Kasseien vormen een ernstige drempel voor de toegankelijkheid van historische centra. Mensen met een rolstoel, rollator, kinderwagen of beperkte mobiliteit ondervinden grote moeilijkheden bij het zich verplaatsen over oneffen kasseien. Dit leidt niet alleen tot fysieke ongemakken en veiligheidsrisico’s (zoals vallen of vastlopen), maar zorgt er ook voor dat een deel van de bevolking uitgesloten wordt van publieke ruimte die in principe voor iedereen toegankelijk zou moeten zijn. Bovendien lazen we onlangs in een krantenartikel van de Vlaamse Bouwmeester dat kasseien voor veel geluidsoverlast zorgen.
Het behoud van historische authenticiteit is belangrijk, maar toegankelijkheid is een mensenrecht dat zwaarder weegt dan esthetische overwegingen. Een haalbaar compromis is om een vlakke, discreet geïntegreerde strook aan te leggen (bijv. in natuursteen of vlakke klinkers) die zich visueel aanpast aan het historische karakter, maar tegelijk toegankelijkheid garandeert voor iedereen. In een aantal Gentse straten zoals op de Zandberg en de Kantienberg zijn er al zulke stroken aangelegd. Bij de heraanleg van de Kapittelstraat is dit echter niet gebeurd.
Wat is de visie van de schepen op zulke ‘zachte’ stroken van natuursteen of vlakke klinkers?
Waarom wordt dit in bepaalde straten wel toegepast en anderen niet?
Ziet de schepen mogelijkheden om dit vaker toe te passen?
Kan dit ook op brede voetpaden toegepast worden zoals deze rond de St-Jacobskerk?