivering en werkbaarheid sleept al jaren aan.
Graag had ik hierover volgende vragen gesteld: