Vorige maand deden we met de N-VA-fractie in deze gemeenteraad het voorstel om het criterium ‘aandacht voor de noden van anderstaligen’ in subsidiereglementen en -overeenkomsten te herformuleren naar aandacht voor eenvoudige en voor iedereen vlot begrijpbare communicatie en taal. Dat was immers de invulling die tijdens de commissie FABAZ door een stadsmedewerker aan dit criterium werd gegeven en het gebruik van heldere, begrijpelijke taal komt natuurlijk iedereen ten goede, niet alleen anderstaligen.
Tijdens het debat ter zake gaf de schepen aan dat er momenteel geen communicatie richting gesubsidieerde organisaties bestaat over hoe ze het anderstaligheidcriterium geacht worden in te vullen. De schepen formuleerde het als volgt: “[…] Nu over de afspraak naar aanleiding van de commissie FABAZ, zoals het heet. Er werd verwezen naar een stap in de communicatie richting de vzw's. Die is er vandaag niet. We zijn aan het kijken wat mogelijkheden zijn om ervoor te zorgen dat we daar misschien stappen in kunnen zetten. Omdat we dit op maat willen doen, is het er vandaag niet. Ik sluit niet uit dat dat er in de toekomst nog gaat komen. Maar in elk geval, laat dat duidelijk zijn, onze diensten staan klaar om, als er vragen binnenkomen over die voorwaardelijkheid, daarop te antwoorden en daar toelichting bij te geven. “ (zie het woordelijk verslag, in combinatie met de beeld- en geluidsopname: https://ebesluitvorming.gent.be/zittingen/25.0902.1400.9704/agendapunten/26.0318.5440.0810).
Tegelijk gaf de schepen aan hoe hij zelf de concrete invulling van dit criterium zag: “In dit proces vertalen we die generieke doelstelling, 'heb aandacht voor de noden van anderstaligen', meer concreet naar verwachtingen en indicatoren. Organisatoren moeten communiceren in helder Nederlands. Uitnodigingen moeten opgemaakt worden in heldere en begrijpelijke taal. Iedereen is welkom. Dat moeten we in uitnodigingen opnemen. Waar relevant moeten we met taaliconen aangeven welk niveau Nederlands je moet hebben om participatie zinvol te maken. Nergens impliceren we de verwachting dat er in meerdere talen wordt gecommuniceerd.”
De meeste van de door de schepen genoemde elementen (helder Nederlands, begrijpelijke taal, ‘iedereen welkom’-boodschap) komen vanzelfsprekend alle bezoekers van het gesubsidieerde evenement of de gesubsidieerde activiteit in kwestie ten goede. Alleen het (selectief) werken met taaliconen is een element waar vooral anderstaligen baat bij zouden kunnen hebben. Vraag in deze blijft evenwel of de taaliconen niet deels uitsluitend dreigen te werken: mensen die zich onzeker voelen over het niveau van hun Nederlands voelen zich misschien weinig welkom op evenementen of activiteiten in bijvoorbeeld de ‘hoogste’ taal-icoon-categorie ‘Je begrijpt heel veel Nederlands en spreekt het goed’ (zie https://www.integratie-inburgering.be/nl/wat-kunnen-we-voor-jou-doen/ondersteuning-voor-je-organisatie-of-lokaal-bestuur/taal/nederlands-stimuleren/taaliconen-gebruiken).
Hoe dan ook is het voor gesubsidieerde verenigingen en/of organisatoren belangrijk dat ze weten wat er van hen verwacht wordt in verband met het criterium met betrekking tot anderstaligen. Het verdient dan ook aanbeveling dat het college hierover duidelijk communiceert tegenover alle gesubsidieerde spelers. Eén van de elementen in die communicatie moet de ondubbelzinnige boodschap zijn dat op geen enkele manier verplicht of verwacht wordt dat door de organisator wordt gecommuniceerd in een andere taal dan het Nederlands.
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om duidelijk te communiceren naar door het stadsbestuur gesubsidieerde organisaties over het in reglementen en overeenkomsten opgenomen criterium met betrekking tot anderstaligen. Daarbij wordt o.a. ondubbelzinnig de boodschap meegegeven dat op geen enkele manier verplicht of verwacht wordt dat door de organisator wordt gecommuniceerd in een andere taal dan het Nederlands.