Het Collectief 8 Maars organiseerde opnieuw een niet-aangevraagde actie aan het Gentse stadhuis, waarbij met krijtspray silhouetten op het voetpad werden aangebracht. Hoewel de actie symbolisch bedoeld was, betreft het opnieuw het aanbrengen van graffiti in de openbare ruimte, wat volgens de stedelijke reglementen verboden is. Bovendien gaat het om een herhaalde overtreding: het collectief voerde al eerder acties uit zonder voorafgaande toestemming en buiten de bestaande procedures voor manifestaties en publieke interventies.
Gezien het feit dat de stad duidelijke regels hanteert rond (krijt)graffiti, toestemming voor acties en het gebruik van de publieke ruimte, is het relevant te weten hoe het stadsbestuur hiermee omgaat. Zeker omdat het collectief financiële ondersteuning ontvangt, roept dit vragen op over de consequenties van herhaaldelijk regelovertredend gedrag, zowel op het vlak van handhaving als op het vlak van subsidiëring. Transparantie over de toepassing van GAS-regelgeving en over de evaluatie van subsidies lijkt dan ook noodzakelijk.
Zijn er naar aanleiding van deze actie GAS-boetes uitgedeeld?
Zo ja, hoeveel? Zo nee, waarom niet, gezien de duidelijke overtreding van de regels rond graffiti en niet-aangevraagde acties?
Zal de stad de subsidies voor het collectief 8 Maars alsnog herbekijken nu de links-activisten blijken herhaaldelijk en opzettelijk de regels aan hun laars te lappen?
Samenvatting gegeven antwoord:
De politie stelde tijdens de actie twee GAS-pv’s op: één voor het niet aanvragen van de actie en één voor het gebruik van spuitbuskrijt. Voor het verwijderen van de tags werd een kostenstaat opgesteld door het anti-graffititeam. Stoepkrijt is toegelaten, maar spuitkrijt niet omdat het weken tot maanden zichtbaar blijft en daarom verboden is. De pv’s worden nu doorgestuurd naar de sanctionerend ambtenaar. Het stadsbestuur treedt op tegen elke overtreding, ongeacht de dader. Subsidies worden enkel herbekeken wanneer er indicaties zijn dat een organisatie niet voldoet aan de voorwaarden van haar erkenning of subsidie; dat gebeurt via formele evaluatie, niet op basis van losse incidenten. Indien uit die evaluatie blijkt dat voorwaarden geschonden zijn, dan kan de stad maatregelen nemen, waaronder het bijsturen of intrekken van steun.
di 09/12/2025 - 12:14De Raad van State heeft de aangepaste Gentse bedrijfsbelasting voor energieproducenten vernietigd wegens schending van het gelijkheidsbeginsel. Dit leidt nu tot een terugbetaling van 3,6 miljoen euro en een structureel verlies van 1,2 miljoen euro per jaar. Deze tegenvaller komt bovenop de jaarlijkse sanering die de stad wil uitvoeren van 120 miljoen euro en zal moeten verwerkt worden in het meerjarenplan, daarom mijn vragen:
Hoe zal de stad de terugbetaling van 3,6 miljoen euro budgettair dekken en welke posten worden hierdoor geraakt?
Hoe wordt het structurele jaarlijkse verlies van 1,2 miljoen euro ingeschreven in het nieuwe meerjarenplan?
a. Wanneer krijgen we een aangepaste versie?
Heeft dit arrest impact op geplande investeringen of prioriteiten in het komende meerjarenplan?
Voert de stad een bredere risicoanalyse uit van bestaande fiscale maatregelen om gelijkaardige procedures te vermijden?
Naar aanleiding van een grootscheeps politiecontrole aan de Zuid met medewerking van de federale politie heeft de Gentse korpschef het in VRT-journaal van zaterdag 22 november (19u) over ‘hotspots voor criminaliteit’ in onze stad.
De korpschef zegt hierover: “Dat zijn eigenlijk plaatsen die meer politionele aandacht verdienen, maar niet alleen politioneel, ook plaatsen waar al onze stadspartners meer op inzetten, en de Zuidbuurt is ja één van onze hotspots, en dat is wel heel belangrijk om hier zichtbaar aanwezig te zijn, controles te doen, mensen te controleren die komen met een voertuig, waarbij er toch een redelijke kans is dat er drugs kunnen aanwezig zijn, wapens kunnen aanwezig zijn. Dat zijn allemaal kleine elementen die toch wel in zijn geheel heel belangrijk zijn.”
In deze commissie en in de gemeenteraad is al herhaaldelijk het debat gevoerd over het opmaken van een hotspotlijst voor criminaliteit. Voorstellen in die zin werden consequent afgewezen. De recente uitspraken geven aan dat hotspots voor criminaliteit hun plaats hebben in de Gentse politie- en stadswerking. Die plekken kunnen ongetwijfeld evolueren, maar het voorbeeld van de Zuid toont dat minstens een deel van die plekken een jarenlange continuïteit kent. Dat impliceert ook het gegeven dat deze hotspots door een veelheid aan stadspartners opgevolgd worden.
1. Wat zijn vandaag de ‘hotspots voor criminaliteit’ in onze stad die meer politionele en andere aandacht verdienen en/of krijgen?
2. Waaruit bestaat die extra aandacht? Wat zijn de criteria om tot de categorie ‘hotspot voor criminaliteit’ te gaan behoren? Hoe wordt het overzicht van hotspots geactualiseerd en hoe verloopt het overleg ter zake tussen alle stadspartners?
Samenvatting gegeven antwoord:
Overlast- en criminaliteitsfenomenen verschuiven snel in tijd en ruimte, waardoor hotspots continu worden geanalyseerd op basis van feiten, frequentie, ernst en oorzaken. De politie gebruikt PATLOC om politiecapaciteit flexibel en gericht in te zetten via wijk-, verkeers-, interventie- en overlastploegen, aangevuld met gecoördineerde acties met federale diensten. Interventieploegen besteden, wanneer mogelijk, tijd aan toezicht op risicolocaties; voor elke locatie worden prioriteiten vastgelegd. De aanpak is zowel reactief als proactief. Er is tweewekelijks overleg rond jeugd, drugs, overlast en gerechtelijke dossiers. Er is afstemming met andere overheden, stadsdiensten en terreinpartners. Er zijn op dit moment 6 dossiers waar gecoördineerd wordt aan gewerkt. Dit gaat over Brugse Poort, Wittekaproenenplein, Zuidpark, Prostitutiebuurt, Overpoort en Vlasmarkt. Dit is geen nieuw gegeven, maar deze zijn evolutief. Deze gecoördineerde methodiek laat toe snel in te grijpen, multidisciplinair te werken en het veiligheidsgevoel te versterken.
di 09/12/2025 - 13:38Tijdens de afgelopen zomer vernietigde de Raad van State het sinds september 2024 ingevoerde algemene verbod op de verkoop van vuurwerk aan minderjarigen. Tijdens de vorige commissie FABAZ zei de burgemeester het uitblijven van een algemeen verkoopverbod op federaal niveau te betreuren. De burgemeester voegde hieraan toe dat Gent "als lokale overheid alles doet om overlast en incidenten te vermijden.”
In afwachting van een federaal verkoopverbod (dat ook niet alleenzaligmakend is) nemen een aantal lokale besturen echter vuurwerkmaatregelen die verder gaan dan de Gentse aanpak, al dan niet in de context van Oud en Nieuw. Voorbeelden hiervan zijn een verbod om vuurwerk af te steken op openbaar terrein (of plekken die hieraan grenzen; inclusief tijdens de Oudejaarsnacht), een volledig verbod op het bezit van vuurwerk voor minderjarigen, of ook een totaalverbod op het afsteken van vuurwerk (met name ook tijdens de Oudejaarsnacht).
Samenvatting gegeven antwoord:
Een lokaal totaalverbod op het afsteken van vuurwerk werkt niet zolang vuurwerk in België vrij verkocht kan worden. Zolang er geen verbod is op vrije verkoop, dan blijft het voor burgemeesters en politiediensten dweilen met de kraan open. Tijdens de jaarwisseling heeft de politie eenvoudigweg niet de capaciteit om, naast al hun andere kerntaken, een dergelijk verbod over het hele grondgebied te handhaven. De meest impactvolle oplossing om onze hulpdiensten te beschermen, ligt federaal: het verbieden van de vrije verkoop van vuurwerk en pyrotechnisch materiaal om incidenten, overlast en agressie tegen hulpdiensten te vermijden. Intussen hanteert de stad, in de huidige context dat er geen nationaal verbod is op verkoop van vuurwerk, een geïntegreerde aanpak met onder andere preventie, sensibilisering, GAS-handhaving inzake verbod op bezit van vuurwerk, gerichte controles, cameratoezicht, bemiddelingsteams en een versterkt politiedispositief tijdens oudejaarsnacht om op die manier de situatie op het terrein te beheersen en in zo goed mogelijke banen te leiden. De oproep aan u en de federale overheid is duidelijk: neem uw verantwoordelijkheid, pak de bron van het probleem aan en voorzie met uw regeringspartijen een wettelijk verbod op verkoop van vuurwerk.
di 09/12/2025 - 14:02Vorige maand stelde ik in deze commissie een vraag over de veiligheid van de woonbuurten in de omgeving van het FPC in de context van de recente ontsnappingen daar. De burgemeester antwoordde dat er in overleg werd gegaan met het FPC om te bekijken of er extra maatregelen nodig zijn. Eén van mijn aandachtspunten was het verwittigen van de omwonenden in het geval van een ontsnapping.
In een persartikel werd ondertussen bericht dat in opvolging van de evaluatie van de ontsnappingen de verlichtingspalen werden aangepast. Dwarsbalken op deze palen bleken immers te zijn gebruikt bij de ontsnapping en nu is er een constructie aangebracht die een herhaling hiervan moet voorkomen.
1. Werden in het kader van de evaluatie nog andere pijnpunten gedetecteerd en extra maatregelen genomen?
2. Zal de procedure ten aanzien van de omwonenden worden aangepast? Zullen ze in geval van een ontsnapping wel verwittigd worden?
Samenvatting gegeven antwoord:
Er werd na de recente incidenten aan het FPC gevraagd om een grondige analyse van de veiligheidsprocedures te maken. Die evaluatie is uitgevoerd, aanpassingen worden doorgevoerd en procedures aangescherpt om het risico op ontvluchtingen verder te beperken; dergelijke controles gebeuren permanent op verschillende niveaus. De inhoudelijke verantwoordelijkheid ligt bij de FPC-directie. De politie volgt het veiligheidsaspect, in overleg met het FPC, van dichtbij op om de veiligheid voor personeel, patiënten en omwonenden maximaal te garanderen. Wat communicatie naar omwonenden betreft blijft de bestaande procedure van kracht: na een ontvluchting informeert het FPC de politie, waarna het parket beslist over externe communicatie op basis van casusgerichte informatie aangeleverd door het FPC. Er zijn geen nieuwe elementen die een wijziging van deze aanpak vergen, al blijft dit continu geëvalueerd worden.
di 09/12/2025 - 14:13De afgelopen maand werd ik gecontacteerd over een groep daklozen die gedurende langere tijd verblijven in de hut met strooien dak aan de Blaisantvest. Dit gaat gepaard met diverse vormen van overlast: urineren op het aanpalende grasperk in het zicht van voorbijgangers (inclusief kinderen), hinderen van het verkeer, intimideren van mensen, alcohol- en/of druggebruik; in het naburige Pillaertpark werd een matras in brand gestoken. Over deze feiten werd ook melding gemaakt bij de politie. Dergelijke toestanden ondermijnen vanzelfsprekend de veilig- en leefbaarheid.
1. Werd ondertussen een einde gesteld aan de bewoning in de hut in kwestie en werd de overlast beteugeld?
2. Hoe wordt de situatie opgevolgd zodat het niet tot een verderzetting of herhaling van de genoemde problemen komt?
Samenvatting gegeven antwoord:
De situatie aan de Blaisantvest is bekend en wordt nauw opgevolgd. Het schuilhuisje wordt geregeld gebruikt door een wisselende groep daklozen, die de voorbije weken werden aangesproken door Outreachend Werk en de Gemeenschapswachten; materiaal werd verwijderd. De diensten hanteren een evenwichtige aanpak die veiligheid en leefbaarheid bewaakt en het bieden van zorg. Volgens de veldwerkers is de situatie onder controle, maar blijft het een aandachtspunt. De locatie wordt systematisch meegenomen in nacht- en vorstpatrouilles, en de politie heeft het Pillaertpark en de omgeving ook mee opgenomen op de lijst om extra patrouilles te sturen.
di 09/12/2025 - 14:23