In de Emiel Claeyslaan en de omliggende straten in Gentbrugge staan laanbomen van Noord-Amerikaanse oorsprong (Gleditsia triacanthos of ‘Valse christusdoorn’).
Deze uitheemse bomen hebben bijzonder stekelige takken die bij contact wonden kunnen veroorzaken, die vaak ernstig ontsteken. Daarnaast produceren ze enorme, peulachtige zaaddozen die in de herfst massaal op straat terechtkomen. Dat zorgt niet alleen voor gladde situaties op het voetpad, maar ook voor een aanzienlijke kuislast voor bewoners én de stadsdiensten.
Gezien het hinderlijke en potentieel gevaarlijke karakter van deze soort, en het feit dat ze ecologisch weinig bijdraagt aan de lokale biodiversiteit, lijkt het wenselijk te bekijken of hier op termijn meer geschikte, inheemse bomen kunnen worden aangeplant na het rooien van de exoten.
Erkent de stad dat deze exotische laanbomen problematisch zijn voor bewoners en onderhoudsdiensten?
Zijn er plannen om deze bomen op termijn te vervangen door een inheemse, minder hinderlijke soort?
Worden er intussen maatregelen overwogen om de overlast en het veiligheidsrisico te beperken?
Ook in de Casierlaan in Mariakerke bleken Japanse elsen voor overlast en gevaar te zorgen en niet overal in Mariakerke zijn deze weggehaald (of al vervangen). Wat is het breder plan van de stad met uitheemse laanbomen die veelal zonder veel toekomstvisie in de jaren ‘80 willekeurig zijn rondgeplant?
Mevr. Bonte,
Bij het aanplanten van bomen kiezen we inderdaad bij voorkeur voor inheemse soorten. Echter, het aantal inheemse soorten dat goed gedijt in onze stedelijke context is beperkt. We planten dus ook uitheemse soorten die beter groeien in een verharde en droge standplaats. Bovendien is een meer divers bomenbestand ook beter bestand tegen ziekten en aantastingen die oprukken door de klimaatverandering.
Specifiek voor de bomen in de Emiel Claeyslaan, ontving de Groendienst tot op heden geen klachten van buurtbewoners of onderhoudsdiensten. De ervaren overlast lijkt dus beperkt en er worden dan ook geen specifieke maatregelen genomen. Maar inderdaad, de doornen van deze soort kunnen als hinderlijk worden ervaren. Doorgaans plant de Groendienst dan ook enkel cultuurvarianten van deze soort zonder doornen. Bij sterfte zullen deze bomen vervangen worden door zo een cultuurvariant of door een andere soort.
Wat de Amand Casier de ter Bekenlaan betreft, bestond de bomenrij daar uit grootbladige els, wat een hybride is tussen Kaukasische els en Japanse els. Deze bomen werden niet gerooid vanwege overlast maar omdat ze na onderzoek en enkele gevallen van windworp onveilig geacht werden. Die onveiligheid was het gevolg van de beperkingen van hun standplaats en van graafwerken waarbij stabiliteitswortels werden verwijderd. De casus in de ter Bekenlaan is dus géén reden om alle uitheemse laanbomen in Mariakerke of in de stad te verwijderen.